Interview met Téa Obreht
Verhalen als medicijn om te overleven
Door Guus Bauer (20 februari 2012)


De zesentwintigjarige schrijfster Téa Obreht is geboren in Belgrado en verliet met haar familie het voormalige Joegoslavië tijdens het oorlogsgeweld van de jaren negentig om uiteindelijk in het idyllische Ithaca in de staat New York te belanden. Daar schreef zij De tijgervrouw van Galina waarmee zij de prestigieuze Britse Orange Prize won en waarvan de rechten aan dertig landen zijn verkocht.

In deze opmerkelijk volwassen roman gaat de jonge arts Natalia pal na het einde van de conflicten op de Balkan weeskinderen vaccineren in een door de oorlog verwoeste streek van het voormalige land van maarschalk Tito. Ze moeten daarvoor ineens over een grens. Onderweg hoort ze dat haar opa onder onduidelijke omstandigheden in een afgelegen noodkliniek is overleden. Ze herinnert zich hoe hij haar vroeger altijd betoverde met zijn verhalen.

Obreht blijkt vrij afgelegen te wonen. Hebben we hier te maken met een jonge kluizenaar? Voor de deur staat wel een auto, een vrij oud model. ‘Als ik last heb van een blokkade, ga ik rondrijden,’ zegt ze. ‘Als je reist, “verwerk” je de wereld gemakkelijker. Je vreet de kilometers en de gebeurtenissen letterlijk op. Tot aan mijn twaalfde heb ik als een nomade geleefd.’ Aan de wanden van haar werkkamer planken vol met boeken. ‘Ik heb geen e-reader.’ Tegenover haar bureau hangt een print van Dali. ‘Als ik me moet concentreren, kijk ik eerst een halfuurtje uit dat fictieve raam.’ Waarschijnlijk hebben we hier met een ‘oude ziel’ te maken.

Hoe lang bent u bezig geweest met de roman?
‘Ongeveer drie jaar, maar als ik naar mijn aantekeningen kijk, dan zijn sommige personages naar mijn gevoel al stokoud. Een aantal scènes draag ik al mijn hele leven met mij mee. Je zou kunnen zeggen dat ik naar dit boek toe heb gewerkt. Toen ik acht jaar oud was, we woonden op Cyprus, tikte ik een verhaal over een geit op de oude laptop van mijn moeder. Twee pagina’s lang, dat is het enige dat ik er verder nog van weet. Ik printte het uit en liep ermee naar mijn moeder in de keuken. Ik was betoverd door het woordbeeld. “Ik wil schrijver worden,” zei ik tegen haar, dodelijk ernstig. Ze lachte me niet uit, knikte me bemoedigend toe en antwoordde: “Dat is dan afgesproken.” Ze wist dat als ik eenmaal iets in mijn hoofd heb, het geen zin heeft om me er vanaf te brengen. Sinds die tijd heeft mijn familie me heel erg gesteund. Misschien romantiseer ik het nu een beetje, maar ik ben in elk geval niet plotseling begonnen met schrijven.’

Was het een zwaar leerproces?
‘Het is een gemeenplaats, maar je moet het natuurlijk helemaal alleen doen. Ik werd soms gek van de twijfel. Ik wilde een tekst schrijven die laconiek is. Alsof het bijna terloops is opgeschreven, net als fabels, mythes en volksvertellingen. Dat geeft kracht aan de onderliggende gedachten. Na een tijdje was ik wel tevreden met de verhaallijnen, maar waren de personages nog veel te hol. Ik schilderde ze te zwart-wit af. De man van de tijgervrouw, de slager Luka, was in eerste instantie alleen een bruut die zijn vrouw keer op keer in elkaar sloeg. Toen ben ik biografieën gaan schrijven van alle mogelijke personages. Veel van hen hebben het niet gehaald of duiken alleen met een fragment op. Luka werd daardoor een mens van vlees en bloed. Ik heb voor zijn woede een fundament gezocht en gevonden. Je beweegt je daarbij wel op een evenwichtsbalk. Voor je het weet sta je bekend als iemand die huiselijk geweld vergoelijkt. Slechteriken zijn hoe dan ook interessant.’

Het boek stroomt als een rivier, maar u dwingt de lezer af en toe een zijarm in?
‘Ik vermoed dat ik diep geworteld ben in de Oost-Europese traditie van meanderende verhalen. Als mijn opa iets vertelde, dan haalde hij er ook van alles bij. Dat komt waarschijnlijk omdat het verleden bij ons dicht bij het heden staat. De geschiedenis heeft zich nogal eens herhaald. Ik denk dat Oost-Europeanen een aparte voelhoorn hebben voor potentieel gevaar en daarom de historie benutten als waarschuwing.’

Het boek zit ingenieus in elkaar. Heeft u lang nagedacht over de constructie?
‘De eerste versie van het verhaal over de vrouw en de tijger schreef ik voor een workshop creatief schrijven. Voordien durfde ik niet over de Balkan te schrijven. Het verhaal over de onvergankelijke man broeide al heel lang in me. Je zou kunnen zeggen dat het een voortbrengsel is van alle volksvertellingen die ik in de loop der tijd heb gehoord, bewust dan wel onbewust. Toen ik door de dood van mijn opa de noodzaak voelde om over een grootvader en een kleinkind te schrijven, vloeiden de drie verhaallijnen bijna als vanzelf ineen.’

Heeft u het boek daarom opgedragen aan uw opa?
‘Ik heb dit boek in zekere zin aan hem te danken. Mijn oma was autoritair, maar via mijn opa had ik een connectie met een andere, zo u wilt, vervlogen tijd. Hij was een echte verhalenverteller. Noem me voor mijn part maar een romanticus. Daarnaast wilde ik onderzoeken hoe we onze doden vereren. Dat neemt soms mythische proporties aan. Als iemand die je lief hebt sterft, dan wordt dat leven als vanzelf raadselachtig.’

Komt er daarom zoveel mystiek en bijgeloof in het boek voor?
‘Dat is er onbewust in terechtgekomen. Ik ben geboren in die traditie. Mijn oma, een intelligente vrouw, stopte een schaar onder haar kussen om in de nacht het kwaad door te kunnen knippen. Ook op Cyprus en in Egypte, de twee plekken waar ik gewoond heb voordat we naar de VS emigreerden, horen mythes bij de lokale folklore. Na de dood van mijn opa heb ik veel nagedacht over “de grote levensvraagstukken”. De waarden waar je rotsvast in gelooft, komen met het wegvallen van iemand met wie je zo’n hechte band hebt, op losse schroeven te staan. Onherroepelijk, ondanks dat je ervoor bent gewaarschuwd. Ik heb met dit boek mijn eigen positie ten opzichte van de dood willen aankaarten.’

U bent te jong om de oorlog op de Balkan bewust mee te hebben gemaakt. Hoe heeft u de toestand toch zo raak kunnen beschrijven?
‘Conflicten vind je overal op aarde. Er is hoogstens een gradatie in de mate van geweld. Cyprus en Egypte zijn ook brandhaarden. Ik ben geïnteresseerd in de invloed die de directe omgeving heeft op de beslissingen die mensen nemen. Ik ben vlak na de broze vrede direct op bezoek gegaan in het voormalige Joegoslavië. En ik ben er blijven komen. Uit de kraters, de ruines en de blikken in de ogen van mensen kun je veel afleiden.’

Heeft u daar naar een nieuwe bron van verhalen gezocht, een ‘vervanger’ voor uw opa?
‘Mensen uit beide kampen waren heel open tegen me. Daarnaast heb ik steeds contact gehouden met vriendinnen van mij in Belgrado. Niet voor niets heb ik van de vertelster een jonge arts gemaakt. Ten eerste omdat het beroep een zekere autoriteit heeft, een dokter staat als het ware boven de partijen, al is in oorlogstijd niets zeker. Ten tweede omdat zo iemand dagelijks met leven en dood te maken heeft. Ten derde omdat sommige plattelandsbewoners niet in de moderne geneeskunde geloven. Dat wantrouwen had ik nodig om via die jonge arts mijn eigen angst en hoop te kunnen onderzoeken. Ik heb me aan haar vastgeklampt. Ik kan heel erg goed aanvoelen wat ze doormaakt, tegelijkertijd is het verhaal, op enige scènes na, niet autobiografisch. Ik had die afstand nodig. Het moest exemplarisch zijn. Ik wilde beslist geen memoir schrijven. Mijn jeugdvriendin deed tijdens de oorlog een versnelde artsenopleiding. Ik heb me door haar verhalen laten doordrenken. Daarom is de opa in mijn roman een vermaard medicus geworden. Mijn eigen grootvader was een ingenieur.’

Ook een man van vaste gewoonten, vaak tegen beter weten in?
‘Ja, en ik begrijp dat ook. Men hoopt dat de oorlog van voorbijgaande aard is. In de tussentijd moet men er het beste van maken. Het vasthouden aan het dagelijkse is een bezwering van de dood. Het letterlijk niet willen loslaten van het leven. Naarmate de toestand verslechtert, vallen mensen terug op volksvertellingen en volkswijsheden. Die staan immers al eeuwen overeind. In een oorlogssituatie vlucht men soms in kinderlijke utopieën.’

Verhalen als verdedigingsstrategie?
‘Als medicijn om te overleven. Mijn opa raadde me aan om sommige verhalen voor mezelf te houden, om ze te koesteren en misschien in heel kleine kring eens te vertellen. Aan iemand die jouw geschiedenis “verdiend” heeft. Misschien wel eerder een vreemdeling dan een bekende. Het zijn verhalen die mensen met elkaar en met het lot verbinden. Een realiteit die je creëert. In dat kader moet je ook de “solidariteitsactie” zien van de mensen die verkleed als dieren elke avond naar de plaatselijke zoo gingen en er rotsvast van overtuigd waren dat ze op die manier de beesten tegen de bombardementen konden beschermen. “In plaats van in mijn kelder te zitten en gek te worden, ging ik de dieren toespreken,” vertelde een van hen.’

Is De tijgervrouw van Galina ook een bezwering?
‘Voor mij persoonlijk zeker. Ik heb de verhalen grotendeels zelf bedacht om mijn eigen omzwerving te kunnen verklaren. Ik denk niet dat het volmaakte boek bestaat. Je probeert er een leven lang zo dicht mogelijk bij te komen. Voor mij is een roman geslaagd wanneer er iets bijzonders gebeurt tussen schrijver en lezer, ondanks de onvolkomenheden in een tekst. Een lezer moet een boek kunnen absorberen. Met een beetje geluk blijft het hangen en zorgt het voor een kleine verandering, hopelijk ten goede.’

Bent u alweer nieuwe biografietjes aan het schrijven voor een volgend project?
‘Het is me duidelijk geworden dat ik heel erg de diepte in moet gaan met mijn personages, dieper dan het raamwerk van een boek het vaak toestaat. Ik ben nu bezig met de research voor een volgende roman. En ja, ik heb al een paar schetsen van personages gemaakt. Maar of het ook voor het volgende boek werkt, weet ik niet. Ik wil niet volgens een formule schrijven. Elk verhaal vraagt om een eigen vorm.’

U bent midden twintig. Bent u de aangewezen persoon om de jeugd weer aan het lezen te krijgen?
‘Schrijfster J.K. Rowlings heeft met haar boeken op grote schaal jongeren weer aan het lezen gekregen. Drie generaties zijn opgegroeid met Harry Potter. Ik ben ervan overtuigd dat veel van hen blijven lezen. Ik heb een jaar lang lesgegeven in creatief schrijven aan een middelbare school. Bijna iedereen wordt daar voorbereid op een studie rechten, medicijnen of werktuigbouwkunde. Ik kon ze een andere kant van de taal laten zien. De meesten van hen gingen heel enthousiast aan het werk. Met een paar van hen heb ik nog steeds contact. Het zijn wel allemaal jongens, nu ik erover nadenk.’

Is uw frisse stijl deels te verklaren uit het feit dat u niet in uw moedertaal schrijft?
‘Ik spreek accentloos Amerikaans, maar een hoop spreekwoorden en gezegdes zijn me nog steeds niet bekend. Een geluk bij een ongeluk is dat je daardoor waarschijnlijk clichés vermijdt. Het is zeker een voordeel dat je twee taalbeelden kunt verbinden. Ik gebruik het ritme, de zinsopbouw en de klemtoon uit het Servo-Kroatisch en zoek daar Engelse woorden bij. Dat lijkt mooi en aardig, maar ik moet nog steeds heel veel horden nemen.’
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)