Interview met Robert Seethaler
Het eenvoudige leven was zonder uitzondering een rotleven
Door Guus Bauer (22 oktober 2015)
In de roman Een heel leven beschrijft de Oostenrijkse schrijver Robert Seethaler (1966), bekend van de in het Duitse taalgebied uiterst succesvolle tragikomische roman Der Trafikant, op uiterst onopgesmukte wijze het leven van bergarbeider Andreas Egger, niet meer, maar beslist niet minder. De schrijver verpakt de rauwe werkelijkheid in een soort sprookje – zonder de kinderlijke connotatie.

Elke zin uitsnijden
‘Voor mij is het belangrijkste bij het schrijven, het niet-schrijven. Dat zal iets te maken hebben met het beroep van mijn vader. Hij was houtsnijder, maakte figuren op bestelling uit grote blokken, moest telkens goed overwegen welk stuk hout hij wegsneed. Er iets aanplakken ging in zijn geval niet. Mijn materiaal is de taal. Ik zou natuurlijk gemakkelijk weer wat snippers kunnen toevoegen, maar overdenk liever bij elke zin wat ik schrijf. Ik ben een langzame werker, kan niet verder als ik niet tevreden ben over een zin. Het is voor mij niet mogelijk om een zogenaamde eerste versie achter elkaar te tikken. Ik moet elke zin uitsnijden.

Onderhuidse verstandhouding
Ik ben een eenvoudige schrijver zonder enorme bagage. De gedachte titel van deze roman was niet voor niets: Een eenvoudig verhaal, maar die was helaas al vergeven, ik meen dat Péter Esterházy die heeft gebruikt . Mijn boeken hebben verbintenis met mijn afkomst, mijn achtergrond. Daarmee bedoel ik niet mijn geboorteplaats. Je kunt ook een onderhuidse verstandhouding hebben met een idee, met een mens, je partner, zelfs met de toekomst. Mijn grootmoeder komt uit Bohemen, ergens heb ik een link met die streek, met haar licht-absurdistische kijk op de wereld.

Zonder vals sentiment
Het boek handelt met emoties, ik kan mijn thematiek niet intellectueel inpakken, alleen maar met het hart. Ik kan alleen aanvoelen en over die gevoelens schrijven. Je mag beslist niet romantiseren. De mensen in de bergen waren, en zijn deelsgewijs, aangewezen op zichzelf. Er was geen stroom, nauwelijks hulp van buitenaf. Daar is niets romantisch aan. Dergelijke zelfvoorzienende gemeenschappen kun je alleen maar basaal, laconiek beschrijven. Je probeert het echte, eenvoudige leven zo precies mogelijk in beelden te vangen, intuïtief. Ik wil beslist niet dat dit boek geschaard wordt onder de zogenaamde ‘Heimatromans’, die zitten vol met vals sentiment.

Zo clean mogelijk
Mijn vorige roman [Der Trafikant] was nog een schelmenroman, in Een heel leven ben ik veel verder gegaan, heb geprobeerd om zo clean mogelijk te schrijven. Ik heb mijn zinnen echt proberen uit te benen. Hopelijk staat er geen woord teveel in. De tekst moest in mijn ogen functioneren via de beelden, eerder dan via de taal. Het klinkt wellicht gek voor een schrijver, maar de taal is niet echt mijn metier, poëtisch gesproken dan. Ik kom uit een arbeidersmilieu.

Onberoerde wereld
Oude mensen die op hun leven terugblikken kunnen me sterk beroeren, vooral wanneer het verstilde types zijn. Grote gebeurtenissen mengen zich achteraf, wanneer het leven geslepen is, naast kleine zaken. ‘In het laatste jaar van de oorlog is mijn broer gestorven, in 1950 ben ik voor het eerst naar de bioscoop geweest.’ De terloopsheid waarmee een leven wordt samengevat, kan mij heel erg raken. Die terloopsheid heb ik ook in Een heel leven willen laten doorklinken. Zo kan ik ook niet zeggen wanneer het idee voor dit boek zich is gaan vormen. Het is een roman die ontstaan is door velen die in de loop der jaren in mij zijn gaan spoken. Ik ben Oostenrijker en dat betekent dat je iets met de bergen hebt, of je wilt of niet. Als kind al vond ik ze wonderschoon en tegelijk afschrikwekkend. Ik wilde al tijden iets doen met die gevoelens en met die archaïsche, zeg maar onberoerde wereld.

Uitkijken over de wereld
Dat verklaart wellicht dat het verhaal begint als een sprookje, of eerder als een sage. Er is leven in die onherbergzame natuur, en er is dood. Het verhaal wordt niet zozeer verteld door de bergen, maar door het dal. Mijn hoofdpersonage Andreas heeft altijd maar weer het verlangen om naar boven te gaan, om over de wereld uit te kijken. Toch eindigt hij in een grot, de bescherming van de aarde, van de berg. Hij is van de generatie die niet kon kiezen, die door de stroom van het noodlot werd meegevoerd. Al is onze zogenaamde vrijekeuzemogelijkheid schijn. Wij kunnen beslissen over trivialiteiten, uiterlijkheden. Welke koffie zal ik deze ochtend eens nemen, moet ik alweer een nieuwe computer of mobiele telefoon kopen? De existentiële zaken kunnen we net als voorheen niet beïnvloeden. Je kunt ernstig ziek worden, bij een ongeluk betrokken raken of hopeloos verliefd.

Bedreiging of verlossing
Een heel leven gaat over leven en over dood. Al kun je eigenlijk geen boek over de dood schrijven, je kunt hoogstens over het sterven van een levende schrijven. De dood is in ons leven eigenlijk in die zin non-existent. Hij swingt alleen mee als bedreiging of als verlossing. Andreas neemt het leven en de dood zoals het komt. In terugblik heeft hij zich met zijn bestaan verzoend. Maar tijdens zijn ‘actieve’ jaren heeft hij gevochten, heeft hij geprobeerd met het weinige dat hij heeft – zijn handen namelijk – om zijn lot te sturen, in zijn werk, in de liefde. Maar hij weet dat het lot zich niet laat beïnvloeden en heeft er uiteindelijk vrede mee, of neemt het aan, zijn laconieke bergmankarakter eigen. Hij verliest zijn vrouw al jong. Hoewel ik als schrijver meevoel, was dat iets dat ik Andreas aan wilde doen. Op die manier kon ik namelijk laten zien dat verder leven mogelijk is. Hij heeft geleden als een hond, was zeven jaar depressief, maar komt er door acceptatie bovenop.

Vooruitgang
Daarnaast wilde ik de totale verandering van zijn leefwereld beschrijven. De bergen worden ontsloten. Er komt elektriciteit, er worden diverse kabelbanen gebouwd. Restaurants en hotels voor de toeristen schieten uit de grond. De vooruitgang is ook positief voor het gebied. Er is kunstlicht, betere medische zorg. Aanvankelijk is Andreas sceptisch, maar ook dit aspect van het lot neemt hij aan, weet er zelfs zijn voordeel mee te doen. Hij wordt gids. Een eenvoudig klusje voor hem. Nu hoeft hij alleen maar een groep mensen naar boven te begeleiden in plaats van dat hij van alles op zijn rug moet meesjouwen.

Een spiegel voorhouden
Toch heeft hij er na verloop van tijd genoeg van. Begrijpelijk wel. Hij weet niet wat de toeristen zoeken op de flanken van de bergen, begrijpt hun gebabbel niet. Hier houd ik de moderne mens een spiegel voor: over de hele wereld rennen mensen hun verlangens na. Verlangens die men bijna niet meer kan benoemen. De introductie van de tv in die tijden had bijvoorbeeld nog iets van een kampvuurbelevenis. Nu is de tv-kijken een autistische bezigheid.

Verlangen naar een eenvoudiger leven
In de Duitstalige landen heeft dit boek ongelooflijk goed verkocht. Er zijn meer dan honderdduizend exemplaren over de toonbank gegaan. Misschien is er toch een verlangen bij de mensen naar een gewoner, een eenvoudiger leven. Ik ben de enige die bij lezing van dit boek die gevoelens niet heeft, waarschuw altijd tegen het idealiseren. Het eenvoudige leven was zonder uitzondering een rotleven.

Innerlijk gordijn
Het gaat naar mijn idee om twee zaken: mensen zoeken de verzoening met hun lot en hebben daarnaast behoefte aan klare literatuur. Kwalitatieve eenvoud, als ik dat zo mag zeggen. Er zit veel licht-absurdistische humor in het boek, dat ontgaat velen. Het absurde van de werkelijkheid. Velen nemen het te zwaar op. Om dit te hebben kunnen schrijven heb ik mijn eigen autistische kant moeten vinden. Ik ben van nature nogal een gesloten type, heb mijn eigen innerlijke gordijn.

Kwelling
Ik heb nu een zoon die veel aandacht vraagt. Ik kan soms bijna geen tijd meer vinden om zelfs maar over het schrijven na te denken. Schrijven is mooi als alles samenvalt, maar doorgaans is het een kwelling. Mijn computer staat tegen een blinde muur. Zo word ik niet afgeleid door de bergen. Wanneer ik die vanaf mijn werkplek zou zien, zou ik alleen maar naar buiten willen en de flanken bestijgen.

Foto Robert Seethaler bovenaan: Annette Pohnert, Carl Hanser Verlag.
Foto Das blaue Sofa: Robert Seethaler (links) met Wolfgang Herles.
Foto onderaan: Tijdens een lezing.

Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)