Interview met Paul Ingendaay
‘Zelfbedrog is een sterk overlevingsmechanisme’
Door Guus Bauer (19 september 2013)
Paul Ingendaay (Keulen, 1961) woont in Madrid waar hij tot voor kort correspondent was voor de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Met zijn nieuwe roman De romantische jaren lost hij de verwachtingen in die zijn gewekt met zijn bekroonde debuutroman Warum Du mich verlassen hast. (In Nederland verschenen als De langste zondag van mijn leven.)

Opnieuw is Marko Theunissen de hoofdpersoon. Hij heeft zich min of meer losgemaakt van zijn schooltijd op een katholiek internaat, heeft zijn studie literatuurwetenschappen eraan gegeven en is in een uithoek een verzekeringsagentschap gestart. Zijn vader is al decennia gescheiden van zijn veel jongere moeder en begint naast zijn gezichtvermogen ook zijn realiteitszin en zijn have en goed te verliezen. Zijn broer is succesvol in het geldwezen, heeft wél vrouw en twee kinderen. En dan is er nog een oudste zus die zich middels een hippieleven aan de ‘familiefarce’ heeft onttrokken. De enige met wie Marko het echt kan vinden, is het dorpsmeisje Johanna van een jaar of tien dat door haar moeder zo goed als aan haar lot wordt overgelaten.

Was u van plan om een vervolg te maken op uw debuut?
Dat was beslist niet mijn bedoeling. Het is eerder zo dat de personages toevallig zijn teruggekomen in een boek over hoe herinnering werkt. In 2008 is mijn vader gestorven. Ik had een heel nauwe band met hem. Toen heb ik alle projecten terzijde geschoven en ben alles op gaan schrijven wat ik wilde behouden. Een pagina of dertig. Toen zag ik dat ik de vader van Marko via mijn eigen vader kon uitdiepen. Ik denk dat men zich met elke roman meer verwijdert van het eigen leven. Zo ontstond een boek over een vader die niet loslaten kan. Dat vastklampen heeft iets pathetisch, maar niet in de kwade zin, het is eerder bombastisch.

Het citaat van de Amerikaanse dichter Howard Moss aan het begin van deel II - Sensations of the past are not duplications but sensation itself - lijkt uw visie op tijd en herinnering weer te geven.
Wanneer we dichtbij de herinneringen komen, leven ze in het heden, zijn ze nieuwe ervaringen hoewel ze betrekking hebben op iets dat bijvoorbeeld twintig jaar geleden is gebeurd. Het centrale thema van de roman. We zijn geneigd om naar voren en naar achteren te denken. Voor de vader van Marko is het verleden de reden van het heden. Nostalgie kan gevaarlijk zijn wanneer je een romanticus bent. Daarom heeft hij, net als mijn vader vlak voor zijn overlijden, het plan opgevat om een vijftigjarig huwelijksfeest te organiseren in aanwezigheid van de moeder, alhoewel ze al dertig jaar zijn gescheiden. Tot de dood ons scheidt, zogezegd. Gelukkig zijn we altijd géweest.

Bijna alle personen in deze roman bedriegen zichzelf?
Zelfbedrog is een sterk overlevingsmechanisme. De vader is een Don Quichot die drogbeelden najaagt. Hij probeert door zijn herinneringen op band in te spreken weer iets samen te smeden uit brokstukken die onherroepelijk verdwenen zijn. Dat heeft iets tragikomisch en is tegelijk heel menselijk. Marko ziet zijn koers ook niet echt duidelijk voor ogen, daarom zoekt hij verklaringen. We bedriegen onszelf allemaal wel eens.

Bent u ooit een verkoper geweest, gezien de mate waarin u de eufemismen, ‘het bedrog’, zeg maar de psychologie van de handel beheerst?
Ik heb zelf negen jaar op een internaat gezeten. Daar leer je wel het een en ander over intermenselijke verhoudingen. Je kunt daar overleven of volledig kopje onder gaan. Een buitenstaander zal maar moeilijk over díe gesloten gemeenschap kunnen schrijven. Om adequaat te kunnen schrijven over werelden die zo eigen zijn, moet je je er in onderdompelen.

Ik had een vriend die kort voor het examen de universiteit heeft verlaten. Hij startte een eigen verzekeringsagentschap en dacht: ha, nu ben ik zelfstandig. Na een korte tijd kwam hij erachter dat het een verschrikkelijk metier was, zoals vele branches bij nadere beschouwing gruwelijk zijn. Het boek moest voor mij verankerd zijn in een reëel beroep. Ik ben met hem op klantenbezoek geweest en heb in mijn roman zijn bureau als het ware nagebouwd, inclusief zijn secretaresse en een deel van de zaken die ik heb meegemaakt en die hij mij in het grootste vertrouwen heeft geschetst.

Het kwam goed uit dat het verzekeringswezen als saai te boek staat. Op die manier kon ik mooi over geboorte, dood en de sleur daar tussenin schrijven. Mensen zien zichzelf als uitzonderingsgeval en verwachten een dito behandeling. Het duurt bij velen lang voordat ze inzien dat het leven zo niet werkt. En soms komt het helemaal niet aan.

Uw roman handelt ook over projectie van ouders op kinderen.
Dat is zeker een groot thema. Hoe vrij kun en wil je je kinderen laten? De vader, gepensioneerd notaris, had Marko graag gezien als een professor met een leerstoel. Daar hebben velen van ons mee te maken gehad als adolescent. Ik ken bijna alleen maar verhalen waarbij er van de zijde van de ouders een zekere mate van druk bestond. Ik had geluk. Ik las en ik probeerde te schrijven en dat vond mijn vader geweldig. Mijn broer was minder fortuinlijk, die werd tot zijn grote ergernis in een bepaalde richting geduwd. Wij waren met vier jongens thuis. Geen meisjes, daarom heb ik tenminste Marko met een oudere zuster bedacht.

De kleine Johanna die af en toe huiswerk maakt in de villa van Marko lijkt de enige te zijn met wie hij echt overweg kan?
De getrouwde vrouw met wie hij een verhouding heeft, is relatievaardiger. Marko kan zich niet binden, hoogstens aan zijn beroep. De moeder van Johanna neemt haar verantwoording niet. Wanneer ze een man in huis haalt, mag het kind zelf uitzoeken wat ze doet. Johanna is Marko’s anker in de kleine gemeenschap en tegelijkertijd zoekt ze bij hem een soort vaderschap.

Pas nadat ik de drukproef las, realiseerde ik me dat alle protagonisten op een of andere wijze op zoek zijn naar een vader. De moeder van Marko is tweemaal verlaten door haar vader, eenmaal door de oorlog en eenmaal door een scheiding. Johanna wacht tevergeefs op de door haar geliefde papa. Marko ziet zijn vader afglijden, iemand van wie hij onbewust sturing verwacht, of in elk geval bevestiging. Zelfs de oudste zus die gemakshalve altijd in verre streken verblijft, zoekt naar die andere man die haar vader ooit was. Er is een hang naar vaderlijke autoriteit, naar leiding. Kennelijk interesseert me dat bijzonder, terwijl in mijn eigen leven de moeder eerder de afwezige was.

Bent u daardoor geïntrigeerd geraakt door wat mensen al dan niet voor langere tijd bindt?
Natuurlijk kan men een mens nooit volledig doorgronden, maar ik heb veel paren gezien, niet alleen mijn ouders, waarbij de partners elkaar niet voldoende kenden voordat ze aan een relatie waren begonnen. De nabijheid moet sterker zijn dan de te verwachten sleur. Ik wilde altijd graag lezen én schrijven over paren die lang bij elkaar blijven. Wat is het dat ze samenbindt? Kinderen, gewoonte, een zekere genegenheid, beroep, economische belangen? In de roman is de moeder niet alleen van de man gescheiden, maar ook van de kinderen. Dat is gebaseerd op het feit dat ik op tienjarige leeftijd al naar het internaat ben gestuurd. In feite werd mijn moeder ingewisseld voor kostschool.

De generatie van eind jaren vijftig, begin jaren zestig had toch ook iets zorgeloos?
Ja, ja, de romantische jaren. Ik dacht net als Marko in het boek dat onze talenten voldoende waren, de deuren zouden voor ons worden geopend. De generatie van laat ik zeggen ’68 is een beschermde generatie. Welstand, geen oorlog, in rust studeren. Toen ik zelf een job had als journalist, verging het mijn vader plots financieel slecht. Hij moest alles verkopen. Toen heb ik gezien dat het leven breekbaar is. Tegenwoordig moeten jonge mensen al het mogelijke uithalen om aan een baan te komen. Ze lopen stages en moeten al met achttien hun loopbaan hebben uitgestippeld. Ik heb toevalligerwijs nooit gesolliciteerd. Met mij is het min of meer goed afgelopen, maar er zijn velen die zijn ingestort of op z’n minst in een verlammende sleur zijn geraakt.

In tegenstelling tot Marko heeft u uw studie literatuurwetenschappen wel afgemaakt. U deelt behoorlijke tikken uit aan de verklarende wetenschap.
Ik heb tijdens mijn jaren aan de universiteit voortdurend getwijfeld. Wat op zich niet negatief is. Een dergelijke studie kan het plezier in het lezen sterk verminderen. Misschien niet zo geschikt voor iemand die (nog) hartstochtelijk met literatuur bezig is. Die ‘op leven en dood’ wil schrijven. De inhoud van een boek verwordt tot tekst, puur tot startpunt voor een hoop aannames. Marko moet hartelijk lachen in de bibliotheek als hij doorkrijgt dat de geleerden elkaar in de honderden stukken over Kleist voornamelijk nabauwen.

Om weg te komen, ben ik een jaar in Dublin geweest. Ik studeerde ook Spaans, net als mijn toenmalige vriendin. Zij kreeg een aanbod om naar Mexico te gaan. Toen heb ik een halfjaar verlof opgenomen. Ik heb daar een half boek geschreven. Ergens wist ik dat ik moest schrijven om bij zinnen te blijven. Toen ik terugkwam heb ik mijn studie afgemaakt en nam ik de aangeboden job bij de krant in Frankfurt aan. Van 1992 tot 1998 ben ik literatuurredacteur geweest. Daarna tot begin dit jaar correspondent in Madrid. Het is in deze barre tijden een gewaagde sprong, maar ik ga me alleen nog aan het schrijven wijden.

Over dubbelleven gesproken: u beschrijft de spagaat van mensen die vreemdgaan zo pakkend, dat je bijna zou denken dat u ervaring heeft.
Drie van mijn vrienden hebben mij uitgebreid verteld over hun gecompliceerde dubbelleven. In het begin van een relatie hoor je geliefden nog wel eens stellig beweren dat ze elkaar alles vertellen. Dat is niet leefbaar. Om je dat te realiseren moet je wat ouder worden. Gabriel García Márquez zei ooit pakkend: Ik heb een openbaar leven, een privéleven en een geheim leven.

Mijn verzekeringsvriend had als alleenstaande ook een verhouding met een getrouwde vrouw, net als in de roman een cliënte. Die maakte het na zeven jaar uit. Hij is een half jaar later aan een gebroken hart gestorven. Een romanticus. Hij is de Special Friend in mijn dankwoord. Gelukkig heeft hij de roman nog kunnen lezen, maar het boek kon hem niet redden. Marko is niet ingestort, hij ziet in dat het pech is, dat het leven dit soort zaken nu eenmaal voor ons in petto heeft.

Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Chrétien Breukers Door Guus Bauer (27-11-2019)
Interview met Marijke Schermer Door Guus Bauer (13-11-2019)
Interview met David de Poel over Frans Pointl Door Guus Bauer (01-10-2019)
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)