Interview met Paul Murray
‘Ik heb geleerd dat je de lezer moet vertrouwen’
Door Guus Bauer (2 september 2011)


De Ierse auteur Paul Murray (1975) debuteerde in 2003 met An Evening Of Long Goodbyes. Deze roman werd ook buiten Ierland goed ontvangen en onder meer genomineerd voor de Whitbread Award. Zeven jaar later lost Murray de hoge verwachtingen in met de bildungsroman Skippy dies, die prompt op de longlijst voor de Man Booker Prize belandde.

Skippy tussen de sterren beschrijft één semester op de fictieve school Seabrooks in Dublin, gezien vanuit verschillende perspectieven: interne en externe leerlingen, leken-leraren zowel als priesters, de rector, de administratie, vriendinnetjes en winkeliers. In het centrum van dit universum staat de veertienjarige Daniel Juster, alias Skippy, een verlegen, intelligente jongen.

De hoofdpersoon sterft in een donutshop, nadat hij nog net de naam van zijn grote liefde met frambozenjam op de vloer heeft kunnen schrijven. Op z’n zachts gezegd een gedurfd begin?
Oorspronkelijk was het de bedoeling om een kort verhaal te schrijven voor een tijdschrift over didactiek. Ik had twee verhaallijnen in gedachten: een over een vertwijfelde leraar en een over een scholier die aan zijn verlegenheid te gronde gaat. Vijf jaar later had ik meer dan duizend pagina’s. Allemaal met de hand geschreven, omdat ik de neiging heb om meteen te gaan redigeren zodra ik op de computer werk.

Veel moeite gehad met het schrappen?
Ik heb daarna nog twee jaar op het boek gezweet. Mijn eerste roman is geschreven in de eerste persoon enkelvoud, dus het werken met meerdere perspectieven in Skippy tussen de sterren was een uitdaging voor me. Eén ding stond vast: aan het begin wilde ik niets veranderen. Skippy gaat dood. Met die dramatische scène wil ik de lezer in het boek trekken. De andere hoofdstukken heb ik vaak veranderd, maar stukje bij beetje wist ik in welke richting ik moest gaan. Ik heb geleerd dat je de lezer moet vertrouwen.

Iedereen die school is gegaan, zal wel iets in het boek herkennen. Hoe was uw schooltijd?
Mijn uitgever zei ook al dat het een roman is die werkelijk iedereen kan aanspreken. Ik was op school een soort Skippy, wist in die tijd niet goed wat ik met mezelf en de wereld aan moest. Ik zat tussen een stel rauwdouwers en meisjes die al lang van wanten wisten. Ik had het er moeilijk mee omdat ik een dromer was. Seabrook bestaat niet, maar alle elementen van mijn middelbare school zijn er in terug te vinden. Tot aan de rector en de administratie aan toe.

Skippy en zijn interne maten moeten het opnemen tegen agressieve dealertjes en aan pillen verslaafde meisjes.
Het is interessant om over de outcast, de losers op school, te schrijven. Gewone kinderen zijn saai, in het echt én als personages. Dat worden later de grijzen muizen, de ambtenaren. Daarom heb ik de niet zo slimme drugdealende Carl geïntroduceerd. Een beer van een vent, maar tegelijkertijd verward en onzeker. Ik moest hem een imago aanmeten. Een eigen taal voor hem uitvinden. Dat kostte me veel moeite, maar ik heb er veel plezier aan beleefd. Het heeft een soort rauwe poëzie opgeleverd.

Pubers zijn dankbare personages om over te schrijven?
De meeste tieners zitten (nog) niet lekker in hun vel. Ze zijn wanhopig op zoek naar hun plaats in de wereld. En daarvoor kijken ze vaak op de verkeerde plaatsen. Ergens in de jaren zestig is de tiener uitgevonden door de marketing. Een nieuwe naoorlogse markt, jongeren hadden ineens geld te spenderen. Volwassenen willen nu zelf haast weer tieners zijn. In een poging om hun jeugd terug te krijgen kopen ze ook alle nieuwe gadgets. Ik verheugde me overigens elke keer weer op het schrijven over de leraren. Het werd naarmate het boek vorderde steeds duidelijker dat ze eigenlijk niet zoveel verschilden van hun leerlingen. In hun liefdesleven, hun eenzaamheid, hun droefenis en hun triomfen en mislukkingen.

U bent een echte verhalenverteller. Is dat iets typisch Iers?
We kletsen wat af bij ons in de kroeg in Dublin. Mijn ouders komen van het platteland en van kleins af aan werden er elke avond verhalen verteld. Zij hebben me enthousiast gemaakt voor boeken. En bijna als een natuurlijk vervolg daarop ben ik gaan schrijven. Ik heb net een lange promotietour voor het boek achter de rug. Dat circus vind ik soms moeilijk. Ik word narrig als ik niet kan schrijven.

Skippy tussen de sterren is een amalgaam van Back to the future, The Dead Poet Society, de jonge onderzoekers, Stonehenge, games, seks, drugs en rock ‘n roll.
Je moet het beestje een naampje geven. De een noemt mijn boek een komedie, de ander een drama. Ik ben een liefhebber van Wachten op Godot van Samuel Beckett, een niet te ontwarren mengeling van beide genres. Ik wilde een lekker leesboek schrijven waar je mee kunt lachen en mee kunt huilen en dat op een bepaalde manier ook troost biedt. Daarom heb ik vaak de overtreffende trap gebruikt. Op een andere manier was die achtbaan van gevoelens en gedachten van de personages, van platvloersheid tot hemelbestorming, niet goed vast te leggen. Ik denk dat de schooltijd voor veel mensen een verschrikkelijke periode in hun leven is geweest, waar je tegelijkertijd toch met weemoed aan terugdenkt. Sinds het boek af is, heb ik niet meer over school gedroomd. Een hele opluchting.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Yves Petry Door Guus Bauer (15-03-2019)
Interview met Ron Wunderink Door Guus Bauer (04-03-2019)
Interview met Jón Kalman Stefánsson Door Guus Bauer (28-02-2019)
Interview met Tommy Orange Door Guus Bauer (19-02-2019)
Interview met Mira Feticu Door Guus Bauer (11-02-2019)