Interview met Karlijn Stoffels
‘Familie raakt elkaar nooit meer kwijt’
Door Annemiek Neefjes (17 februari 2011)


‘Sommige verhalen die in Zuiderzeeballade staan, had ik dertig jaar geleden ook al geschreven. Kennelijk zat dit boek in die tijd al in mijn hoofd. Toen ik die oude stukken een paar jaar geleden weer oppakte zag ik: ik kon helemaal nog niet schrijven. Het was te letterlijk, heel saai.’

Karlijn Stoffels (1947) is vooral bekend als kinderboekenschrijver. Ze debuteerde in 1996 met Mosje en Reizele, waarvoor ze een Gouden Zoen kreeg, en publiceerde daarna onder andere Koningsdochter, zeemanslief, dat voor de Gouden Uil werd genomineerd, en drie delen van ‘De bende met de zwarte hond’. En nu is dus Zuiderzeeballade verschenen, een roman voor volwassenen. Het boek vertelt intens en beeldend de geschiedenis van een familie, van eind negentiende eeuw tot het heden, van Zeeland tot Amsterdam, van boeren en ambachtslieden tot advocaten.

Schoonheid
En laat ze nu gelijk maar duidelijk zijn: een vraag over het autobiografisch gehalte van het boek zou haar storen. ‘Mijn roman en die letterlijke verhalen van dertig jaar geleden kun je op precies dezelfde wijze samenvatten. Het geeft aan dat zo’n samenvatting nooit klopt,’ stelt ze. ‘In de roman heb ik schoonheid willen brengen, door zinnen ritmisch te maken, door zorgvuldig te schrijven, door op tijd op te houden met scènes, zeg maar voor de deur van de slager. En ik geef de roman iets surreëels, dat vind ik in al mijn werk belangrijk. Nederland is best exotisch, je moet het alleen willen zien.’

In Zuiderzeeballade ontstaat het surreële onder meer door de bejaarde Hanna, de moeder van Mati. Hanna ligt in een verpleeghuis en is veeleisend, onredelijk en op haar manier humorvol. Zij is de spil van het boek, want door haar wordt Mati keer op keer het verleden in getrokken. Stoffels: ‘Mati weet dat met Hanna een hele eeuw dood zal gaan. Als ze bij haar moeder op bezoek gaat, maar vooral als ze het ouderlijk huis in Amsterdam opruimt, dringt het verleden zich bij haar op. Een ouderlijk huis zit vol primary impressions. Zo’n groot stopcontact zoals je die nu niet meer hebt, zo’n varkenssnuit met enorme neusgaten, brengt bijvoorbeeld heel wat op gang.’

Recente Nederlandse geschiedenis
Voor haar boek heeft Stoffels ruimschoots gebruik gemaakt van oral history. ‘Mijn moeder praatte wel veel, maar ze kon niet vertellen, maar mijn vader, die nu zesennegentig is, kan dat wel - als hij ten minste geen mening heeft. Het verhaal over de Grebbeberg, waar hij met zijn bataljon in mei 1940 vocht tegen de Duitsers, heb ik zó van hem overgenomen.’ Ze zet een zware stem op. ‘Toen we werden beschoten, dook iedereen de greppel in. Mijn weg werd versperd door een berg lukraak neergesmeten fietsen.’ Weer gewoon: ‘Ook van mijn achteroudoom in Zaamslag in Zeeuws-Vlaanderen heb ik heel wat gehoord.’

Daarnaast las ze boekenplanken vol. Ze had mazzel, zegt ze. In de periode dat ze research deed, verschenen er titels die haar van pas kwamen, zoals over advocatuur in oorlogstijd. Ze was toen juist te weten gekomen dat haar opa, een Amsterdams advocaat en procureur, Portugese joden had gered door herzieningsverzoeken te schrijven waarin de joodse afstamming werd betwijfeld. Soms werden ook stambomen vervalst. ‘Het is recente Nederlandse geschiedenis, waar nog weinig over bekend is,’ zegt Stoffels. ‘Een paar weken geleden overleed advocaat Jaap van Proosdij, die op mijn grootvaders kantoor werkte. Er stond een berichtje over hem in de krant.’

Stoffels had verzonnen dat grootvader Krijn in Zuiderzeeballade een Duitse rechter trakteert op jenever en sigaren, om hem in te palmen. Later vond ze bij het NIOD een brief van haar grootvader, waarin hij exact zo’n scène beschrijft, met sigaren en al. ‘Het komt wel vaker voor dat ik achteraf bevestiging vind van wat ik heb geschreven.’

Rijke mozaïek van verhalen
In de roman speelt erfelijke bepaaldheid een belangrijke rol. Zo keert de liefde voor zang en poëzie in iedere generatie wel bij iemand terug. De genetische overdracht van eigenschappen dient als cement in het boek, het houdt het rijke mozaïek van verhalen bij elkaar. Maar erfelijkheid heeft voor Stoffels ook een emotionele lading. ‘In de roman kijkt Maarten vanaf een ladder neer op zijn kleindochter Hanneke en denkt: je lijkt op mijn vrouw Hanna. Nu ik dit zeg, krijg ik gelijk al tranen in mijn ogen. Zo’n gedachte als die van Maarten is troostrijk, god weet waarom.’

‘Zo gingen die beiden tezamen’, denkt Maarten als hij in de hongerwinter met een hoogzwangere Hanna de zware tocht maakt vanuit Amsterdam naar Zuid-Holland, waar in ieder geval wat te eten zal zijn. ‘Een mooie zin, een Psalm,’ zegt Stoffels. ‘Die zin is een metafoor voor het boek. Zeg ik nu hoor, als ik schrijf bedenk ik zoiets niet. We blijven tezamen, dat is wat Maarten zich realiseert als hij jaren later gaat scheiden van Hanna. Hanna zit in al zijn kinderen. Familie raakt elkaar nooit meer kwijt.’

Te midden van de blonde koppen bevindt zich in iedere generatie een ‘zwart schaap’, een kind met zwart krulhaar, een gebogen neus en diepdonkere ogen. Ook dat is erfelijke overdracht. Eind negentiende eeuw heeft Saartje een buitenechtelijke liefde met de joodse muzikant Jakob Mosterd gehad en daaruit is Jakoba voortgekomen. Of de familie daadwerkelijk een joodse tak heeft kan Stoffels niet met volle zekerheid zeggen. ‘Wat zeker is, is dat de familie in die tijd in Gouda woonde. Wat ook zeker is, is dat daar toen een synagoge werd gebouwd, wat een hele gebeurtenis was. En wat zeker is, is dat er een buitenechtelijk kind is geweest, met een joods uiterlijk, als er zoiets bestaat. Hier omheen heb ik dat verhaal gemaakt.’

Het lot
In de roman heeft ook het lot een sterke stem. De dingen gaan zoals ze gaan, als individu heb je niet zoveel in te brengen. Als de ‘geboren onderwijzeres’ Pi met onderwijzer Teun trouwt, stopt zij met werken, zo is het nu eenmaal. Haar werkvloer is voortaan de keuken en het erf. Als Hanna vlak na de Tweede Wereldoorlog depressief raakt, zegt de huisdokter tegen Maarten: ‘Alle vrouwen willen kinderen, hoe meer hoe liever. Maar ze stribbelen altijd tegen.’ Baren is de remedie, ook al zijn er al twee koters, heerst er armoede en is Maarten door de week nooit thuis, omdat hij onder het Militair Gezag moet dienen. ‘Zulke dokters waren er toen echt!’ roept Stoffels uit.

Het voordeel van het lot is dat de schuldvraag niet speelt, zegt Stoffels. ‘Wie is de schuldige in de scheiding, bijvoorbeeld.’ Er schiet haar een scène te binnen uit haar boek, waarin Mati in een bus met klimaatbeheersing zit. ‘Het systeem werkt niet en Mati krijgt het snikheet. Die scène illustreert misschien wel het misplaatste verlangen naar het willen beheersen van alles. Als het nodig is een raampje openschuiven werkt beter.’

Het lot betekent voor Stoffels ook weer niet dat er nooit iets verandert. ‘Alle mensen zijn sterfelijk van Simone de Beauvoir vond ik deprimerend, hierin is het leven een eeuwige herhaling. In heb ik juist variatie willen brengen, met al die verschillende tijden en families. Die geven de smaak en kleur aan het boek.’


Zuiderzeeballade verschijnt op 1 maart. In april komt een herdruk uit van het kinderboek (12+) Mosje en Reizele.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Yves Petry Door Guus Bauer (15-03-2019)
Interview met Ron Wunderink Door Guus Bauer (04-03-2019)
Interview met Jón Kalman Stefánsson Door Guus Bauer (28-02-2019)
Interview met Tommy Orange Door Guus Bauer (19-02-2019)
Interview met Mira Feticu Door Guus Bauer (11-02-2019)