Interview met Martin Michael Driessen
De menselijke grilligheid en onberekenbaarheid
Door Guus Bauer (4 december 2017)
Dat Martin Michael Driessen (1954) schrijfkracht heeft en intieme werelden weet op te roepen zonder het universele uit het oog te verliezen, weten we al lang, en zeker sinds de trilogie Rivieren, die met de ECI-literatuurprijs werd beloond. Ook in de roman De pelikaan laat Driessen wereldgebeurtenissen de verhoudingen tussen mensen kantelen. Ditmaal op een uiterst aanstekelijke wijze. Het is een tragikomedie die zich afspeelt in het Kroatische deel van het Joegoslavië van na Tito. De weergave van een intrigerend telefoongesprek:

Van bladzijde naar bladzijde
Driessen: ‘Voordat ik iets op papier zet, heb ik er lang over nagedacht. Het duurt soms jaren voordat ik klaar ben om iets bepaalds te gaan schrijven. Ik maak van tevoren nooit storyboards, hang geen schema’s of beschrijvingen van personages boven mijn bureau. Ik schrijf meestal chronologisch en hoef niet veel te schrappen, aangezien ik pas schrijf als me heel duidelijk voor ogen staat wat ik wil schrijven.’

‘Er zit een zeker verrassingselement in die manier van werken, en ik denk dat dit de oorspronkelijkheid van de tekst ten goede komt. Als ik vertaal lees ik ook nooit vooruit, maar ga van bladzijde naar bladzijde; dat is in zekere zin bewerkelijk, omdat het me vaak dwingt met terugwerkende kracht consistentie aan te brengen – maar het grote voordeel is dat je genoopt bent altijd de hele tekst in je hoofd je te hebben, waardoor je een hechte band met het hele project onderhoudt. Mijn eigen boeken ken ik nog lange tijd vrijwel geheel uit mijn hoofd.’

Chantage
‘Een schrijver is altijd op zoek naar motieven. Ik ben vooral op zoek naar een fusie tussen verschillende verhalen die ik op reis, in gesprekken, of bij het fantaseren heb opgedaan. Verhalen die tegen elkaar aan schuren, leveren een nieuw totaal op. En vaak ook vinden de verhalen jou, klampen ze zich aan je vast.’

‘In het geval van De pelikaan had ik allereerst het gegeven van de wederzijdse afpersing gevonden. Ik had al langer over de verschillende vormen van chantage nagedacht. Op een bepaalde manier chanteren mensen elkaar altijd in meer of mindere mate, denk ik. Niet per se fysiek, het is vaak eerder emotioneel. Die onderlinge verstrikking van de personages was dramaturgisch al interessant genoeg, het had ook bij een komisch kort verhaal of een novelle kunnen blijven, maar ik voelde intuïtief dat er meer nodig was, dat ik als schrijver meer uitgedaagd moest worden, dat ik de lezer meer wilde bieden. Vandaar deze roman, waarin ik een eigenlijk triviaal persoonlijk drama in een groot historisch perspectief probeer te plaatsen.’

Absurdistisch maar realistisch
‘Postbode Andrej begint Josip, de chef van de kabelspoorbaan, uit een soort geldingsdrang te chanteren. Hij heeft Josip met een struise dame gezien, iemand die beslist niet diens feeksachtige vrouw is. In het begin is de afpersing vrij gratuit, en zou Andrej nog op zijn schreden kunnen terugkeren. Het had allemaal niet gehoeven, maar allengs sluipt er een onontkoombaarheid in de situatie. Het is de menselijke grilligheid en onberekenbaarheid die ik wilde schetsen. Het gegeven dat mensen elkaar goeds en kwaads aan doen – en dat het daarbij vaak om dezelfde mensen gaat.’

‘En ik vond een dergelijke situatie, van twee mensen die elkaar afpersen zonder te weten dat hun slachtoffer zelf ook dader is – die samen een gesloten boekhouding voeren – ook aandoenlijk. Komedie is méér dan leedvermaak. Absurdistisch, maar realistisch, zeker in de setting waarvoor ik heb gekozen: een desintegrerend Joegoslavië na de dood van Tito eind jaren tachtig. Een samenleving die afbrokkelt, maar waar de regels van de heilstaat nog doorgalmen. Het is niet zo eenvoudig om van de ene op de andere dag de afwachtende houding, het gedeisd houden, van je af te zetten. Pas toen ik me realiseerde dat ik zo’n stagnerende samenleving nodig had als decor, kwam dit totaalbeeld voor mij tot leven.’

Vervreemding
‘In de jaren zestig en zeventig ging ik met mijn ouders regelmatig naar Joegoslavië, dat was destijds een geliefde vakantiebestemming. De kale rotskust, de eilandjes, de gastvrijheid, het ongerepte van de natuur hebben op mij als kind een zeer sterke indruk gemaakt. Dat lieflijke, dat tijdloos idyllische had ik nodig als tegenwicht. Het zorgt in de roman voor een soort spanning met de manier waarop de bewoners met elkaar omgaan. Het heeft me de sfeertekening van de roman opgeleverd die, naar ik heb horen zeggen, precies aansluit bij de vervreemdende sfeer van het voormalige Oostblok.’

‘Ik heb die vervreemding overigens nog aan den lijve ondervonden: als regisseur heb ik net na de val van de Berlijnse Muur veel te maken gehad met acteurs die in de DDR waren opgeleid. Hun afwijkende mentaliteit viel me toen ook al op. Ze waren bijzonder pragmatisch, hadden nog steeds last van een zekere lafheid – ooit opgelegd en afgedwongen, en nooit overwonnen – ondanks het feit dat ze veel beter geschoold waren dan hun westerse collega’s. Het niet kunnen tonen van je echte gezicht is voor een regisseur natuurlijk intrigerend.’

De grote geschiedenis
‘De grote geschiedenis is voor de meeste mensen alleen interessant in zoverre die hen zelf raakt. “Als zelfs de Romaanse kathedraal van Zadar door Servisch mortiervuur kon worden verwoest, dan was het niet ondenkbaar dat men een bom op zijn eigen huis zou krijgen.” Zo werkt het toch? Bij alles wat we nu over Kim Jong-Un horen vragen we ons in de eerste plaats af, of zijn kernkoppen ons en onze kinderen kunnen bereiken.’

‘De aanstaande Balkanoorlog moest te voorvoelen zijn, middels kleine telling details, vooruitwijzingen, kleine veranderingen in de omgang met elkaar. Plots kopen de Kroaten niet meer bij de Servische groenteman, plots moet er gekozen worden, is het zelfs van belang welk merk sigaretten je rookt. Eerst nog figuurlijk, maar later letterlijk met het mes op de keel. Langzaam dringt de chaos in de tekst, net zoals die in een dergelijke crisissituatie heel geniepig bezit neemt van het dagelijkse leven.’

Antisemitisme
‘Ook in deze roman speelt het antisemitisme weer een belangrijke rol, net als in mijn eerdere vertellingen. Waarom? Ik ben gefascineerd door de macht van het vooroordeel. Ik geloof dat vooroordelen ook de levens van ons, moderne en verlichte mensen, in veel grotere mate bepalen dan oordelen. Een oordeel is in mijn ogen niet veel meer dan een vooroordeel met een alibi. En omdat antisemitisme in onze ogen zo’n beetje de meest verwerpelijke vorm van racistisch vooroordeel is, instrumentaliseer ik dat voortdurend als ik de afgronden van wederzijds onbegrip ter sprake wil brengen.’

‘In De pelikaan bijvoorbeeld in de gestalte van de oude fotograaf Schmitz, een onverbeterlijke fascist en antisemiet, die een grote invloed op de jonge Andrej uitoefent door in te spelen op zijn eerzucht en ijdelheid. Want Andrej wil zich onderscheiden, het is niet alleen een laakbare criminele energie maar ook een heel begrijpelijke jeugdige ambitie die hem op het slechte pad brengt.’

Spartelen
‘De kleine mensen in mijn roman spartelen en worstelen om iets van hun leven te maken, op zoek naar erkenning en liefde, en het onberekenbare noodlot – in de vorm van een alles regulerende overheid, of in de vorm van de Tweede Wereldoorlog en uiteindelijk de Balkanoorlog – doet hun streven maar al te vaak teniet. De comédie humaine is voor mij zowel een onuitputtelijke bron van vermaak als van inspiratie. Ik beschouw mezelf niet als een pessimist.’

Foto: Chris van Houts
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Gunnhild Øyehaug Door Guus Bauer (06-08-2018)
Interview met Marek Šindelka Door Guus Bauer (13-06-2018)
Interview met Sara Baume Door Guus Bauer (15-05-2018)
Interview met Olivier Guez Door Guus Bauer (26-04-2018)
Interview met Jaroslav Rudiš Door Guus Bauer (09-04-2018)