Interview met Robbert Welagen
Zoeken naar een perfecte balans tussen autobiografie en verbeelding
Door Annemiek Neefjes (21 augustus 2009)


Auteur Robbert Welagen (1981) hééft iets met weelde en rust. Zijn drie romans - Lipari, Philippes middagen en de nu verschenen Verre vrienden - spelen zich af in gegoede milieus waar de tijd landerig verloopt, als een langgerekte siësta. In zijn nieuweling leven de tieners Olivier en Eline als nimfen in Arcadia; uren achtereen luieren en doezelen ze in de lommerrijke tuin bij de villa van Oliviers ouders. Een enkele keer wordt er gezwommen en Olivier schommelt zich vervolgens droog.

‘Voor mij staat zo’n omgeving voor geluk,’ vertelt Welagen. ‘Ik ben zelf opgegroeid in een landelijke omgeving, in het soort milieu dat ik beschrijf. Ik wil de herinnering aan mijn verleden koste wat het kost bij me houden. Waar ik ook ben, en ook al begeef ik me inmiddels in een meer artistieke omgeving, beelden uit mijn jeugd kan ik zo oproepen. Het hele arsenaal aan beelden en sferen kan niemand me afpakken.’

Waarom koester je zo graag je verleden?
‘Ik heb een heerlijke jeugd gehad, die eindeloos leek. Belang hechten aan het verleden is daarnaast een familietrek. Vroeger wees mijn vader me altijd op huizen en plekken die verdwenen waren. Dan zei hij: “Voor de supermarkt die er nu staat hebben drie boerderijen plaats moeten maken.”’

De herinnering staat centraal in Verre vrienden. ‘Misschien is terugdenken aan een tijd belangrijker dan het beleven van die tijd,’ zegt Olivier.
‘Op herinneringen kun je echt leven hoor, het is brandstof. Sommigen vinden dat misschien saai. Voor Olivier is de herinnering een noodzaak. Eline is dood, de huizen uit hun jeugd zijn weg, haar vrienden kan hij niet bereiken. De herinnering is zijn enige houvast. Dat is natuurlijk ook pijnlijk. Hij gaat er volledig in op.’

Als Eline dood is, wil een oude studievriendin van haar niet te lang bij Elines verleden stilstaan. ‘Ik moet aan mijn kinderen denken,’ zegt ze.
‘Zij kijkt naar de toekomst, ze zegt: ik ga weer over tot de orde van de dag. Dat is vanuit de natuur gezien de beste houding. Olivier staat buiten de natuurlijke orde. In het leven is alles constant in beweging maar hij verzet zich daartegen.’

Hoogleraar Thomas Vaessens hield dit voorjaar met De revanche van de roman een pleidooi voor engagement bij schrijvers. Spreekt u dat aan?
‘Ik ben eerder van het degagement,’ zegt hij lachend. ‘In Verre vrienden gebruikt Eline deze term in verband met de negentiende-eeuwse architect Georges-Eugène Haussmann. Die koppelde in Parijs gebouwen zoals het Pantheon los van de flatjes in hun omgeving, hij isoleerde ze. Zo leef ik ook graag losgekoppeld van mijn omgeving, ik ben niet zo’n mensenmens. Een voordeel van het schrijverschap is juist dat je in eenzaamheid kunt werken. Vaessens wil geloof ik ook realisme in de literatuur. Ik ben meer van de verbeelding. De stad in Verre vrienden is een verbeelde stad, mijn ideale stad, die is samengesteld uit elementen van verschillende steden.’

Olivier is onverwacht fel als hij als volwassene terugkeert naar de buurt van zijn jeugd en ontdekt dat villa’s verwaarloosd zijn of getransformeerd tot modern assurantiekantoor. Dan ineens voel je wel engagement.
‘Misschien wel meer dan Thomas Vaessens zou denken. Mijn kritiek is dat men in Nederland te veel gericht is op steeds maar vernieuwen. Ik ben niet tegen vooruitgang maar wel tegen een blinde drang naar vooruitgang. Die gaat altijd samen met identiteitsverlies. Wat ik mooi vind aan Italië, is dat daar een sterk besef van traditie bestaat. Dat zie je tot in de kleding terug. In hun kledingsmaak zijn Italianen tamelijk conservatief maar ook verfijnd. Verfijning ontstaat pas in de loop van de tijd.’

Hoe ontstond het idee voor Verre vrienden?
‘De hoogbegaafde Eline is geïnspireerd op een meisje met wie ik een tijdje verkering had. En Oliviers vader heeft een fotostudio, net als mijn eigen vader.’ Hij zoekt naar woorden, vertelt dan dat de roman behoorlijk dicht op de huid geschreven is. ‘Meer dan in mijn vorige romans zocht ik hier naar een perfecte balans tussen autobiografie en verbeelding. Mijn ouders zijn gescheiden, net als die van Olivier. En net als de vader in de roman stopte ook mijn vader met zijn fotostudio om met zijn vrouw naar het buitenland te gaan - maar dat ging dus niet door. Het huis van mijn jeugd zal nooit meer hetzelfde huis zijn. Het is verleden tijd.’

Je personages zijn eenzaam tot en met. Ze lijken er niet tegen te vechten.
‘Vind je ze zo eenzaam? Dat vind ik niet,’ zegt hij. ‘Olivier en Eline hebben het toch wel verrekte goed samen tijdens die zomer.’ Als hij nadenkt, als hij als het ware versneld zijn eigen boek leest, zegt hij: ‘De eenzaamheid zit al in de tuinen: die zijn groot maar leeg. De huizen: die hebben veel kamers maar zonder meubilair. En als je een auto hoort, is dat altijd in de verte. Dit soort beelden roept eenzaamheid op. De mensen in mijn romans zijn uit de race en de meesten verzoenen zich ermee. Wat zou het alternatief ook zijn voor bijvoorbeeld Olivier? Moet hij meedoen aan de hedendaagse eis van carrière maken? Dat is niks voor hem. Aan de andere kant: dat hij een exclusieve winkel in hoeden en handschoenen overneemt, is toch ook wat waard. Anders zou er een videotheek voor in de plaats zijn gekomen.’

Voor een aangenaam leven buiten de maatschappelijke orde heb je wel geld nodig.
Ja, dat klopt. Dat is wel jammer. Het voordeel van geld hebben is niet dat je het materieel goed hebt maar dat je stilte en rust kunt kopen. Dat is ook precies waar Olivier naar verlangt als hij vanuit de vieze, grauwe binnenstad naar de buurt van zijn kindertijd loopt, naar een plek waar niemand schreeuwt, waar het groen is en lekker ruikt. Hij vindt het allemaal niet terug.’

De grondtoon van het boek is melancholie.
‘De melancholie ontstaat wanneer je terugkijkt naar een periode die er niet meer is. Ook in mijn persoonlijk leven word ik als vanzelf naar de melancholie getrokken, ik weet ook niet waarom. Ik heb altijd van melancholieke schilderkunst gehouden. Toen ik aan Verre vrienden schreef, zag ik schilderijen voor mijn geestesoog die deze stemming verbeeldden, zoals van de Franse schilder Nicolas Poussin, of van Jan van Goyen met zijn landschappen waar nooit een mens op voorkomt.’

Je hebt de kunstacademie gedaan, in Den Bosch. Was dat een goede vooropleiding voor je schrijverschap?
‘Zeker. Ik denk beeldend. Ik wil dat je als lezer het gevoel hebt dat je erbij bent. Zoals ik dat heb als ik naar een schilderij kijk: dan sta ik er echt in.’

Eline is gepassioneerd liefhebber van beeldende kunst. Wat vindt zij hierin?
‘Eline heeft een veeleisende moeder. Kunst daarentegen eist niets, kunst geeft alleen maar. Dat geeft troost. Het Louvre, waar ze met haar “klasje” naartoe gaat, is voor haar één grote voedingsbron.’

Je drie romans tot nu toe zijn duidelijk verwant. Ben jij een schrijver van steeds ‘hetzelfde’ boek?
Verre vrienden voelt als het laatste deel in een reeks. Met deze roman heb ik iets bereikt waar ik in mijn eerdere boeken al naar streefde. Het zomerse licht van Lipari zit erin en het heeft de grauwe toon van Philippes middagen. Beeldende kunst speelt een rol en voor het eerst vertel ik ook een liefdesverhaal. En het heeft een goed plot. Oké, dat kan ik dus nu; dan is het tijd voor iets anders. De hoofdpersoon in mijn volgende boek zal een ander type man zijn dan tot nu toe, ouder ook. En het speelt zich niet af in de zomer. Maar misschien zal straks blijken dat mijn vierde boek toch meer van hetzelfde is.’
Delen
Koppelingen
Meer interviews
De taal voor het publieke gerecht Door Guus Bauer (11-12-2018)
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)
Interview met Peter Abelsen Door Guus Bauer (28-08-2018)