Interview met Morten Strøksnes
'Ik wilde onder de huid van de lezer zien te komen'
Door Guus Bauer (20 december 2016)
Morten A. Strøksnes (1965) is de belangrijkste literaire journalist van Noorwegen, daarnaast is hij historicus, fotograaf en schrijver. Haaienkoorts, is zijn internationale doorbraak. De ondertitel luidt: De kunst van het vangen van een grote haai in een rubberbootje op de Noorse zee. Morten en zijn vriend Hugo willen een Groenlandse haai uit de diepzee naar boven halen, een monster van acht meter lang en duizend kilo zwaar dat wel vierhonderd jaar oud kan worden. Bedenk dat een Groenlandse haai dus geboren kan zijn op de sterfdag van Shakespeare en Cervantes, 23 april 1616, en je begrijpt waarom een dergelijk wezen tot de verbeelding spreekt.

Haaienskelet als kunstwerk
De twee hartsvrienden hebben elk hun eigen motivatie. Hugo komt uit een lange lijn van walvisvaarders en eigenaren van visverwerkingsbedrijven, maar is nu kunstenaar en wil het skelet tentoon gaan stellen, Morten is journalistiek en milieutechnisch geïnteresseerd. Het opvissen van het roofdier wordt bijzaak. De twee vrienden raken op het water verwikkeld in een aanstekelijke kenniscompetitie.

‘Hugo was daadwerkelijk van plan om van de gevangen haai een kunstwerk te maken. Maar na verloop van tijd werd ook voor hem de vangst op zich volstrekt onbelangrijk, al sprak hij dat nooit hardop uit. Maar ik merkte dat het ook hem vooral te doen was om op het water oprechte gedachten en gevoelens uit te wisselen. We lieten onze verbeelding spreken, zonder, op de gebruikelijke plagerijtjes na, elkaar te veroordelen. Dat heeft Haaienkoorts een zekere gelaagdheid gegeven, waardoor het wat genre betreft ergens tussen non-fictie en een roman terecht is gekomen. Vooral wat betreft de taal. Zo’n beetje alle gebeurtenissen hebben daadwerkelijk plaatsgevonden. Het boek is opgedeeld in de vier seizoenen, gecomprimeerd uit verschillende bezoeken in verschillende jaren. Dat doet niets af aan het waarheidsgehalte, maakt het in mijn ogen juist universeel. Tegen het einde van het boek maak ik al duikend een tocht door de diepzee. Een metafoor voor mijn diepste wensen. Ik neem aan dat men begrijpt dat het daar om fictie gaat. Dat is de enige dichterlijke vrijheid die ik me heb gegund. Zonder dat ik het in het begin doorhad, heb ik in feite Hugo’s taak overgenomen en van onze liefde voor de natuur, onze vriendschap, onze vreugden en onze zorgen een kunstwerk proberen te maken.’

Enthousiasme
Haaienkoorts leest als een (avonturen)roman, wordt langzaam een viering van de overweldigende veelvoud aan leven, geeft daarnaast een goed gefundeerde waarschuwing af. Want al het leven heeft de oorsprong in de zee. Om jezelf te kunnen begrijpen, moet je eerst weten hoe je soort ontstaan is. Morten weet er, onder meer door de bijzondere vorm waarvoor hij heeft gekozen, een universeel geheel van te maken. Hij weet te enthousiasmeren, zonder dat het een trucje wordt.

‘In het noorden van Noorwegen kan ik mijn dagelijkse sleur afleggen en gaan mijn gedachten als vanzelf met me op de loop. Het is fijn als je dan iemand hebt zoals Hugo om mee te sparren, maar, en dat is misschien nog wel waardevoller, we kunnen ook heel goed samen zwijgen, zonder dat het ongemakkelijk wordt. Ik denk dat die stilte toch ook in het boek terecht is gekomen en dat daardoor de hoeveelheid kennis die ik spui door de lezer niet vervelend of belerend wordt gevonden. Men zegt dat mijn aangeboren enthousiasme door de tekst heen sijpelt. Wat kun je als schrijver nog meer wensen.’

De diepzee en het universum
Morten voegt mystieke elementen toe, vertelt over de meest bizarre zeewezens, geeft achtergrondinformatie, maakt ‘boekenwijsheid’ fijn inzichtelijk en ruimt misverstanden uit de weg. Hij laat de geschiedenis, met alle fantastische schepsels, herleven, verbindt op overtuigende wijze de geheimen van de diepzee met de uitgestrektheid van het universum, legt meer originele, geloofwaardige dwarsverbanden.

‘Het eerste wat me opviel, als kind al, is dat de diepzee eigenlijk veel overeenkomsten vertoont met het universum. Het mysterie, het onbekende, de onmetelijkheid. Al zijn onze zeeën bij elkaar – eigenlijk gek dat we onze planeet “aarde” noemen terwijl het overgrote deel van de oppervlakte uit water bestaat – in vergelijking met de ruimte niet veel meer dan een druppeltje. De fascinatie voor de diepzee is eigenlijk alleen maar groter geworden naarmate ik ouder werd. We weten aanmerkelijk meer over andere planeten, andere zonnestelsels dan over wat zich allemaal in de diepte van de oceanen afspeelt.’

Mild protest
Morten wijdt veel aandacht aan de collaterale schade van de visserij, zonder in geitenwollenkousengezeur te vervallen. Tijdens het schrijven van Haaienkoorts raakte Mortens vrouw zwanger. Boek en kind verschenen vrijwel tegelijk. De beschrijving van de overeenkomsten bij de foetus met dat van een vis – de ogen zitten aan weerszijden van het hoofd, de zakjes of spleten op het bovenlichaam zijn de ‘kieuwbogen’ die zich zullen ontwikkelen tot de keel en de mond – maakt dit boek helemaal rond. Morten geeft het daardoor mee aan een nieuwe generatie. ‘Moge de zee je goedgezind zijn.’

‘Ik heb met dit boek ook de verwondering bij de mensen willen terugbrengen. De mensheid lijkt in zijn algemeenheid steeds meer eendimensionaal te worden, minder met verbeelding te werken. Het leven krijgt iets artificieels, de echte connectie met de aarde vervaagt. Ik heb er zelf ook last van wanneer ik in Oslo ben. Weliswaar ben ik opgegroeid in het hoge noorden, maar mijn stadse leven stompt me soms af. Het voordeel is wel dat ik geleerd heb om met een nieuwe, frisse blik te kijken wanneer ik terug ben bij Hugo en zijn vrouw. Ik zie de natuur niet als vanzelfsprekend, de bergen niet als een “aardig behangetje”. Als journalist, als columnist ben ik vrijwel altijd heel fel. Mijn protest in Haaienkoorts is mild, ondanks de misstanden die ik aankaart. Juist door mijn behoefte om mensen te fascineren, kon ik in dit boek niet polemisch zijn. Ik wilde niet slim overkomen, niemand met een hamer slaan, geen wetenschappelijke biografie schrijven, maar wilde onder de huid van de lezer zien te komen.’

Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Chrétien Breukers Door Guus Bauer (27-11-2019)
Interview met Marijke Schermer Door Guus Bauer (13-11-2019)
Interview met David de Poel over Frans Pointl Door Guus Bauer (01-10-2019)
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)