Interview met Virginie Despentes
‘Ik ben dol op mensen’
Door Guus Bauer (11 oktober 2011)


Virginie Despentes (1969) is een Franse schrijfster en filmer. Haar bekendste roman Baise-moi, verfilmd onder dezelfde titel, is een snoeiharde roman die bol staat van moord, verkrachting en wraak. Zij putte voor het deels autobiografische boek uit haar eigen ervaringen in de Franse porno-industrie. In 2010 kreeg ze de prix Renaudot voor Apocalyps Baby, dat net in Nederlandse vertaling is verschenen.

Valentine is een hyperactief, nymfomaan, cokeverslaafd pubermeisje. Haar vader François is een niet al te succesvolle schrijver die leeft van een rente uit het familiekapitaal. Valentine is doodeenzaam, verwend en verwaarloosd. Op een dag verdwijnt ze spoorloos. De familie schakelt een privé-detective in. Deze Lucie, een mollige, onzekere vrouw, denkt de klus niet alleen te kunnen klaren en vraagt daarom via via hulp aan ‘de Hyena’, een slanke, knappe lesbienne die als incasseerder zelfs de grootste kerels nog doet huiveren.

Dan volgt een tocht als een rit in een achtbaan, die het ‘dynamische duo’ van Parijs naar Barcelona voert, waarbij ze onderzoek doen in het burgerlijke milieu van Valentine, de school, bij punkers en krakers, de lesbische scène in Barcelona, bij anarchisten en zelfs bij nonnen die niet schromen om alle middelen aan te wenden om nieuwe zieltjes te winnen.

Je kunt dit boek een thriller noemen, een roadnovel, een sociaal portret en een kroniek van de tijd. Welke kwalificatie zou u er zelf aan geven?
Een satire met een tikkeltje spanning, misschien. Een ‘klassieke’ Franse roman, waarin het hele sociale spectrum van arm tot rijk wordt beschreven in combinatie met een spannend verhaal. Als lezer werk je naar de ontknoping toe, maar voor mij is dit geen plotgedreven boek. Ik wilde eigenlijk een roman schrijven waarin engelen de jeugd te hulp komen, maar het heeft heel anders uitgepakt. Voor een échte lezer maakt het niet uit hoe je een boek noemt.

U bent erg kritisch, bijna niemand komt er genadig vanaf. Maar ondanks het dramatische einde is het geen somber boek.
Dat mag ik hopen. Het belangrijkste thema is de totale negativiteit die door alle lagen van de bevolking speelt. Niemand schijnt iets aan zijn of haar eigen situatie te kunnen verbeteren. Zelf de Hyena kan de zaak niet oplossen en Valentine ‘helemaal’ redden. Apocalypse Baby gaat over depressieve mensen, maar is als boek zelf niet negatief. Ik heb hier en daar slinks wat humor in het boek geïnjecteerd. De personages banjeren met zelfspot door het leven. Op de bourgeoisfamilie van Valentine na. Maar hun stijfheid heeft ook weer wat komisch.

De verschillende personages hebben allemaal een geloofwaardige stem. Was het lastig om voor elk van hen de juiste toon te vinden?
Eigenlijk niet. Het was het leukste aan het schrijven. Steeds wanneer ik aan een bepaald personage ging werken, bereidde ik me heel goed voor. Ik heb me verdiept in de wereld van de privédetectives. Nog best lastig, want ze zijn over het algemeen niet spraakzaam. Voor een van Valentine’s vriendjes, de Afrikaan Yacine, heb ik veel geluisterd naar hiphop, heb ik Amerikaanse zwarte schrijvers gelezen en heb ik meegelopen bij een project voor kansarme jongeren. En ik kon natuurlijk ook heel veel uit mijn omgeving en mijn eigen ervaringen putten. In alle personages zit wel een stukje Despentes.

U zet de schrijverswereld mooi te kijk aan de hand van de pafferige ijdeltuit François Galtan.
Ik werk nu aan mijn negende boek en ik loop dus alweer een tijdje mee in de literaire wereld. Ik heb bewondering voor de schrijvers die maar door blijven gaan ondanks het uitblijven van succes. Ze houden de rug recht terwijl de publicatie van hun boeken gepaard gaat met beleefde onverschilligheid. Je moet de juiste kruiwagens hebben. Een etiket waarmee je kunt zwaaien zodat ze niet om je heen kunnen.

Het boek is verworden tot een commercieel vehikel, vaak als een reservewiel aan de strijdkar van de carrière van tv-bekendheden?
Galtan schaamt zich met terugwerkende kracht dat hij niet had voorzien wat er van het boek zou worden: een industrie die net iets dommer was dan de andere. Een verongelijkte oude taart, koketterend in haar jurk van lompen. Ietwat verbitterd herinnert hij zich een etentje waarbij een uitgever vol vuur beweerde dat ze op een dag waarschijnlijk romans zouden lezen waarin meisjes hun aambeien tot in detail beschreven. Gescháterd hadden ze.

Overduidelijk een sneer naar Vochtige streken van Charlotte Roche. Maar u bent ook niet mild voor uzelf.
Ja, men wilde in de jaren negentig lezen over wie er uit vuilnisbakken heeft gegeten, wie door papa is gepakt, wie zich laat voorstaan op het neuken van prepuberale Thaise meisjes en wie tot in detail verslag doet van zijn gesnuif. Ik heb daar met Baise-moi op ingespeeld en achteraf had al dat gedoe nog iets sympathieks vergeleken bij wat daarna kwam: het internet als de nieuwe schutting waarop men anoniem alles kan kalken.

Valentine wist haar computerbestanden en gooit haar mobiel in de rivier.
Ze had behoefte aan die ervaring omdat ze wilde voelen dat ze leefde. Een radicaal gebaar voor iemand van vijftien. Tegenwoordig is de mobiele telefoon een soort prothese. Het moet voor haar wel gevoeld hebben als het kwijtraken van haar spraakvermogen, haar loopstok en haar beste vriend tegelijkertijd. Ze hield zich groot tegenover haar punkvrienden, maar stiekem was ze toch naar een internetcafé gegaan om ‘niet abrupt terug te vallen tot het stadium van de Cro-Magnonmens’.

Zonder de plot te verklappen, schetst u aan het einde van Apocalypse Baby een maatschappij die doet denken aan 1984 van George Orwell.
Er zijn in Frankrijk op dit moment een hoop politieke schandalen. Het blijkt dat op grote schaal gesprekken zijn opgenomen en dat e-mailberichten van vijf jaar eerder opduiken. En ik denk dat wat dat betreft het einde nog niet in zicht is. Maar toch heeft het internet ook goede kanten, want zonder de social media hadden we geen Arabische lente gehad. Ondanks dat de regeringen geprobeerd hebben om de informatiestroom te stoppen, waren er toch altijd blogs en filmpjes te zien.

Bent u allereerst een filmer of een schrijver?
Ik was enig kind en als zodanig om mijzelf aangewezen. Toen ik zeven was, ben ik begonnen met het schrijven van verhaaltjes om de wereld om mij heen te verklaren. Ik maak eens in de tien jaar een film. Ter afwisseling, zou je kunnen zeggen. Maar ik ben in de eerste plaats schrijver. Dat doe je helemaal alleen, als een kleine god in je eigen universum. Bij een film zijn soms wel honderd mensen betrokken.

Bevalt het u wel, het één-vrouw-circus van de publiciteit?
Het is fijn als je even uit je isolement kunt komen. Ik ben dol op mensen. Schrijven is een eenzaam vak. Aan het einde van de rit maakt het niet uit of je succes hebt of niet. Ook schrijvers met wereldsucces kennen dezelfde ongemakken, twijfels en onvrede. En dat is op een bepaalde manier goed.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Yves Petry Door Guus Bauer (15-03-2019)
Interview met Ron Wunderink Door Guus Bauer (04-03-2019)
Interview met Jón Kalman Stefánsson Door Guus Bauer (28-02-2019)
Interview met Tommy Orange Door Guus Bauer (19-02-2019)
Interview met Mira Feticu Door Guus Bauer (11-02-2019)