Interview met Meir Shalev
‘Literatuur is denk ik de laatste plek waar puur individualisme bestaat’
Door Fleur Speet (13 oktober 2010)


De Israëlier Meir Shalev verenigt in vrijwel al zijn boeken vele verhalen. Het is een van zijn stijlkenmerken dat hij een gebeurtenis beschrijft vanuit verschillende hoeken. In Het zat zo is dat al niet anders. Deze roman is opgedragen aan zijn ooms en tantes en gaat over zijn grootmoeder, een immigrante uit de Oekraïne die met ijzeren discipline haar boerderijtje in een mosjav in Israël schoonhoudt. Rode draad is het verhaal over de Amerikaanse stofzuiger die zoveel stof in zijn buik bewaart, dat oma Tonia de stofzuiger in de badkamer opsluit en nooit meer gebruikt.

Eerst: wat is een mosjav precies?
De mosjav en kibboets van vandaag zijn niet te vergelijken met die van vroeger. In het begin was alles in een kibboets gemeenschappelijk bezit. Men at in één kamer, zelfs je kleren waren niet van jezelf. Kinderen werden naar het Huis van de Kinderen gebracht waar professionele kindermeisjes hen verzorgden. De originele kibboets is de enige plek op de wereld waar het echte communisme werd uitgeoefend. De ‘founding fathers’ kwamen rechtstreeks uit de Russische revolutie en wilden hun idealen voortzetten. Maar het is tegennatuurlijk. De mosjav ontstond als reactie op de kibboets en kende meer persoonlijke vrijheden. Iedereen had in de mosjav zijn eigen huis, zijn eigen geiten en koeien. De landbouwmachines en het land werden gedeeld en ook kon je alleen maar via de organisatie verkopen en kopen. Mijn oma wilde een eigen boerderij. Bovendien plaatste ze het familieleven in het centrum van haar bestaan. Het ging haar om het privé-leven, niet om het gemeenschappelijke.

Het gaat u om hetzelfde in dit boek.
Het gaat me om hetzelfde in mijn léven. Dat erfde ik van mijn oma, dat fanatische individualisme. Maar ik kan het goed inzetten voor mijn werk. Een schrijver werkt immers alleen, die heeft niet eens een leerling of assistent. Zelfs de lezers zijn individualisten wanneer ze in eenzaamheid het boek tot zich nemen. Literatuur is denk ik de laatste plek waar puur individualisme bestaat.

En internet, is dat niet ook een individualistische plek?
Daar snap ik weinig van. Ik ben niet tegen moderniteit, maar op internet bestaan volslagen zieke gemeenschappen van zogenaamde vrienden die je niet ziet of aan kunt raken, die je niet zoent, slaat of ruikt. Het is als het spelen van een sociaal computerspel met echte mensen. Dat komt ongetwijfeld door eenzaamheid in onze maatschappij.

Maar met de personages in uw boek krijg ik ook een band zonder hen te kunnen voelen.
Oké, maar je weet dat zelfs de schrijver ze niet omhelst heeft omdat ze verbeeld zijn en dus onecht. Die deal maak je in literatuur, terwijl de mensen die je via internet ontmoet wel echt bestaan. Dat vind ik echt weerzinwekkend.

Er bestaat een enorme behoefte aan echtheid. Dat zie je onder meer in de hoeveelheid familiegeschiedenissen die succesvol zijn. Wat maakt een familiegeschiedenis boeiend?
Er bestaan ontzettend veel families zonder interessante verhalen. In mijn familie zijn vele leden oninteressant om over te schrijven, mijzelf incluis. Zodra ik aan een autobiografische roman begin, wordt het saai. Mijn grootouders maakten grote sociale en politieke omwentelingen mee, ze kwamen uit Rusland, bekeerden zich tot het zionisme, kwamen naar Israël en begonnen een nieuw leven op te bouwen als achttienjarigen. Ook op het romantische vlak is hun verhaal boeiender, misschien omdat het leven harder was. Daarbij, iedereen in het dorp herinnert zich mijn grootmoeder nog, en niet per definitie met genoegen. Velen waren uiterst kritisch over haar, ze was altijd controversieel. Ze werd een literaire held door het boek. Lezers in Israël bezoeken nu het dorp en haar graf. Mijn oma was vastberaden, obsessief in haar emoties over anderen. Ik ben de enige die nooit mot met haar kreeg, iedereen heeft ruzie met haar gehad. Ik was haar eerste kleinzoon, misschien daarom. Maar ongetwijfeld speelde ook een rol dat zij graag verhalen vertelde en ik graag naar verhalen luisterde.

Waarom was het niet saai om naar de verhalen van uw oma te luisteren?
Omdat ze me nooit probeerde te onderwijzen. Ze gaf wel aan wat ik moest doen om haar niet kwaad te krijgen, maar verder was ze gespeend van moralisme. Daarbij wist ze het ook magisch en levendig te vertellen.

Stijl, dat is het?
Ik denk het. Op mijn beurt probeer ik de lezer van dit boek deel van de familie te maken door de stijl: door herhalingen, door direct aan te spreken. Gogol sluit in zijn werk vaak een bondje met de lezer, daar hou ik van, van die inbreuken. Ik heb hier hetzelfde gedaan. Ik wilde meer dan in m’n andere boeken het orale verhaal in stand houden, in stijl en atmosfeer. Veel van mijn vrienden gebruiken familie-uitdrukkingen die in het boek staan, omdat ze blijkbaar zo talig en aanstekelijk zijn. Dat vind ik een groot compliment.

Was het moeilijk, een monument te maken?
Nee, het schrijven was niet moeilijk. Maar de passages over mijn moeder, die te jong is gestorven, waren wel zwaar. Ik schreef al eerder over mijn moeder en grootmoeder in andere romans. In Fontanel kun je veel uitdrukkingen van mijn oma vinden. Het zat zo is een memoire. Het is de eerste keer dat ik de echte namen gebruik en foto’s in het boek opneem. Alles wat over mij gaat is allemaal precies hoe ik het me herinner. Maar het geheugen is onbetrouwbaar en flexibel. Daarom kun je het geen biografie noemen. Het boek zal niet door de familierechtbank worden geaccepteerd. In onze familie spreekt iedereen elkaar constant tegen. Als oma zei: het zat zo, zei een ander: nee, het zat zo. Ze vechten elkaar de tent uit om onnozele details, zoals over de vraag: hoeveel koeien hadden we in 1952?

Is het een zegen uit zo’n familie te komen?
De familie van mijn moeder is er een van verhalenvertellers, met mythische elementen, de cultuur van het platteland. De familie van mijn vader is een stadse, dat zijn de dichters, de wiskundigen, de docenten. Mijn kennis van de literatuur, de scholastiek, de rijkdom van de taal en de diepgravende kennis van het Hebreeuws, komt van mijn vader. Toen ik drieënhalf was leerde ik al lezen en schrijven. Maar de verhalen, de inhoud, de manier waarop ik naar de dingen kijk, komen van mijn moeder. Misschien komt het goede geheugen voor details van mezelf. Dat completeert volgens mij het schrijverschap. Daaruit kan ik putten. Maar verder is het hard werken, iedere dag zwoegen in de donkere, rulle aarde.

Hoe gaat het schrijven?
Ik begin met fragmenten, tot ik er een stuk of honderd heb. Dan schrijf ik de titels op kleine kaartjes die ik op de vloer leg. Dan mag niemand meer in m’n kamer komen, er mag zelfs niet gezogen worden. Dan verplaats ik de kaartjes. Dat kan wel even duren. Langzaamaan ontstaat er een structuur, het moeilijkste onderdeel. Vooral in dit boek, omdat ik heen en weer slinger door de tijd. Pas als de structuur er is, begin ik weer met schrijven. Dan is het eindeloos polijsten.

Is er competitie in uw familie, met zoveel schrijvers?
Geenszins, iedereen leest anders en leest andere literatuur, er bestaan verschillende smaken en onze literatuur is onvergelijkbaar. Zeruya Shalev, mijn nicht, is volgens mij in Frankrijk en Duitsland de beroemdste Israëlische schrijver (met onder meer De tweede familie en Man en vrouw). Ik ben misschien wat bekender in Israël en Nederland. Maar we zijn goede vrienden. Haar broer is trouwens ook schrijver, naast wiskundige. Ik was liever wiskundige geweest, maar heb twee linkerhanden en verdwaal in cijfers. Een wiskundige moet inventiever zijn dan een schrijver, die mag de boel niet belazeren, die mag niet liegen, want dan valt hij direct door de mand. In de literatuur daarentegen hebben oplichters en charlatans alle ruimte.

Foto bovenaan: Klaas Koppe
Foto's onderaan: Fleur Speet
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Chrétien Breukers Door Guus Bauer (27-11-2019)
Interview met Marijke Schermer Door Guus Bauer (13-11-2019)
Interview met David de Poel over Frans Pointl Door Guus Bauer (01-10-2019)
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)