Interview met Philippe Claudel
‘Ik verlang vaak naar het eenzame leven van de monnik, maar evengoed heb ik de mensen nodig, wil ik middenin de wereld staan.’
Door Guus Bauer (21 september 2016)
De melancholiek van de vergeefsheid

Schrijver en filmmaker Philippe Claudel (1962), die al eerder met de roman Geuren een originele vorm had gevonden om zijn omgeving semi-autobiografisch te duiden – zoals de titel al zegt door middel van de reuk – laat in zijn nieuwe sleutelroman De boom in het land van de Toraja opnieuw fijnzinnig van zich horen.

Een filmmaker, ruwweg van de leeftijd van Claudel zelf, denkt na over de plek die de dood in de (Westerse) samenleving inneemt. Aanleiding is zijn eigen ouder wordende lichaam, maar ook de teloorgang van zijn enige vriend én producent Eugène. Eugène die, passend bij zijn karakter, even tussen neus en lippen opmerkt dat hij een ‘gemene kanker’ heeft. Claudel zet het filosofische aspect van het lichaam, van ziekte en van de dood messcherp neer. Van het stadium van het bevriende lichaam, via het tegenwerkend, lijdend, vijandig en uiteindelijk verloren lichaam. De overmacht van ons gestel. De idioterie van de schoonheidscultus, van de chirurgie en de cosmetica. Tegelijkertijd is – en dat is het intrigerende – deze roman ook een intieme ode aan het leven.

Omringd door de dood
Claudel: ‘De boom in het land van de Toraja is niet veel autobiografischer dan mijn voorgaande boeken. Het verschil is dat ik ditmaal niet heb aangehaakt aan de historie. Het speelt in het hier en nu. Ik heb mijn biografie gebruikt – de relaties met mijn geliefden, mijn ouders, mijn vrouw, mijn goede vrienden – om een verhaal te componeren over de dood en vooral ook over het leven. Heel intiem materiaal dat door verschuiving hopelijk een universeel karakter heeft gekregen. Ik heb veel weg van de hoofdpersoon maar ben het tegelijk helemaal niet.’

‘De laatste vijf jaar word ik omringd door de dood. Ik ben midden vijftig dus dat is op zich niet zo vreemd, maar vaak komt het toch totaal onverwacht, als een schot van een sluipschutter. Het kruipt onder je huid. Ik ben nu eenmaal een schrijver en moest dus wel onderzoeken wat mijn eigen verhouding is met de dood, en dus met het leven. Het overlijden van mijn beste vriend en tevens zakenpartner deed me nadenken over onze manier van doodsbeleving. We wissen de doden uit, begraven of verbranden ze, omgeven ze met rituelen die bijna niemand meer kan verklaren.’

Boom in het land van de Toraja
‘Toen ik een bezoek bracht aan Indonesië werd ik geraakt door de intense manier waarop de Toraja op Sulawesi met hun gestorvenen omgaan. De voorbereidingen van de uitvaart kunnen soms maanden duren. Alle familieleden, van waaruit ter wereld dan ook, dienen bij de uitvaart aanwezig te zijn. De kosten van de reis, het verblijf en het voedsel dienen door de naaste familie betaald te worden. In de tussentijd wordt het lichaam gebalsemd en niet als een dode maar als een zieke beschouwd.’

‘Baby’s worden in een uitgehakte nis in een boom gelegd. De holte wordt afgesloten met takken, doeken en een modderpasta. Na verloop van tijd groeit de schors dicht en begint de reis van het ingekapselde kind naar de hemel. In het zeer bedaagde tempo van de groei van de boom. De boom die midden in het dorp staat, midden in het leven.’

Het levende hout
‘Waar zijn mijn overleden ouders, mijn goede vrienden? Ben ik het levende hout waarin ik ze bewaar? Die vragen waren de aanleiding tot het schrijven van deze roman. Ja, De boom in het land van de Toraja, is een roman met personages, scènes, gevoelens enzovoort, maar het is tegelijkertijd ook een filosofisch essay over de relatie die de verteller heeft met zijn lichaam, met het verval. Daarnaast wilde ik de lezer uitleg geven over het creatieve proces tussen een schrijver en een producent, tussen een schrijver en een uitgever. De creativiteit is tenslotte een getuigenis van leven. Hoe werkt de schrijver als observator. We gebruiken onze verbeelding, smelten gebeurtenissen, gebaren, uitspraken samen. Ik wilde de lezer uitnodigen in de intimiteit van het creatieve proces.’

‘Het is niet zo ingewikkeld. Ik vang iets belangwekkends op van iemand anders' leven en maak er een scène van, voor een film, een theaterstuk of een boek. De verteller in deze roman, mijn schaduw, zit achter zijn bureau en ziet in een tegenovergelegen torenflat elke dag de routine van een jonge vrouw. Voor de postproductie van een film was ik twee maanden in Parijs. De producent had een appartement voor mij gehuurd. Elke dag zag ik deze vrouw komen en gaan. Ze was me ergens vertrouwd, maar toch vreemd, dichtbij en toch veraf. Ik kon de vorm van haar gezicht niet echt zien, niet echt op haar focussen. Dat is denkelijk een van de belangrijkste vragen van het leven: wat is de juiste afstand tussen mensen.’

Gevangen in het lichaam
‘Ik kwam met deze roman heel moeilijk op gang omdat begin 2013 mijn beste vriend was overleden. De tijd tussen twee projecten is toch al een lastige periode, je twijfelt over het afgeronde project, vraagt je af of je sowieso wel op de goede weg bent, en dan voel je je door het verlies droevig en leeg. Ik bleef natuurlijk schrijven, maar kon me niet voorstellen om direct weer te publiceren. Ik was als een pianist die dagelijks zijn oefenpartijtjes speelt, schreef wat losse flodders. De vrouw in het tegenovergelegen appartement was feitelijk de aanleiding tot deze roman, maar dat wist ik niet omdat ik niet op “projectbasis” bezig was. Ik schreef zonder vaste omlijning en voelde stap voor stap het leven terugkomen. Schrijven met plezier, zonder belasting. Ik merkte dat ik daardoor over dit “zware” onderwerp opmerkelijk licht kon schrijven. Het boek is daardoor een viering van het leven geworden. Het schrijven opende de deur naar buiten, naar de wereld.’

‘Ik denk mijn hele leven al na over de manier waarop ons lichaam werkt. Wij zitten gevangen in dit vehikel. Het is onmogelijk om naar buiten te gaan. (Al beweren sommigen dit zo nu en dan te doen.) Toen ik een jaar of zes, zeven was bracht me dit regelmatig van mijn stuk. Waarom ben ik in dit lichaam geplaatst. Na verloop van tijd staakte ik de onderhandelingen met mijn vleselijke wezen, was ik er tevreden mee, in zekere zin mee in harmonie. Soms is het moeilijk om vrede te hebben met je body, vooral wanneer het ouder wordt.’

Intimiteit
‘De boom in het land van de Toraja sluit aan bij de autobiografische roman Geuren, waarin ik mijn persoonlijke geschiedenis vertel via de geuren die mij zijn bijgebleven. Een geur roept altijd direct een herinnering op. Verdediging tegen de gedachte is niet mogelijk. Die directheid intrigeerde me. Na Het verslag van Brodeck voelde ik aan dat ik een nieuwe weg in moest slaan, dat ik in plaats van mijn romans in een historische context te plaatsen, uitsluitend nog op zoek moest gaan naar intimiteit. Weliswaar heb ik altijd geprobeerd om grensoverschrijdend te werken, niet precies in een bepaald genre te passen, maar naar mijn idee is de tijd van Honoré de Balzac voorbij. Romans dienen nu meer intiem dynamiet te bevatten. In zekere zin heb ik mijzelf bevrijd van de klassieke romanstructuur.’

Schrijven en regisseren
‘Ik wilde deze essayistische roman bewust in het heden plaatsen. Niet voor niets is de verteller geen schrijver maar een regisseur, iemand die met beelden werkt. De tijd in de filmwereld is kostbaar. Je bent afhankelijk van soms wel honderd mensen. Hoe mooi is het dat de protagonist na de dood van zijn vriend de kracht van de in eenzaamheid geschreven woorden ontdekt. Ikzelf word regelmatig tussen deze twee werelden heen en weer geslingerd. Toen ik als kind de boeken ontdekte, wilde ik boeken schrijven, toen ik de film ontdekte, wilde ik scenario’s schrijven en films regisseren. Ik ben heel dubbel, heb de woorden nodig, maar daarnaast moet ik met mijn eigen ogen werken, moet ik scènes schilderen. Soms gebruik ik een beeld om een verhaal te vertellen, soms woorden om een beeld te schetsen. Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik allebei mag doen. Het mooie is – en dat realiseert de verteller zich in de roman – dat je voor het schrijven zelf geen enkele toestemming nodig hebt.’

‘Vooralsnog krijg ik toestemming van mensen, uitgevers en filmproducenten, om zowel films als boeken te maken. Deze parallelle bezigheden putten mij soms ook uit. Het schrijfproces zelf is voor mij uitsluitend plezierig, films nemen elk een paar jaar van je leven en veroorzaken voornamelijk pijn, een hoop stress. Na het uitbrengen van de film weet je eigenlijk een dag later al of het een hit of een flop wordt. Ik ken beide kanten van de medaille. Il y a longtemps que je t’aime werd over de hele wereld gewaardeerd, mijn nieuwste film, une enfance, heeft een sociaal-documentaire dimensie en werd genegeerd. Het is een portret van iemand die opgroeit zonder ouders, een problematieke jeugd met drugs etc.’

‘De film werd vorig jaar uitgebracht, een kwestie van slechte timing. Frankrijk was in shock door de aanslagen. Men wilde komedies zien. Begrijpelijk. Het is niet zo erg, al heeft het maken een paar jaar van mijn leven gekost. Dat is inherent aan de creativiteit. Het is een kwestie van doorgaan. Ook met het schrijven van romans. Ja, de literatuur heeft het moeilijk. Het boek is “uit”, past niet in de huidige tijdsgeest. Er is veel aandacht voor bestsellers, voor bekentenisboeken van bekende mensen, toch ben ik positief gestemd.’

Oever
‘De (nieuws)wereld is snel geworden door internet, door de behoefte aan breaking news, maar de ware gedachtestromen, de reflectie kun je alleen in een boek vinden. Het huidige leven is als een rivier met kolkend water. Je kunt ook op de oever gaan zitten, in de speciale geografie van het boek en het water met alle “lijken” langs je heen laten gaan. Dat is de plek van het ware denken. Ik geloof dat het totale continent van boeken heel langzaam de attitude, de stemming van de mensen kan veranderen. Ik weiger om mee te gaan in de snelle wereld, ik voel me eerder thuis in die van de oester, de kleine gepassioneerde beleving. Er zal hopelijk snel een einde komen aan het koninkrijk van de stupiditeit, het koninkrijk van het geld.’

‘De vreselijke aanslagen in Frankrijk hebben gewerkt als een elektroshock. De daders waren jongens van eigen bodem, geen buitenlanders. Langzaam beseft men dat het niet mogelijk is om de samenleving – het woord zegt het al – in stand te houden met een egocentrische levenshouding. Boeken kunnen daarbij van dienst zijn. De literatuur is een overdadig gevulde tafel in een zeer solide huis waarvan de deur altijd openstaat. Een plek van de eeuwigheid waar je in alle rust beelden van de rivier van de tijd kunt bestuderen, met de voeten veilig op de vaste grond van de kunst.’
Delen
Meer interviews
Interview met Chrétien Breukers Door Guus Bauer (27-11-2019)
Interview met Marijke Schermer Door Guus Bauer (13-11-2019)
Interview met David de Poel over Frans Pointl Door Guus Bauer (01-10-2019)
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)