Interview met Zsuzsa Bánk
‘Kennis blijkt de wortel van alle ellende’
Door Ezra de Haan (9 oktober 2012)
Zsuzsa Bánk (1965) is schrijfster van de bestsellers De zwemmer (2002) en De lichte dagen (2011). Voor haar eerste roman ontving ze Jürgen Pontoprijs, de Mara Cassensprijs en de Adelbert von Chamissoprijs. Van De lichte dagen werden in Duitsland meer dan 100.000 exemplaren verkocht. Het is het verhaal van drie kinderen in de jaren zestig die een vriendschap voor het leven sluiten. Aja woont, samen met haar Hongaarse moeder Évi, in een veredelde hut aan de rand van Kirchblutt. Haar vader, de acrobaat Zigi, komt zelden langs. Wanneer hij er is, lijkt het leven een feest. Daarna moet haar dyslectische moeder het doen met de brieven die hij schrijft.

Dan begint dat paradijs van de jeugd barsten te vertonen. Met het ouder worden van Aja, Karl en Seri gaat hun onschuld verloren. De werkelijke wereld komt oorverdovend binnen. Desondanks blijft vooral de hartverwarmende vriendschap van de twee meisjes en een jongen en hun ouders in je herinnering hangen. De lichte dagen is een meesterlijke roman over het verlies van de jeugd, het voortschrijden van de tijd en wat vriendschap is.

U was ooit boekverkoper?
Totdat ik politieke wetenschappen, journalistiek en literatuur ging studeren, heb ik in een boekhandel gewerkt. Vrijwel mijn hele salaris ging op aan boeken. Ik denk dat het belangrijk is voor een schrijver om veel gelezen te hebben. Helaas is de periode waarin ik aan een roman schrijf wat dat betreft rampzalig. Ik kan geen andere schrijvers lezen; hoogstens een krant of een damesblad. Ik wil in het boek blijven waarmee ik bezig ben. Hierdoor is het boek op het nachtkastje afwezig zolang ik schrijf, en dat kan soms drie, vier jaar duren.

Uw roman doet mij aan het werk van John Irving denken, ook zo’n meesterlijke verhalenverteller.
Dat heb je goed gezien. Ik heb veel van zijn boeken gelezen toen ik jong was. Ik heb met Irving gemeen dat ik schrijf over de dingen waarvoor ik angst heb. Ongelukken, vingers verliezen… Dat mijn kinderen iets overkomt… als moeder ben je daar altijd mee bezig. Ik gebruik in De lichte dagen een regel uit een roman van John Irving, uit Hotel New Hampshire: ‘Blijf weg bij open ramen.’ In mijn boek gebruiken Aja, Karl en Seri het in iedere brief die ze elkaar schrijven. Het leek mij typisch iets wat jonge mensen zouden doen. Ook komt er in Hotel New Hampshire een meisje voor, Lily, die een groeistoornis heeft. Aja blijft klein. Daarbij overkomt haar een ongeluk dat haar een tweede handicap oplevert. De traditionele kunst van het vertellen zie je terug in mijn herhaaldelijk gebruik van dezelfde aanhef of in het herhalen, waarmee ik iets benadruk.

Wanneer ontstond het idee voor De lichte dagen?
De roman is ontstaan uit een kort verhaal dat ik voor een wedstrijd schreef. Het onderwerp was migratie. Aja’s moeder Évi was daarin een Duitse. Later is dat typisch Hongaarse streepje op de E erbij gekomen. Toen zag ik pas de mogelijkheden voor een boek. Veel lezers houden van Évi en zien in haar de personificatie van het Hongaarse. Daarmee bedoelen ze het warme, het verzorgende. Dat verbaasde mij, Évi is niet mijn favoriet in deze roman…

Hoe komt een roman tot stand? Werkt u met schema’s?
Ik schrijf vrij intuïtief. Het boek ontstaat tijdens het schrijven. Het enige dat ik altijd heb, is de eerste regel. In het geval van De lichte dagen was dat: ‘Ik ken Aja zolang ik denken kan.’ Voor mij zit de hele roman in die ene zin. Daarna ga ik schrijven. Dat heeft drieëneenhalf jaar gekost. Een jaar daarvan is besteed aan het schrappen en herschrijven. Ik had meteen het beeld van de tuin waarin Aja speelt. En langzaam is de roman toen ontstaan. Eerst is ze eenzaam, dan volgt de vriendschap. Steeds komen er meer mensen in haar leven. Zoals zij dat beleeft, beschrijf ik het. De vorm met overzichtelijke tekstblokken heb ik bewust zo gekozen. Het geeft de lezer telkens een rustmoment om wat gelezen is te overdenken.

Voor mij is het zo ook makkelijker om tekstblokken een andere plek te geven, al komt dat zelden voor. Zo’n tekstblok kan ook het streven zijn van een dag. Vaak zijn ze daar echter te lang voor en haal ik slechts één pagina. Belangrijker is echter het muzikale, het ritmische van de tekst. Zoals ik het in mijn hoofd hoor, zo probeer ik het ook op te schrijven. Daarbij probeer ik heel precies te zijn met de woorden die ik gebruik. Als ik iets herhaal wat ik al eerder heb beschreven, probeer ik andere woorden te gebruiken. Voor mij is ieder tekstblok een geheel, ik weet precies hoe het moet klinken en ook hoe het eindigt. Ik wil dat de lezer opgaat in de lange, meanderende zinnen, die ieder detail beschrijven. Ik hoop dat dit effect in de vertaling overeind blijft. Nu kan ik dat alleen checken bij vertalingen in het Engels, Duits, Hongaars en Frans. Wat dat betreft had ik een nare ervaring met de Amerikaanse vertaling. Het was mijn boek niet meer. Woorden stonden tussen aanhalingstekens, iets wat ik nooit doe. Er was van alles aan de tekst toegevoegd. Waarschijnlijk om het aan de lezer uit te leggen.

Het duurt soms erg lang voordat uw personages een naam krijgen. Was dat niet lastig tijdens het schrijven?
Helemaal niet. Totdat ze een naam krijgen, hebben ze die nog niet nodig. Net als bij kinderen was een naam als ‘de vader van Karl’ voldoende. Soms bleef het ook daarbij. Pas wanneer de personages zich ontwikkelen krijgen ze een naam. Ik vraag de lezer oplettend de zijn. Ik schroom er ook niet voor om poëtische taal te gebruiken. Neem de vogel die door het hoofd van Karl vliegt. Iedere lezer snapt wat ik daarmee bedoel, zonder dat ik het ergens uitleg.

Levert het intuïtief schrijven verrassingen op?
Zeker. Karls vader en zijn gedrag verrasten mij zeer, maar meer nog dat van Éva Kalŏcs, de moeder van Seri. Ik had nooit gedacht dat ze een vriendin van Évi zou worden, dat ze zich zoveel moeite voor haar zou getroosten, dat ze zo moedig zou zijn… En helemaal niet dat ze twintig jaar na de dood van haar man in staat zou zijn tot een wraakactie die ook haar dochter zou raken. Dan laat ze een kant zien die ik vooraf nooit had kunnen bedenken.

De lichte dagen doet aan het paradijs denken, aan de dagen van de jeugd. Ook heeft het circusleven van Évi en Zigi en de manier waarop ze hun dochter opvoeden, iets weg van Astrid Lindgrens Pipi Langkous. Meer nog dan dat verwijst het boek naar de Bijbel, naar het verhaal van Eva en de appel.
Ik was mij daar niet van bewust. Later, als het boek af is, zie ik pas wat mij heeft beïnvloed en welke onderwerpen mij bezighielden. Tijdens het schrijven is er alleen maar het verhaal.

En waarom legt u de link met Eva?
Kennis blijkt de wortel van alle ellende. Als Évi leert lezen, verdwijnt de magie die in de brieven van Zigi school. Als dyslecticus rook ze eraan, telde ze het aantal keren dat haar naam erin voorkwam. Het lezen dat ze leert en ook het spreken dat de vader van Karl weer moet oppakken, staat voor mij voor het mank gaan van de communicatie in dit boek. Iedereen blijkt uiteindelijk een leven naast dit leven te hebben. Leugens regeren.

Waarom was het nodig het paradijs af te breken?
Zo is het leven nu eenmaal. Ook de mensen die je heel goed denkt te kennen, hebben hun geheimen. Vaak gaat dat verder dan de simpele geheimen zoals die van een man die vreemdgaat. Ik probeer het leven te begrijpen door erover te schrijven. Hoe ontstaat een leven, een biografie. Is er sprake van een lot of is het allemaal toeval? Soms kom ik tot antwoorden, vaker nog blijven de vragen overeind. Je ziet dat terug in Aja die haar lichaam en dat van anderen probeert te begrijpen door voor arts te studeren en ook in Karl die hetzelfde begrip met een camera probeert te bereiken. Ze kampen met de leugens van anderen of zichzelf. Karl die zijn laffe daad lang voor Aja en Évi verzweeg. Zigi en Évi die Aja nooit de waarheid over Libelle hadden verteld. Dezelfde Zigi die in zijn fantasieën opging. Karl en Aja die hun verhouding voor Seri verzwegen. Seri’s vader die zijn huwelijk volhield dankzij een Italiaanse affaire. Karls vader en Éva die Évi aan een inkomen helpen. Het boek mag dan De lichte dagen heten, het gaat ook over de donkere dagen in het leven…

In zowel De zwemmer als in De lichte dagen valt op dat kinderen hun moeder verliezen. Ze worden in de steek gelaten. Waar komt dat thema vandaan? Is het wellicht het verlies van uw oorspronkelijke Hongaarse identiteit?
Nee, absoluut niet. Mensen wijzen vaak op Évi en beginnen dan over mijn Hongaarse afkomst. Het is echter te makkelijk om meteen een link met Hongarije te leggen. Ik heb al uitgelegd dat Évi Kalócs oorspronkelijk een Duitse was. Voor het verhaal is daar een stuk geschiedenis bijgeschreven. Het in de steek laten van kinderen heeft niets met mij persoonlijk te maken. Ik ben bij mijn ouders opgegroeid en mijn moeder is echt mijn moeder. Maar ik zal niet ontkennen dat ik een grote interesse heb in ouders en kinderen en dat wat hen bindt. Vooral de kindertijd is een mysterie dat mij blijft boeien.

Heeft u de eerste regel van uw volgende boek al bedacht?
Op het ogenblik ben ik bezig met de voorbereidingen voor een nieuwe roman. Die moet bestaan uit de briefwisseling tussen twee vrouwen. Dat blijkt lastig. De stem van de ene moet geheel anders klinken dan die van de andere. Ook de eerste regel heb ik nog niet. Ik moet wachten tot hij op mijn kussen ligt…

Nu we weer over de eerste regel praten, wil ik het nog even hebben over het laatste hoofdstuk van uw roman. Daarin vertelt u, vrij beknopt, hoe het leven van de diverse personages afloopt. Een beetje zoals we dat tegenwoordig vaak in films zien. U had kunnen kiezen voor een meer poëtisch einde, dan was het boek op pagina 437 geëindigd.
Voor mij was het essentieel om het hoofdstuk ‘Herfst’ te schrijven. Ik wilde weten hoe het met ze afliep. En ik denk dat mijn lezers dat ook willen weten. Alleen zo kon ik een punt achter het verhaal zetten. Anders blijf ik als Aja en Karl de scheefhangende tuinpoort horen en het slepen van de steentjes door het stof… Pas als dat stopt kan ik aan een volgend verhaal beginnen.


Foto's: Ezra de Haan.
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)