Interview met Susan Smit
‘Mannen en vrouwen hebben meer gemeen dan ze verschillen’
Door Fleur Speet (25 maart 2009)


Susan Smit publiceerde vorig jaar de roman Wat er niet meer is en eind april verschijnt 100 spirituele plekken die je gezien moet hebben. Ieder jaar komt er wel een nieuw boek van haar uit. Nu is ze gestopt met haar recensies voor Goedemorgen Nederland en ook presenteert ze niet langer meer het boekenprogramma bij Het Gesprek: haar derde roman moet geschreven worden.

Wat er niet meer is belicht een onmogelijke liefde vanuit een man.
Smit: ‘Juist het tragische ervan leert de man, Thomas geheten, de grootste levenslessen. Thomas stelt zich contre coeur open voor de liefde en krijgt de deksel op zijn neus omdat Judith, degene op wie hij verliefd is, gebonden blijkt. Maar – zo nuchter als hij is – hij krijgt als ze dood is een mystieke relatie met haar. In Wuthering Heights verlangt Catherine net zo naar Heathcliff en Hella S. Haasse heeft in Het tuinhuis ook een passage over de liefde na de dood geschreven. In die boeken komt de mystieke liefde en passant voor, maar ik wilde het tot onderwerp nemen. Het intrigeerde me genoeg om er een half jaar lang mijn bed voor uit te komen en achter de computer te kruipen.’

Vanwaar een monoloog in een peeskamertje op de Wallen?
‘Ik had de intimiteit nodig van een kleine kamer waar twee mensen samen zijn. Natuurlijk vertelt Thomas zijn verhaal aan de lezer, maar ik zocht een indirecte vorm met een intieme sfeer. Thomas betaalt deze dienstbare vrouw een nacht om zijn hart te luchten.’

De nacht scheidt het onechte van het echte. Het onderdrukte, het schaamtevolle, het heimelijke laat zich zien. Op een bepaalde manier is dat echter en waardevoller dan de beschaafde werkelijkheid, vol oppervlakkig geklets en gepolijste maniertjes. Ik ben gehecht aan de tedere leugen van beschaving, zei ik je al eerder, maar alleen als daar een ondermijnende, rauwe werkelijkheid tegenover staat die ook een plaats heeft. (Wat er niet meer is, p. 85)

‘Het moest een nacht omspannen, omdat het verhaal heel nachtelijk en mysterieus is en de diepe krochten van Thomas z’n ziel en mogelijkheden belicht. We zijn gewoon om de duistere kanten van onszelf onder het tapijt te vegen, maar die kanten verdienen ook aandacht in het leven. Misschien zelfs wel juist.’

Was het moeilijk de mannenstem te vinden?
‘Ik deed er wel even over. Hij werd uiteindelijk een librettist, als tegenhanger van Judith. Zij is pianiste en staat daarmee voor de ongrijpbare muziek, hij is van het woord en analyseert en observeert. Tijdens mijn wekelijkse optredens in het land krijg ik vaak reacties op het boek. Vooral mannen vinden dat ik de mannelijke stem treffend verbeeld. Thomas vertelt heel eerlijk over zijn omgang met vrouwen, seksualiteit en liefde, maar tegelijk is hij een querulant, een autonome eigenzinnige man. Hij volgt het geëffende pad van trouwen en kindjes krijgen niet, maar aan het eind is er toch iets in hem veranderd. Hij durft de gedachte toe te laten dat hij misschien iets gemist heeft in het leven.’

En vanwaar de opera?
‘De opera is volgens mij een kunstvorm waarin liefde, dood, geweld en verraad allemaal op een grootse manier samenkomen. Thomas vertelt ergens dat we de opera weliswaar zo dramatisch en overdreven vinden, maar dat het er in de liefde eigenlijk net zo pathetisch aan toe gaat. We kunnen wel rationeel en relativerend doen over de liefde, maar in ieders leven komen een paar momenten voor waarop de liefde ons verandert in drama queens of drama kings, omdat we machteloos staan tegenover de immense kracht ervan. Daarom stond ik mezelf toe om uit de bocht te vliegen in de beschrijving van hevige emoties. Thomas wordt op een gegeven moment bijna krankzinnig. Doordat hij oprecht geraakt is, komt alles op losse schroeven te staan.’

Thomas is – ondanks zijn bravoure als stoere man – wel machteloos.
‘Ja, tegenover de liefde richt hij niets uit en van de doden weet hij ook niet veel, dus hij moet wachten tot zij hem komt bezoeken. Zíj bepaalt, hij moet volgen. Ik heb natuurlijk expres voor een man gekozen die denkt alles te weten en die zich geen oor laat aannaaien. Alleen daardoor kan hij volkomen verrast worden door zijn verliefdheid. Ook daarom permitteerde ik me veel oneliners.’

De meeste mensen blijven niet bij hun geliefde om de toekomst die ze samen willen opbouwen, maar vanwege het verleden dat ze hopen terug te vinden. (Wat er niet meer is, p. 33)

‘Thomas is veel cynischer dan ik, ik ben meer een romanticus. Ik denk er dus niet zo over, maar zie het soms wel om me heen. Ik weet alleen niet of er zoveel mis mee is.’

Liefdesrelaties zijn altijd doordrongen van een doodsbesef. (Wat er niet meer is, p. 39)

‘De liefde is in de meeste gevallen eindig. Hoe harder we roepen dat het voor altijd is, hoe harder we overschreeuwen dat we wel weten dat het nooit hetzelfde blijft. Dat is tegelijk natuurlijk ook het interessante van de liefde. Ach, Thomas roept van alles. Daar kun je soms om grinniken, en soms misschien van denken: mwah, daar zit wat in, of welnee, wat een onzin. Maar het idee erachter is dat zelfs een cynicus zich kan laten raken en daardoor alles op de helling zet, zelfs zijn overtuigingen.’

Geen man-vrouwconflict dat u hier heeft willen belichten?
‘Nee, echt niet, Thomas en Judith zijn ‘een’ man en ‘een’ vrouw. Wel zijn volgens mij de meeste mannen niet zo sterk als ze denken, vooral de mannen van de oudere generaties. Kijk maar hoe hulpeloos ze zijn na een scheiding, terwijl vrouwen daar toch meestal heel krachtig uit komen. Ook al wordt het tegendeel beweerd, ik heb de indruk dat vrouwen emotioneel veel sterker zijn. Toen ik Doris Lessing in Londen interviewde zei ze: mannen het sterke geslacht? Laat me niet lachen, dat is de grootste misvatting van de eeuw. Vrouwen zijn het sterke geslacht. Daar moest ík weer erg om lachen. Ze zat er als stevige tante die alle touwtjes in handen houdt en met schrijven onderhoudt ze zichzelf, én haar zoon van 36 die nog thuis woont… Dan snap ik het wel, zeker voor haar generatie gaat dat op. Nu is het anders.’

U noemt zich een feministe?
‘Ik profileer me als niets, dat wordt meestal voor je gedaan. Als feministe betekent dat je opkomt voor je eigen soort, dan ben ik wel een feministe. Ik zou toch gek zijn als ik dat niet deed? Ik vind het vanzelfsprekend. Ik ben er niet zo een als Doris Lessing, helemaal niet. Zij heeft mannen niet nodig. Nou, ik wel. Ook een man kan een feminist zijn, mannen en vrouwen hebben meer gemeen dan dat ze verschillen. De een is niet superieur aan de ander, het gaat erom dat we elkaar aanvullen en dat je eraan bijdraagt dat het beeld van vrouwen niet te beperkt is. Ik heb mij nog nooit achtergesteld gevoeld, maar het is natuurlijk nog maar vrij recent dat vrouwen zoveel rechten en mogelijkheden hebben. Soms is het ook prettig om daarmee te spelen en bijvoorbeeld “zij” te gebruiken in plaats van “hij”, of bij algemene verwijzingen naar “men” “haar” te gebruiken: “de mens, zij…” bijvoorbeeld.’

Maar heb je dan ook iets met blondharigen?
‘Je uiterlijk zegt niets over hoeveel of wat je te melden hebt, je sekse wel. Vrouwen kunnen én tijd hebben om hun lippen te stiften, én tijd hebben om filosofische traktaten te schrijven. Het klinkt jaren zeventig, maar ik geloof echt in zusterschap, opkomen voor elkaar, oog hebben voor de noden van je seksegenoten. Toen ik merkte dat 50plus vrouwen in onze cultuur niet op waarde werden geschat, interviewde ik wijze vrouwen en maakte daar een boek van. Vanuit de behoefte die ik zelf heb om zulke rolmodellen te zoeken. Voor Marie Claire schreef ik stukken over vrouwen in andere culturen, zoals de brandende bruiden in Afghanistan. Van sommige artikelen kon ik niet slapen. De journalistiek opent je ogen om buiten je eigen tuintje te kijken. Alleen je eigen tuintje schoonharken, dat past niet bij mij.’

Vandaar ook de 100 spirituele plekken die je gezien moet hebben?
‘Dat project fietste er tussendoor. Eigenlijk wilde ik aan mijn historische roman beginnen, maar het was te leuk om te laten. Ik heb zoveel plekken die ik steeds opnieuw bezoek. De kathedraal van Chartres is zo’n plek, die door heidense religies al werd geëerd. Ja, wat niet vernietigd kon worden, werd overgenomen. De kathedraal staat op een kunstmatige verhoging in het landschap, er schuilt een heilige bron onder. Je kunt in de crypte kijken en dan zie je een verwaarloosde put. Maar ik zie wat anders. Het is voor mij een puzzel om alle lagen van het verleden af te pellen en zo tot de kern te komen. Heel veel spirituele plekken, of het nu krachtplekken in de natuur zijn met steencirkels of tempels van oude religies, herbergen een enorme geschiedenis. Dat is wat ik zo mooi vind aan spirituele plekken, historische romans en wat ik in Heksen ook tegenkwam toen ik oude religies onderzocht: als je graaft ontdek je hoe vluchtig heersende codes zijn, hoe kortstondig de overtuigingen die we voor waar aannemen. Vijftig jaar geleden - een zucht terug - werd over zoveel dingen anders gedacht en dat geeft mij nu een aangenaam breed perspectief op de wereld en het leven. Eigenlijk schrijf ik dus alleen maar uit eigenbelang. Pure nieuwsgierigheid.’
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)