Interview met Peter Drehmanns
Vraagtekens vormgeven
Door Guus Bauer (31 januari 2018)
Vraagtekens vormgeven

Met Van de wereld maakt schrijver, dichter en voormalig recensent Peter Drehmanns (1960) het dozijn romans van zijn hand vol. Een bitterzoete vertelling over de bijna dertigjarige gezinsvoogd Daan Vos, die indachtig zijn achternaam, in het weekend via de site Tinder chickies rooft, het liefst foxy blondines. Ondanks dat hij de vrijdag en zaterdag helemaal los gaat op de dames, drank en partydrugs, regelmatig met black-outs tot gevolg, staat hij doordeweeks, behoudens een dinsdagdipje, zijn mannetje.

Waarom heb je ditmaal voor het decor van de zorg gekozen?
De zorg was voor mij nog een volkomen onbekend terrein. Doorgaans zijn mijn hoofdpersonen niet zo behept met het helpen en pamperen van de medemens. Empathie is hun vaak vreemd. Het leek me interessant en zogezegd een uitdaging om mij eens te wagen aan het portretteren van iemand die wél betrokken is bij het wel en wee van zijn omgeving – niet weer een personage dus dat tegen de wereld aan schopt of zich ervan afkeert maar juist iemand die zich ervoor openstelt. Daarnaast staat de zorg garant voor uitgesproken hete ethische hangijzers, en dat is voor een schrijver natuurlijk vruchtbaar materiaal. In mijn romans Blackpool en De begeleider heb ik ook de betrekkelijkheid van de moraal en de maakbaarheid van de samenleving behandeld. Daarin is de hoofdpersoon echter iemand die niet in goede bedoelingen gelooft, geen morele scrupules kent en zich in zijn werk nogal nietsontziend opstelt. In Van de wereld hebben we daarentegen te maken met iemand die wél overtuigd is van de maakbaarheid van de samenleving en die op een uiterst toegewijde manier de wereld probeert te verbeteren. Maar ondanks zijn nobele inborst loopt ook hij, net als de amorele hoofdpersonen uit Blackpool en De begeleider, in de val en eindigt met een slecht geweten.

Je beperkt je gelukkig tot een paar crisisgevallen, wilde je het detail laten spreken?
Het was niet mijn intentie om een zo compleet mogelijk beeld te geven van het werk van een gezinsvoogd. Het leek me voldoende om een paar werkgerelateerde crisissituaties te schetsen, waaruit duidelijk moest worden wat voor soort jongen Daan Vos, de hoofdpersoon, is. Namelijk iemand die zijn mannetje staat en in de meest uiteenlopende gevallen raad weet. De rots in de branding moest worden neergezet, zodat hij daarna met verve kon verbrokkelen. Na een paar van die casussen is het de lezer denk ik wel duidelijk dat Daan Vos iemand is die met verve crisissituaties kan managen en manipuleren. En toen was het dus tijd voor het omgekeerde: dat hij zelf een speelbal van een crisissituatie wordt. Tegelijkertijd geven die paar gevallen (hoop ik althans) ook een beeld van een wereld die onder hoogspanning staat en waarin zogenaamd beschaafde mensen elkaar naar het leven staan.

Er wordt een duidelijk tijdsbeeld geschetst, zonder expliciet commentaar, maar onderhuids loeit het protest.
Als ik een roman begin te schrijven is er voor mij vooral sprake van een soort laboratoriumopstelling. Je hebt een paar instrumenten en stoffen klaargezet en daarmee ga je onderzoek verrichten. De voltooide roman is een verslag van dat onderzoek, zonder dat ik daar expliciete conclusies, bindende verklaringen of morele oordelen aan wil verbinden. Die mag de lezer zelf bedenken. Het onbegrijpelijke een plaats geven – dat is waarschijnlijk waar literatuur om draait. Vraagtekens vormgeven. Met behulp van verhalen doordringen in de duisternis zonder de pretentie hebben werkelijk iets op te helderen. Tegelijkertijd vul je de hoofden van je personages natuurlijk wel met allerlei denkbeelden en bedenk je gebeurtenissen die tussen de regels iets vertellen over de wereld waarin wij leven. En ja, dat is – zeg ik voorzichtig, zonder de cultuurpessimist te willen uithangen – een wereld die steeds meer lijkt op een hypersupermegastore waar mensen zich enerzijds als slaafse consumenten gedragen en anderzijds als meningenmitrailleurs. Een exhibitionistische wereld, die door een groeiende groep mensen wordt vervloekt omdat ze maar half begrijpen wat er allemaal te koop is en in hoeverre ze worden belazerd. Een wereld waarvan de schroeven steeds verder worden losgedraaid zodat haar bewoners steeds meer in paniek lijken te zijn en de controle dreigen te verliezen. En dat is uiteraard gefundenes Fressen voor een romanschrijver.

Oud en jong worden opgejaagd, op 3 januari liggen de paaseieren al in de schappen.
Ja, het is een interessante maar inderdaad ook jachtige tijd waarin de hedendaagse westerse mens moet zien te functioneren. We leven in een periode waarin allerlei zekerheden onherroepelijk op de schop gaan door technologische en medische ontwikkelingen, fundamentalistische uitbarstingen, klimatologische veranderingen, globalisering, migratie, genderproblematiek enzovoorts. Onze cultuur wordt gekenmerkt door complexiteit, disoriëntatie, fragmentatie, rusteloosheid en instabiliteit. Op een vaak groteske manier proberen we ons evenwicht te bewaren tussen überneurotisch digitaal gedrag en radeloze pogingen tot zingeving, tot ontstressmomenten. Al die mensen die zich nu met mindfulness bezighouden maar tegelijkertijd ook fervente snapchatters of instagrammers zijn. Met al die onlinecamera’s die tegenwoordig op ons gericht staan is het nauwelijks nog mogelijk om kalm over de dingen na te denken en uncool door het leven te slenteren. Met de voortdurend nieuwe productiemethoden die het kapitalisme verzint worden we opgejaagd om onze wensen zo snel mogelijk te bevredigen zodat we weer verder kunnen hollen naar een nieuwe trend. De westerse wereld is gekrompen tot een schoolplein vol gillende verongelijkte verwende kinderen. En dat is iets wat iedereen die in de zorg werkt maar al te goed ondervindt.

Waarom heb je een voorwoord, een verklaring achteraf, toegevoegd, al is het een interessant universum op zich?
Tja, zo’n voorwoord dat alles even op een rijtje zet en de lezer klaarstoomt voor een onvergetelijk leesavontuur kun je inmiddels wel een cliché noemen in de literatuur. Dat is al zo vaak gedaan, van De gebroeders Karamazov en De bekentenissen van Zeno tot In de naam van de roos. Maar het geeft je als schrijver wel de aangename mogelijkheid enige afstand van het verhaal te nemen, het in een bepaalde zogenaamd verhelderende context te plaatsen en tegelijkertijd aan te duiden dat de verteller van het verhaal die zich hier voorstelt het eigenlijk ook allemaal niet precies weet. Dat voorwoord schept dus zowel helderheid als verwarring. En dat is volgens mij precies wat literatuur behoort te doen. Bovendien vond ik het ook aantrekkelijk om met dit voorwoord in het ongewisse te laten wie nou precies degene is die hier aan het woord is en die aankondigt het verhaal van Daan Vos te zullen vertellen. Is het de schrijver zelf en is die dan echt de collega van Daan Vos geweest, waardoor deze roman wellicht gebaseerd is op ware gebeurtenissen, iets wat de lezer tegenwoordig haast eist van een roman? Of is het degene die in het verhaal Jaap heet? De lezer mag het uitzoeken.

Was het lastig om het idioom voor Daantje Vos te vinden?
Nou, dat was niet echt moeilijk. Ik ben getrouwd met een jonge vrouw, die dertig jaar oud was toen ik het boek schreef. Slechts één jaar ouder dus dan Daan Vos. Nu wil ik niet beweren dat zij net zo’n hip taaltje bezigt als Daan, maar er zijn zeker wel overeenkomsten. Bovendien is de hoofdpersoon in ruime mate gemodelleerd naar iemand die ik ken, een jongen die ooit in mijn voetbalteam speelde en die ook werkzaam was in de zorg. Met hem heb ik een aantal uitvoerige gesprekken gehad – voornamelijk om meer te weten te komen over zijn werkzaamheden, maar ik was ook alert op zijn taalgebruik. Ik ben zelfs een keer met hem en zijn vrienden naar een dancefestival geweest, waar ik mijn oren wijd heb opengezet – nou ja, voor zover dat ging met die uit de boxen knallende muziek.

Vos kent zichzelf een zekere onfeilbaarheid toe. Iets dat bij de jeugd hoort?
Zeker, gebrek aan twijfel en een zekere zelfoverschatting horen bij de jeugd. Hybris is hun op het lijf geschreven. Maar zo jong is Daan Vos nu ook weer niet, 29. Dan heb je tegenwoordig al een fikse quarter life crisis achter de rug. Dat weet ik dan weer van mijn vrouw, die daar in haar debuutroman Ik ben Maan over heeft geschreven. In onze ultrasnelle wereld wordt een jong iemand geacht zo rap mogelijk zijn studie af te ronden en aan de bak te komen, mee te rennen met de vaart der volkeren. Gelanterfant is uit den boze. Nee, ik denk niet dat het aan de illusie van de onfeilbaarheid die de jeugd koestert te wijten is dat het uiteindelijk flink verkeerd gaat met Daan Vos. Het is eerder zijn geloof in het goede van de mens dat hem verblindt, dat hem de tekenen niet doet verstaan. En de liefdesgeschiedenis die hij beleeft tast zijn perceptie ook nog eens flink aan.

Toch ook een soort beroepsdeformatie?
Ja, wat ik zojuist al aanstipte. In zijn beroep wordt Daan Vos verondersteld een gezond optimisme eropna te houden ten aanzien van een vaak onthutsende werkelijkheid. Je moet ervan overtuigd zijn dat de mens niet van nature slecht is maar door de omstandigheden op het verkeerde pad is geraakt en dat hij met de juiste aanpak ook weer in het gareel gebracht kan worden. Je zou dat ook een tunnelvisie kunnen noemen. Je verliest daardoor soms de werkelijkheid uit het oog. Een beetje zoals de Grizzly Man, zoals in die documentaire van Werner Herzog. Die man dacht dat de beren je geen kwaad deden als je ze maar op de juiste manier benaderde. Die overtuiging, namelijk dat ze geen moorddadige monsters waren maar eigenlijk lieve dieren, werd hem uiteindelijk fataal. Daan Vos lijkt wel enigszins op die kerel. Hij is een onbekommerde jongen én een barmhartige Samaritaan, een mengsel dat uiteindelijk behoorlijk giftig blijkt te zijn, voor hemzelf welteverstaan.

De hang naar 'ware liefde' waar elk mens toch maar stiekem onder lijdt?
Haha, ja, nog zo’n domein waar moedwil en misverstand fantastisch kunnen gedijen. Aanvankelijk stelt Daan Vos zich tevreden met de zegeningen van de onlinedatingindustrie. Maar allicht voelt hij toch ook een zekere sociale druk om nu hij bijna dertig is op te houden met tinderen en chickies scoren en in plaats daarvan te proberen een serieuze verkering op poten te zetten. Met alle gevolgen van dien. Hij wil zich in zijn liefdesleven dus even verantwoordelijk gaan gedragen als in zijn werk. En hij denkt dat hij op dat glibberige terrein dezelfde methodes en overtuigingen kan hanteren die hij als gezinsvoogd eropna houdt. Een van zijn vele inschattingsfouten…

De participatiemaatschappij heeft gefaald?
Op de zorg wordt bezuinigd en er wordt meer verwacht van de mensen zelf, van hun bereidheid tot participatie. Het is de vraag of de hedendaagse mens daar wel tijd voor heeft. Het schijnt dat men tegenwoordig zelfs amper nog toe komt aan seks, wat ooit toch als een bijzonder urgente bezigheid werd beschouwd. En nu wordt er van ons verwacht dat wij onze smartphones opzij leggen om niet onszelf maar anderen bij te staan. Ik weet niet of dat wel een realistische verwachting is in onze marktgeoriënteerde en opgefokte maatschappij.

Voor dit boek geldt ‘bad trip, good writing’. Eigenlijk is dat de ultrakorte samenvatting van uw oeuvre.
Of er bij mij sprake is van ‘good writing’, dat kan ik zelf niet zeggen, daarover mogen de lezers en de critici oordelen. Ik besteed in ieder geval veel aandacht aan de compositie en de stijl van mijn romans, de vorm kortom. Dat is vaak een ondergeschoven kindje in de Nederlandse literatuur. De Vent is oppermachtig en de Vorm moet naar zijn pijpen dansen – een betreurenswaardige situatie. En dat terwijl die twee juist eendrachtig zouden moeten samenwerken om het beste resultaat te verkrijgen. Wat betreft die ‘bad trip’… Ja, het is waar dat vrijwel al mijn protagonisten een zekere hellegang beleven. De typische Drehmanns-held is een strevend individu dat zijn zaakjes op orde meent te hebben totdat een bepaalde gebeurtenis of ontmoeting de status-quo ondermijnt. Met andere woorden: ik houd ervan om mijn personages een donker bos in te sturen waar ze de strijd moeten aangaan met een sadistisch universum en vooral ook met hun eigen demonen. Dat is een spannend en boeiend krachtenveld; daar knettert en zindert het. Er ontstaat een noodlotsdrama waarin blind toeval en verkeerde keuzes een cruciale rol spelen. Je moet als schrijver niet bang zijn afgrijzen te wekken en verwarring te zaaien, in het hoofd van je protagonisten maar ook bij je lezers. Zoals W.F. Hermans ooit schreef: ‘De schrijver brengt aan het licht wat de massa niet durft te denken.’
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)
Interview met Peter Abelsen Door Guus Bauer (28-08-2018)
Interview met Gunnhild Øyehaug Door Guus Bauer (06-08-2018)