Interview met Mira Feticu
‘De woorden hebben me er letterlijk doorheen gesleept’
Door Guus Bauer (16 november 2012)
Een meisje dat opgroeit in een Roemeens dorp wringt zich in alle bochten om de liefde van haar vader te winnen, maar hij zendt haar naar een streng internaat. Daar ontluikt haar seksualiteit en haar zucht naar de wijde wereld, maar haar zelfbeeld blijft laag. Ze trouwt met een Nederlander en maakt de overgang door van het leven in een dictatuur naar dat in een democratie. Voelt ze zich daadwerkelijk bevrijd en krijgt ze de liefde waarnaar ze zo verlangt?

Mira Feticu (Breaza, 1973) debuteerde op twintigjarige leeftijd in Roemenië met een dichtbundel, schreef daarna verhalen en werkte als radiomaker. Na haar komst naar Nederland worstelde ze eerst met de nieuwe mentaliteit en de taal, alvorens ze dit jaar Lief kind van mij schreef.

Uw boek leest haast als een documentaire, een raamvertelling over de onmogelijkheid van de liefde…
Toen ik het schreef, wist ik niet precies wat mijn bedoeling was. Ik wilde een lange brief aan mijn dochter schrijven. Een dagboek over wat ik had meegemaakt, als een verklaring. Ik ben gescheiden van mijn Nederlandse man en verkeerde nadien een hele tijd in shock. Het is wat naïef wellicht, maar ik geloofde in het sprookje. Toen werd ik geconfronteerd met de harde realiteit. Ik wist wel wie ik was op dat moment, maar niet wie ik zou worden. Het enige dat ik op dat moment kon was schrijven. Ik had een dubbelganger nodig. Wanneer je autobiografisch schrijft, willen mensen toch altijd eerst ‘in de keuken’ kijken.

De keuken van de schrijver als metafoor. U ‘kookt’ een behoorlijk origineel potje als het op taal en vorm aankomt.
Ik heb een goede verstandhouding met mijn maag. (Lacht) Mijn boek is een roman in verhalen, met één been in de Oost-Europese traditie en het andere in Calvinistisch Nederland. Ik ben een immigrant en bekijk de taal met een andere blik. Als een kameleon probeer je je aan te passen aan het landschap, maar je neemt je eigen cultuur en je taal ook mee. Het Roemeens heeft een bloemrijke vocabulaire. Wat de Nederlandse taal, en trouwens ook de maatschappij, betreft blijf je een buitenstaander. Iemand die meekijkt vanachter de gordijnen. Om met Borges te spreken: je bent het oog in de kelder. Ik houd niet van het denken in verschillende klassen, maar feitelijk blijf je altijd een tweederangs burger.

Heeft u het direct in het Nederlands geschreven?
Een ware martelgang, maar niet omdat ik elk woord moet opzoeken. Een paar maanden lang was ik een razende trein. Je bent in een trance, als het ware onder hypnose van de woorden. Al ben ik geen dadaïst. Ik ben van oorsprong dichteres en blijf dat. Het is een ramp voor mijn gezin. In die periode ben ik bijna niet aanspreekbaar. Ik ben nu zo goed als klaar met mijn tweede boek. Daarin neem ik meer afstand. Ik ben als een steen gevallen in het meer van de geschiedenis.

Voor lezers onbekend met dictaturen, moeten de omstandigheden die u beschrijft welhaast onmenselijk overkomen.
Ik ben opgegroeid in een dorp. Daar was wel warmte onderling, maar er werden ook helemaal geen vragen gesteld. Men onderging de maatregelen, hoe absurd ze achteraf ook blijken te zijn. Men wist niet beter. Het was de realiteit. Met de buitenwereld waren we onbekend. Mijn vader was een erg voorzichtige man. Hij liet me gaan, maar op datzelfde moment was ik voor hem als dood. Ik voel aan dat het geworteld is in een bepaalde traditie, maar begrijp het nog steeds niet helemaal. Misschien is de reden te vinden in het feit dat ik veel te vroeg geboren ben. Ik kwam in een couveuse terecht. Mijn ouders gingen naar huis met het idee dat ik eigenlijk niet besta. Mijn vader heeft me naar mijn idee nooit écht een kans gegeven. Hij vond me dik en lelijk. Toen ik door die moeilijke periode ging na mijn scheiding heb ik naar ze gebeld. Ik vroeg of ze naar Nederland wilden komen. Ik zou voor ze werken. Ze hebben nee gezegd. Ik heb sindsdien geen contact meer. Toch denk ik vrijwel dagelijks aan ze.

Hoe heeft u de tijd onder het communisme overleefd?
Door heel veel te lezen. De literatuur heeft me een andere kijk op de werkelijkheid gegeven. Ik had heel goede docenten met volle boekenkasten. Zij stimuleerden mij waar mogelijk. Als ik mensen uit mijn jeugd mis, zijn het de docenten. Zij hebben mij het grootste geschenk uit mijn leven gegeven: de troost van de literatuur. Uiteraard mis ik ook de pizza die ik van hun kreeg als ik weer eens erge honger had. Na mijn scheiding was ik een beetje bang om met mensen om te gaan. In mijn werkkamer begon ik woorden op papier te schrijven en die tegen de muur te plakken. Dat was mijn redding, mijn stimulans. De woorden hebben me er letterlijk doorheen gesleept. Maar literatuur is gelukkig niet alleen therapie.

Sinds wanneer bent u gemaakt voor de literatuur?
Ik denk toen mijn moeder zei dat ze hoopte dat ik snel dood ging. Ik was een kind en dacht dat ik dezelfde dag zou sterven. Zij was maar een paar jaar naar school geweest en leefde in een wereld van bijgeloof. Toen ik geboren ben, was zij pas net zeventien. Nu begrijp ik haar beter. Het is jammer dat ik nooit een verstandhouding met haar heb kunnen opbouwen. Daardoor vecht ik wel elke dag om een goede relatie met mijn dochter te hebben. Dat is het goede dat er uit is voorgekomen. Mijn dochter heeft op school verteld dat ik een boek heb geschreven. Waarover, vroeg de meester. Over seks heeft ze gezegd. Heel grappig. Het boek gaat natuurlijk over liefde, maar dat vond ze stoer.

En toen kwam de revolutie, maar veel, vooral oudere mensen wilden er eigenlijk niet aan?
Ik woonde bij een oudere vrouw in een kamer. Ze had geen benen meer, dus ik deed alle boodschappen. Ik kreeg alleen niet genoeg geld mee, omdat ze dacht dat alles nog steeds een paar centen kostte. De dictator verdwijnt, maar de vazallen verwisselen gewoon hun jasje voor die van de nieuwe bewindslieden. Het communisme heeft me wel voor de rest van mijn leven getekend. Het is een virus dat af en toe weer opduikt. Het heeft me ook geleerd om te vechten. Helaas doe ik dat ook als het niet nodig is.

Wat vond uw ex-man van het boek?
Hij vind me sowieso een beetje gek, maar hij kan er wel tegen. Hij is de eerste lezer van alles dat ik schrijf. Sinds dat we gescheiden zijn gaat het eigenlijk een stuk beter. Wij zijn weer bij elkaar.


Foto boven: Liesbeth Kuijpers

Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Brad Watson Door Guus Bauer (09-01-2019)
De taal voor het publieke gerecht Door Guus Bauer (11-12-2018)
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)