Interview met Joseph O’Connor
‘De auteur is nooit klaar, hij verlaat alleen de tekst’
Door Guus Bauer (6 april 2011)


Joseph O’Connor (Dublin, 1963) is een van de belangrijkste Ierse hedendaagse schrijvers. Hij verkreeg wereldwijde roem met Stella Maris, over Ieren die in 1847 met een boot naar New York vluchten voor de hongersnood, en Redemption Falls, een spannende historische roman en een liefdesverhaal ineen, spelend in het Amerika van net na de Burgeroorlog. Al zijn boeken, steevast pillen van meer dan vijfhonderd pagina’s, zijn een hommage aan het Iers-Engelse erfgoed van verhalen vertellen en lyrisch taalgebruik.

In zijn nieuwste boek Volgspot is hoofdpersoon Molly Allgood, toneelnaam Maire O’Neill, een aan lager wal geraakte bejaarde actrice die op weg is naar een laatste schnabbel in de studio’s van de BBC in Londen. Het is de winter van 1952. In haar hoofd woedt een sneeuwjacht van herinneringen aan mooie en treurige momenten. Eens was zij een ster en de geliefde van de adellijke Ierse toneelschrijver John Millington Synge, die samen met de latere Nobelprijswinnaar William Butler Yeats en Augusta Lady Gregory in 1905 het beroemde Abbey Theater in Dublin oprichtte. Het eerste nationale platform ter wereld, feitelijk nog vóór er een Ierse natie bestond.

U bent de meester van de ‘roadnovel’. In Volgspot bent u letterlijk dicht bij huis gebleven.
Als jongen kwam ik in Dublin regelmatig langs het huis waar John Synge en zijn moeder hun laatste jaren hebben gesleten. Ik was er een beetje bang voor, maar tegelijk intrigeerde het me. Ik zag het huis als een ambassade van de literatuur maar ook als een spookhuis. Een hoofdkwartier waar moedige dingen waren ondernomen, die of onmetelijk succes hadden of gedoemd waren om te mislukken. Ergens diep van binnen voelde ik daar de aantrekkingskracht van de literatuur: het afstoten en aantrekken tegelijk. Mijn ouders hebben mijn leeszucht gestimuleerd. Ik ben ze daar nog steeds dankbaar voor, want juist het stillen van mijn leeshonger heeft voor mij de vensters van de literatuur wagenwijd opengezet. Overigens is Volgspot ook te lezen als een ‘roadnovel’, we reizen mee in het hoofd van Molly Allgood.

Ook figuurlijk blijft u dicht bij uw eigen schuurtje. Volgspot zit vol met verwijzingen naar uw schrijverschap.
In al mijn boeken figureren schrijvers. Waarschijnlijk zijn wij schrijvers voor de rest van de mensheid maar een stel rare overgevoelige zonderlingen. Je betaalt een bepaalde tol voor het schrijven. Dat wilde ik ditmaal grondig analyseren, zonder daar overigens de lezer mee lastig te vallen. Het zijn kanttekeningen voor de goede verstaander. Het is natuurlijk een paradox: in onze fictie proberen we uit te zoeken hoe iemand anders denkt en voelt. Als tijdens het schrijven de chemie werkt, komen we terug bij onszelf en leren over onze eigen kern. Het enige echte thuisland van de artiest zit in hem of haar zelf.

Het is voor uw doen een bescheiden roman, tweehonderdvijftig pagina’s.
In zekere zin een natuurlijke ontwikkeling. Stella Maris en Redemption Falls zijn lineair geschreven epossen. Als je er vanuit gaat dat je me elk nieuw boek jezelf wilt overtreffen, dan kon ik twee kanten op: of het schrijven van een vijftienhonderd pagina dik magnum opus met een honderdtal epigonen, of de weg van de verdichting kiezen. Een nieuwe stijl die iets meer actief meelezen vergt. Ik heb in Volgspot voor het eerst op grote schaal geschrapt. Men verwacht van een Ierse schrijver veel lyriek. Ik hoop dat er nog steeds genoeg mooie zinnen in staan, maar deze roman vroeg om een andere aanpak, een andere spanningsboog ook.

Het gaat vooral om de emotionele diepgang. De spanning in een verhouding tussen mensen uit zeer verschillende klassen, ook nog openlijk beleden. In het begin van de vorige eeuw een ongehoord fenomeen. Zowel de kring van intellectuelen en adel rond Synge als de familie van Molly vonden het op z’n zachtst gezegd niet gepast. Ik ben gefascineerd door mensen die uit hun veilige omgeving durven te stappen. Iedereen heeft weleens een relatie gehad waarvan men vurig hoopte dat die zou slagen, maar die toch niet werkte. Met een geliefde, maar ook met een familielid of een vriend. Het is mislukt, we zijn gekwetst, maar tegelijk is het de meetlat geworden waarlangs wij elke nieuwe relatie leggen. In feite proberen we daarmee de eerste relatie symbolisch te redden. Daarnaast wilde ik onderzoeken hoe herinnering werkt en of het cliché van het ouder worden waar is. Als mijn eerdere boeken lawaaiige symfonieën zijn, is dit een rustig stuk kamermuziek.

Met veel verrassende noten. De constructie is ogenschijnlijk eenvoudig: een bejaarde dame vertelt haar geschiedenis. Toch zitten er ingenieuze tijdswisselingen in.
De verhalen van Molly zou men kunnen zien als een pakje speelkaarten. Je kunt er naar believen een patience mee leggen of een spelletje blufpoker mee spelen. Ik geef de lezer bladmuziek en daaruit mag hij of zij z’n eigen muziekstuk componeren. De sleutel voor dit boek zit verborgen – niet heel erg verstopt – in de eerste vijftien pagina’s. Ik hoop dat de lezer mij ‘halfweg’ tegemoet wil komen, mijn uitgestoken hand wil accepteren.

De dialogen doen aan Dubliners van James Joyce denken en er zitten diep ontroerende passages in Volgspot.
Betere dialogen dan in Dubliners zijn bijna niet geschreven. Toen ik op mijn twaalfde dat boek las – en Catcher in the Rye van J.D. Salinger – wist ik dat ik een schrijver zou worden. Veel mensen in Ierland kunnen een mooie zin schrijven. In arme steden zorgt de taal voor vuurwerk. De conversatie is een theaterstuk op zich. Achter die braniepraat verbergen wij de echte emoties. Wij zijn een lyrisch volk. Maar ondanks onze sterke orale traditie zijn er niet veel mensen die een verhaal overtuigend en zonder pathetiek op papier kunnen zetten. Je zult bij mij nooit uitgebreide persoonsbeschrijvingen tegenkomen. Voor mij is het veel belangrijker ‘in welke toonsoort’ de personages spreken. Daar zit de ware ontroering. Laat ik er eens een typische Ierse zin tegenaan gooien: Het verleden is een spiegelglad meer, waarop ik de platte kei van herinnering werp.’ Misschien raakt de steen het water drie keer, misschien verbindt hij wel vijf verschillende gebeurtenissen. Dit is zoals de herinnering bij Molly in Volgspot werkt.

De levensomstandigheden van Molly waren niet zo ernstig als u ze hebt weergegeven. U houdt ervan om een kleine draai te geven aan historische feiten?
Ik ben een romanschrijver, een legger van mozaïeken, zo u wilt. Hoewel Molly echt heeft bestaan, is zij tevens een personage en ik veroorloof me om, in het belang van het groter geheel, haar verhaal aan te passen. Het effect van de overtreffende trap. Ik ben door fanatieke liefhebbers van Yeats belaagd omdat ik de grote meester in een menselijk daglicht heb gezet. Ik had kunnen kiezen voor camouflerende namen, maar ik heb nu eenmaal geen biografie geschreven.

Ook in dit boek komt uw voorliefde voor het theater naar voren. Eén hoofdstuk bestaat zelfs uit een ‘halfverzonnen toneelstuk’.
Schrijven is ook een vorm van toneelspelen. Ik was een jaar of acht toen mijn vader me meenam naar een amateur-voorstelling in het buurthuis. Vraag me niet welk stuk ze speelden, maar ik herinner me als de dag van vandaag de reactie uit het publiek toen de hoofdrolspelers elkaar kusten. Toen besefte ik wat de mogelijkheden zijn van het geschreven woord. Mijn schrijverij, de behoefte om verhalen te vertellen, is daar ontstaan.

U doet ook zeer regelmatig aan ‘readings’, lezingen waarbij de auteur niet ondervraagd wordt, maar simpelweg voorleest.
Ik gebruik er graag nieuwe stukken voor omdat je juist bij die lezingen merkt waar je de teksten nog kunt aanscherpen. Ik kan een stuk wel twintig keer hebben voorgelezen en toch nog iets vinden dat verbeterd kan worden. De auteur is nooit klaar, hij verlaat alleen de tekst. Misschien ook een stemmingskwestie. Als ik aan iets nieuws begin, dan schrijf ik een pagina of tien vol. Daarna maak ik eindeloze wandelingen om over het vervolg na te denken. Waar draait het verhaal op uit en in welke richting bewegen zich de personages? Dat is wel handig om te weten als je ‘roadnovels’ schrijft. Bij Volgspot heb ik dat voor de eerste keer niet gedaan. Ik heb mij geheel en al door Synge en Molly laten leiden.

Molly is zo goed als uitgerangeerd. Is dat de grootste angst van elke artiest?
Voor een acteur ligt dat wellicht moeilijker. Na het grote toneel en de film is het lastig als je daarna alleen bent aangewezen op je eigen schuifdeuren. Een auteur heeft genoeg aan een tafel, een pen en papier of de moderne equivalenten daarvan. Ik kan van mijn boeken leven, maar zelfs als er geen enkel boek meer over de toonbank gaat, zal ik door blijven schrijven. Ik kan gewoonweg niet anders.

Naast Volgspot zijn van O’Connor ook de psychologische thriller De verkoper en Stella Maris, een scheepsverhaal in de tijden van de grote hongersnood in Ierland, zojuist in herdruk verschenen.

Foto: Gerry Sandford
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)