Interview met Nir Baram
‘Er bestaat geen erger hel voor een schrijver dan nogmaals hetzelfde boek te schrijven’
Door Ezra de Haan (20 november 2012)
Nir Baram (Jeruzalem 1976) debuteerde in 1998 met Purple Love Story. In 2000 kwam The Mask-Ball Children uit. Twee jaar later werd hij redacteur voor ‘972’, een reeks politieke, culturele en filosofische boeken. Nir zette zich in voor de politieke rechten van Palestijnen en buitenlandse werknemers in Israel. In 2006 verscheen The Remaker of Dreams, een roman die op de shortlist voor de Sapir prize (de ‘Israëlische Bookerprize’) kwam te staan. In datzelfde jaar riep Nir samen met andere jonge schrijvers op tot een staakt het vuren tijdens de tweede Libanese oorlog.

In 2010 brak hij wereldwijd door met zijn magistrale roman Goede mensen. Die is inmiddels in 14 talen vertaald. Superlatieven schieten tekort om de kwaliteit van dat boek te omschrijven. In Israël werd het bekroond met de Prime Minister Award for Hebrew Literature. Ook staat het boek op de shortlist van de Sapir Prize. Geen wonder… als vergelijkingen met Sjalamov, Grossman, Dostojewski en W.F. Hermans geen moment het gevoel van overdrijving oproepen. Israël heeft er weer een grote schrijver bij.

In Goede mensen denken Thomas Heisselberg in Berlijn en de joodse Aleksandra Vajsberg in Leningrad aan de vooravond van de oorlog tussen Duitsland en Rusland allebei dat ze een persoonlijke keuze maken, maar de gevolgen ervan zijn groter dan ze ooit hadden kunnen voorzien. De briljante marktonderzoeker en de gefrustreerde dichteres leren tot hun schrik hun evenbeeld kennen als vertegenwoordiger van de tegenstander.

Gaat Goede mensen in zekere zin ook over Israel?
Het is voor mij, en ik denk dat dit voor de meeste schrijvers in Israel opgaat, nogal vermoeiend dat ieder interview altijd over Israël en de politieke situatie moet gaan. Natuurlijk gaat het om universele vragen, gaat het over goed of fout zijn en kan het boek daardoor gezien worden als een boek dat óók over Israël gaat. Maar allereerst gaat het over Duitsland en Rusland net voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Over twee mensen die keuzes moeten maken. Als je een link wilt leggen tussen mijn roman en deze tijd, moet je het eerder in de buurt van de banken en de beurzen zoeken. Daar zou Thomas Heisselberg zich als een vis in het water hebben gevoeld. Hij is immers een meester in het fabriceren van op niets gebaseerde feiten.

De kleur van de hoofdstukken over Thomas Heisselberg verschilt nogal van die over de joodse Aleksandra Vajsberg.
Ik ben blij dat dit, ondanks de vertaling, opvalt. Voor Thomas Heisselberg, de briljante en ambitieuze marktonderzoeker, koos ik voor een koele, noem het typisch Duitse, manier van vertellen. De man zonder eigenschappen, het meesterwerk van Robert Musil, stond mij daarbij voor ogen. Bij het schrijven van de hoofdstukken over Aleksandra Vajsberg, Sasja in het boek, bleef ik dichter bij huis. Het was voor mij vrij eenvoudig, ik ken de sfeer, er wonen immers zoveel Russische joden in Israël. Neem de scènes waarin schrijvers en dichters samenkomen en discussiëren. Dat maak ik zo vaak mee. Ze zijn heel anders dan hier in Europa. Hier beheerst men zich. Daar, en zo was het ook in Rusland, zegt men het meteen als men een boek of gedicht waardeloos vindt. Voor Sasja koos ik dus voor een meer ‘Russische’ stijl vol emoties en literaire verwijzingen. Wie de Russische literatuur kent, zal vele namen van schrijvers en dichters, verwijzingen en zelfs citaten herkennen.

Gaat het verhaal van Thomas Heisselberg niet ook over dat van het schrijven zelf?
In meerdere opzichten. Thomas gaat in feite ten onder aan zijn succes. Men vraagt hem een document te schrijven: Multidisciplinair model: ideaaltype van de Poolse nationale mens. En hij schrijft het. Het is een product van knip- en plakwerk en vooral veel fantasie. Het oogst veel waardering en de inhoud ervan wordt al snel gebruikt om inzicht te krijgen in het mogelijke verzet van de Pool, welke verschillen er waren tussen de Duitse en de Poolse jood, de positie van de zigeuners in de Poolse samenleving enzovoort. Later komt Thomas erachter dat zijn schrijven indirect voor grote gevolgen heeft gezorgd. Zelfs Poolse archeologen blijken door zijn toedoen, door zijn ‘model’ te zijn vermoord.

Desondanks geniet hij van zijn succes en de mogelijkheden die daardoor ontstaan. Voor Thomas gaat het om de kracht van de manipulatie, het vasthouden van heel veel verhaallijnen, het verbinden van soms tegenstrijdige verlangens van mensen, van hebzucht en andere menselijke zwakheden. Thomas is iemand die letterlijk zijn gordijnen sluit als het uitzicht op een concentratiekamp hem niet bevalt. Het past niet in zijn straatje, het is te grof. Zijn eigen werkwijze ziet hij als fijnbesnaard. Het is een vreselijke man, vandaar dat ik hem in een situatie breng waarin hij nogmaals een model moet schrijven. In feite dwingen ze hem weer dezelfde bestseller te schrijven, zij het over de wit-Russische mens. Thomas komt erachter dat hij dat niet kan. Hij weet dat hij door de mand zal vallen. Alle typische kenmerken waren door hem bedacht. De ene mens, waar hij dan ook mag wonen, verschilt immers niet veel van de andere. Deze nieuwe opdracht voor Thomas was de straf die ik hem toekende. Er bestaat geen erger hel voor een schrijver dan nogmaals hetzelfde boek te schrijven. Geen boek van mij lijkt op een ander. Mijn roman The Remaker of Dreams was heel lucide, verbond dromen en gedachten en valt dus niet te vergelijken met Goede mensen, dat je een historische roman zou kunnen noemen.

Wat wilde je aantonen met het gedrag van Aleksandra Vajsberg?
Aleksandra, Sasja… vertelt het verhaal wat frustratie en overlevingsdrang met een mens kunnen doen. Als joodse zit ze al in een lastig pakket. Haar ouders zijn door de communistische machthebbers bestempeld als ‘vijanden van het volk’ en hun leven niet meer zeker. Sasja denkt hen en haar broers te kunnen redden door met het regime samen te werken. Daar, bij de NKVD, komt ze erachter dat ze een groot talent heeft om mensen te verhoren. Mensen die niet te breken waren, schrijven bij haar bekentenissen volgens haar aanwijzingen. Voor iemand die door haar literaire kring nooit voor vol werd aangezien, blijkt de plotselinge waardering erg belangrijk. En onder het mom hen voor nog erger te behoeden, zorgt Sasja voor de veroordeling van veel van haar literaire vrienden. Ze is zich bewust van de zinsnede ‘sterven of een ander mens worden’, maar is zich geen moment bewust van de consequenties daarvan.

Thomas is anders. Die gelooft nergens in, alleen in zichzelf. Die is zich bewust van zijn rol in het grote geheel. Niet voor niets zegt hij: ‘Wij zijn maar passanten en daarom is het logisch dat we onder de indruk raken van grote gebeurtenissen in onze tijd, maar uiteindelijk beleven we niet meer dan een piepklein stukje van de geschiedenis.’ Zijn jeugdvriend en latere rivaal Hermann spreekt misschien wel de meest belangrijke woorden in deze roman als hij Thomas eindelijk de waarheid zegt. ‘Schijnbaar hebben organisaties mensen van jouw soort nodig. Jij bent de grote plannenmaker, de virtuoze redenaar, de onvermoeibare ambitieuze klimmer. Nooit heb je je talenten verspild. Maar omdat je bent die je bent, zul je nooit werkelijk ergens deel van uitmaken.’ Thomas weet dat hij gelijk heeft en begint in zijn onmacht te schreeuwen als Hermann hem toebijt: ‘Voelt een beschaafd man als jij geen minachting voor ons.’ Thomas brult dan: ‘Ieder mens heeft een bepaald punt, en vanaf het moment dat je dat overschreden hebt, zijn we allemaal vandalen.’

Het derde deel van het boek, ‘De wereld is een gerucht’, lijkt op een epiloog.
Dat is het ook. En ik ben dol op de titel ervan. Overigens ook op die van de andere delen: ‘Voorbereidingen voor een grote daad’ en ‘De kunstmatige mens’. In ‘De wereld is een gerucht’ heb ik mijn fantasie de vrije teugel gelaten. Terecht kun je delen ervan, bijvoorbeeld de fantasieën rond de organisatie van de Duitsland-Sovjetparade, zien als een ode aan de meesterlijke Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal. Net zoals de Faust-legende in zekere zin in het boek zit of het gedachtegoed van vele Russische schrijvers. Literatuur klinkt altijd door. Al heb ik mij vooral zo goed mogelijk voorbereid op het schrijven van deze roman door alle locaties waar het boek zich afspeelt op te zoeken.

Zo bezocht ik Sint-Petersburg in de winter en bracht ik geruime tijd door in Brest-Litovsk, Lublin en Berlijn. Om dat te financieren heb ik het voorschot op deze roman gebruikt. Ook waren veel mensen zo vriendelijk mij van veel informatie te voorzien. Met die kennis ben ik aan deze roman begonnen in een vaag besef waar ik heen wilde. Ik kan enorm van dat stadium van het schrijven genieten. Tegelijkertijd is het vreselijk dat je het verhaal zoals je het uiteindelijk voor ogen hebt, nooit zo zal kunnen schrijven. Het blijft altijd een weergave van die droom. Vandaag had ik het nog, ik kreeg een idee, ging meteen achter mijn laptop zitten en probeerde het op te schrijven. Het lukte mij niet. Gelukkig gebeurt mij dat niet al te vaak. Met de goede muziek op de achtergrond kom ik meestal een heel eind. Wanneer ik herlees en herschrijf moet het stil zijn. Dan gaat het om de details.

De ontmoeting van Thomas en Sasja moet je als schrijver een satanisch genoegen gegeven hebben.
Inderdaad, daar werk ik in bijna vierhonderd bladzijden naar toe. Naar het moment dat ze in de spiegel kijken. Misschien is een gebroken spiegel nog een betere omschrijving. Ze komen overeen maar zijn duidelijk anders. De ontmoeting levert een enorme spanning op. Vooral bij Sasja roept die angst op. Thomas durft verder te gaan dan zij zelfs durft te dromen. Hij is bereid tot alles… alles om nog een keer te kunnen schitteren. Sasja blijft menselijk. Ze wil bij haar broer blijven, zelfs als het haar einde zal betekenen. Het gevolg is een steekspel tussen twee grootmeesters in bedrog.

Goede mensen, de titel is nogal cynisch.
Juist in extreme situaties leer je de mens kennen. Thomas en Sasja zijn slechts voorbeelden daarvan. Ik noem er meer. Neem de houding van Long, die over de emigratie van de joden naar Amerika ging en vijfduizend dollar garantie eiste van de familieleden van Poolse joden. Wie geen geld had, kon in de grond zakken. Vijftig procent van de Amerikanen in die dagen geloofde dat de joden een deel van de schuld droegen aan de gebeurtenissen in Duitsland. Dan was er nog een Pools idee om miljoenen joden naar Madagascar over te brengen. Frankrijk had daar wel oren naar… Dezelfde mentaliteit schets ik ook in Rusland met Nikita Michajlovitsj, de man die tienduizenden mensen naar de gevangenis, naar Siberië en de dood stuurde. Hij blijkt een verstrooid wezen, tenger en bebrild, die de rol speelt van iemand die te groot voor hem is. Het zijn allemaal passanten, onderdelen van de geschiedenis.

Foto Nir Baram: Ezra de Haan


Op vrijdag 30 november wordt Nir Baram in het auditorium van het Joods Historisch Museum in Amsterdam geinterviewd door Daphne Meijer. Aansluitend is er een meet & greet met de schrijver. Meer informatie in de literaire agenda van Literatuurplein.

Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)