Interview met Zeruya Shalev
‘Ik wilde mijn schrijven niet als therapie gebruiken’
Door Guus Bauer (15 april 2016)
De Israëlische schrijfster Zeruya Shalev (1959) overleefde twaalf jaar geleden ternauwernood een terroristische aanslag op een bus. Dit gegeven heeft ze gebruikt om in haar roman Pijn de moeizaamheid van intermenselijke relaties te laten zien. Nadrukkelijk terzijde, zoals het hoort bij fictie. Ze laat op ingenieuze wijze lichamelijke en geestelijke pijn in elkaar overvloeien. Shalev is niet voor niets naast David Grossman en Amos Oz de meest gelezen schrijver uit Israël. Pijn is een wonderschoon strijdtoneel van emoties.

Shalev: ‘Journalisten willen je vooral spreken over het autobiografische element in een boek. Dat schijnt tegenwoordig het allerbelangrijkste te zijn. Wanneer ik aan een journalist toegeef dat een aspect in een boek autobiografisch is, gaan ze er doorgaans voetstoots vanuit dat het boek helemaal getekend is naar mijn leven. Een wereldwijd fenomeen, heb ik gemerkt. En in je eigen taalgebied geldt het nog sterker. Daar sta je nog meer in de spotlights. Het is algemeen bekend dat ik ernstig gewond ben geraakt bij die explosie. Men eiste haast dat ik daar non-fictie over zou schrijven, mij politiek zou uitspreken. Een ze-krijgen-ons-niet-klein-boek over mijn herstel. Ik ben geduldig, wil best keer op keer uitleggen dat ik zo niet werk.

De lezers van boeken kan het naar mijn idee niet veel schelen. Zij weten ergens dat het verhaal dat je vertelt waarachtig is, waarachtig moet zijn. De details moeten kloppen, de emoties invoelbaar zijn. Zelfs als ik ,zoals in dit geval, de aanslag gebruik, probeer ik iets nieuws te maken. Ik ben niet geïnteresseerd in het schrijven van dagboeken. De creativiteit schuilt in het koppelen van deze ervaring aan een totaal nieuwe familie, aan personages, aan een vrouw die ik zelf ook moet ontdekken. Ik schrijf meestal over zaken die ik niet heb meegemaakt. Het beroep van schrijver houdt in dat je je kunt inleven in situaties, dat je reacties van mensen onderzoekt. Kortom, het werken met verbeelding. Een schrijver is geslaagd wanneer de materie zo eigen is gemaakt dat het aanvoelt als autobiografisch.’

Iris, het hoofdpersonage in Pijn, is als zeventienjarige verlaten door haar grote liefde Eitan. Het was meer dan kalverliefde, het was in retrospectief de liefde van haar én, zoals in de loop van de roman blijkt, van zijn leven. Een relatie die door afwezigheid is geïdealiseerd? Een pijn die de hele tijd met je mee wordt gedragen, die een gewoon dagelijks leven bijna onmogelijk maakt. Na dertig jaar komen ze elkaar bij toeval weer tegen.

‘Ik heb een dergelijke situatie niet meegemaakt, maar tijdens het schrijven van deze roman voelde ik die liefde, die enorme schuld, de spijt, ja, de pijn. Ik ging nadrukkelijk nadenken over de tweede kans die ze krijgen. Dat is in feite mijn overleving die ik op de personages heb geprojecteerd, in een totaal ander verband. Juist die verschuiving maakt het interessant, geeft me als schrijver een breed spectrum van mogelijkheden. De tweede kans die de geliefden krijgen, wordt steeds duidelijker een illusie, het leven in een verleden dat niet meer bestaat. Ze zijn beiden andere personen geworden, om te beginnen met kinderen en (ex)partners. Iris ziet dat conflict steeds duidelijker, in tegenstelling tot Eitan die volhardt in een romantische totaalliefde. Iris realiseert zich steeds meer dat het niet een tweede kans is om weer “even jong te zijn”, om weer hartstochtelijk lief te hebben, maar dat het een compleet nieuwe kans is om echt te kiezen, voor haar man en zeker voor haar kinderen. Ze is in feite altijd een slaaf van het verleden geweest.

Op het gevaar af heel cynisch te klinken: hoop en liefde zijn overgewaardeerd. Nu ja, in elk geval de totale, romantische overgave aan de liefde. We hebben de bijna kinderlijke wens om samen één te worden. Dat lukt maar hoogst zelden. Het is pijnlijk zijn om gescheiden te zijn, ook in een bestaande relatie, maar het kan soms een stuk gezonder zijn. De (verloren) liefde is in het geval van Iris op zoveel verschillende manieren destructief geweest. Ze heeft ernaar gehongerd en daarmee haar leven verruïneerd. Als je ernaar streeft om één te zijn, kun je jezelf niet zijn. Ha, het lijkt wel iets mathematisch. Dat geeft ook de mogelijkheid de pijn van een ander te her- en erkennen. Het niet alleen vanuit ons eigen perspectief te zien. Fysieke en emotionele pijn zijn vaak op mysterieuze wijze met elkaar verbonden. Pas toen ik helemaal hersteld was van de gevolgen van de aanslag kon ik weer schrijven. Ik heb maanden en maanden op bed gelegen. Vrienden drongen er bij me op aan dat ik mijn tijd zou benutten om aan het werk te gaan. Er moest nog een boek afgemaakt worden. “Doe iets met jezelf!” Maar ik wilde mijn schrijven niet als therapie gebruiken.’

Iris moet eigenlijk zelf ook weer herstellen van ‘de nieuwe liefde’, van de tweede kans voordat ze haar dochter Alma, die onder de invloed van een goeroe is geraakt, eventueel uit dat gat, uit die vergelijkbare slavernij kan helpen.

‘Iris realiseert zich dat ze Alma nooit onvoorwaardelijke liefde heeft gegeven. Dat ze niet de beoogde dochter is die ze met Eitan had willen hebben. Het moet een vloek zijn om zo te leven, met een dergelijk groot gemis. Een collectief gevoel, ook in mijn eigen leven. Wat we hebben, is niet wat we willen. Dit is haar echte tweede kans: dat ze niet haar leven verandert, maar haar perspectief. Dat is soms alles wat we nodig hebben. Iris is nooit uit geweest op overspel, op emotionele avonturen. Zij heeft als directrice van een school altijd gefunctioneerd. Die structuur was voor haar belangrijk. Het werk als vervanger van emoties. Als je niets voelt, lijd je niet, of in elk geval minder.

Alleen Eitan zat haar voortdurend in de weg, jaagde haar gevoelsmatig op, jaar in jaar uit. Alleen hij kon haar in dit turbulent avontuur doen storten. Geen enkele andere man. Hij is de enige mogelijke katalysator. Je kunt het eigenlijk niet als overspel kwalificeren. Langzaam herwint ze een zekere innerlijke tevredenheid. Ze heeft veel probleemkinderen geholpen. Heeft de opvliegendheid van haar eigen zoon met veel geduld weten te temperen. Ze kan en mag van zichzelf best weer trots zijn op het leven dat ze heeft geleid. Ik ben gefascineerd door de (universele) wereld van emoties. Die te onderzoeken is het werk van de schrijver. Dat is waarmee ik me wil bezighouden, niet met terroristische aanslagen, met de politiek.’

Alle familieleden hebben, nadat Iris slachtoffer werd van de aanslag, elk op hun eigen wijze geprobeerd om hun best te doen, maar de ‘belangen’ van eenieder lijken moeilijk te verenigen. Alma wil haar moeder verzorgen, maar Iris wil in deze toestand liever niet door haar kinderen worden gezien.

‘Het is niet onmogelijk, maar lastig om in een dergelijke situatie – en misschien wel in alle situaties binnen een familie, binnen een gemeenschap – een voor eenieder bevredigende oplossing te vinden. We moeten onze verwachtingen naar beneden bijstellen. De gebeurtenissen in het leven zijn als een ketting aan elkaar geklonken. Het is een illusie dat we ons lot kunnen sturen. Je ziet het bij elke aanslag, bij elke ramp opnieuw. Mensen die zeggen: “Was hij of zij maar een minuut later van huis gegaan.” Iris bracht die dag bij uitzondering de kinderen naar school en werd op de terugweg getroffen door de bom.

Deze familie houdt zich hoogstens terzijde bezig met politiek, met de terreur. Ze geven c.q. nemen de schuld op zich. De man omdat hij normaal de kinderen wegbrengt, de zoon omdat hij zich een tijdlang op de wc had opgesloten omdat hij geen zin had in school, de dochter omdat ze beslist nog een Franse staart door haar moeder gevlochten wilde hebben. Het is heel extreem hoe persoonlijk het leven in Israël is, de ramp wordt verbonden aan intieme zaken. Het kleinste detail maakt het verschil tussen leven en dood. Het heeft me jaren gekost voordat ik erover kon schrijven, voordat ik me in Iris in kon leven. Het schrijven via haar over de aanslag, heeft mijn brein geopend voor andere opties, voor verschillende perspectieven. Dat is mijn tweede kans geweest. Zo functioneert mijn schrijven ook. Voor duidelijkheid heb je eerst chaos nodig.’

Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Brad Watson Door Guus Bauer (09-01-2019)
De taal voor het publieke gerecht Door Guus Bauer (11-12-2018)
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)