Interview met Nelleke Noordervliet
‘Het is bijna makkelijker om slachtoffer te zijn’
Door Fleur Speet (29 november 2009)


Robert Andersen is zijn Noorden kwijt. Johnny H., de moordenaar van zijn vrouw, komt na het uitzitten van tweederde van zijn straf op vrije voeten en Robert neemt de benen. Hij vertrekt naar Canada, het land waarnaar zijn ouders ooit wilden emigreren. Zonder Noorden komt niemand thuis, de nieuwe roman van Nelleke Noordervliet, belicht het landschap dat Robert de ruimte geeft om zichzelf terug te vinden.

Kun je ooit vrede vinden, en dus je Noorden, als de moordenaar van je vrouw vrij wordt gelaten?
Het is een illusie te denken dat zo’n wond kan genezen. Dat lukt niet, met zo’n gebeurtenis ben je denk ik nooit klaar. Soms is dat een virulente wond die open blijft, soms gaat de wond dicht en wordt hij weer opengekrabd en moet hij opnieuw helen. Je gaat door allerlei stadia. Je komt uit een labyrint waarin je je Noorden gevonden hebt, je referentiepunt, en dan kom je in een nieuw labyrint uit, waar je opnieuw je weg moet zien te vinden. Dan kun je niet zeggen: zo, schone lei, nu kan ik aan een nieuw leven beginnen. Robert probeert het wel, hij begint in het dorpje Horn in feite met een schone lei, maar zijn leven is doordesemd van het verleden. Hij kan de moord en het verlies niet van zich afleggen, hij kan het alleen maar beter leren dragen of er bepaalde aspecten van terzijde schuiven. Zo komt Robert erachter dat hij zich niet meer druk moet maken over Johnny H., maar dat hij zich moet focussen op wie hij is en wat zijn rol geweest is. Het moment dat Robert durft toe te geven dat hij zich even bevrijd heeft gevoeld door Johny H. omdat zijn vrouw hem nu nooit meer uit eigen beweging zou kunnen verlaten, is een kernmoment dat hij in al die jaren niet onder ogen heeft gezien.

Johny H. bekeert zich tot het christendom. Dat pleit hem vrij. Zoiets is toch onverdraaglijk?
Bekering in gevangenissen zie je vaker. Die komen volgens mij niet voort uit een dieper inzicht, al wil ik dat die enkeling nog wel gunnen. De maatschappij biedt hen een tweede kans na het uitzitten van de straf, maar een bekering tot het christendom betekent vergiffenis van een nog hogere instantie. Met de vergiffenis door God is ook je ziel schoon. Dan pas kun je echt vrij en opnieuw beginnen. Een dergelijke bekering en de waardering ervoor door de maatschappij komt denk ik voort uit een zekere naïviteit die eigen is aan het geloof. Die wil ik niemand ontnemen. In die naïviteit kun je namelijk ook troost vinden, de troost dat alles beter kan worden. Dat mensen verbeterbaar zijn en dat het heil voor de berouwvolle zondaar uiteindelijk wacht in de hemel.

De dader wordt het slachtoffer.
Precies, de rollen draaien om. Dat zie je vaak bij dader- en slachtofferschap. Dat was in Snijpunt ook het geval, bij die Marokkaanse jongen die lerares Nora met een mes aanvalt; daar kantelden het dader- en slachtofferschap ook voortdurend. Het is een buitengewoon ingewikkeld probleem. Het is bijna makkelijker om slachtoffer te zijn. Mensen leunen graag in slachtofferschap omdat het hen ontslaat van de plicht tot verantwoordelijkheid.

In een eerder interview liet u weten een hekel te hebben aan de slachtofferrol.
Ja, maar die rol is ook verleidelijk: mij is van alles misdaan, ik kan het niet helpen. Je legt de schuld en de verantwoordelijkheid bij de anderen. En je kunt in een passief slachtofferschap wegzinken. Dat is vooral verleidelijk wanneer mensen weinig instrumenten hebben om voor zichzelf op te komen en te knokken. Dat zie je bij allochtonen zonder opleiding, of Nederlanders zonder opleiding in een achterstandswijk. Die voelen zich door alles en iedereen miskend. Dat probleem zou je in de politiek moeten zien te tackelen. Niet mensen in hun slachtofferrol bevestigen, maar ze instrumenten aanreiken om er zelf uit te komen. Dat is niet makkelijk. Misschien komt het best goed met Johnny H. Ook al gunnen we het hem misschien niet meteen, het zou heel goed zijn als zijn vriendin zegt: en nou is het afgelopen. Ik wil kinderen en ik wil niet iedere keer de angst hebben dat je in de gevangenis terechtkomt of dat je iets overkomt. Misschien kan een vriendin Johnny H op het rechte pad krijgen. Dat is een mogelijkheid, laten we die niet uitsluiten. Maar die heb ik in deze roman niet onderzocht, het ging me om Robert.

Robert raakt in Horn gefascineerd door de verdwenen vorige bewoonster van zijn huurhuis, Beverly Walker. Zij liep de natuur in en verdween al wandelend.
Toen ik in Canada aan het zeilen was, kwamen we op een goed moment in het plaatsje Egmont. In het boek is dat Horn geworden. Daar in Egmont, bij het havenkantoortje, hing een vergeeld A-4tje met daarop: ‘Gezocht: Beverly Walker’. Niemand wist waar zij was gebleven, al twee jaar niet. Dat intrigeerde me enorm, dat je kunt verdwijnen in de natuur. Als West-Europeaan heb je het postromantische idee dat de natuur veilig is. De natuur is iets om de schoonheid van te ondergaan, om troost van te ondervinden, wij zoeken de natuur op alsof het een kameraad is. Maar de natuur is eigenlijk totaal onverschillig. Die ligt daar in Canada maar te zijn, met zijn enorme uitgestrektheid en geen enkel spoor van mensen, met ondoordringbare wouden waar nog geen enkel pad doorheen is gehakt en diepe zeearmen in een kust van honderden kilometers. Ik realiseerde me dat je niet tegen de natuur op kunt. Als je valt tijdens een eenzame wandeling, ben je verloren. Zelfs als dieren aan je komen snuffelen, is dat alleen maar om te zien of je lekker aas bent.

Robert onderzoekt haar geschiedenis, haar verhaal. Hij liegt, maar doet ook aan eerherstel voor Beverly Walker, die niet bepaald geliefd was in het dorp. Robert zoekt naar de waarheid?
We vertellen allemaal verhalen over ons eigen leven en over dat van anderen. We weven met elkaar een tapijt van verhalen. Als je daarin op zoek gaat naar een waarheid kun je alleen maar zeggen dat de waarheid een optelsom is van die verhalen en dat je daar het persoonlijke uit moet persen.

Naarmate je ouder wordt realiseer je je dat je verhalen nodig hebt om te zijn wie je bent. Je identiteit is de verzameling van alles wat je mee hebt gemaakt, waar je op reageert en wat je incorporeert in het beeld van jezelf en van de wereld. Dat merk je als je jouw verhaal confronteert met het verhaal van de ander. De zus van Beverly schrijft in een brief over hun jeugd en over haar verhaal van die jeugd. Hun levens liepen parallel, maar ze hebben er allebei een ander verhaal over verteld.

Ook Robert kan zichzelf opnieuw uitvinden. In Canada gaat hij creatief met de waarheid om, maar het verhaal over zichzelf kan hij heel lang niet vertellen. Daar wacht hij mee. Hij wacht op het teken dat iemand werkelijk belang in hem stelt. Ik kan me heel goed voorstellen dat als je pijn hebt, het erger wordt door erover te praten. Soms is het misschien beter te zwijgen tot de tijd er een huid overheen heeft aangebracht. Dat probeert Robert wel, maar het is toch niet helemaal vol te houden. Als je een oprechte relatie met iemand wilt, zul je op een gegeven moment de bereidheid moeten hebben om te zeggen wie je bent en wat je beweegt. Die pijn bepaalt namelijk wel je handelen. Daar een evenwicht vinden is moeilijk. Aan het eind lijkt Robert dat evenwicht wel te vinden. Dan wordt hij erkend en herkend en dat is de basis waarop hij verder kan. Dat geeft hem de moed verder te wandelen.
Delen
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)