Interview met Paolo Giordano
‘Ieder van ons heeft een donkere kern die niet aan anderen uit te leggen valt’
Door Fleur Speet (14 februari 2009)


Terwijl hij natuurkunde studeerde besloot de Italiaan Paolo Giordano op zijn 22ste een roman te gaan schrijven. Hij schreef al in zijn jeugd, maar durfde steeds niet voor het echte werk te gaan. Want wat zou hij doen als bleek dat hij er geen talent voor had? Maar toen zijn studie eentonig werd doordat het steeds om hetzelfde kunstje ging, trok hij de stoute schoenen aan. Met wiskundige precisie ontleedde hij literatuur van Amerikaanse helden, onder wie Michael Cunningham en Andrew Sean Greer, en als een wetenschapper bouwde hij in negen maanden van kleine fragmenten zijn debuutroman op over een onmogelijke liefde tussen twee teenagers. Boven zijn beeldscherm, waar hij iedere avond van acht tot tien achter zat, hing zijn motto: ‘blijf gedisciplineerd’!

Het succes bleef niet uit. De eenzaamheid van de priemgetallen werd een bestseller, zelfs de filmrechten zijn verkocht. De hoofdpersonen Mattia en Alicia maken allebei een traumatische gebeurtenis mee in hun jeugd - Mattia verliest zijn zusje, Alicia krijgt een skiongeluk in de mist - waardoor ze getekend zijn voor het leven. Als twee priemgetallen, ‘alleen en verloren, vlak bij elkaar, maar niet dicht genoeg om elkaar echt te raken’, staan zij elkaar na. Hun liefde blijkt een onmogelijke. De roman werd door de pers geloofd en geprezen en kreeg de grootste Italiaanse prijs, de Premio Strega, toegekend. Daarmee is Giordano met zijn 25 jaar de jongste winnaar van de prijs ooit.

De roman bestaat uit blokken: steeds eindigt een hoofdstuk met een cliffhanger.
Ik schrijf al tien jaar intensief, en bij twee vorige, mislukte romans ontvouwde ik wel eerst de plot en dat werkte niet. Ik vond het ook niet interessant meer omdat het een invuloefening werd. Dit is het eerste boek dat ik geschreven heb zonder de plot van te voren uit te denken. Ik wachtte steeds nadat ik een detail had uitgewerkt tot er een nieuw idee kwam. Uiteindelijk heb ik die details aan elkaar gesmeed en dat kun je inderdaad nog steeds zien aan de tekst.

Ik begreep pas achteraf waarom ik op de pijnlijkste momenten mijn personages alleen laat, zodat het dus blijkbaar eindigt met een cliffhanger. Wanneer Alicia als klein meisje op haar ski’s een zwaar ongeluk meemaakt, kon ik niet goed bij haar pijn komen terwijl ze daar in het donker en in de kou afwacht tot iemand haar komt redden. Het zou te pornografisch en te direct worden als ik die pijn zou beschrijven. Daarom stop ik vlak voor dat moment. Volgens mij bezit iedereen voldoende verbeelding om aan te vullen hoe Alicia zich voelt.

De lezer krijgt in deze roman inderdaad veel ruimte.
Zodra het pijnlijker en emotioneler wordt, neem ik ook in de taal afstand. Ik gebruik koelere woorden om de pijn meer te laten schrijnen. Emoties direct beschrijven werkt niet, het kan alleen via een omweg. Als Mattia en Alicia elkaar niet kunnen bereiken terwijl ze dat diep in hun hart wel willen, las ik een pauze in. Dan is het stil en is het aan de lezer om in te vullen wat zich in hun hoofden afspeelt. Net zoals ik in het midden laat of Mattia het meisje Nadia nog zal bellen of niet. Komt hij nog uit zijn isolement? Dat is niet aan mij om te beslissen.

Hoe kwamen de stemmen bovendrijven?
Ik heb een jaar lang getraind in het schrijven van korte verhalen over kinderen. Steeds opnieuw en steeds vanuit verschillende oogpunten beschreef ik een kinderwereld. Daarom was het vrij makkelijk en ging het vrij natuurlijk toen ik eenmaal een klein idee voor het boek had en besloot dat te volgen. Het een kwam uit het ander voort, zodat de eerste twee hoofdstukken er in een keer stonden. Maar toen de personages en dus de stemmen ouder werden, kreeg ik er meer moeite mee. Dat heb ik opgelost door de juiste boeken te gaan lezen, ook al ben ik daardoor zwaar beïnvloed geraakt. Zo las ik Elementaire deeltjes van Michel Houellebecq en je vindt er nog stukjes van terug. Een groot deel van Mattia’s beschermde en onderkoelde jeugd, hoe hij een wiskundige wordt, lijken op de stadia die Michel doorloopt, de bioloog uit Houellebecq’s roman. De toon is heel vergelijkbaar.

Ik zoek naar romans die niet over hetzelfde gaan als mijn boek, maar die eenzelfde stem en klank hebben. Ik lees dan bijvoorbeeld een boek met een hoofdpersoon van dezelfde leeftijd als de mijne. Dat betekent niet dat ik aan plagiaat doe. Ik bestudeer de boeken die ik lees minutieus, ik kan niet anders dan de mechanismen zoeken, dat gaat intuïtief. Zo was de Amerikaanse auteur Alicia Erian ontzettend belangrijk voor de kinderstem. Iedere auteur kopieert andere auteurs, je kunt niet in het luchtledige schrijven. Er zit altijd een filter tussen van je eigen preoccupaties. Sterker nog, is het niet een vorm van beleefdheid dat je dat oppikt van een andere schrijver wat je raakt?

Mattia doet aan zelfmutilatie. Hoe ontstond dat idee?
Ook al is Mattia een heel bevreemdend personage, toch denk ik dat de sympathie van de lezer het meest naar hem uitgaat. Meer dan naar Alicia, die trouwens ook niet helemaal normaal is met haar anorexia. Het gekke is dat ik in beginsel ver weg wilde blijven van pathologische personages. Onderwerpen als anorexia en zelfverminking moet je heel delicaat behandelen willen ze overtuigend zijn, het is een complexe materie waar ik mijn vingers niet aan durfde te branden. Maar het ging vanzelf. Toen ik het tweede hoofdstuk schreef over Mattia die wacht tot zijn verdronken zusje uit de rivier wordt getild, zag ik mezelf opeens schrijven dat hij uit wanhoop met zijn hand in de grond graaft en zich per ongeluk snijdt aan een glasscherf. Toen ik het herlas begon het idee te rijpen. Het gebeurt zelden, maar soms lopen de personages op je vooruit en moet je ze volgen.

Achteraf kan ik bedenken dat de zelfmutilatie en anorexia symbolen zijn, zodat ik niet hoef uit te leggen hoe Mattia en Alicia zich voelen. Iedereen kan die symbolen zo begrijpen. En zelfs al zijn Mattia en Alicia extreme personages, iedereen blijkt wel iets van zichzelf in hen terug te kunnen vinden. Lezers vinden hen emotioneel en zijn door ze geraakt, al begrijp ik dat nog steeds niet helemaal. Is het hun ongepaste, onmogelijke liefde? Waarschijnlijk is het hun oningeloste verlangen dat zo aanspreekt. Ieder van ons heeft een donkere kern die niet aan anderen uit te leggen valt. We kunnen over alles vertellen wat er omheen zit, maar over het hart van ons wezen, over precies datgene wat ieder van ons zo uniek, zo speciaal tot jou maakt, kan niemand praten. Dat is tragisch.

Maar ook de taal grijpt aan. Het wemelt in de roman van de originele metaforen, het boek is heel barok.
Ja, dat is precies wat ik er nu, een dik jaar later, niet meer zo interessant aan vind. Behalve de metaforen die bij de tekst passen omdat ze mathematisch zijn en de hoofdpersoon een wiskundige is zodat het uit zijn denken voortvloeit, vind ik dat ik te veel beeldspraak in de tekst heb gestopt. Veel metaforen zijn overbodig, ik zou ze nu schrappen omdat ze in mijn ogen nep zijn. Mijn schrijfstijl en mijn smaak veranderen op dit moment erg snel, omdat ik sinds het winnen van de prijs ook literatuur recenseer voor de krant en daardoor bewuster boeken analyseer. Daardoor voelt dat wat ik een jaar geleden geschreven heb al vreemd aan en zou ik er veel in willen veranderen. Ook de feedback die ik van goede vrienden krijg maakt me beter bewust van wat ik al schrijvend doe.

En een tweede boek?
De prijs heeft me wel bang gemaakt. Het is een zware verantwoordelijkheid, de lezers vertrouwen me. Maar wat moet ik nu nog, nu ik in een keer de top heb gehaald? Hoe kan ik ooit nog een tweede boek schrijven dat zo goed is of goed valt? Daarom heb ik besloten om het totaal te vergeten. Ik doe net alsof ik de prijs niet heb gewonnen. Het is alsof het een ander is overkomen. Ik probeer te leven in vrijheid en maak m’n promotie in de natuurkunde eerst af. Het is ook een geweldig privilege om te kunnen zeggen: ik ben een schrijver, schrijven is mijn levensvervulling. Zo ver ben ik nog niet.
Delen
Meer interviews
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)
Interview met Peter Abelsen Door Guus Bauer (28-08-2018)
Interview met Gunnhild Øyehaug Door Guus Bauer (06-08-2018)