Interview met Karl Ove Knausgård
‘Eigenlijk richt ik alle gifpijlen naar binnen’
Door Guus Bauer (7 november 2012)
De Noorse schrijver Karl Ove Knausgård (1968) heeft inmiddels in Scandinavië een popstatus verkregen met zijn zesdelige autobiografische reeks Mijn strijd. Deel 1, Vader, een bikkelhard maar ook teder verslag over een vader die zijn gezin met harde hand leidde en verviel in alcoholisme, werd in de Noorse krant Aftenposten bestempeld als ‘megalomaan’ en ‘onbeschaamd’, maar oogstte internationaal veel lof. Alvorens in deel 3 het perspectief van de zoon te kiezen, schrijft Knausgård in het zojuist in Nederlandse vertaling verschenen Liefde onverbloemd over de relatie met zijn partner Linda, over de geboorte van zijn kinderen, over vriendschap en vooral over die duivelse last die schrijven heet. Guus Bauer ontlokte de schuchtere Noorderling met behulp van zwarte koffie, een whisky straight en een dozijn sigaretten de volgende monoloog:

Geen compromissen
‘Het dagboek is misschien niet de hoogste vorm van literatuur, maar wel de meest waarachtige. Al maak je toch gebruik van je geheugen, hoe snel je ook naar de pen grijpt. Een paar minuten nadat je iets beleefd hebt, is het al geschiedenis geworden: een verhaal. Dat verklaart misschien waarom men gefascineerd kan raken van een minutieus beschreven bestaan, hoe gewoontjes ook. Op een bepaalde manier is het tegelijk de absolute waarheid én fictie en in dat kader literatuur waar je niet precies de vinger op kunt leggen.

Ik wilde bij het schrijven van deze cyclus zo eerlijk mogelijk zijn. Dan kún je eenvoudigweg geen compromissen sluiten. Het kan zijn dat je de mensen in je naaste omgeving kwetst, maar je schrijft niet voor je geliefde of voor je familie en je vrienden. Je bent in dienst van de woorden, haast alsof je geen vrije wil hebt. Je ziet soms dat in biografieën de vervelende gebeurtenissen en onaangename eigenschappen worden weggepoetst. Ik wilde juist de mens achter de schrijver laten zien, met al zijn gebreken en nare kanten. Eigenlijk richt ik alle gifpijlen naar binnen. Ik ben een twijfelaar, een ontevreden verliezer, wel het type dat met een grote knal ten onder gaat. Er is een zekere moed voor nodig om zo open over je ideeën en diepste gevoelens te berichten, maar ik ben in wezen een enorme lafaard. Je kunt alleen op deze wijze schrijven als je jezelf niet al te serieus neemt. Sterker nog: je moet geen shit om jezelf geven.

Bol van paradoxen
Ik zit in Mijn strijd achter slot en grendel, in eerste instantie in de gevangenis van het gezin, maar natuurlijk ook in de kerker van het schrijven. Ik wilde me van de ketenen bevrijden door wat mij bewoog bijna organisch vast te leggen, gebruikmakend van de stroom van het onderbewustzijn. Je zou mij een manische prediker kunnen noemen. Daarom kon ik ruim drieduizend pagina’s in amper twee jaar schrijven. Inmiddels is de storm binnen in mij een beetje uitgewoed, al kan er zomaar ineens, schijnbaar zonder een directe aanleiding, weer een stevige wind opsteken.

Ik was en ben nu eenmaal alleen écht gelukkig wanneer ik aan het schrijven ben. Dat heeft me al heel veel gekost, niet alleen hoofdbrekens. Ik behoor tot die categorie auteurs die het eigenlijk zonde van hun tijd vinden om zich met iets anders bezig te houden: het huishouden, je geliefde, de kinderen, de sleur van alle dag. Ja, natuurlijk ook met interviews en lezingen. Al heb ik geleerd om dat als een aparte job te beschouwen. Het is walgelijk om jezelf te promoten, in interviews pleeg je vaak verraad aan je ware ik. Je moet niet denken dat je bijzonder bent. Ja, ik sta bol van paradoxen, net als mijn boeken. Ik houd helemaal niet van aandacht en toch sta ik midden in de belangstelling. Let wel: in mijn teksten!

Nieuw leven
Met het schrijven probeer ik mijn verloren ernst te herwinnen. Ik wil graag vrij zijn, als individu en als schrijver. Te veel mensen proberen uniek te zijn door de idealen van een groep na te streven. In wezen is Mijn strijd een precieze weergave van mijn zoektocht naar taal en vorm, naar iets nieuws in de literatuur. Eén groot essay over schrijven, vandaar dat de boeken geen plot hebben. En dat is ook niet van belang. Ik heb daarnaast mijn filosofieën kunnen spuien en mijn visie op de maatschappij.

Tweeverdieners die kinderen vaak zien als accessoires, compleet met designerkleding. Het vaderschap, voor mij opnieuw een paradox. De enorme gebeurtenis van de geboorte ten opzichte van de dagelijkse trivialiteiten die bijna onherroepelijk tot irritatie lijden. Waarom geef ik de verfoeilijke waarden van mijn eigen vader door? Waarom kan ik niet tevreden zijn met wat ik heb? En wat is dat met de liefde dat ze weer wegneemt wat ze ooit heeft gegeven? Dat alles is kennelijk herkenbaar voor velen. Kinderen zijn het leven, schrijven is de dood, alleen de lezer kan de tekst nieuw leven inblazen.’


Foto: Kjetil Ree.
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Brad Watson Door Guus Bauer (09-01-2019)
De taal voor het publieke gerecht Door Guus Bauer (11-12-2018)
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)