Interview met Nathan Englander
‘Ik wil overal over meepraten’
Door Guus Bauer (22 maart 2013)
De Amerikaanse schrijver Nathan Englander (1970) schreef de afgelopen jaren een roman, een theaterstuk en een verhalenbundel, die onlangs in het Nederlands is uitgebracht onder de titel Waar we het over hebben wanneer we het over Anne Frank hebben. Daarnaast werkte hij aan een vertaling van de Haggadah, de complexe religieuze tekst over de uittocht van de Joden uit Egypte.

Bent u een obsessief schrijver?
Ik denk wel dat ik manisch ben. Zodra ik een idee heb uitgewerkt, brandt een volgende kwestie weer achter mijn voorhoofd. Het korte verhaal is ideaal voor iemand met een overactief brein. Het is overigens niet heel gemakkelijk, want het is naar mijn mening moeilijker om scherp en overtuigend te zijn op de korte baan dan in een roman. Bovendien moet de bundel een eenheid zijn, als een totempaal. Dat is de belangrijkste reden waarom Waar we het over hebben… ook oudere verhalen bevat. Het liefst laat ik ze lange tijd liggen. Je kijkt er dan zelf ook weer anders tegenaan.

U bent behoorlijk cynisch wanneer het over het Jodendom gaat.
Ik ben de man van de ongepaste humor. In gezelschap spuug ik vaak zonder goed na te denken de grappen in het rond. Mijn vrouw legt, net als het personage in het titelverhaal, altijd een hand op mijn arm ter waarschuwing wanneer ik een verkeerde toon aansla, bijna bij elk gesprek dus. Ik kan het niet helpen. Een mens lacht nu eenmaal zijn grootste angsten weg. Ik ben opgegroeid in een streng orthodox Joods gezin. We hielden de emoties binnenboord. Het was voor mij dan ook lang moeilijk om zo intiem te schrijven als in mijn verhalenbundels.

Mijn roman Het ministerie van buitengewone zaken speelt niet voor niets ver weg in Argentinië. Eigenlijk beschrijf ik daarin de complexe problematiek van steden als Jeruzalem én van het New York waar ik geboren ben. In mijn verhalen kom ik pas echt los. Er zit veel van mijzelf in de personages. Veel verdrongen emoties ook. Ik ben opgevoed met ‘de absolute waarheid’. Op de weg naar volwassenheid krijg je te maken met veel tegenstrijdigheden. Het intrigeert mij enorm dat dergelijke conflicten in je hoofd naast elkaar kunnen bestaan. Misschien dat de verhalen daardoor soms confronterend zijn en er veel bijtende humor in voorkomt. Alleen op die wijze kan ik mijn gevoelens uiten.

Zelfspot is de beste spot?
Jazeker. Denk maar eens aan de inspiratie die Joden ontlenen aan het verhaal van het fort op de berg Masada. Zo rond het jaar zeventig werd dat fort langdurig door de Romeinen belegerd. De soldaten, vrouwen en kinderen hielden moedig stand. Uiteindelijk brachten ze zichzelf dapper om. Daar baseren wij onze strijdvaardigheid op. Rekruten moeten na de afronding van hun training de berg op en daar roepen: ‘Masada valt geen tweede keer.’ We zijn duizenden jaren opgejaagd. Ik denk dat het ons aan jachtinstinct ontbreekt.

Neemt het antisemitisme weer toe?
Weliswaar ben je kwetsbaar als Jood, maar het wordt allen maar erger als je er aandacht aan besteedt. Daarom vertel ik er ook grapjes over. Weten jullie in welke landen ze geen antisemieten hebben? Landen zonder Joden. De lach als pantser. Velen vinden dat je geen grappen mag maken over de Holocaust. Ik denk dat zwarte humor juist helpt om de verschrikking te intensiveren. Denk aan de twee hoogbejaarde overlevenden van een kamp die elkaar bij toeval treffen in een luxe golfclub in Florida. De zoon van een van hen ziet dat ze allebei een nummer op de arm hebben, slechts een cijfertje verschil. ‘“Jullie zijn allebei overlevenden,” zegt de zoon. “Pa, hij was vlak voor jou. Jij hebt een acht aan het einde en hij een vijf.” De vader antwoordt: “Dat betekent alleen dat hij een voordringer is. Toen, net als nu.”’

Ik ben dol op dit soort anekdotes. Veel mensen verwachten ten onrechte dat er zich iets moois ontwikkelt uit het onmenselijke. Joodse groeperingen bestrijden elkaar ook te vuur en te zwaard. Er is geen totale saamhorigheid ontstaan door de geschiedenis. Dat zou ook vreemd zijn. Desondanks wordt generatie na generatie opgevoed met de Holocaust als belangrijkste kenmerk van de Joodse identiteit. Ook ik heb eraan moeten geloven. En opgezweept door films, boeken en verhalen hebben mijn vriendjes en ik op het schoolplein daadwerkelijk een jongen die antisemitische trekjes had in elkaar gemept.

In het titelverhaal wordt de Holocaust haast gebruikt als een spel…
Mijn zusje en ik verstopten ons als kind in kasten en vroegen ons af welke mensen uit onze buurt ons in tijden van oorlog zouden laten onderduiken. Het spel van de goede Goj. Pathologisch. We groeiden op in Amerika, maar toch was de Holocaust nooit ver weg. Ik kreeg, terwijl mijn vader een boek over de kampen in de hand hield, bijvoorbeeld de raad om maar vooral met een Joodse te trouwen. Ik vind het ongezond wanneer mensen de Shoah gebruiken als rechtvaardiging van al hun daden. Het wordt een obsessie. Ze eigenen zich de geschiedenis als het ware toe. Dát is waar we het over hebben wanneer we het over Anne Frank hebben.

Mijn grootste angstdroom was dat ik in Amsterdam bij een lezing door overlevenden erop zou worden aangesproken. Precies dat is gebeurd. Ik wil niet choqueren en heb helemaal niet de behoefte om de Holocaust te ridiculiseren, maar vind wel dat iedereen erover moet kunnen discussiëren. Natuurlijk gaat het mij ook ter harte, maar je kunt er alsnog door worden verteerd als je er al te veel tijd mee bezig bent. Naar mijn idee schrijf ik niet over de Holocaust zelf, maar over de manier waarop we er mee omgaan. De herinnering wordt eerder bezoedeld door de toeristenindustrie. Je kunt bij wijze van spreken een volledig verzorgde reis boeken naar kampen in het oosten. Auschwitz halfpension, ontbijt op bed. Ik wil overal over meepraten. Over de Israëlische bezetting bijvoorbeeld. Bewoners van Israël vinden vaak dat ze meer recht van spreken hebben.

Amerikanen kunnen er ook wat van?
Met de Bijbel in de aanslag. Ik heb dat boek gelezen. Naar mijn idee staat er bijvoorbeeld niets in over abortus en het homohuwelijk. Maar men gebruikt alleen wat in het eigen straatje past. Ik heb een hekel aan mensen die ervan overtuigd zijn dat ze het gelijk aan hun kant hebben. Daar is ‘de absolute waarheid’ weer. Hoe kun je als rechter slapen als je een zwakzinnige naar de elektrische stoel hebt gestuurd? Moralisten heb je overal. Daarom ben ik nu oom Nathan, ongelovig, maar niet gevaarlijk.




Delen
Meer interviews
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)
Interview met Sander Kollaard Door Guus Bauer (06-04-2019)
Interview met Kristine Bilkau Door Guus Bauer (22-03-2019)