Interview met Michiel van Kempen
‘Je wordt als mens steeds weer opnieuw in een vreemde wereld geplant’
Door door Annemiek Neefjes (16 juni 2006)


Zijn wielkoffer ratelt over de keitjes van de Amsterdamse binnenstad. Onder de arm houdt hij een paraplu. ‘Amsterdam University 1632’ staat erop, net als op zijn baseballpet. Michiel van Kempen, schrijver en groot kenner van de Surinaamse literatuur: ‘Ik lijk wel lid van het promotieteam van de Universiteit. Wilt u een sticker?’ Hij prijst zijn nieuwe bezit op wieltjes: ‘Ik zeulde altijd maar met plastic tassen vol boeken, zo’n koffer is reuze handig. Gekocht bij de Lidl. Goede kwaliteit, hoor.’

De onderzoeker en de schrijver
Van Kempen (1957) wordt bij de UvA per 1 september benoemd als buitengewoon hoogleraar West-Indische letteren. Een geschiktere kandidaat had men niet kunnen vinden (hoewel het hoogleraarschap behalve de Surinaamse ook de Arubaanse en Antilliaanse letteren betreft). Talloze studies en bloemlezingen publiceerde hij, culminerend in de tweedelige, indrukwekkende Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur (2003). Van Kempen: ‘Ik dacht juist: moet ik me niet eens in iets heel anders verdiepen, moet ik Suriname niet eens vaarwel zeggen? Nu kom ik er voorlopig niet vanaf.’

We zitten op een terras vlakbij de Dam. Vanwege zijn naderende aanstelling heeft hij in het centrum alvast een klein pied-à-terre betrokken. Met zijn vrouw en achtjarige tweeling woont hij in Wallonië. Hij vertelt dat de twee kanten in hemzelf – de onderzoeker en de schrijver – altijd om de voorrang strijden. ‘Ik heb een dienende kant, maar zeker toen ik klaar was met mijn tweedelige studie, snakte ik ernaar om weer een roman te schrijven. Om dat te kunnen moet je hoofd volledig vrij zijn, alles draait alleen nog om het boek.’

Zijn roman Vluchtwegen is nu verschenen. Plaats van handeling: de Bijlmermeer, met als uitstapjes Suriname en Marokko. Tijd: de jaren tachtig tot 1992 (de Bijlmerramp). Als prelude beschrijft Van Kempen in het boek de periode van het ontwerp van de Bijlmer. ‘In de jaren zestig werd dit gebied vanuit een utopische visie ontwikkeld, vanuit een sterk geloof in de maakbaarheid van de samenleving. In mijn literaire werk schrijf ik over de grote idealen die ons land heeft gekoesterd én over de onvermijdelijke mislukkingen ervan. Megalomane plannen kunnen niet anders dan stuk lopen op de realiteit.’

Wat voorafging aan ons multiculturele heden
In Vluchtwegen representeert de opbouwwerkster Hella de idealistische generatie. ‘Ze heeft het goed voor met de geïmmigreerde medemens in de Bijlmerflats,’ zegt van Kempen, ‘maar ze helpt vanuit háár opvattingen over wat goed voor ze is. Dat is de kern van het boek: mensen projecteren hun eigen idealen op de wereld, ze gaan ervan uit dat de wereld zich inderdaad naar hun visie plooit. Niemand in mijn roman is in staat zich werkelijk in een ander te verplaatsen.’

Van Kempen wilde niet schrijven over onze huidige multiculturele samenleving. ‘Daarover lees je al iedere dag in de krant. Ik was juist nieuwsgierig naar wat er aan ons multiculturele heden is voorafgegaan. Ik heb me er altijd over verbaasd dat in de Nederlandse literatuur geen verantwoording wordt afgelegd van de fundamentele veranderingen in onze maatschappij. Voor de meeste schrijvers is het centrum van de wereld nog altijd de grachtengordel.’

Eind jaren tachtig ging Van Kempen in de Bijlmer wonen. ‘In mijn flat Groeneveen woonden toen mensen uit 117 landen, op een totaal van 480 woningen. ‘Hier zag je het multiculturele Nederland in het klein.’ In zijn boek komt een Marokkaans gezin voor, waarvan de vader zich de Hollandse mentaliteit van ‘ieder doet maar wat ie wil’ heeft eigen gemaakt. Zijn drie puberzonen willen niets van dit relativisme weten. ‘De eerste generatie allochtonen voelde zich op zijn gemak hier,’ zegt Van Kempen, ‘maar hun kinderen juist niet. Hoe kan dat? Misschien omdat zij de armoede van hun ouders niet kennen? Zij ervaren hun leven hier niet als een vooruitgang. Ze voelen juist de beperkingen, ze merken dat Nederlanders hen helemaal niet zien als “een van de onzen”. De drie broers vragen zich af: wie zijn we dan wél? Als ze met hun vader in Marokko op vakantie zijn, voelen ze zich deel van dat land. In Marokko was in de jaren tachtig de islam al geradicaliseerd. Daar komen ze ermee in aanraking. Ze identificeren zich ermee, bij gebrek aan een ander houvast.’

Allemaal mensen die overal vandaan komen
In de roman zoeken ook andere personages naar een anker in hun leven. De gasfitter Bram verwaarloost zijn joodse achtergrond, totdat zijn vader ziek wordt en hij naar het geloof van zijn ouders terugkeert. Een andere figuur is de Surinamer J.L. Strijdhaftig die, zoals zo vele van zijn landgenoten, na de onafhankelijkheid van Suriname naar Nederland verhuisde en in de Bijlmer kwam te wonen. Na jaren bezoekt hij zijn geboorteland weer en hij voelt dan dat Suriname zijn land is. Tegelijkertijd merkt hij dat zijn familie en vrienden daar anders over denken. ‘Ze waren allemaal buitengewoon gastvrij voor hem geweest,’ peinst Strijdhaftig, en dan beseft hij ‘dat die duurbetaalde keukenjovialiteit hem tot buitenstaander maakte’.

Van Kempen: ‘Die culturele verwarring beperkt zich in mijn boek niet tot de immigranten. De omstandigheden van opbouwwerkster Hella zijn totaal anders dan die van de meeste Bijlmerbewoners, maar ook zij ervaart de wereld als vreemd. Een dichter zei eens: “De eerste migratie die ik meemaakte was de lagere school.” Die visie vind je terug in mijn boek. Je wordt als mens steeds weer opnieuw in een vreemde wereld geplant: dat is de essentie van het bestaan. En zeker van onze huidige wereld, waarin iedereen in beweging is. Kijk eens om je heen,’ zegt hij met een brede armzwaai, ‘hier op straat: allemaal mensen die overal vandaan komen. Migratie is een gegeven, je kunt dat niet terugdraaien, al zou je het willen.’

Van Kempen zelf heeft zich in een culturele smeltkroes altijd thuis gevoeld. Voordat hij zijn huis in de Bijlmer betrok, woonde hij vijf jaar in het multi-etnische Suriname. ‘Als je nu door de Bijlmer loopt,’ zegt hij met duidelijke weerzin, ’dan zie je toch een kneuterigheid! Veel flats zijn gesloopt, er is laagbouw voor in de plaats gekomen. Iedereen heeft er zijn eigen achtertuintje en schutting. “Goedemorgen buurman.” “Lekker weertje, hè?” “Krantje al uit?” Ha ha ha. Nou ja, als mensen zo willen wonen.’

Nog niet uitgeschreven over migratie
Vluchtwegen eindigt voor iedereen in het boek catastrofaal. Niet vanwege het El-Al vliegtuig dat neerstort, dat wordt op de laatste bladzijden slechts impliciet genoemd. De personages zelf zorgen voor hun ondergang. Van Kempen: ‘Het radicalisme van de Marokkaanse broers bijvoorbeeld leidt tot destructie én zelfdestructie. Toen er laatst rellen uitbraken in de buitenwijken van Parijs, dacht ik: “Tsjeesus, dat beschrijf ik in mijn boek.” Ook in de huidige Nederlandse samenleving betrekt iedereen zijn stellingen. Men vindt het te veel gevraagd om je in een ander te verplaatsen.’

Van Kempen is voorlopig niet over migratie uitgeschreven, zegt hij. ‘Wist jij dat veel migranten knettergek worden? Echt waar. Er is door psychiaters nog weinig onderzoek naar gedaan, maar ik ken talloze voorbeelden. Ik ga er zeker over schrijven, hoewel ik weet dat het ongelooflijk moeilijk is om dat geloofwaardig, met de juiste toon, te doen.’ Voorlopig heeft hij het druk met zijn biografie van de in Suriname geboren Nederlandse schrijver Albert Helman. ‘Hij was een kosmopoliet, hij kwam overal, hij hield zich met van alles bezig, met literatuur, politiek, muziek. Een prachtig leven om je in te verdiepen.’

De pet gaat weer op, plu en koffer in de hand. Verderop in de straat, tegenover het Paleis, treft hij een vriend. Als ik passeer, waaien me bekende woorden tegemoet: ‘Bij de Lidl. Echt goed, hoor!’
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Brad Watson Door Guus Bauer (09-01-2019)
De taal voor het publieke gerecht Door Guus Bauer (11-12-2018)
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)