Interview met Simon Blackburn
‘Je moet mensen eraan blijven herinneren hoe dun het ijs is waarop ze lopen’
Door door Annemiek Neefjes (6 april 2006)


‘Iedereen mag zijn eigen waarheid hebben: die gedachte is me veel te gemakkelijk.’ De Britse filosoof Simon Blackburn (1944) ergert zich aan het doorgeschoten relativisme van onze westerse cultuur. ‘Mensen gaan ontzettend gemakzuchtig met de waarheid om. Ze zetten haar moeiteloos in voor eigen gebruik, of bagatelliseren de waarheid als die niet uitkomt.’ Blackburn vond het tijd voor een tegenoffensief en publiceerde Truth. A Guide for the Perplexed (2005), dat nu in het Nederlands is verschenen als Filosofie van de waarheid.

‘Er zijn mensen die hun neus optrekken voor noties als historische waarheid, om over morele of esthetische waarheid nog maar te zwijgen,’ schrijft hij in zijn boek. Maar die mensen zouden zich wel eens kunnen vergissen, vervolgt hij - en dat is precies wat hij met zijn boek wil aantonen. Wat is waarheid? De Amerikaanse filosoof Richard Rorty omschreef waarheid als ‘datgene waarmee je tijdgenoten je ongestraft laten wegkomen’. Het is niet moeilijk te raden dat Rorty een gezworen vijand is van Blackburn.

Blackburn is hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Cambridge. Hij is redacteur geweest van het gezaghebbende filosofietijdschrift Mind en hij is auteur van The Oxford Dictionary of Philosophy. Lange tijd was zijn specialisme taalfilosofie, maar in Filosofie van de waarheid, en eerder al in Denk! (1999) en in Goed leven (2001), buigt hij zich over ethische kwesties.

Tegen het relativisme…
Via de mail heb ik een gesprek met Blackburn, die tijdens deze Maand van de Filosofie zal optreden. Ik vraag hem wat zijn grootste bezwaar tegen het relativisme is. ‘Dat het vertrouwen ondermijnt,’ antwoordt hij. ‘In het relativerende denken zit een glijdende schaal, het gaat van: “Ik denk dit maar anderen vinden nu eenmaal dat” naar: “Hun mening is net zo waar als de mijne” naar: “Je hoeft geen vertrouwen te hebben in mijn opvatting.” Ik noem deze houding een happy-clappy pluralisme. Maar sommige uitspraken in de ethiek, de politiek en het recht verdienen wel degelijk vertrouwen.

Neem het volgende morele conflict: de ene groep wil vrouwen domineren, de andere groep vindt dat mannen en vrouwen dezelfde rechten moeten hebben. Dat is een clash tussen twee partijen. Om aan dit debat deel te nemen, moet je er wel vertrouwen in hebben dat jouw opvatting de juiste is en dat die zou moeten zegevieren. Als je een relativist bent, ondermijn je het vertrouwen in je eigen opvattingen. Je vindt jezelf weifelend terug: misschien heeft die andere partij ook wel gelijk, of verdient die in ieder geval “respect”. Je geeft de strijd dus al bij voorbaat op. Dat verlamt het debat. En dat heeft consequenties voor onze samenleving. Als je het vertrouwen verliest in de normen en principes die onze wereld kunnen verbeteren, dan verlies je een belangrijk deel van je humaniteit.’

In Filosofie van de waarheid beschrijft Blackburn de strijd tussen relativisten en absolutisten als een oorlog die al lang geleden begon, bij Plato en de sofisten. William James, David Hume, Immanuel Kant, Ludwig Wittgenstein, Hans-Georg Gadamer, Jacques Derrida en Michel Foucault: allemaal hebben ze op de een of andere manier hun deel aan de strijd geleverd. Het huidige relativisme, in de gedaante van postmodernisme, vindt Blackburn eerder een ‘diffuus klimaat’ dan een officiële doctrine van een bepaalde persoon. ‘Dit relativisme is tot in alle lagen van onze cultuur doorgedrongen, zonder dat we het door hebben.’

… en voor het intelligente absolutisme
Blackburn zelf voelt zich het meest thuis bij het absolutisme, maar dan wel bij het ‘intelligente absolutisme’, zegt hij. ‘Waarheid kan niet los van iets bestaan, ze moet altijd aan iets gekoppeld zijn: aan geloof, aan geest, aan natuur, aan ieder ander aspect van de filosofie. Waar het mij om gaat, is het vertrouwen in de idee van waarheid, met een besef van de historische en culturele krachten die deze waarheid hebben vormgegeven.’

Ziet Blackburn zichzelf als een idealist? Zijn nadruk op het belang van ‘vertrouwen’ zal bij zijn relativistische critici hoongelach teweegbrengen: hoezo vertrouwen, in een samenleving waarin dat vertrouwen om de haverklap geschaad wordt? Blackburn zegt dat hij er vertrouwen in heeft dat, bijvoorbeeld, onschuldige mensen niet gevangen worden gezet, of dat mensen niet langer dan een minimale periode worden vastgehouden zonder proces. ‘Ik heb er,’ vervolgt hij, ‘helemaal géén vertrouwen in dat de politie, rechtbanken, en vooral politici zich aan deze normen conformeren. De staat zoekt altijd naar wegen om zijn dwingende macht uit te breiden. De morele tradities van een liberaal land zijn kwetsbaar ten overstaan van de macht van de staat. Maar dat is juist de reden waarom we over die moraal moeten blijven praten, schrijven, filmen. Je moet mensen eraan blijven herinneren hoe dun het ijs is waarop ze lopen.’

Blackburn is ervan overtuigd dat het juist in onze tijd van groot belang is om het vertrouwen terug te vinden. ‘De eerste reden is de dreiging van religieus fundamentalisme. De andere reden is de dreiging van een steeds wrangere wereld, want steeds meer mensen vechten om steeds minder bronnen: water, energie, bouwstoffen. Politiek bedrijven is makkelijk als er geen dreigingen zijn en als er voldoende is om rond te delen. Op dit moment is het versterken van een politieke en morele cultuur onze belangrijke opdracht, zodat we weerstand kunnen bieden aan de bestaande dreigingen. De Verenigde Staten, bijvoorbeeld, is duidelijk nog niet zo ver. Kijk hoe daar rond het nieuwe millennium mensen massaal naar de kerken stroomden. En als twee gebouwen ineenstorten, ontvlucht de Amerikaanse regering ieder moreel principe, waarmee ze eeuwenlang bestaande rechtskundige en politieke tradities verwoest.’

Rechtgeaard erfgenaam van de Verlichting
In Filosofie van de waarheid is Blackburn aangenaam fel als het gaat om de neiging om zonder meer iets te geloven. Hij is vooral goed op dreef als hij zich druk maakt over de in onze tijd bloeiende ‘dogma’s op het ontheiligde lijk van de rede’, waarmee hij doelt op duistere zaken als ‘astrologie, homeopathie, profetieën, bezoeken van engelen, voodoo, vliegende schotels en glazen bollen’. In zijn boek schrijft hij: ‘Zoals G.K. Chesterton al opmerkte, is het probleem met mensen die hun geloof in God zijn kwijtgeraakt niet dat ze nergens meer in geloven, maar dat ze bereid zijn om overal in te geloven.’

Blackburn is een rechtgeaard erfgenaam van de Verlichting. Het Griekse begrip logos - het gezag van de rede - staat in zijn boek centraal. Hij pleit voor behoedzaamheid, bewijsgronden, waarschijnlijkheid. Blackburn weet dat zijn collega, de conservatieve Britse filosoof Roger Scruton, precies het omgekeerde beweert: dat we dankzij de Verlichting nu juist met het relativisme opgescheept zitten. Want de Verlichting heeft ons het vertrouwen in traditie, moraal en God afgenomen.

Blackburn: ‘Daar ben ik het uiteraard niet mee eens, behalve dan als het om God gaat. De Verlichting probeerde de ethiek inderdaad een seculiere basis te geven, en ik denk dat daar nog altijd een van de belangrijkste opdrachten van onze tijd ligt: maak het mensen mogelijk zich te emanciperen van priesters en imams. Scruton ziet een belangrijke kritiek van de Verlichting op religie over het hoofd, en die luidt dat religieuze ethiek altijd vergiftigd is met de dwingende plicht om een getrouwe te zijn. Daarmee sta je haat en vervolging toe van degenen die geen getrouwen zijn. De grote Verlichtingsdenkers, van Shaftesbury tot Hutcheson, Hume en Kant, probeerden het beter te doen, en slaagden daar meestal ook in. Scruton en andere religieus georiënteerde conservatieven zullen naar de Stalins en Hitlers van de twintigste eeuw wijzen, om de idee van een seculiere, verlichte, liberale maatschappij in diskrediet te brengen. Maar volgens mij laten ze hiermee alleen maar zien hoe kwetsbaar menselijke samenwerking en vooruitgang zijn en hoe belangrijk onze maatschappelijke opdracht is. Op het moment dat mensen monsterlijk zijn, en dat kunnen ze zijn, dan vinden ze uiteraard monsterlijke goden voor zichzelf uit. Religieuze ethiek kan onmogelijk beter zijn dan de mensen die deze ethiek vervaardigen. Die ethiek kan wel slechter zijn, vanwege het teweegbrengen van de verdeeldheid waar ik het eerder over had.’

Niet simpelweg vragen om respect voor religieuze overtuigingen
We mailen over de recente religieuze kwestie waar in heel Europa ophef over ontstond: de Deense cartoons waarop de profeet Mohammed stond afgebeeld. Verdedigers van de vrijheid van meningsuiting stonden tegenover degenen die vonden dat je uit respect ook wel eens iets voor je kunt houden. Blackburns eigen morele overtuiging is, zegt hij, ‘dat je niet simpelweg kunt vragen om “respect” voor religieuze overtuigingen, omdat heel wat van die overtuigingen nogal belachelijk zijn voor mensen buiten de cirkel van gelovigen. Het kan op sommige momenten weliswaar onverstandig zijn, of onbeleefd, of ongepast, om iets te beweren, maar evenmin is het gepast om uitspraken bij wet te verbieden.’

Hij prijst de VVD-politica Ayaan Hirsi Ali vanwege haar verdediging van de waarden van de Verlichting. Dat ze vanwege haar fel geformuleerde opvattingen een ‘seculiere jihadist’ is genoemd, vindt hij verwerpelijk. ‘Ze zegt niet dat iemand moet worden vermoord vanwege diens opvattingen, wat Islamitische extremisten wel zeggen en wat ze ook doen, zoals in het geval van Theo van Gogh bleek. Het is een teken van morele beneveling dat iemand dit soort taal passend vindt.’

Blackburn vermoedt, zegt hij, dat hij voorlopig niet uitgeschreven zal zijn over ethische kwesties. ‘Ik vind dat in deze tijd filosofen hun handen vuil moeten maken, zelfs als het soms tegen hun aard ingaat. Op welke ethische vraagstukken we in de toekomst zinnig kunnen ingaan, hangt natuurlijk af van hoe de tijden zich ontwikkelen. Maar op dit moment, nu het Westerse liberalisme flink aan erosie onderhevig is, hebben filosofen meer dan genoeg te zeggen.’

Simon Blackburn wordt tijdens de Nacht van de Filosofie geïnterviewd door Sjoerd de Jong, zaterdag 8 april, Felix Meritis, Amsterdam.
Delen
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)