Interview met Juan Pablo Villalobos
‘Tussen de regels is veel te lezen’
Door Guus Bauer (22 augustus 2011)


In het hol van de leeuw is de debuutroman van de Mexicaanse auteur Juan Pablo Villalobos (1973) die in zeven talen wordt vertaald en is genomineerd voor de Guardian First Book Award. Een keuze van de jury zelf. De auteur woont tegenwoordig in Barcelona, waar hij vergelijkende literatuurwetenschappen heeft gestudeerd.

In In het hol van de leeuw woont de drugsbaron Yolcaut in een paleisachtige vesting ergens middenin de Mexicaanse jungle met zijn zoontje Tochtli, een paar bewakers en een huisleraar. Er komen regelmatig dealers, huurmoordenaars en hoeren op bezoek. Het zoontje – van onbestemde leeftijd, hij kan een vroegwijze achtjarige zijn of een middelmatige twaalfjarige – leeft in een luxueuze gevangenis.

Een moeder heeft hij niet, maar hij is een echte kerel en treurt er niet om. Bovendien is er speciaal voor hem binnen de hekken een dierentuintje ingericht met tijgers en een leeuw en verder krijgt hij alles wat zijn hartje begeert. Nu wil hij een dwergnijlpaardje, een bedreigde diersoort die in het wild alleen nog in een uithoek van het Afrikaanse land Liberia voorkomt.

Een geslaagde keuze, het perspectief van het kind.
Eerst had ik het verhaal geschreven vanuit de blik van de leraar, toen vanuit het perspectief van de vader. Gewoontjes, teleurstellend. Toen mijn vrouw zwanger was van ons eerste kind, wilde ik een verhaal voor hem schrijven. Een verhaal over het eerste contact met de realiteit van een nieuw wezen.

Tochtli is anders het contact met de realiteit aardig kwijt. Nu wil hij een zeer zeldzaam dier.
In die tijd kreeg ik ook een lijst van meest bedreigde diersoorten van de VN onder mijn neus. Het dwergnijlpaardje stond hoog in de top tien. Toen bedacht ik de setting. Welk kind kan zoiets voor zijn verjaardag vragen? De hypo leek me een goed symbool voor het absurde in de mens. Bovendien klinkt de naam van het beestje in het Spaans mooi zangerig. Niet voor niets spreekt Tochtli het keer op keer nadrukkelijk uit.

De drugsbaron met zijn kamers vol met geld regelt het wel even?
Twintig jaar geleden zou het een zoontje geweest kunnen zijn van een politicus, maar helaas ‘regeren’ nu in Mexico de drugsbaronnen.

‘Een fascinerende fabel over de Zuid-Amerikaanse narco-cultuur’ kopt de internationale pers.
Je moet het (al dan niet zeldzame) diertje een naampje geven. De drugscultuur speelt alleen op de achtergrond mee. Het is in feite niets anders dan een verhaal over een vader en een zoon. Een atypische vader en een atypische zoon, dat wel. Maar de problematiek is, denk ik, toch universeel.

Hoe kleiner de setting, hoe groter de literatuur. De villa als metafoor voor de Mexicaanse samenleving?
Ik ben heel voorzichtig met metaforen. Ik wilde alleen onderzoeken hoe mensen op elkaar reageren in een afgesloten universum. En dat moest overtuigend zijn voor de lezer. Het rurale karakter van de Mexicaanse woestenij leent zich daar goed voor.

Het is een ‘kleine roman’ van een goede honderd pagina’s. Het publiek zal misschien denken: dat is vast in een mum van tijd geschreven?
De eerste versie heb ik in zes maanden geschreven en daarna heb ik er toch nog twee jaar aan geschaafd. Het klinkt als een cliché, maar tussen de regels is veel te lezen. Ik weet enorm veel over dit jongetje en zijn omgeving, maar laat het merendeel aan de lezer over. Ik wil graag dat het publiek interactief met boek bezig is. Daarom ben ik er zo lang mee bezig geweest. Ik heb respect voor de lezer.

De personages hebben nogal ongebruikelijke namen.
Het zijn dierennamen uit een oude Indiaanse taal. De naam van het jongetje betekent konijn, de vader is de slang, de wurgslang die hem in zijn greep heeft, zo u wilt.

En Mazatzin, de leraar, de verrader, maar ook het slachtoffer in het boek?
Hij is het opgejaagde hert, waarover de drugsbaron zegt: ‘Hoogopgeleide mensen weten veel van boeken, maar niets van het leven.’ Een vijandige houding die je als kunstenaar en denker in Zuid-Amerika wel vaker tegenkomt. Men verwacht antwoorden, terwijl een boek op z’n hoogst wat vragen kan oproepen.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Brad Watson Door Guus Bauer (09-01-2019)
De taal voor het publieke gerecht Door Guus Bauer (11-12-2018)
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)