Interview met Richard Russo
‘Wij schrijvers willen ons eigen leven leiden maar ook dat van alle andere mensen’
Door Guus Bauer (16 januari 2011)


Vier romans had Richard Russo (Johnstown, 1949) gepubliceerd toen hij voor Empire Falls de Pulitzer Prize 2002 kreeg en doorbrak naar het grote publiek. Met Brug der zuchten, zoals de meeste van zijn romans erg omvangrijk, bevestigde hij zijn talent. Met ‘slechts’ 269 pagina’s wijkt Het inzicht van Griffin (That Old Cape Magic) daarvan af, maar thematisch sluit die nieuwe roman wel naadloos bij zijn eerdere werk.

Uw roman Brug der zuchten was net uit toen er alweer een nieuw boek werd aangekondigd.
Ik ben een routineus schrijver. Ik moet elke dag een paar uur werken. Toen ik Brug der zuchten had afgerond, stond bij mij de benzinemeter in de reservestand. Ik heb duizenden pagina’s geschreven voor dat boek en vooral met de constructie heb ik heel erg geworsteld.

Het tijdschrift The New Yorker wilde graag een kort verhaal van mij. Ik had een idee over een man van middelbare leeftijd die in zijn eentje rondrijdt met de as van zijn vader in de kofferbak. Toen ik veertig pagina’s ver was en hoofdpersoon Jack nog steeds niet de urn had geleegd, wist ik dat ik niet meer terug kon. Het zou een roman worden. Het inzicht van Griffin telt nog geen driehonderd pagina’s. Voor mijn doen een dunnetje. Het is een verhaal over wat wij onze kinderen meegeven en wat wij op onze beurt erven van onze ouders. Het schrijven aan dit boek heeft mijn benzinetank weer voor een kwart gevuld. En dat zonder te tanken! Zo zie je maar: het schrijven aan fictie is voor een groot deel jezelf in de maling nemen.

U bent een echte verhalenverteller. Is er een sterke orale traditie in uw familie?
Je zou kunnen zeggen dat ik van mijn vaders kant afstam van een lange lijn van professionele ‘bullshitters’, maar ik ben de eerste die er zijn brood mee kan verdienen. Mijn vader was er eentje uit een gezin van tien kinderen. Mijn grootvader kwam vanuit een dorpje bij Rome naar de VS. Mijn ouders scheidden toen ik jong was. Ik was enig kind en bleef bij mijn moeder en haar ouders wonen.

Ik herinner me het pandemonium als ik op bezoek ging bij de familie van mijn vader. Iedereen vertelde verhalen, waarbij de broers elkaar op luide toon corrigeerden. Ze begrepen van nature het voordeel van redigeren. Mijn vader was de beste verteller. Hij verbeterde constant het tempo en de toon, schrapte iets en haalde er wat bij. De verhalen werden beter, maar zoals bij veel vertellers werd hij ook verleid door zijn eigen verhaal. Dus af en toe zei ik tegen hem: ‘Pa, je herinnert je toch wel dat ik erbij was?’ Hij maakte zijn eigen waarheid. In feite was hij een schrijver, zonder ooit iets aan het papier te hebben toevertrouwd. Dat was ook niet bij hem opgekomen. Wanneer er een rustig moment was, dan zorgde mijn vader instinctief voor lawaai. Hij was soldaat geweest in WO II, van Utah Beach naar Berlijn. Toen hij thuiskwam had hij geen behoefte om te gaan zitten in een stoel en rustig te gaan lezen. Hij was blij dat hij in leven was. Zijn wereld bestond uit pokeren, swingmuziek en de paardenraces.

Mijn moeder was een lezer. Elk vrij moment zat ze met haar neus in een roman. Zij heeft mijn interesse voor boeken gewekt. Ik kwam er laatst achter dat haar vader zelfs een dichtbundel heeft gepubliceerd. De hectiek en de beschouwing, de totale verschillende werelden van mijn ouders vormden een ideale basis voor een beginnend schrijver.

Er komen veel sterke moeders in uw boeken voor.
De moederfiguren in mijn boeken hebben zich ontwikkeld. Het enige dat constant is gebleven is dat ze een sterke wil hebben en vaak slimmer zijn dan de mannen, met wie ze zijn getrouwd. Ze zijn intelligenter, handelen intuïtief en zijn emotioneler beter onderlegd. In Brug der zuchten adoreert de hoofdpersoon zijn vader zo zeer, dat hij niet kan zien hoe slim zijn moeder is. Zij houdt de boel bij elkaar.

Zijn de ideeën over het schrijfproces die in Het inzicht van Griffin tussen de regels door te lezen zijn, de uwe?
Hoofdpersoon Jack, docent en scriptschrijver, probeert gedurende het hele boek een verhaal te schrijven over de magistrale zomers die hij als kind met zijn ouders in Cape Cod heeft beleefd. Hij denkt dat geluk een plek is. Het lukt hem niet. Ik heb twintig jaar creative writing onderricht. Eerst behandelde ik met de studenten de technische kant. Is het juiste perspectief gekozen? Is er een duidelijke conflictsituatie? Zijn de personages goed van elkaar te onderscheiden? Zelfs als dat allemaal klopt, kan een verhaal toch nog mislukken als er iets fundamenteel verkeerd is met de auteur.

Het onopgeloste dilemma in Het inzicht van Griffin is dat Jack altijd maar heeft gedacht dat hij alles anders moest doen dan zijn ouders. Hij probeerde ze weg te houden uit zijn huwelijk en bij zijn dochter. Hij zag ze zo weinig mogelijk en verwierp automatisch hun advies. Dat betekende voor hem vrijheid. Pas als hij op reis is met de urn met de resten van zijn vader in de kofferbak en terugkijkt op zijn leven en tegelijkertijd vooruitblikt naar de generatie van zijn kleinkinderen, krijgt Griffin ‘het inzicht’. Hij heeft, terwijl hij zijn vrouw zo goed als kwijt is en bij de trouwerij van zijn dochter een tweederangs persoon is geworden, zijn ervaringen temidden van twee generaties geïnterpreteerd. Dan pas lukt het hem om het verhaal te vertellen.

Terwijl Jack rondrijdt met zijn vader in de kofferbak, is zijn moeder aan de laatste levensfase bezig. Dit is ook een boek over hoe herinneringen werken?
Je zou kunnen zeggen dat ze zijn herinneringen met de hare herschrijft. Mijn ouders zijn dood. Allebei na een strijd van ongeveer anderhalf jaar. Als je weet dat je leven bijna over is, dan wordt de verteller in je heel belangrijk. Mijn vader was zoals gezegd een fantastische verhalenverteller, maar verder was hij een gesloten man. Hij praatte nooit over de oorlog of over de belangrijkste beslissingen in zijn leven, zoals de scheiding, maar toen hij longkanker kreeg begon hij zijn leven in een bepaalde vorm te gieten. Hij moest het door zijn ziekte langzamer aan gaan doen en begon te zoeken naar de betekenis van de dingen die hij had gedaan. Mijn moeder had steeds het gevoel dat ze een ander leven had moeten leiden. Daardoor wilde ze haar leven voor zichzelf verklaren. ‘Weet je nog wel, toen en toen?’ Het had geen zin om haar op onjuistheden te wijzen. Ik liet mijn moeder haar waarheid.

Misschien ook omdat ze bang was dat u als schrijver er zelf een draai aan zou geven.
Ik voelde een urgentie bij mijn moeder om van mij te horen dat haar versie de juiste was. Ze was niet geïnteresseerd in mijn kant van het verhaal. Het was haar leven. Wie ben ik om haar leven te gaan redigeren? Alleen bij kleine dingen corrigeerde ik haar. Een verteller wil altijd dat je meegaat in het verhaal. Voor mijn moeder was de vorm heel erg belangrijk. Ze stierf terwijl ik met dit boek bezig was. Ze heeft daarom meer met de moederfiguur in Het inzicht van Griffin te maken dan me lief is. De morfinescènes heb ik vrijwel woordelijk met haar beleefd. Mijn moeder kwam onder invloed van de morfine tot heel ‘schrijverachtige conclusies’.

Komt de vorm van een boek bij u gaandeweg?
Nee, ik wil eerst de grootte van de doos weten voordat ik er spullen in kan doen. Bij Het inzicht van Griffin was de vorm vrij snel duidelijk. Het boek bestaat uit twee delen. In allebei speelt een huwelijk de hoofdrol en de tocht naar Cape Cod waar de plechtigheid gehouden wordt, duurt in beide gevallen twee dagen.

U bent opgegroeid in Gloversville, een plaatsje in de staat New York. Uw boeken spelen zich af in kleine, hoofdzakelijk blanke gemeenschappen met duidelijke klassenverschillen.
Ik boor op een of andere manier steeds in de kleigrond van mijn jeugd. Op slechte dagen denk ik, allemachtig, ik opereer wel op een heel smal terrein. Waarom ga ik niet een stap verder? Op goede dagen denk ik aan Charles Dickens. Die schreef vaak over wezen. Er zal een moment in het leven van Dickens zijn geweest dat hij zich ‘verweesd’ heeft gevoeld. Daarna heeft waarschijnlijk niets hem meer zo beangstigd. Soms heb je metaforische wezen die je aanboort. Dat is schrijven voor mij: het onder de hoede nemen van die wezen. Als je zoals ik over klassenverschillen wilt schrijven, dan is een klein dorp ideaal. Iedereen komt daar toch samen in de bibliotheek, in het zwembad en in de bioscoop. Natuurlijk, er zijn verschillende verkleedhokjes en de bioscoop heeft rangen. Ik geef altijd het voorbeeld van de kerk, het hoerenhuis en de piano. Voor de kerkdiensten duwen de koster en de dames van plezier gezamenlijk de piano naar de kerk toe. Wanneer je over ras wilt schrijven dan moet je in de grote stad zijn. Daar zijn veel verschillende mensen, veel talen, veel energie, maar in de stad delen ze de piano niet. Ze leven echt langs elkaar heen.
Ik keer bovendien steeds terug naar dezelfde bron omdat het zaadje voor elk boek dat ik schrijf bijna altijd is geplant in een eerder boek.

U schrijft als het ware aan één groot boek.
Ik haat het als men het zo brengt, waarschijnlijk omdat het waar is. Ik vergelijk het schrijven altijd met het openen van deuren. Ik sta in een kamer met een deur of tien. Je kiest een deur, je stapt over de drempel, de deur valt achter je in het slot en opnieuw ben je in een kamer met deuren. Na drie, vier kamers, wanneer je betekenisvolle dingen gaat doen, word je bewust van verlies, van de dingen die je niet kunt doen als gevolg van de genomen beslissing. Wij schrijvers zijn egoïstisch en willen door alle deuren lopen. Wat eigenlijk betekent: we willen ons leven leiden, maar ook dat van alle andere mensen. Daarom keer ik vaak terug naar de bron en probeer een ander perspectief.

In de epische roman Brug der zuchten heeft u een hoop deuren geopend. Heeft u daarom zo met de constructie geworsteld?
Ja, bij dat boek liet mijn instinct me in de steek. Ik beschrijf daar drie levensfases van drie verschillende personages in twee settings. Ik heb elk personage helemaal uitgeschreven en de teksten naar mijn agent gestuurd. Iets dat ik normaal nooit doe. Ik had het idee dat ik tegelijk aan drie verschillende boeken aan het schrijven was. Mijn agent bezwoer me dat het een en dezelfde roman is en dat ik de verhalen tegelijk moest vertellen, met het risico dat ik de lezer zou verliezen. Anders zou ik een boek krijgen met heel veel overlapping. Toen heb ik eindeloos aan de constructie geschaafd. De lezer krijgt de informatie nu slechts eenmaal, zoals het hoort.

Hoe heeft u gezorgd dat de lezer bij de les kan blijven?
De karakters zijn erg verschillend. Je hebt maar een paar woorden nodig voordat de lezer, als het goed is, nog voor je de naam noemt, doorheeft om welk personage het gaat.

Maakt u veel versies?
Ik deel mijn boeken gemakshalve in drie delen op. Van het eerste deel maak ik twaalf tot twintig versies. Van het tweede deel vijf tot acht. En van het derde deel hoogstens drie. Dat heeft alles te maken met de deuren die je hebt geopend. Na vijftig pagina’s duikt bijvoorbeeld ineens de eerste zin op en na tweehonderd pagina’s een personage dat al vanaf de eerste pagina mee had moeten doen. Tegen het einde is het alleen nog maar goochelen met zinnen.

Wordt u wel eens verrast door uw personages?
Ze weten me altijd te verbazen. Als ze dat niet meer doen, dan zou ik me zorgen maken. Ik ben net aan een nieuwe roman begonnen. Ik ben ongeveer vijftig A-4 ver. Een deuropener van een garage speelt een belangrijke rol en opeens wist ik hoe dat apparaatje het einde zou beïnvloeden. Ik vind het heel vervelend om zo vroeg al zoiets belangwekkends te weten. Het meeste plezier van het schrijven, hetgeen me draaiende houdt, is het element van verrassing. Op een of andere manier is nu bij dit nieuwe boek mijn onderbewustzijn afgesloten.

Misschien moet die deur wel dicht?
Je mag plezier in het schrijven hebben. Het moet ook niet weer al te technisch worden. Het is net als een politieagent. Hoe langer je in dat vak zit, hoe meer ervaren je bent. De dag dat je dood gaat, sta je niet meer open voor verrassing. Waar ik precies verrast werd door mijn personages kan ik niet meer zeggen wanneer ik een boek afheb. Aan het einde valt alles samen.

Uw dialogen zijn heel natuurlijk. Leest u ze na het schrijven hardop voor.
Nee, de dialoog is van alles wat we doen als schrijvers het meest kunstmatige. Hoe meer je probeert om het te laten klinken zoals in het echte leven, hoe ongewoner het wordt. Dialoog in het leven hoort bij het oor, in boeken bij het oog.

Uw boeken zijn verfilmd. U heeft zelf ook veel scenario’s geschreven.
Dat deed ik voor de ziektekostenverzekering. Met een script ben je hoogstens een week of tien bezig. Het is tenslotte maximaal een pagina of honderdtwintig groot. Een roman is complexer en daaraan werk je alleen. Het scenario is alleen bij de eerste versie van jou. Daarna wordt een teamprestatie. Wanneer je vastzit, kun je met een producer en met de regisseur praten.

Hoe reageerden uw ouders op uw boeken?
Mijn vader overleed voor de eerste uitkwam. Hij wist dat ik iets wilde publiceren en dat het veel voor me betekende. Hij moedigde mij niet aan, maar hij ontraadde het me ook niet. Ik was een mysterie voor hem. In de vakanties kostte het me een week om de taal van het college af te leren. Die verstond hij bijna letterlijk niet. Pas toen ik op een leeftijd was om samen met hem naar bars te gaan, heb ik hem pas enigszins leren kennen. Toen ik assistent aan de universiteit was en aan hem vertelde dat ik professor wilde worden, begon hij vragen te stellen. ‘Denk je echt dat ze iemand gaan aanstellen met een klinker aan het einde van zijn naam?’ In zijn optiek had ik niet veel kans om de dingen te doen waarvan ik droomde: een professor en een romanschrijver worden. Hij wilde me herinneren aan hetgeen waartegen ik in zijn ogen moest vechten.

Ik weet dat mijn moeder sommige van mijn boeken heeft gelezen, maar we hebben er eigenlijk nooit echt over gesproken.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)