Interview met Joost Nijsen
‘Met dit boek wil ik ook de kruideniersmentaliteit aanpakken’
Door Guus Bauer (26 april 2012)


Uitgever Joost Nijsen gebruikt het vijftienjarig bestaan van zijn zelfstandige uitgeverij Podium als een ‘frivole aanleiding’ om van zijn hand een lexicon te laten verschijnen: ABC van de literaire uitgeverij. Een poging om in de tijd dat het traditionele boekenvak op de helling staat dat vaak met mysterie omgeven vak voor diverse partijen inzichtelijk te maken.

Waarom wilde u nu ‘een standaardwerk’ over het boekenvak maken?
Ik merkte dat de studenten bij mijn gastcolleges heel nieuwsgierig waren naar het reilen en zeilen binnen een literaire uitgeverij. Voor hen wilde ik tijdens een vakantie een informatief boekje schrijven. Dat is nogal uit de hand gelopen. Ik heb her en der mijn licht opgestoken en onder meer via Facebook hulp gevraagd met betrekking tot de aan te snijden onderwerpen. Heel veel zaken zijn voor mij en mijn vakbroeders vanzelfsprekend, maar voor de buitenwereld niet. Ik heb daardoor ook mijn eigen vakkennis kunnen testen.

Een lexicon heeft de schijn van volledigheid?
Per definitie is elk abc-tje incompleet, maar het stramien heeft het voordeel dat je er als lezer lekker in kunt snuffelen. Het is prettig toegankelijk voor iedereen. Collega’s kunnen er hopelijk een stuk bevestiging in vinden en de boekenliefhebber kan even in de coulissen kijken. Er bestaan veel misverstanden over het vak, met name over de rol van de uitgever, de risico’s en de kostenposten. Je zal bijvoorbeeld de lezers de kost moeten geven die klagen over een bepaalde dure boekwinkel, terwijl we in Nederland toch echt nog steeds een vaste boekenprijs hebben. Het is leuk om te laten zien hoe breed het vakgebied is. Het is zo goed als onmogelijk om alles te vangen. Uit de keuze van de lemma’s en de uitwerking ervan blijkt duidelijk mijn eigen fascinatie.

Is het boek een voorschot op een memoir?
Mijn eigen ervaringen staan uiteraard aan de basis, maar daarnaast wilde ik ook mijn visie vastleggen. Daartoe heb ik een tiental stellingen uitgewerkt. Het is een momentopname en de tijd zal leren of het ook een historisch document is. Het boekenvak bevindt zich op een tweesprong. Niemand weet precies wat de toekomst zal brengen. Ik denk dat het boek altijd wel zal blijven bestaan, of misschien weer zal worden herontdekt als drager van verhalen, net als de langspeelplaat van vinyl voor muziek.

U gooit af en toe de knuppel in het hoenderhok?
Ik wil denkelijk wel een discussie op gang brengen. We hebben toch zelfstandige uitgevers nodig met een missie, al is het niet eenvoudig om in de huidige markt idealisme te bedrijven. Het is tevens een oproep aan mijzelf om de rug recht te houden. Ik wil onafhankelijk blijven. Een uitgever balanceert, mag best zijn centen verdienen, maar moet ook een culturele bijdrage leveren. Met dit boek wil ik ook de kruideniersmentaliteit aanpakken. Ik informeer, maar zet af en toe ook een hak tegen een scheen. Het is een verhalend lexicon. Ik heb aan het maken een bijna autistisch plezier beleefd.

Is de verhouding tussen schrijver en uitgever scheef gegroeid?
Vroeger, zoals ik toelicht, lag de schrijver ‘onder’, vanwege geringe auteursrechtelijke bescherming. Vanaf de jaren zeventig werd literatuur ‘big business’ en kreeg de auteur gaandeweg door hoe cruciaal zijn positie is in die hele keten van auteur tot lezer. Dat leidde tot scherpere onderhandelingen met uitgevers, die vochten om het schaarse talent. Nu merk ik dat deze partijen op één lijn komen en snappen dat ze eerst en vooral partners in crime zijn.

Boekverkopers moeten opnieuw leren enthousiasmeren?
Ja, in de gouden jaren hoefden ze bij wijze van spreken alleen hun vingers snel over de kassa te laten gaan. Overdreven gezegd. Nu mensen wel drie keer nadenken voor ze een euro uitgeven, waarbij ze tussen veel media en andere vrijetijdsproducten kunnen kiezen, is de boekverkoper gedwongen die klant weer echt op te zoeken, met veel kennis, service, activiteiten, et cetera.

De media zijn meer geïnteresseerd in de persoon van de schrijver dan in de inhoud van het boek?
Ja, dat is een van de stellingen. Voor auteurs is aandacht plezierig, maar het wordt frustrerend als het allemaal gericht is op de persoon, want schrijvers willen enorm graag horen wat mensen nou vínden van dat boek waaraan ze soms jaren hebben gewerkt.

Zou het zinnig zijn als net zoals in Noorwegen de overheid van elke oorspronkelijke titel in het Nederlands een duizendtal zou aankopen voor de bibliotheken?
Absoluut! Er is in die budgetten enorm gesneden en geschoven, waar enkele decennia geleden een bibliotheekbestelling een stevige bodem legde onder de omzet per titel. Dat zou een ideale manier zijn van enerzijds indirecte subsidiëring van uitgevers, anderzijds restauratie van cultuurbeleid via goed uitgeruste bibliotheken.

Uitgever en schrijver, blijf elk bij uw leest, is een van uw andere stellingen. Nu bent u toch ineens schrijver?
Haha, ja, ook mij is geen tegenstrijdigheid vreemd. Maar ik vind iemand pas een schrijver als hij zich daar volledig op richt, Dat geldt natuurlijk in de eerste plaats de fictieschrijvers, maar denk ook aan auteurs als Geert Mak. Ik mag me van zulke giganten nog even geen collega noemen, vind ik. Evenmin mag een zichzelf uitgevende schrijver zich uitgever noemen!

Blijf in principe bij je leest. Een auteur heeft laatst zelf iets op de markt gezet middels printing on demand. Het is hem zeer tegengevallen. Kennelijk slagen wij uitgevers er niet altijd in om de toegevoegde waarde en de kosten daarvan goed bij de auteur over te brengen. Dat is samen te vatten als: selectie (want uitgevers ontdekken de schrijver, en scheiden kaf van koren), redactionele bewerking, en het hele verhaal van het op de markt brengen.

Het boek wordt bij uw eigen uitgeverij gepubliceerd. Beviel de positie als schrijver binnen uw eigen fonds?
Dat was een hilarische ervaring! Bijna als de directeur van een fabriek die ineens ingezet wordt op de werkvloer. Ze werden allemaal gek van me, van redactie tot publiciteitsafdeling. Als auteur hoor ik kennelijk tot het type ‘veeleisende schrijver’. Ik heb er veel begrip door gekregen voor wat schrijvers bezighoudt, voor wat hen toekomt aan begeleiding et cetera. Anderzijds heb ik genoten van de expertise die me geboden werd. In eerste instantie was ik woedend als iemand aan mijn teksten sleutelde, daarna zag ik in dat het tot verbetering kan leiden.

Het gerucht gaat dat u aan een roman werkt. Gaat u die, ondanks uw stelling, ook weer zelf uitgeven?
In het kader van het jubileum kon ik de uitgave van het ABC van de literaire uitgeverij nog verantwoorden. De roman zal zeker elders verschijnen. Ik wil wel een uitgever die mij troost biedt als ik een slechte recensie zou krijgen.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)
Interview met Sander Kollaard Door Guus Bauer (06-04-2019)
Interview met Kristine Bilkau Door Guus Bauer (22-03-2019)