Interview met Sandro Veronesi
‘Mijn boeken zijn bedoeld als wouden vol symbolen’
Door Fleur Speet (16 juni 2011)


Sandro Veronesi lijkt een wilde man. Zijn beltoon is een stevig rocknummer van Led Zeppelin, hij ziet eruit als een artiest die nachten doorhaalt, rookt, zuipt, versiert. Alleen al zijn tatoeage verraadt dat hij een man is die het leven graag stoer leeft. Van zo’n man verwacht je geen roman met een ingetogen thematiek over het verdwijnen van het geloof of over verfijnd schuldgevoel. Toch is dat precies wat XY is.

In de roman vindt het onmogelijke plaats: elf bewoners van een klein Italiaans bergdorpje worden op een winteravond allemaal tegelijk vermoord. Maar de een is doodgebeten door een haai en de ander verslikte zich in een kippenbotje. Weer een ander is door een mes omgekomen, iemand is neergeschoten en een heeft als doodsoorzaak een overdosis heroïne. De moorden lijken door verschillende moordenaars gepleegd op verschillende plekken.

De dorpspriester Ermete kan hier niet mee leven. Hij snapt het niet, voelt zich schuldig en wanhopig. Hij roept de hulp in van een psycholoog. Die moet de overgebleven dorpelingen bijstaan, want de sociale cohesie in het dorp verbrokkelt. Niemand weet raad met de onverklaarbare gebeurtenissen. De 31-jarige psychoanalytica Giovanna komt tijdelijk in de pastorie van het dorp wonen om te helpen. Maar ze raakt vooral in conflict met zichzelf. Wie is zij? Waar staat zij? Waarom doet ze wat ze doet en wat ze deed? Gelooft ze in de rationele wetenschap of heeft ze ruimte voor geloof, zonde en boete? In hun gesprekken raken Ermete en Giovanna de bodem van hun bestaan, aangewakkerd door het bevreemdende en tragische bloedbad.

In het interview toont de schrijver steeds zijn enorme gevoel voor compositie: hij laat zien hoe achteraf zoveel dingen in elkaar grijpen, hoe alle aparte verhaallijnen samen een levend organisme zijn geworden. Voor hem is schrijven het in toom houden van verschillende krachten. Als een waterval vertelt hij over de structuur van zijn roman, die in een promotionele site is opgenomen (xy.developing.it). Hij creëerde stambomen voor zijn 46 personages en bepaalde precies wie naast wie woonde en hoe ze verbonden waren.

Dat gaf hem houvast, zodat hij greep op zijn personages hield tot zij de macht overnamen. Het was een tour de force om de finale te halen, schrijven is voor Veronesi energie verliezen. Aan het einde kan nog steeds het punt van de grote confrontatie komen waarop hij niet voorbereid is, zodat de hele roman in elkaar stort. Plotseling vond hij zijn redding in een 15 pagina’s durende filosofische dialoog. Compositorisch past het precies. Terwijl hij dit alles enthousiast vertelt, gesticuleert hij wild en steeds zweeft daarbij zijn tatoeage voorbij.

Excuus, ik blijf maar kijken naar uw tatoeage: NO, dat je omgekeerd kunt lezen als ON. Zegt dat iets over het wilde leven?
Welnee, het is niets, het is een uitgave van een wel erg kleine uitgeverij. Ik dacht dat de meeste problemen in mijn leven voortkwamen uit mijn onvermogen op het juiste moment nee te zeggen. Dus pretendeerde ik dat ik een memo kon aanbrengen om mijn besluiten te sturen. Maar het veranderde niets, want op het beslissende moment vergeet ik naar mijn pols te kijken.

In de roman proberen de personages zichzelf ook te veranderen. Het is een mea culpa: ze nemen zichzelf de maat en bekennen schuld.
Alle boeken die ik geschreven heb en eigenlijk alle boeken uit de literaire geschiedenis vertellen over verandering. Als je de hoofdpersonen uit mijn oeuvre neemt, kleeft er altijd iets fysieks aan die verandering. Het ene moment is het personage hier, het andere moment daar. Hij is getrouwd, of hij is gescheiden. In XY draait het niet om zo’n uiterlijke verandering, maar om een radicale, innerlijke verandering. En dat is een kwestie van een ondergesneeuwd vermogen jezelf te accepteren. Want aan het einde van de roman doen de personages wat ze tien jaar geleden ook al deden. Dan denk je: dat is geen verandering. Toch is het iets nieuws, want hun houding ten opzichte van de werkelijkheid en hun omgeving is fundamenteel anders. Er is iets onuitspreekbaars en onbegrijpelijks met hen gebeurd. De personages beginnen met de illusie dat ze het hele dorp kunnen redden, maar al snel wordt hen duidelijk dat het al een mirakel is wanneer ze zélf verder kunnen.

Ik hoop dat die schok ook de lezer overvalt: hoe kan ik hiermee leven, met dit verhaal? Ik maak die schok zo groot omdat ik wil dat de lezer een symbolische uitweg kiest. Als de veelvuldige moord ook maar iets geloofwaardiger was geweest, had de lezer wel een manier gevonden om het symbolische bos te mijden. Ik merkte aan reacties dat dit gebeurde met mijn andere boeken, zoals Kalme chaos, en dat frustreerde mij. Mijn boeken zijn bedoeld als wouden vol symbolen. Maar het geloof in mysteriën en symbolen is een mentale staat die wij aan het verliezen zijn.

In het verre verleden las men geen boeken voor het verhaal, men las boeken om de symboliek. Eeuw na eeuw zijn we deze gave langzaamaan kwijtgeraakt. We lezen meer en meer om de plot, niet om de betekenis. Terwijl symbolen in verband staan met het universum, met God, met alles waarom we leven.

Wat de hoofdpersonen doen, een andere oplossing vinden die niet wetenschappelijk of logisch is, dat is wat ik hoop dat ook de lezer doet. Ik geloof dat ik vanaf het begin duidelijk ben over het soort boek dat dit ik heb geschreven, maar als er uiteindelijk lezers teleurgesteld zijn, dan geef ik hen met alle liefde hun geld terug.

Heeft u vanwege die symboliek voor een religieuze roman gekozen?
Ook al is de kerk geen stamhouder van de moraal en de ethiek, ze is er wel in gespecialiseerd. En als intellectueel, levend in Italië, het episch centrum van het christendom, begin ik te merken dat er steeds minder morele vragen worden gesteld. Het idee dat er een ‘gebrek aan Jezus’ is, vind ik beschamend. Ik heb Jezus nodig, zelfs al geloof ik niet, want hij brengt mijn morele perspectief in balans. Op het christendom is onze cultuur gebouwd.

Daarbij raakte ik bevangen door een religieus verhaal. Ik was de evangeliën aan het herlezen, speciaal het evangelie van Markus, het actie-evangelie dat nog het meeste lijkt op een moderne western, of een film van Quentin Tarantino met een bende terroristen. Het is geschreven om de wilde barbaren te bekeren, vandaar dat het zo spannend is. Hierin vind je de essentie van het geloof, althans voor degenen die niet in God geloven. Ik ben een wilde Romaanse heiden, ik heb een handvol goden, maar dit evangelie toont me dat ik lijd aan een gebrek: ik mis Jezus. Waarom moet je geloven, waarin dan en hoe, die vragen roept dit boek op.

Tijdens het bestuderen van het evangelie overleden mijn ouders. Daardoor had ik ook biografische redenen om na te denken over het geloof. Waarom ben ik opgegroeid als een man, werd ik een vader, een schrijver, terwijl ik de basisvragen van het leven liet liggen?

Maar denk niet dat ik een roman schrijf nadat ik dit allemaal heb overdacht. Ik voelde de urgentie om een griezelige, bloederige richting in te slaan, dat was alles.

Toch is het bloedbad niet de kern van de roman.
Neenee, ik dacht zelfs geen seconde aan een thriller of misdaadverhaal. Ik hoefde het mysterie niet op te lossen. Het bloedbad is een straf, daar draait het om. Zelfs al lijkt er aan het einde nog een soort oplossing te komen, dan nog blijven de problemen van de twee hoofdpersonen bestaan.

Het eerste beeld dat in me opkwam toen ik aan dit boek begon, was van een lege wagen met een gehavend paard. Een wagen die vol met mensen had gezeten. Toen ik ontdekte dat er in dat beeld zo’n energieke, wilde lading zat, was ik nog niet bezig met het evangelie of met de dood van mijn ouders. Dat is er allemaal ingeslopen. Ik was net zo onwetend als mijn personages. Ik wilde geen machine aan het werk zetten, waarbij ik op een knop druk en er vervolgens heel voorspelbaar iets gebeurt. Ik zocht naar de derde dimensie, die het geloof noch de wetenschap kan bieden. Daarom heb ik een wonder in het boek gestopt, een meisje dat het bloedbad overleeft. Zij staat symbool voor het innerlijke mirakel dat de twee hoofdpersonen meemaken.

Ik dacht bijna dat Giovanna dat meisje zou adopteren, na haar abortus.
Dat dacht ik ook. Maar dat zou de abortuskwestie te veel benadrukken en dat was de bedoeling niet. Giovanna doet een bekentenis tegenover God en daarin duikt onverwacht berouw op over de abortus. Maar dat is haar probleem niet, het is de consequentie van haar probleem. Haar eigenlijke probleem is het Bezuchov-syndroom: ze is niet in staat om nee te zeggen tegen het kwade. En ja, je hebt gelijk, dat is ook mijn probleem. Ik bén Giovanna.

Ik projecteer nog een ander probleem van mijzelf in haar. Een oud litteken van Giovanna gaat op de nacht van het bloedbad opnieuw open. De wond heelt en het is over. Maar het hoofd kan dat niet accepteren, er moet een verklaring voor zijn. De psychoanalyse of de wetenschap kan zo’n verklaring echter niet geven. Giovanna worstelt net als ik met de wetenschappelijke ontoereikendheid. Het is Don Ermete die Giovanna een nieuwe mogelijkheid aanreikt. Hij reikt het idee van de negatieve capaciteit aan: het vermogen om je te laten omhullen door een mysterie zonder herinnering of verlangen. Dat was mijn wedstrijd in dit boek: de afwezigheid van betekenis leren accepteren. En ook de lezer ontkomt niet aan die wedstrijd.

Foto auteur: Fleur Speet
Delen
Koppelingen
Boeken
XY
Meer interviews
Interview met Chrétien Breukers Door Guus Bauer (27-11-2019)
Interview met Marijke Schermer Door Guus Bauer (13-11-2019)
Interview met David de Poel over Frans Pointl Door Guus Bauer (01-10-2019)
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)