Interview met Tim Parks
‘Communicatie is een woord dat we verzonnen hebben voor iets dat niet plaatsvindt’
Door Fleur Speet (23 december 2008)


Na zijn laatste roman, Buiten bereik, komt de Brit Tim Parks – doorgebroken in 1997 met de Booker Prize-nominatie voor Europa - opnieuw met een boek waarin hij de ouder-kindrelatie onderzoekt. De ouderliefde in de boeken van Parks is nooit vanzelfsprekend, meestal schieten de ouders tekort en anders de kinderen wel. In zijn nieuwste roman, Dromen over zeeën en rivieren, zet Parks een vader, moeder en hun zoon in het wervelende decor dat India is. Een land met eigen culturele codes, die voor een westerling maar moeilijk te doorgronden zijn.

Hoofdpersoon John, zoon van Helen en Albert, heeft dan ook – bijna letterlijk - een schijthekel aan het land, omdat zijn vader als een spin een draad heeft gesponnen ‘om hem naar een plek te halen waar hij niets te zoeken had’. Maar op een gegeven moment deert niets hem meer, dan spuit John zich leeg op een smerig toilet vol ongedierte, waar geen toiletpapier is maar ook geen water – de benaming toilet is eigenlijk al te veel voor het dampende hok waar geen licht is en waar alle beleefde restaurantgasten hem vandaan wilden houden. Hilarisch is deze scène, van iedere gêne ontdaan. John weet zijn onderbroek uit zijn broek te wurmen, terwijl zijn pijpen soppen in de vunzigheid, en gebruikt het bescheiden stukje textiel dan maar om zich te kuisen.

Parks zelf grinnikt niet meer om deze scène, hij heeft ‘m al geschreven. Het compliment laat hij gelaten over zich heen komen. Het leidt meteen tot de vraag waarom India de setting van het boek is. Parks: ‘India is een land dat ongelooflijk afleidt en desoriënteert. Ik was een maand in Delhi voor een conferentie over vertalingen en raakte zo geïntrigeerd dat ik het jaar erop een zomer ben teruggegaan. Voor Albert, de vader van John, een antropoloog, is India zo groot en bont dat hij niet bang hoeft te zijn dat hij de cultuur zou kunnen vernietigen door ‘m te bestuderen, een risico dat hij wel zou lopen als een kleine Afrikaanse stam zijn onderzoeksterrein was.’

De roman begint met de dood van Albert James, vervolgens zoeken alle mensen in het boek naar hem. En ondertussen spreken ze elkaar nauwelijks echt, ze verstaan elkaar niet. Uiteindelijk draait het allemaal om miscommunicatie, zo stelt Albert ergens in een van zijn vele vertogen: ‘alle goed functionerende onderlinge relaties zijn dus gebaseerd op systemen van perceptie, interpretatie en communicatie die een verkeerde voorstelling van zaken geven’. Parks is overtuigd van iets soortgelijks, zo vertelt hij: ‘Communicatie is een woord dat we verzonnen hebben voor iets dat niet plaatsvindt, althans niet zoals we het voor ons zagen. Taal geeft de illusie dat we communiceren, maar dat dekt slechts een klein deel van wat tussen twee mensen speelt, of tussen twee culturen. En wat altijd blijft is niet onderling begrip, maar frictie en vermaak en veranderende posities.’

Maar wat is dan een interview als dit? Parks: ‘Ik denk niet dat ik iets over mijzelf in dit interview uitleg. Ik geloof er niet in dat wat jij als interviewer begrijpt ook hetzelfde is als wat ik denk te hebben gezegd. En zo denk ik evenmin dat de lezers zullen begrijpen wat jij geschreven hebt zoals jij denkt dat je het geschreven hebt. Maar hopelijk raakt iedereen geïnspireerd. Zij het een beetje.’

Albert en Helen vormden het ideale huwelijk, al gingen beiden vreemd en al deelden ze aan het einde steeds minder. Die haarscheurtjes worden zichtbaar doordat Helen herinneringen ophaalt aan een Amerikaanse biograaf, die zich in het verhaal mengt en die alle verhoudingen op scherp zet. Achter de façade van het voorbeeldige huwelijk schuilt dus iets heel anders. ‘Maar lange huwelijken kunnen best heel goed zijn,’ haast Parks zich te zeggen. ‘Ik richt mijn pijlen alleen liever op koppels die zich vormen voordat de twee individuen volwassen zijn. Zodat het koppel verandert in een complexe eenheid en niet twee mensen zijn die met elkaar marchanderen.’

Maar wat ik aan Parks wilde vragen is hoe het toch kan dat Helen haar zoon negeert en zich van hem afkeert. Ze geeft geen biet om hem. Parks moet even nadenken. ‘Ik geloof niet dat ik daar een antwoord op hoef te geven. Helen is een complexe vrouw. Kijk, ze neemt de tegenovergestelde positie in van Albert, ze doet vrijwilligerswerk en helpt als arts de armen. Maar als hij dood is, heeft ze geen tegenwicht meer. Ze verliest haar gevoel voor wie ze is. Daardoor is ze met zichzelf bezig, ja. En daarbij, het komt wel meer voor dat koppels die pathologisch met elkaar verbonden zijn vergeten dat ze kinderen hebben en nooit contact zoeken.’ Hhm. Vast. Nu ja, Parks wil er duidelijk niet meer over kwijt, dus over op een ander spoor.

Albert James is losjes gebaseerd op de antropoloog Gregory Bateson, zoals Parks in het begin van de roman aangeeft. Een biografie is de roman geenszins. Parks was al jaren geïnteresseerd in de theorieën van Bateson, die gaan over hoe karakters in groepen veranderen in individuen, simpelweg omdat het voer is voor romanschrijvers. ‘De tragiek van zijn theorie is fascinerend. Bateson dacht dat groepsdynamiek zo complex was dat iedere poging om die te veranderen de dingen erger zou maken. Toch had Bateson een sterk gevoel dat de wereld verandering nodig had. Hij zei eens dat het opbouwen van een sociaal beleid dat de samenleving zou kunnen veranderen zoiets was als de poging een vrachtwagen met tien trailers in z’n achteruit door een doolhof te laten rijden. Toch vond hij dat de samenleving om verbetering vroeg.

Het grappige daarbij is dat Bateson gefascineerd was door Alice in Wonderland. Hij beschouwde het als een boek dat verschillende logische niveaus en types door elkaar schudde.’ Vandaar dat Parks ook knipoogt naar de klassieker van Lewis Carroll, bijvoorbeeld met de opzet van de roman in vijf delen. ‘Het boeiende aan Alice,’ zo voegt Parks in zijn rappe Engels toe, ‘is dat geen van haar acties consequenties hebben. Catastrofes worden steeds afgewend. Het is een kinderwereld.’

Een kinderboek, zo komen we weer te spreken over vaders en zonen. Parks heeft zelf drie kinderen: ‘Ik ben verschrikkelijk aan ze verknocht en ik ben zeer gefascineerd door familierelaties, maar mijn boeken zijn niet autobiografisch. Ik hoef niets van me af te schrijven. In deze roman wilde ik laten zien dat de angst van een vader om verbinding te maken, de angst om zijn zoon te beschadigen door hem te veel adviezen te geven, meer schade aan kan richten dan wanneer de vader Johns leven was binnengedrongen. Ik vermoed dat wat me zo aan familieverhoudingen intrigeert is dat het altijd onmogelijk blijft te weten hoe je te gedragen tegenover kinderen, of wat van ze te verwachten. Toch blijft de relatie bestaan, wat er ook gebeurt. We zijn verbonden.’

John is zwaar teleurgesteld in zijn vader, ook omdat hij nooit beroemd is geworden met zijn wetenschappelijk onderzoek. Alsof alleen roem een leven zin geeft. ‘Ja,’ haakt Parks in, ‘Emil Cioran merkte ooit op: “Nu niemand meer gelooft in een leven na de dood, schrijft iedereen.” In het westen heerst beslist een cultuur van roem. Veel mensen denken dat ze alleen maar iets “bereikt hebben” als ze bekendheden geworden zijn, of toch minstens heel rijk zijn of machtig op een of andere manier. Albert is zo boeiend omdat hij gedreven was om iets te bereiken, maar vervolgens inzag dat die drift gevaarlijk en destructief was. Waardoor hij de tegenovergestelde reactie kreeg en zich terugtrok. Maar tegelijk wilde hij aan anderen uitleggen waarom de drijfveer om iets te bereiken zo gevaarlijk was. Maar mensen daarvan overtuigen was ook een krachttoer en dus ambitieus. Ziedaar de paradox…’

En wil Parks zelf geen roem vergaren? Waarom anders schrijven?! ‘Roem is denk ik inderdaad destructief. Het zou heel moedig en goed zijn om wat je geschreven hebt te koesteren voor wat het is en niets te geven om verkoopcijfers en prijzen. Maar dat is moeilijk. Uiteindelijk is het geen kwestie wat genoeg voldoening geeft. Het is een kwestie of je vrolijk door je dagen komt, met waardigheid.’
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)