Interview met voorlezer Job Cohen
‘Misschien heb ik er wel een zeker talent voor’
Door Guus Bauer (31 maart 2010)


De lijsttrekker van de PVDA Job Cohen is een man met spreektalent. Hij heeft zijn stem al geleend aan diverse luisterboeken. Kaas en Lijmen/Het been van Willem Elsschot, Het grijze kind van Theo Thijssen en Titaantjes en De uitvreter van Nescio.

Mijnheer Cohen, hoe bent u eigenlijk tot het inspreken van luisterboeken gekomen?
Heel simpel. Iemand van uitgeverij Rubinstein vroeg mij of ik niet eens een boek wilde inspreken. Daar zei ik onmiddellijk ‘ja’ op, want mijn vrouw kon door de multiple sclerose inmiddels niet meer lezen. En dat voor iemand die Nederlands heeft onderwezen. Zo kon ik haar voorlezen. Ik mocht zelf een boek kiezen. Ik koos voor Het grijze kind van Theo Thijssen. Dat was het eerste boek waar ik op school een spreekbeurt over heb gehouden. In de zomervakantie ben ik toen met mijn vrouw naar de studio gegaan.

In de vakantie? Dan moet de literatuur toch wel een passie zijn?
Ja, dat is het wel. Helaas kom ik er door mijn werkschema nauwelijks aan toe om gewoon lekker te lezen. Maar daar staat gelukkig wel veel tegenover. Over Het grijze kind was de uitgever tevreden en ze bedachten dat ze wel een aantal klassiekers wilden uitbrengen. Nou, dat wilde ik ook wel.

En ik maar denken dat het de keuze van Job Cohen zelf was.
Het is een combinatie. Theo Thijssen wilde ik, zoals gezegd, beslist zelf doen. Nescio was altijd een van de lievelingsschrijvers van mijn vrouw. En daarna zijn we bij Elsschot uitgekomen. Het zijn ook duidelijk wel onze favorieten. Het is belangrijk om de klassiekers levendig te houden. Zo heb ik erop gestaan dat ik nu de Max Havelaar van Multatuli wil voorlezen.

In de zojuist uitgebrachte hertaling?
Ja, die is het geworden, en ik vind dat die hertaling goed gelukt is.

Zou u ook een moderne literator willen doen? A.F.Th. bijvoorbeeld?
Ik vind Van der Heijden ook prachtig. Ik heb geen enkel bezwaar om ook werk van hedendaagse schrijvers als luisterboek in te spreken.

Als je zelf leest, heb je moeite om je te concentreren op het luisterboek. Bij de titels die u hebt ingesproken valt dat niet zo zwaar. Naar mijn idee omdat de verteller naar de achtergrond verdwijnt.
Dat is belangrijk. Het gaat uiteindelijk om de tekst. Ik krijg eigenlijk niet zo veel reacties. Luisterboeken worden ook nauwelijks besproken. Maar daar gaat het mij niet om. Ik vind het gewoon heel erg leuk om te doen en probeer de tekst zo aangenaam mogelijk over te brengen. Acteurs zijn er nog een stuk bedrevener in.

Daar staat tegenover dat de acteurs nadrukkelijk aanwezig kunnen zijn.
Dat is wel zo, maar het is ook een kwestie van appreciatie. De vorig jaar overleden Henk van Ulsen heeft bijvoorbeeld Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan van Louis Couperus schitterend ingesproken. Daar komen de verschillende personages echt tot leven.

Voor je het weet wordt het een hoorspel.
Ik probeer het zelf zo naturel mogelijk te doen. Maar een mooi voorbeeld is Contrapunt van Anna Enquist. In dat boek speelt Bach een grote rol. Dat er passages met muziek te horen zijn, is voor dit boek een prachtige toevoeging. Dat is een extra kracht van het luisterboek.

Hoe bereidt u zich voor?
Ik oefen niet van tevoren. Het boek ken ik meestal uit een ver verleden. Al maakt het niet uit of ik een tekst wel of niet eerder heb gelezen. Zal ik het even voordoen? (…) Een klein foutje in de derde zin. Die zou ik dus normaal opnieuw doen. Na het inspreken begint het eigenlijke werk pas. Dan moet de technicus het geheel aan elkaar plakken.

(De interviewer had snel een van zijn eigen boeken in de handen van de burgemeester gedrukt. Zonder een hapering las Cohen het eerste hoofdstuk van De tuinman van niemandslandvoor. Helaas klapte hij daarna het boek dicht. Binnen een uur had de novelle op de band gestaan.)

De fout was nauwelijks hoorbaar. Hoe bewaart u in dat geval dezelfde toon.
Op een of andere manier kan ik de spanningsboog goed vasthouden.

Misschien omdat u als burgemeester natuurlijk ook veel lezingen en toespraken hield.
De ervaring telt mee. Politici zijn ook een soort acteurs. Misschien heb ik er daarnaast wel een zeker talent voor. Mijn kinderen gingen nooit slapen voordat ik ze een verhaaltje had voorgelezen.

Helaas was de tijd op. Er stond een filmcrew voor de deur. Terug naar de dagelijkse realiteit. Een laatste vraag in de deuropening.

Is het luisterboek samen met het e-boek het antwoord op de ontlezing?
We hebben de laatste jaren heel veel files. In de auto is een luisterboek ideaal.
Delen
Koppelingen
Personen
Meer interviews
Interview met Brad Watson Door Guus Bauer (09-01-2019)
De taal voor het publieke gerecht Door Guus Bauer (11-12-2018)
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)