Interview met Renée Knight
"Het verassingselement in een boek is het allerbelangrijkste"
Door Guus Bauer (23 april 2019)
De Engelse schrijfster Renée Knight (1959) was voorheen scenarist en regisseur bij de BBC. In 2013 volgde ze de prestigieuze Faber Writing Academy en publiceerde haar debuut Disclaimer, dat prompt een Sunday Times bestseller werd. Het werd gebracht als een thriller, de marketingafdeling moet ‘het product boek’ nu eenmaal labelen. Disclaimer is net als haar tweede roman The Secretary beslist een good read, niet zo zeer een detectiveroman, eerder volwaardige fictie die moeizame intermenselijke relaties blootlegt. Op de Nederlandse vertaling van de tweede roman, De secretaresse, staat als aanduiding ‘literaire thriller’. Een vaak misbruikte benaming, maar hier dus helemaal waar, al had er gewoonweg ‘roman’ op kunnen staan. Er is heel goed nagedacht over vorm, stijl en toon. Knight kan echt schrijven.

Er is een duidelijke spanningsboog, en het einde is toch nog heel verassend, maar dit is eerder een boek dat door de personages, door hun uitgesproken karakters, wordt gedreven dan door de plot. Knight maakt adequaat gebruik van vooruitwijzingen, zet de lezer regelmatig even fijn op het verkeerde been, laat scènes met slechts een enkel zinnetje helemaal kantelen. Het is geschreven in de eerste persoon enkelvoud, als een rechtvaardiging, als een stukje wraak ook van de directiesecretaresse Christine Butcher, een persoonlijke assistent tot het uiterste van de tv-presentatrice annex directrice van een keten van biologische supermarkten lady Mina Appleton. Het is daarnaast een ‘aanklacht’ tegen de gedoog- en leugencultuur in het bedrijfsleven, de onduidelijke lijn tussen redelijke en onredelijke opdrachten binnen een verregaande arbeidsrelatie. En maar weer eens een pijnlijke schets van het Engelse klassensysteem van een ‘stille getuige’, die uiteindelijk besluit haar mond niet te houden en tot actie over te gaan.

Giftige relatie
Knight: ‘Ik was eerlijk gezegd zelf ook verbaasd toen mijn Britse uitgever mij vertelde dat ze mijn eerste boek zouden brengen als een misdaadroman. Ik ben helemaal niet begonnen met schrijven met het idee om thrillers te maken. Ik wilde zaken onderzoeken die zich net onder de oppervlakte tussen mensen afspelen. In de schaduw in de hoek van de kamer als het ware. Iets waarvan je weet dat het er is, maar waar je niet precies je vinger op kunt leggen. Ik heb mijn hele leven veel gelezen, van alles door elkaar, ook wel thrillers, maar wat voor mij is het verassingselement in een boek het allerbelangrijkste. Dat kan door een plot, maar zeker ook door een wending, een ontwikkeling, een verschuiving van een karaktereigenschap bij een personage. Laat me iets zien wat ik niet had verwacht, of nog nooit op die manier heb gezien. Dat wil ik in elk geval met mijn boeken bereiken. In het eerste boek gebruikte ik nog een situatieschets. Een what-if moment. In De secretaresse is het uitgangspunt de giftige relatie, de wederzijdse afhankelijkheid tussen Christine en Mina. Ik heb meer dan twee jaar lang die karakters uitgediept, de verschillende lagen uitgegraven als het ware. Al die tijd moest mijn man Greg mij delen met die twee. Hij kan nu tevoorschijn komen, Christine en Mina hebben ons huis verlaten. Nu ja, hun aanwezigheid schemert nog wel in veel door.’

‘Voordat ik scenarist en regisseur werd, beroepen die trouwens bij het schrijfproces, bij de manier van observeren wel invloed hebben gehad, was ik een tijdje secretaresse. Beslist niet van het niveau van Christine. Steno en uittypen. Maar ik heb de atmosfeer natuurlijk wel heel goed geproefd. Ik weet echt wel hoe het is om neerbuigend te worden behandeld, om voor lief genomen te worden. De secretaresse gaat over machtsmisbruik. Juist ook nu, de kloof tussen mensen met geld en macht en de mensen zonder is misschien nog nooit zo groot geweest. De beschreven relatie komt tegenwoordig steeds meer voor, terwijl je zou verwachten dat er in de moderne tijd meer gelijkheid zou zijn. Het is het voorbijgaan aan de intelligentie van elk mens op zich.’

Vorm
De secretaresse is wat dat betreft een monument, een waarschuwing ook om de medewerker als een individu te zien. De stille getuige, altijd aanwezig als notulist in de hoek van de kamer. Iemand die alles weet, die in de grond uiterst betrouwbaar is, waaruit de persoonlijke hete hangijzers van de baas of bedrijfsgeheimen waarschijnlijk niet uit te slaan zijn, vermits hij of zij niet als een object wordt behandeld en publiekelijk vernederd. Knight weet je al snel aan de kant te krijgen van Christine. De lezer spoort haar automatisch aan tot verzet. Zonder dat de beide opponenten karikaturaal of eenzijdig worden.

‘Ik ben deze tekst begonnen in de derde persoon enkelvoud, heb daarin een aantal versies geschreven, maar de vorm paste op een bepaalde manier niet bij het verhaal van Christine. Omdat mijn eerste boek als een thriller was gebracht, voelde ik een enorme druk. Ik moest spannende wendingen vinden. Een verschrikkelijke manier om te schrijven. Toen heb ik mijn werkwijze drastisch omgegooid. Ik schreef in de eerste persoon enkelvoud, maar wel uit naam van Christine. Daarin kon ik haar twijfels, haar zelfhaat om de leugenachtigheid waartoe zij zich uit loyaliteit gedwongen ziet goed kwijt. Het idee was dat ik pas op driekwart van het boek zou onthullen dat de ik-persoon de secretaresse is. Maar daardoor raakte ik steeds erg in de knoop. Je gaat als vanzelf doodlopende wegen in. Hoe kan de verteller die gevoelens, die gedachten van Christine weten? Beide keren dat ik deze vorm probeerde, ging het boek onherroepelijk een draaikolk in. Ik moest veel te veel forceren. Ik ben eenvoudigweg van voren af aan begonnen, plaatste Christine in een nieuwe omgeving. Is het een inrichting, een gevangenis? Het is gelijk duidelijk dat er iets ernstigs is gebeurd, dat Christine in de rechtszaal is geweest. Die vorm werkte vrijwel direct. Ik kon helemaal in het hoofd van Christine kruipen, haar het verhaal laten vertellen. De lezer met haar mee laten voelen.’

Absolute buitenstaander
Onderhuids laat Knight een hoop pijnpunten zien. Goedwillende producenten, die op nietsontziende wijze worden uitgebuit, tegen elkaar uitgespeeld. De generatiekloof in het algemeen, maar ook de lastige verhoudingen tussen ouders en kinderen in de rijke klasse, zeg maar: de slachtoffers van het kostschoolsysteem. De botsing tussen de oprechte idealistische ideeën van de vader van Mina en de puur commerciële belangen van Mina, die zonder blikken of blozen het ‘eerlijke voedsels-idee’ van haar vader gebruikt als marketingtool, maar ondertussen zonder enig mededogen de wurgstrop aantrekt bij leveranciers en bij haar eigen vader.

‘Waar er grote commerciële belangen spelen, vallen slachtoffers. Mina interesseert dat niet, dat is bijkomende schade. Zij is opgevoed om iemand te spelen met een kil hart, is daar ook in gaan geloven. Een vorm van boerenbedrog. Een mens kan zichzelf uiteindelijk van alles wijs maken. Wij vinden het zo langzamerhand gewoon dat politici en grote ondernemers liegen. Daar wordt achteloos overheen gestapt. Mina pleegt een witte-boorden-misdaad. Iets dat aan de orde van de dag is. Niet voor niets citeer ik Thomas Paine: “Een langdurige gewoonte om iets niet fout te vinden, verleent het de schijn van iets goeds.” De misdaad in het boek is niet het belangrijkste. Ik wilde Christine in de rechtbank hebben. Het laatste wat een secretaresse verwacht wanneer ze een baan accepteert, is dat ze in het strafbankje terecht komt en op de voorpagina’s van de kranten, van de boulevardpers. Er zijn een paar van dergelijke zaken geweest in de UK in de laatste jaren. En wat daaruit naar voren kwam, intrigeerde me sterk. De vreemde, verwrongen verhoudingen tussen werkgevers en employees. Het gevoel om daar te moeten staan, in de spotlights, en dingen te horen die ze nog nooit hebben gehoord. Christine die denkt dat ze een insider is, een vriendin misschien zelfs, ontdekt daar dat ze een absolute buitenstaander is, totaal onbelangrijk. Dat mensonwaardige, die totale afbreuk, wilde ik laten zien. Het was geen aangenaam boek voor mij om te schrijven.’

Verdeeldheid
‘Wanneer je een dergelijke zwaarwegende baan hebt, is een privéleven eigenlijk niet mogelijk. Een ouderwetse gedachte eigenlijk. Op dit niveau wordt er waarschijnlijk ook wel verwacht dat de persoonlijke assistenten altijd oproepbaar zijn. Ik heb een paar topsecretaresses geïnterviewd voordat ik aan het schrijven begon. En zij kregen inderdaad ’s avonds laat nog telefoontjes om iets te regelen, om de auto te vinden waarvan de baas vergeten was waar die geparkeerd stond. Deze krachten krijgen doorgaans ook zeer goed betaald. Een deel van de aantrekkingskracht is dat ze het idee hebben dicht bij de macht te zitten, zelf misschien ook wel iets van die macht te hebben. Maar dat is een misrekening. Je hebt tot op zekere hoogte wel invloed, als een poortwachter van de opdrachtgever. Je ziet het aan de reactie van Mina. Die acht zich onschendbaar. Zo’n nul als Christine zal niets doen met de gegevens die ze heeft. Mina verandert niet eens haar bankgegevens, haar inlogcodes, de sloten van haar huis. Dat heeft een bepaalde arrogantie. Een slordigheid ook. Iemand anders zal de rotzooi wel opruimen. Tijdens het schrijven heb ik niet echt aan de Brexit gedacht, maar het is er op een bepaalde manier ingeslopen. Het is een boek over klassenverschillen, over hele groepen waarnaar niet wordt geluisterd. Wanneer je in een bepaalde klasse van besluitvormers zit, als het ware leeft in een zeepbel, dan heeft dat verregaande consequenties. Kijk naar het theater in onze politieke arena. Er zit een bepaald gevoel van verdeeldheid tussen de klassen in De secretaresse. Groepen die niet worden gehoord, waarvan men niet eens beseft dat ze eigen wensen hebben. Waar slaapwandelen we met z’n allen eigenlijk heen, vraag ik me weleens af. In de UK en in de wereld.’

Moreel kompas
Via een intermediair, een soort kruidendokter, wordt Christine tijdens het proces nog onder controle gehouden. Haar voedingspatroon wordt aan strakke banden gelegd, ze krijgt dwingend advies om niet naar actualiteitsprogramma’s te kijken en slaappillen en tranquillizers om rustig te blijven. Voor haar bestwil zogenaamd, maar uiteindelijk alleen zodat ze in de rechtszaal gunstig overkomt, haar werkgever wederom het beste kan bedienen.

‘Er is geen enkel echt medeleven met haar, het wordt alleen zo gepresenteerd. De schijn die past bij de commerciële insteek van Mina. Christine is geen individu, geen onafhankelijk entiteit meer. Een aanhangsel, dat net als een blindedarm verwijderd kan worden indien het lastig wordt. Mensen vergeten zo langzamerhand wat de waarheid is, in de zin van, dat je waarachtig bent ten opzichte van jezelf. Christine is een gefrustreerd karakter. Tegen het einde bewonder ik haar omdat ze zichzelf in de ogen durft te kijken. Zij is het morele kompas van het boek, confronteert zichzelf met wat ze heeft gedaan. Mina is daar niet toe in staat, komt ook door haar opvoeding, heel dicht bij een sociopaat. Ze zag direct in de wat naïeve, bescheiden Christine iemand die ze naar haar eigen nut kon vormen. Iemand met een natuurlijke dienstbaarheid. De secretaresse is het perspectief van Christine, maar ik vertrouw haar visie wel volkomen. Het is een soort biecht, een grote schoonmaak van het moraal. Voor eenmaal heeft zij het hoogste woord. Het is een vorm van subtiele wraak.’

‘Er was een vrouw in de UK die veel in de media kwam en die heel invloedrijk was op machthebbers. Bijna als een betovering. Ik zeg niet behekst, want er zijn ook mannen die een dergelijke invloed hebben. Iets dat de mensen een goed en speciaal gevoel geeft, terwijl het in feite zonder enige waarde is. Ze was bevriend met de vrouw van de premier en vervolgens met de vrouw van de volgende. Ik heb haar zien opereren en vond het fascinerend. Ja, dat heeft me mede geïnspireerd tot het schrijven van De secretaresse. Mina denkt te weten wat Christine nodig heeft, een zekere intimiteit. Tegen het einde speelt ze dat nog heel goed uit, maar dan is het te laat.’
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)