Interview met Robert Vuijsje
‘Dit is hoe Nederland in 2008 écht is’
Door Fleur Speet (7 mei 2009)


Het is een roman op zich: het schrijven en publiceren van een debuutroman. In ieder geval voor Robert Vuijsje (1970), tien jaar journalist. Hij publiceerde in 2003 een biografie over de kunstenaar Peter Klashorst, die in Senegal in de gevangenis belandde omdat seks, zwarte vrouwen en beeldende kunst bij hem een en hetzelfde zijn. Vuijsje schreef voor Nieuwe Revu en schrijft alweer een paar jaar voor De Pers. Ja, en hij is zoon van, van Bert Vuijsje (ex-adjunct hoofdredacteur van de Volkskrant en ex-hoofdredacteur van HP/De Tijd), die zijn zoon een literair agent aanraadde toen Roberts roman af was, maar geen enkele uitgever interesse toonde.

Vorig jaar verscheen dan eindelijk, na twee jaar leuren, het boek Alleen maar nette mensen. Vorige week kreeg het prompt de Gouden Uil toegekend en werd bekend dat IDTV het debuut gaat verfilmen. Aanstaande maandag maakt Vuijsje een kans de Libris Literatuur Prijs toegekend te krijgen, waarvoor de roman genomineerd is. Het boek kent inmiddels al een negende druk. Dit alles is ontzettend uitzonderlijk voor een debuut. Naast de lovende reacties uit de pers en juryrapporten, zijn er ook boze reacties. Van zwarte vrouwen, die zich door de roman geseksualiseerd voelen zonder dat ze het boek gelezen hebben. Vuijsjes leven lijkt wel een rollercoaster.

Bijna net zo chaotisch vergaat het de hoofdpersoon David Samuels in Alleen maar nette mensen. Deze twintiger, net klaar op het Barlaeus-gymnasium, komt uit een elitair en deftig joods milieu. Zijn vader is ?de baas van een actualiteitenprogramma bij de publieke omroep, volgens hem het enige fatsoenlijke programma op de vaderlandse televisie?. David gaat al jaren met de iets minder deftige Naomi, ook joods en ook uit Oud-Zuid, maar net iets minder intellectueel dan zijn ouders. David is ontevreden, hij weet niet wie hij is en wat hij moet worden. Hij zoekt iets anders in het leven en wil het uitgestippelde pad van trouwen met Naomi en studeren aan de universiteit nog niet bewandelen. Zijn passie voor vrouwen met borsten en billen brengt hem in een nieuw milieu, dat ver verwijderd staat van wat hij kent. Op zoek naar stevige borsten, toch minstens cup 95 F, belandt hij in de Bijlmer. Zijn zoektocht naar de intellectuele zwarte vrouw voert hem uiteindelijk zelfs naar Memphis, Amerika.

Hoe kwam u op het idee van deze roman?
Ik wist dat als ik een boek zou schrijven, het over niets anders kon gaan dan over wat men ?de multiculturele samenleving? noemt. Dat is voor mij hét onderwerp van Nederland in deze tijd. Ik wilde graag beschrijven hoe het, volgens mij, écht is. Wanneer het hierover gaat, wordt er meestal omheen gedraaid en moeilijk gedaan. Ik wilde mijn personages de dingen laten zeggen die iedereen denkt, maar nooit hardop durft te beweren. Wat ook wel een trigger was: de reacties van vrienden en collega?s als ik iets vertelde over bepaalde dingen die ik meemaakte. Aan die reacties merkte ik dat mensen het een intrigerend onderwerp vinden.

Ging er veel tijd op aan research?
Ik heb nooit bewust onderzoek hoeven doen. Zo van: en vandaag ga ik eens research plegen voor mijn boek. De research, als je dat al zo moet noemen, was er eerst en daarna kwam het boek. Niet omgekeerd. Ik kende de Bijlmer al, net zoals ik Oud-Zuid ken, het nest waarin ik geboren en getogen ben. Het werd literatuur doordat ik een verhaal heb bedacht bij het verhaal dat ik wilde vertellen. De hoofdrolspeler gaat op zoek naar wie en wat hij is. Daarvoor is een wereld nodig die duidelijk niet die van hem is. Dat ik toevallig zelf vrij goed thuis ben in zo?n wereld kwam bij het schrijven wel goed van pas. Vervolgens heb ik beide werelden wat scherper aangezet, de vooroordelen aangedikt.

Lag het gevaar van een boodschap verkondigen niet op de loer?
Het was mijn bedoeling om de lezers aan het denken te zetten over de manier waarop wij hier in Nederland met z?n allen samenleven, met al die verschillende groepjes. Dat wilde ik niet doen door de lezers een vaststaande boodschap door de strot te duwen. Ik wilde dat ze meer op een terloopse manier over dit onderwerp zouden gaan nadenken, dat ze als het ware het idee kregen dat ze zelf verbanden legden, in plaats van dat de schrijver ze voorkauwt wat de boodschap is. Het was mijn bedoeling dat het boek in de eerste plaats amusant is, dat je erom kunt lachen, en dat daaronder een soort ongemerkte tweede laag zit. Zonder dat je als schrijver aankondigt: opgelet lezers, hier komt de tweede laag en pas op, nu komt er nog een derde laag bij. Ik hoop dat dat me gelukt is.

Wat vooral schuurt in de roman is de deftige komaf van David, die eruit ziet als een Marokkaan en daarop wordt aangesproken.
Dat is uitermate verwarrend ja. In Nederland wordt een Marokkaan geassocieerd met het tegenovergestelde van de elite en dat wordt hem te pas en te onpas ingepeperd. Ik heb voor dat onderwerp gekozen omdat ik merkte dat veel ? Hollandse - mensen die ik ken zich er niets bij kunnen voorstellen. Dat kun je ze ook niet kwalijk nemen, aangezien het een onderwerp is waar ze nooit over na hoeven te denken. Maar ik wilde wel duidelijk maken hoe groot de impact kan zijn op iemands leven wanneer je iedere dag wordt duidelijk gemaakt dat het land waar je woont niet jouw land is, en dat je daar niet gewenst bent.

Ik heb het zelf in zoverre aan den lijve ondervonden dat ik vaak in eerste instantie wordt benaderd als een buitenlander en dat ik weet hoe vervelend dat kan voelen, vooral voor Marokkaanse jongens. Maar gelukkig ben ik niet een echte Marokkaan, dus afgezien van die eerste indrukken weet ik niet uit de eerste hand hoe het is. Wel denk ik dat de verwarring waardoor David gaat twijfelen aan zijn identiteit, een verwarring is die de hoofdrolspeler deelt met honderdduizenden jongere mensen in de Nederlandse grote steden die niet twee autochtone ouders hebben. Hoor ik hier wel of hoor ik in het land waar mijn ouders vandaan komen? Ben ik wel een echte Hollander of ben ik een Turk, Marokkaan, Surinamer, Antilliaan?


Robert Vuijsje (midden), Charlotte Mutsaers en Rob van Essen genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs.

Wat vindt u ervan dat u gerekend wordt tot een auteur die zich geëngageerd betoont met de samenleving (aldus de jury van de Libris Literatuur Prijs)?
Ik ben vereerd dat ik tot die groep word gerekend. Ik heb het boek bedoeld als: dit is hoe Nederland in 2008 écht is. Ik hoop dat het over een paar jaar als zodanig wordt beschouwd. Het betekent waarschijnlijk wel dat het tweede boek heel anders ontvangen en beoordeeld zal worden dan twee maanden geleden het geval was. Ik sta nu veel meer in de belangstelling, er wordt nu echt uitgekeken naar dat tweede boek, in plaats van dat ik rustig kan werken aan de opbouw van een loopbaan als schrijver. Maar vorig jaar ben ik wel al begonnen. Het wordt weer een roman met zowel komedie als tragiek, over de echtscheiding van een beroemde man, zodat hij moet kiezen wat belangrijker is: roem of een gezinsleven. Vanaf deze zomer heb ik vijf maanden vrij genomen van mijn werk als journalist bij De Pers om verder te werken aan dat tweede boek. Naar die periode zie ik enorm uit.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Brad Watson Door Guus Bauer (09-01-2019)
De taal voor het publieke gerecht Door Guus Bauer (11-12-2018)
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)