Interview met Renate Dorrestein
‘Scheve verhoudingen zijn natuurlijk altijd interessant voor een schrijver’
Door Guus Bauer (3 november 2011)


Renate Dorrestein (1954) is niet alleen binnen de Nederlandse letteren een householdname. Haar werk wordt gelezen van de Verenigde Staten tot Japan en van Noorwegen tot India. Ze ontving diverse prijzen, waaronder de Annie Romein-prijs voor haar gehele oeuvre, dat na de verschijning van haar nieuwste roman De stiefmoeder inmiddels al achtentwintig boeken telt.

Claire Paagman is een succesvolle kunstenares. Ze vormt samen met man Axel en zijn dochter Josefien al twaalf jaar een hecht gezin. Als de zestienjarige Joosje, het prinsesje van haar vader dat in zijn ogen niets fout kan doen, een geheim vertelt aan Claire, is het gedaan met de harmonie. Dan volgt een spel van aantrekken en afstoten. Claire vertrekt naar Engeland om een prijs voor haar werk in ontvangst te nemen. Axel gaat niet mee, hij is boos. Wie vertelt het eerst de waarheid en wat zijn daarvan precies de gevolgen?

Vanwaar dit onderzoek naar de rol van de stiefmoeder?
‘Scheve verhoudingen zijn natuurlijk altijd interessant voor een schrijver. Als stiefmoeder heb je een heel rare status in een gezin. Je bent feitelijk alleen de geliefde van de ouder van het kind. Claire is een wandelend uithangbord voor het feit dat Axel een seksleven heeft. Dat wil Josefien natuurlijk niet weten. Er is ook rivaliteit tussen de dochter en de geliefde om de onverdeelde aandacht van de vader. Je wilt iets met een man en krijgt er een kind als cadeautje bij.’

Ligt het anders bij het stiefvaderschap?
‘Stiefvaders gaan waarschijnlijk met veel minder verwachtingen de relatie aan. Stiefmoeders vervallen in een soort ultramoederschap met veel te veel koestering. Ze kunnen het eigenlijk nooit goed doen. Misschien hebben mannen minder hoge verwachtingen van het vaderschap dan vrouwen van het moederschap en begint het daar al.’

Er zou eigenlijk een nieuwe term gevonden moeten worden voor een stiefouder?
‘Heel veel stiefmoeders, ik vind het zelf een té melig woord, noemen zich bonusmoeder. Ik heb Noor, het kind van mijn man, nooit stiefdochter genoemd, al was het maar omdat haar vader en ik nooit samen hebben gewoond. Er is geen term die de relatie recht doet. Toen ik haar een keer moest voorstellen, kreeg ik een ingeving en noemde haar mijn ‘lease-kind’. Dat vond ze in die tijd, ze was zestien, heel gelikt en hip. Ze is nu bijna dertig en ondertekent er haar mails aan mij nog steeds mee.’

Schuilt in het afstand bewaren de oplossing? In het atelier van Claire mogen Axel en Josefien maar eenmaal per jaar komen.
‘Claire beschouwt zichzelf als een antropoloog die een vreemde stam bezoekt. Er valt een hoop te bestuderen, maar je moet niet denken dat je er onderdeel van uitmaakt. Wanneer Josefien het erg intieme geheim met haar deelt, denkt Claire abusievelijk dat ze er nu eindelijk helemaal bij hoort.’

Het startpunt van het boek komt uit uw eigen leven?
‘In zekere zin. Noor kwam jaren geleden opgetogen naar me toe omdat haar moeder ging scheiden van haar nieuwe echtgenoot. “Vind je het niet geweldig, Renate, nu kunnen papa en mama weer samenkomen.” Oeps, dacht ik en onmiddellijk daar achteraan: zo sterk is dus de wens van kinderen dat hun ouders herenigd worden dat zelfs iemand die volwassen is er naar hunkert.’

‘Dat vond ik toen een heel interessant gegeven. Dat heeft zoveel conflict in zich, daar wilde ik een keer een roman over schrijven. Mijn boeken gaan vaak over gezinssituaties. De hele constellatie van een gezin, ook ‘het normale’ dat we de hoeksteen van de samenleving noemen, is heel erg wankel. Toen ik De stiefmoeder aan het schrijven was, kwam het voorval tussen Noor en mij weer ter sprake.’

‘Noor zei heel verbaasd: “Heb je toen niet gemerkt dat ik een grapje maakte?” Toen dacht ik, nu wordt het pas echt interessant. Ik had het namelijk kunnen weten. Ze heeft vaak expliciet gezegd dat ze mij zo’n geschikte vrouw voor haar vader vindt. Maar in mijn eigen onzekerheid en kwetsbaarheid als “stiefmoeder” heb ik me door haar opmerking van toen blijkbaar zo verbolgen gevoeld dat ik direct een verkeerde conclusie heb getrokken. Toen besefte ik hoe een misverstand in deze gezinssituatie als het ware ingebakken zit.’

Claire, Axel en Josefien hebben elk een eigen deel in het boek. Was het lastig om met drie verschillende stemmen te schrijven?
‘Het ging niet als vanzelf maar het was niet bijzonder moeilijk. Ik dacht eerst ook nog een deel door Henriëtte, de biologische moeder van Josefien, te laten vullen. Maar die voegt niets toe. Claire moest de hoofdpersoon van het boek blijven. Wanneer Henriëtte een stem had gekregen, was Claire buiten beeld geraakt. De enige manier om dit verhaal te vertellen, was door alleen de drie direct betrokkenen aan het woord te laten. Zij weten niet alles van elkaar, maar de lezer begrijpt wel steeds beter hoe de situatie daadwerkelijk is.’

Claire is een voluptueuze grootheid in de textielkunst. Ze maakt zogeheten quilts. U neemt de kunstwereld een beetje op de hak?
‘Het geeft weer hoe ik door haar ogen kijk naar het kunstbedrijf. Het lijkt alsof kunst pas echt van belang is als het door een man is gemaakt. Textiele handwerken hebben een obscuur imago. Oude vrouwen die bezig zijn met kruissteekjes. In de moderne kunst heb je ineens befaamde mannelijke kunstenaars, winnaars van de Turner Prize zelfs, die zijn gaan borduren en pottenbakken. En zo is een vrouwenambacht een mannenambacht geworden en krijgt het waardering. Ikzelf ben niet van de naald en draad, ik heb die tak van de kunst gebruikt om het uit te vergroten.’

Geldt voor de literatuur wellicht hetzelfde?
Mannelijke auteurs worden gemakkelijker serieus genomen dan vrouwelijke. Wij verkopen wel vaak beter. Misschien omdat het lezerspubliek zo langzamerhand voor het grootste gedeelte uit vrouwen bestaat. Jaren geleden schreef ik voor het eerst een roman vanuit het perspectief van een man: Zonder genade. Ik kreeg opmerkelijk veel goede kritieken. Ze vonden het knap omdat de man toch een ander, ze zeiden nog net niet hoger, wezen is. Het is interessant dat we ons anno 2011 in dit opzicht nog in de duistere middeleeuwen bevinden.

In Engeland krijgt Claire een ontsteking aan haar oogzenuw. Ziet ze daardoor ook letterlijk alles in een ander perspectief?
Ze ziet alles ineens zwart-wit. Ik had iets nodig dat haar in paniek zou brengen en toen las ik ergens over spontane kleurenblindheid die kan optreden in stresssituaties. Het moet voor iemand die geroemd wordt om haar aparte kijk op kleuren heel erg zijn. Dan is ze inderdaad in staat om de boel de boel te laten en er vandoor te gaan. Ik moest haar iets geven waar ze van op haar stevige grondvesten zou gaan schudden.

Aan het eind van De stiefmoeder lijkt er een basis te zijn om met elkaar verder te gaan?
Dat is een van de lezingen. Je kunt er ook iets heel anders in ontdekken. Het heeft te maken met in hoeverre je de slechtheid van mensen kunt verdragen of je de dubbele bodem wel of niet ziet. Er zijn kleine hints voor de goede verstaander. Het heeft te maken met waarmee Claire zich heeft beziggehouden tijdens de dagen dat ze zoek was in Engeland.

Ergens in het boek wordt een schrijver geciteerd: ‘Soms gaat het leven de ene kant op, en wij de andere.’ Zo is het maar net.
Een schrijversgrapje. Het is de slotzin van mijn eigen roman Het duister dat ons scheidt uit 2003.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)