Interview met Robert Vuijsje
‘Ik heb nadrukkelijk bouwstenen gebruikt uit mijn eigen leven’
Door Guus Bauer (2 februari 2012)


Voor zijn debuutroman Alleen maar nette mensen ontving Robert Vuijsje (1970) De Gouden Uil 2009. Het boek werd een bestseller. De film wordt in september verwacht. Na een verzamelaar van krantencolumns is er nu een tweede roman: Beste vriend.

Sam Green is een Joodse jongen uit Amsterdam-Zuid. Hij heeft het helemaal gemaakt, want hij wordt voor quizzen en spelprogramma’s op tv uitgenodigd, staat op de covers van de grote bladen en is een graag geziene gast bij premières en vernissages. Iedereen kent Sam, maar waarmee is hij ook al weer beroemd geworden? Hij is niet vaak thuis bij zijn Surinaamse vrouw Venus en zijn zesjarig zoontje Sammie.

Kon u goed omgaan met de hooggespannen verwachtingen na het succes van uw debuut?
Ik heb geprobeerd om me er niets van aan te trekken, maar ergens in het achterhoofd speelt het toch wel een beetje mee. Op 1 januari 2011 heb ik de stoute schoenen aangetrokken. Ik moest weer aan de slag met een nieuw boek. Én met een nieuw onderwerp. Precies een jaar later was ik klaar. Ik geniet van het ambacht van het schrijven. In theorie had ik met de personages uit mijn debuut verder kunnen gaan. Het heeft tenslotte een open einde. Maar als ik dat ga doen, dan weet ik écht niet meer hoe verder. Zo, de eerste bekentenis is eruit.

U wilde wel dezelfde bedrieglijk luchtige toon aanhouden?
Ik vind het belangrijk dat de tekst toegankelijk is, maar het is geen voorwaarde. Ik doe beslist geen concessies, maar ik wil wel dat zoveel mogelijk mensen het kunnen lezen. Het vinden van die toon is overigens nog helemaal niet zo gemakkelijk. Even een tegelwijsheid: wat gemakkelijk wegleest, kan moeilijk tot stand gekomen zijn.

Had u behoefte aan een minder ‘autobiografische’ tekst?
Mijn situatie is anders dan die van Sam, Venus en Sammie, maar de gevoelens zijn voor mij wel zeer herkenbaar. Ik heb nadrukkelijk bouwstenen gebruikt uit mijn eigen leven. Om persoonlijke observaties te kunnen doen die een beetje buiten het verhaal staan, heb ik een tiental dagboekstukken toegevoegd gericht aan de Beste vriend.

Sommige van die observaties zijn echt vintage Vuijsje, behoorlijk vilein.
Ik wil graag opschrijven wat de meeste mensen denken maar niet durven zeggen. Zo’n stuk tekst is in mijn ogen geslaagd als het zowel grappig is als pijnlijk. Lees bijvoorbeeld de ranglijst van de ouders op het schoolplein en ga daarna eens kijken wanneer de kindertjes worden opgehaald. Het klopt, ook al willen de mensen er niet aan.

U zet in de roman de wereld van de TV-persoonlijkheden behoorlijk te kijk. Is dat gebaseerd op uw eigen ervaringen na het succes van uw debuut?
Al toen ik journalist was bij Nieuwe Revu en De Pers viel mij op dat roem de nieuwe religie is. Ik deed namelijk veel interviews met beroemdheden, in Suriname bijvoorbeeld met Desi Bouterse. Vroeger had je rangen en standen, daarna kon je status verwerven door middel van geld, nu draait alles om bekendheid, het doet er niet toe waarmee of waarvan. Ik heb me vanaf het begin niet écht thuis gevoeld in die wereld, in die zin is het wel weer redelijk autobiografisch. Ik moet bekennen dat ik bij sommige quizzen en spelletjesshows alleen ben geweest omdat ik net met deze roman bezig was.

De tv-sterren in uw roman hebben allemaal persoonlijke coaches. Is dat nodig?
Ik heb mensen gezien die met een hele entourage komen opdraven. Ik denk toch dat het grotendeels gebaseerd is op onzekerheid. Meestal zijn deze types om dubieuze redenen beroemd. Wanneer men echt iets bereikt heeft, bijvoorbeeld door het winnen van een Nobelprijs, hoeft men zich nergens meer op voor te laten staan. Dan wordt het allemaal gemakkelijker.

Hoe is het met uw eigen vrienden?
De mensen met wie ik intensief omga, zijn dezelfde mensen als voordat ik enige bekendheid genoot. Ik heb wel een hele hoop kennissen erbij gekregen met wie ik af en toe een praatje maak. Mijn beste vrienden hebben me weleens gevraagd of ik naar de ‘tegenpartij’ was overgelopen. Ik heb ze verzekerd dat er niets veranderd is. We horen nog steeds bij elkaar.

Sam heeft ook een bekende vader. Hoe heeft uw vader, voormalig hoofdredacteur van HP/De Tijd, op het boek gereageerd?
Ik heb van tevoren gezegd dat deze roman minder autobiografisch is dan de eerste. Terwijl we allebei hetzelfde standpunt hadden, waren we het op sommige punten toch oneens. De details van onze relatie zijn in de werkelijkheid anders. Maar ik heb kennelijk toch een emotie op papier weten te zetten in de verhouding tussen Sam Green senior en junior die hem heeft geraakt.

Foto Robert Vuijsje: Klaas Koppe
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)
Interview met Sander Kollaard Door Guus Bauer (06-04-2019)
Interview met Kristine Bilkau Door Guus Bauer (22-03-2019)