Interview met Richard Russo
‘Wat is geluk, en hebben we het talent om het te kunnen herkennen?'
Door Guus Bauer (24 oktober 2016)
De Amerikaanse schrijver Richard Russo (1949) won in 2002 de Pulitzer-prijs voor zijn tragikomische roman Empire falls, waarin hij het dagelijkse overleven van goedbedoelende mensen in een stadje op retour beschrijft - zoals in al zijn werk met veel mededogen. Russo is een rasverteller, zoals ook blijkt uit Nobody’s Fool (1993) een van zijn klassiekers die nu voor het eerst in het Nederlands is vertaald als Niemands gek. Een logische stap omdat Russo geheel onverwacht – ook tot zijn eigen verrassing – na vijf jaren schrijven in het voorjaar van 2016 een vervolg heeft gepubliceerd: Everybody’s Fool, dat als Allemans gek in 2017 verschijnt. Beide boeken zijn onafhankelijk van elkaar te lezen, maar zijn desalniettemin nauw met elkaar verbonden.

Verjongingskuur
Russo: ‘Het is vreemd om over een boek te praten dat je drieëntwintig jaar geleden heb gepubliceerd, vooral in het buitenland. Je bent zelf ouder geworden, maar het boek geeft je als het ware een verjongingskuur. Vooral als ze auteursfoto’s uit de tijd van verschijning gebruiken. Een beetje een Dorian Gray effect. (GB: Het portret van Dorian Gray van Oscar Wilde: Jongeman ziet de wens in vervulling gaan dat hij altijd knap blijft. Een schilderij van hem neemt de veroudering over.) Nadat ik ongeveer vijfenzeventig pagina’s had geschreven van het nieuwe boek, besefte ik ineens dat ik nog wel de sfeer, de emoties van Nobody’s Fool kon oproepen, maar niet meer de details.’

‘Ik herlees mijn werk liever niet, alleen als het strikt noodzakelijk is, voor het schrijven van een script bijvoorbeeld. Tien jaar geleden was er sprake van dat mijn tweede roman Risk Pool (1986) zou worden verfilmd. Men vroeg mij of ik eventueel het scenario wilde schrijven. Ik antwoordde dat ik daar niet zeker van was. Eerst wilde ik het boek herlezen. Al na een paar pagina’s keek ik om me heen, op zoek naar een pen. Ik wilde direct gaan schrappen, herindelen en samenvoegen. Een boek is eigenlijk nooit klaar, de schrijver verlaat de tekst. Ik liet mijn jeukende vingers voor wat ze waren en las gewoon verder. Al snel verloor ik de drang om te gaan bewerken. Ik realiseerde me dat ik het boek zou ruïneren als ik op dat moment zou ingrijpen. Je kunt passages verbeteren, maar niet het geheel. Je bent niet meer de mens die je was op het moment van het schrijven.’

Twee ankedotes
‘Iets soortgelijks overkwam me met Nobody’s Fool. Het boek is een jaar na de publicatie al verfilmd, met in de hoofdrollen onder meer Paul Newman, Melanie Griffith, Bruce Willis en Philip Seymour Hoffman. Newman, in de rol van Sully, laat zo enorm knap zien hoe iemand verloren kan zijn in het midden van de gemeenschap waartoe hij behoort, dat ik alleen hem nog voor me kon zien tijdens het lezen van het boek en het schrijven van het vervolg. Hij heeft mijn dialogen een stem gegeven.’

‘Het was voor een totale verrassing dat ik na ruim twee decennia weer terugkeerde naar de wereld van dit boek. Twee anekdotes die mij werden verteld, hebben me ertoe verleid. Een man in een achterafgelegen huis had zijn vrouw al maanden beloofd om een dikke tak van de boom af te zagen die steeds tegen het slaapkamerraam aantikte. Om van het gezeur af te zijn, klom hij vlak nadat zijn vrouw naar haar werk was gegaan in de boom, ging op de tak zitten met zijn rug tegen de stam en zaagde tussen zijn benen de tak af. Nee, hij nam geen been of wat anders mee. Toen hij klaar was, besefte hij ineens dat hij geen andere tak kon grijpen en zich ook niet om kon draaien om af te dalen. Hij zat de rest van de dag op de stomp op tien meter hoog te wachten tot zijn vrouw thuiskwam. Ik dacht, wie zou dat in mijn fictionele wereld kunnen overkomen? Rub natuurlijk, de dommige hulp van Sully. Sully die, net als de vriend van de man, had beloofd om te helpen maar niet was komen opdagen.’

‘De andere anekdote ging over de politiecommandant. Hij vermoedde al een hele tijd dat zijn vrouw een affaire had, bespioneerde haar tijdens zijn rondes. Op een dag vind hij in haar auto een afstandsbediening van een vreemde garagedeur. Hij concludeerde dat die van haar minnaar moest zijn. Maandenlang reed hij alle straten af van zijn district en probeerde de garagedeuren. Alsof zo’n ding uniek zou zijn, niet her en der zomaar iets zou kunnen openen. Het verhaal is legendarisch geworden. Ik dacht, wie doet zoiets? Doug, de slome agent in Nobody’s Fool. Zou iemand die zo slecht functioneerde nog steeds agent zijn. Nee, hij is natuurlijk de commandant geworden! Geweldig. Op deze wijze kon ik de wereld van Sully weer betreden, de wereld van de zoektocht naar geluk, de wereld van Paul Newman met wie ik drie films maakte, de wereld van mijn vader, die tijdens het schrijven weer een paar jaar in gedachten bij me was, koppig als altijd.’

Zwart schaap
‘Wat is geluk, en hebben we het talent om het te kunnen herkennen? Hoofdpersoon Sully denkt daar veel over na, in de zin van dat hij blij is dat hij leeft. Hij heeft in tegenstelling tot veel van zijn maten de Tweede Wereldoorlog, de stranden van D-day, overleefd. Hij heeft de kans gekregen om thuis te komen en denkt dus dat zijn dosis geluk wel opgebruikt is. De realiteit en de fictie vloeien hier samen. Voor een groot gedeelte is Sully gebaseerd op mijn vader. Hij navigeerde op vergelijkbare wijze door zijn bestaan. Het feit dat hij in leven was, was hem eigenlijk al genoeg. Hij werd onderscheiden, was een echte oorlogsheld. Er stond een foto van hem samen met de president in de krant.’

‘Hij had daar zijn voordeel mee kunnen doen, had bijvoorbeeld de lokale politiek in kunnen gaan, maar hij wees het conventionele leven af. In een periode van een kleine tien jaar had mijn moeder hem het huis uitgezet, was hij geen vader meer voor mij en sleet hij zijn dagen in cafés en wedkantoren. Hij deed het liefst zwaar werk, werd keer op keer ontslagen omdat hij zijn mond niet kon houden. Er werd door iedereen om hem heen verwacht dat hij een succesvol leven zou leiden, maar hij gooide liever zijn kont tegen de krib. Hij genoot ervan om het zwarte schaap van de familie te zijn.’


Donald Trump
‘Het grootste geheim voor onszelf is ons eigen gedrag. Elke gemeenschap heeft een zwart schaap nodig. Mijn vader had ook een aanstekelijke charme. Wanneer hij een ruimte binnenkwam, zag je de mensen als het ware oplichten. Een momentje voelden ze zich beter. Een van mijn favoriete scènes in Nobody’s Fool is wanneer Sully de verwarde oude vrouw Hattie te hulp schiet wanneer ze is ontsnapt, op weg is naar haar zuster die al tien jaar dood is. Hij plukt haar van de straat en brengt haar terug. Het gaat niet zozeer om die goede daad, maar om het gesprek dat hij met Hattie voert. Dat is intuïtief, vanuit het hart. Mijn vader was zeker voor de oorlog een knappe snuiter, zijn hele leven lang zwermden de vrouwen om hem heen. Juist ook toen hij er later ietwat verlopen uitzag. Hij kon vrouwen van alle leeftijden laten opbloeien. Er sprak een eerlijke liefde voor mensen uit, maar tegelijkertijd was hij egocentrisch en verwaarloosde hij zijn gezinsleden en zijn vrienden. Een tegenstrijdigheid die van mij bijna als vanzelf een schrijver maakte. Toen ik eenmaal op de leeftijd was dat ik af en toe met hem mee kon drinken, heb ik met verbazing gezien hoe hij heel natuurlijk een café “overnam”. Zelfs de mannen die hij geld schuldig was, konden een glimlach niet onderdrukken. Hij was een knuffel-lastpak, terwijl hij toch een kop en vuisten had als van graniet.’

‘En ik was, net als Sully’s zoon Peter, het buitenbeentje in die arbeidersgemeenschap, degene die had gestudeerd en zelfs les gaf aan een universiteit. In dit soort stadjes, in het stadje Gloversville waar ik ben opgegroeid, zit wantrouwen ingebakken tegen mensen die nadenken, die durven te nuanceren. De oppervlakkigheid heerst. Dat merk je ook bij de huidige verkiezingsstrijd tussen Trump en Clinton. Het internet stimuleert groepsdenken. Je sluit je aan bij je eigen clan, bij mensen met dezelfde mening. Toen Everybody’s Fool uitkwam dit jaar, kreeg ik veel vragen over de verkiezingen. Ze vroegen voor wie mij personages zouden stemmen. Ja, zeer waarschijnlijk Donald Trump. Journalisten door het gehele land complimenteerden me met mijn “actuele boek”. Heel grappig, ik schrijf al meer dan dertig jaar op tragikomische wijze over de onderontwikkelde witte arbeidersklasse in een goedmoedig plattelandsstadje. Ik ben en blijf een voorzichtige optimist, waarschijnlijk omdat ik in mijn persoonlijke leven zoveel geluk heb gehad.’
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Chrétien Breukers Door Guus Bauer (27-11-2019)
Interview met Marijke Schermer Door Guus Bauer (13-11-2019)
Interview met David de Poel over Frans Pointl Door Guus Bauer (01-10-2019)
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)