Interview met Lisa Moore
‘Het is makkelijk om je verantwoordelijkheid te vergeten als er geld in het spel is’
Door Fleur Speet (8 juli 2010)


Nooit eerder maakte ik zo’n genante fout als in het interview met de uiterst sympathieke Lisa Moore, een Canadese auteur met veel gevoel voor humor. Haar debuutroman Alligator haalde de longlist van de Orange Prize, maar per abuis stel ik als eerste vraag hoe ze het vindt dat haar nieuwste roman, Februari, genomineerd is voor deze prijs, terwijl het boek in feite op de shortlist van de Commonwealth Writers Prize staat. Maar ze neemt het met een lach. Haar eerste reactie: ‘It isn’t, but I think you should print it.’ Tijdens het interview wordt het een running gag. Steeds komen we er op terug en vinden we uiteraard allebei dat ze de Orange Prize zelfs had moeten winnen (in plaats van Barbara Kingsolver met The Lacuna). Juist omdat haar boek zo onopvallend een ultieme mix is van mannelijk en vrouwelijk leven: het combineert het fragiele met kracht en doorzettingsvermogen. Juist omdat Februari op zo’n intrinsieke manier het verteren van verdriet vertolkt.

De hoofdpersoon van de roman, Helen O’Mara, verloor vijfentwintig jaar geleden haar echtgenoot Cal. Hij werkte in 1982 op het booreiland Ocean Ranger, voor de kust van Newfoundland, dat tijdens een storm in februari dat jaar zonk. Alle 84 werknemers kwamen daarbij om. Het is een van de grootste rampen in de offshore. In het heden van de roman, in november 2008, zijn de vier kinderen van Helen de deur uit en wordt haar zoon zelf vader. Ze probeert de scherven van het verleden bijeen te rapen, zodat zij eindelijk haar hart kan openen voor een nieuwe liefde.

Het is een rauw boek over 26 jaar rouw.
‘Maar het is ook een vrolijk boek. Helen verstelt bruidsjurken, wat buitengewoon optimistisch is, ze date online, ze reist met haar zus en zorgt met veel plezier voor haar kleinkinderen; ze staat volledig in het moderne leven en is ook humoristisch. Maar de lezer heeft toegang tot haar emotionele bestaan. Sommige mensen vinden het moeilijk te verteren dat ze haar echtgenoot al 26 jaar intens mist, maar ik vind dat juist hoopvol. Het betekent dat we voortleven als we geliefd zijn. Ik zou het veel droeviger vinden als we vergeten worden. Ik vermoed dat sommige mensen bang zijn voor zoveel betrokkenheid, dat pijn zo lang en diep kan blijven. Maar volgens mij biedt die pijn juist de mogelijkheid ook schoonheid met dezelfde intensiteit te ervaren.’

Hoe kan het dat pijn en schoonheid zo samenhangen?
‘Wanneer je iemand verliest, realiseer je je hoe waardevol het leven is. Al je zintuigen staan op scherp. Een vriendin van me lijdt aan reuma en doorstaat veel pijn. Haar pijn, zo vertelde ze me, herinnert haar eraan hoe prachtig haar lichaam werkt, wat een geweldige machine het is. Normaal gesproken vergeet je dat. Zo gaat het ook met schoonheid. Wanneer je dichtbij de dood komt, zijn kleine dingen opeens veel groter en heviger in hun voorkomen. Door het besef dat je leven eindig is, zie je des te meer hoe kostbaar alles is. Ik ben heel dankbaar dat je iemand blijft missen na diens dood. Zonder dat gemis zou het leven veel minder diepte kennen. Mijn vader overleed toen ik 16 was, mijn ouders waren verschrikkelijk verliefd op elkaar. Mijn moeder is er nooit overheen gekomen, ondanks dat ze een opgewekte vrouw is. De ramp met de Ocean Ranger kwam twee jaar later, ik herinner het me nog. Die twee dingen zijn in dit boek samengekomen.’

Het lijkt me verschrikkelijk moeilijk over zo’n publiek gevoelig onderwerp te schrijven, terwijl je nog steeds in Newfoundland woont.
‘Dat was het ook. Het raakt iedereen in Newfoundland, tot op de dag van vandaag. Als erover gepraat wordt, barsten mensen nog steeds in tranen uit. Ieder jaar is er een ceremonie, de media besteden er veel aandacht aan. Zo leeft het verleden ook verder. Daardoor was ik doodsbang terwijl ik dit verhaal schreef. Anderzijds, allemaal gaan we op een gegeven moment door diep verdriet. Ik heb niemand geïnterviewd, ik zou het nooit durven om iemands verhaal te stelen en ik zou het ook nooit goed hebben kunnen vangen. Daarom is het fictie geworden. De Newfoundlanders die ik sprak, vinden het treffend en oprecht.’

U maakt cirkels rondom de werkelijke toedracht, het officiële document. Het lijken wel cirkels van Polaroid-foto’s.
‘Grappig dat je dit zegt. Mijn vriendin, die het boek gaat verfilmen, wist nog niet hoe ze dat zou gaan doen, maar ze zei wel al het idee te hebben dat het moest gaan lijken op een doos omgekeerde Polaroids. Ik denk dat we in ons hoofd ogenschijnlijk chaotisch losse beelden met elkaar associëren. Als je probeert om alle gedachten terug te halen die je had voordat je dit interview begon te lezen, zul je merken dat je de hele tijd alle kanten opschoot; van verleden naar heden, naar toekomst. Het lijkt alsof er geen ordening in zit, maar die is er wel. De ene herinnering leidt tot de volgende; het is een spoor van emoties. Volgens mij denken we meanderend, intuïtief. Chronologie is daarbij niet altijd van belang, het gaat erom open te staan voor dwarsverbanden, andere vormen van logica. Dan ontstaan nieuwe betekenissen.

In de eerste les van de literatuuropleiding die ik volgde, zei de professor dat de aristotelische vorm van een plot, toewerkend naar een climax met een oplossing of besluit, een mannelijke, fallische plot is, gebaseerd op het mannelijke orgasme. Vrouwen hebben verschillende orgasmes, zodat een lineaire vorm niet volstaat, maar wel een cirkelende plot met meerdere spanningsbogen. Als we inderdaad beïnvloed worden door hoe ons lichaam werkt als we een verhaal vertellen, dan klinkt dit wel overtuigend. Februari is dus eigenlijk een multi-orgasmeboek. Typisch iets voor de Orange Prize, toch?’
[We lachen samen]

Tegelijk zet de roman aan tot serieus nadenken over de offshore-industrie.
‘Dat hoop ik. Ik wilde de lezer confronteren met de vraag: waarom zou een zoon die zijn vader in de offshore heeft verloren vanwege een onnozele fout zelf in de offshore gaan werken en winst boven veiligheid stellen? Ik wilde laten zien dat we allemaal omkoopbaar zijn als het op deze industrie aankomt. We vullen allemaal onze tank, we zetten onze verwarming aan, we doen het zonder na te denken over het feit dat mensen hun leven voor ons riskeren om dit mogelijk te maken. Gas winnen ís nog steeds een levensgevaarlijke bezigheid voor de mensen die op het booreiland werken. Het is makkelijk om je verantwoordelijkheid te vergeten als er geld in het spel is.’

Hoe lost u uw schuld in?
‘Ik schreef dit boek, ik mag zoveel gas en olie gebruiken als ik wil. Nee, het is ook een gewetensvraag voor mij, vóór het schrijven van dit boek al, maar ook beslist door het schrijven van dit boek. Ik ben onlangs vegetariër geworden en dat is een absurde daad omdat het weinig verandert, maar het helpt een beetje. Het zou pas echt zoden aan de dijk zetten als ik m’n auto laat staan of zelfs wegdoe, maar dat kan ik echt niet. Nu klinkt het boek bijna politiek, maar het is volgens mij meer filosofisch dan politiek. Het gaat over tijd en geheugen en hoe we ons leven ervaren, hoe groot het verschil is tussen hoe we handelen en hoe we denken.’

Helen kan het niet helpen dat ze herinneringen aan Cal toch kwijtraakt.
‘Ja, dat is triest. Ik werd immens verdrietig van de scène dat ze op het strand is op de plek waar zij en Cal ooit waren en dat ze zich voorstelt hoe hij dezelfde zou zijn gebleven als ze elkaar nu zouden ontmoeten. Als mensen overlijden worden hun levens afgekapt. Er komt geen toekomst meer bij en dus ook geen gedeeld verleden. Wat ikzelf het meeste vrees is dat wanneer ik doodga, ik het volgende moment mis. Als ik vandaag doodga, gaat alles hier gewoon door. Er schuilt iets ongelooflijk triests in dat allemaal te moeten missen. Niet alleen dat je je kinderen niet meer ziet opgroeien, of je kleinkinderen, maar dat je ieder klein moment zult missen, alles wat het leven vormt. Niet dat ik graag wil voortleven in mijn boeken of iets dergelijks. Dat interesseert me geen zier. Wat ik hoopvol vind en wat voor mij zin aan het leven geeft, is dat we nog zo lang na onze dood voortleven bij de mensen die ons liefhebben. Mensen leven voort.’



Foto's: Fleur Speet
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Yves Petry Door Guus Bauer (15-03-2019)
Interview met Ron Wunderink Door Guus Bauer (04-03-2019)
Interview met Jón Kalman Stefánsson Door Guus Bauer (28-02-2019)
Interview met Tommy Orange Door Guus Bauer (19-02-2019)
Interview met Mira Feticu Door Guus Bauer (11-02-2019)