Interview over de Grote Jongerenliteratuur Prijs
‘De prijs laat zien dat veel jongeren met plezier lezen’
Door Jef van Gool (28 juli 2010)


Op Manuscripta, de opening van het nieuwe boekenseizoen, wordt de Grote Jongerenliteratuur Prijs gepresenteerd, op zondag 5 september aan het publiek en op maandag 6 september aan het boekenvak. De prijs is een initiatief van de Stichting Lezen en het Nederlands Letterenfonds. In samenspraak met auteurs, boekverkopers, bibliothecarissen, uitgevers, de CPNB, de Vlaamse Stichting Lezen en de Nederlandse Taalunie hebben beide organisaties de opzet van de nieuwe prijs uitgewerkt. Stichting Lezen wil daarmee vooral aantonen dat jongerenliteratuur leesplezier biedt aan een breed publiek, het Nederlands Letterenfonds wil de aandacht voor en de positie van auteurs en vertalers van jongerenliteratuur stimuleren.

Op 24 juni is de jury van de eerste editie van de prijs geïnstalleerd. Die bestaat uit Hedy d’Ancona (oud-minister WVC, voorzitter), Ilke Froyen (programmering het Beschrijf Brussel), Jenny de Jonge (vertaler Engels-Nederlands, oud-uitgever en oud-docent), Carolien Krikhaar (consulent voortgezet onderwijs Bibliotheek Utrecht), Martijn Koek (docent Nederlands), Mirjam Noorduijn (recensent De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad) en Daan van der Valk (boekhandel De Vries Haarlem). Zij beoordelen ruim tachtig boeken voor jongeren die voor de prijs zijn ingezonden. Twee daarvan worden in november bekroond, een oorspronkelijk Nederlandstalig en een vertaald Young Adult-boek. De Nederlandse of Vlaamse auteur ontvangt een prijzengeld van 5000 euro, de buitenlandse auteur deelt de bekroning met de vertaler van het boek. Elk ontvangt een bedrag van 2500 euro.

In 2011, bij de tweede editie, is er naast deze door een vakjury toegekende prijs ook een publieksprijs, die zal worden toegekend door de jongeren zelf. In samenwerking met CJP wordt er vanaf voorjaar 2011 een stemcampagne georganiseerd op scholen, in bibliotheken en boekhandels en via internet.

Zeker gezien de sinds kort sterk toegenomen aandacht voor het aanbod voor Young Adults, is deze nieuwe prijs voor jongerenliteratuur een interessant en belangrijk initiatief, belangrijk genoeg om Stichting Lezen en het Nederlands Letterenfonds wat aanvullende vragen voor te leggen.

Afgezien van de Prijs van de Jonge Jury en de Stichting Lezen Scriptieprijs initieert of ondersteunt Stichting Lezen geen prijzen. Wordt deze nieuwe prijs naar de leeftijd gezien als een ‘vervolg’ op de Prijs van de Jonge Jury?
Wat betreft de doelgroep is de Grote Jongerenliteratuur Prijs inderdaad een vervolg op de Jonge Jury. Het is dan ook de bedoeling dat de twee prijzen elkaar niet in de wielen rijden en dat voor de GJP die boeken meedoen, die voor de Jonge Jury niet interessant zijn omdat ze te volwassen zijn. Een kleine overlap is onvermijdelijk, want we hebben uitgeverijen gevraagd ook boeken voor lezers van 12 tot 15 jaar in te sturen die tóch tot de jongerenliteratuur gerekend kunnen worden.

Maar er is ook een groot verschil met de Jonge Jury: de GJP kent naast een publieksprijs (die in 2011 van start gaat) een juryprijs. Daarmee zou de GJP dus eerder, naar leeftijd gezien, een vervolg genoemd kunnen worden op de Griffels. Het feit dat er met het verdwijnen van de Gouden Zoen geen juryprijs meer was voor jeugdliteratuur in de 12+-categorie, was vorig jaar voor Ted van Lieshout en Hans Hagen aanleiding om eenmalig de Gouden Lijst te organiseren. Stichting Lezen en het Nederlands Letterenfonds hebben daarna het ‘gat’ in literaire prijzen willen opvullen met de GJP. Dat doen we voor maximaal drie jaar. Gezien die beperking in tijd past het volgens de beide organisaties binnen hun opdracht. De hoop bestaat dat de GJP uiteindelijk een structurele positie verwerft en kan bestaan zonder inzet van de twee organisaties.

Stichting Lezen heeft een stevige traditie in het uitbouwen en faciliteren van een ondersteunende infrastructuur waar het gaat om het bereiken van en de dienstverlening aan publieksgroepen. Vergt een prijs niet een totaal andere aanpak?
Er is niet per se een breuk met de traditie waar te nemen. Voor Stichting Lezen is de publieksprijs de belangrijkste component van de GJP. Bij een publieksprijs hoort een infrastructuur van bibliotheken en onderwijs, die ook dit keer nadrukkelijk betrokken zal worden bij de prijs. De gedachte is dus dat een prijs een uitstekende basis biedt om die infrastructuur in werking te stellen en te benutten. Hoe precies, maken we bekend tijdens Manuscripta.

Is de prijs een invulling van de ‘bovenkant’ van de doorgaande leeslijn (lezen van 0 tot 18 jaar)? Met andere woorden: gaat het primair om jongeren van vijftien t/m achttien jaar?
Voor de ‘bovenkant’ van de doorgaande leeslijn bestaat De Inktaap. Voor die prijs kiezen jongeren in de leeftijd van 15 tot 18 jaar het beste boek van de drie winnaars van de grote literaire prijzen. De GJP richt zich op een veel bredere lezersgroep. De prijs geeft aandacht aan een segment dat sinds enkele jaren enorm veel leesplezier biedt aan een grote groep lezers. Die lezers variëren in leeftijd van 15 jaar tot ver in de volwassenheid. In termen van de leeslijn kun je dit de ‘bovenkant’ noemen, maar je zou de groep onnodig beperken als je stopt bij 18 jaar.

In het persbericht bij de installatie van de eerste jury wordt ook de term ‘young adults’ genoemd. De gebruikelijke afbakening van ‘young adults’ is de groep 15 t/m 25 jaar. Houdt de prijs een structurele uitbreiding in van het beleid van Stichting Lezen met jong volwassenen?
Doordat we niet stoppen bij 18 jaar, is er inderdaad sprake van een uitbreiding. Maar om dat meteen structureel te noemen gaat wat ver. De leeslijn loopt van 0 tot 18, maar ook na die tijd kunnen jongeren op een plezierige manier aan het lezen gebracht worden. En de prijs laat zien dat veel jongeren met veel plezier lezen. Stichting Lezen en het Nederlands Letterenfonds zijn heel blij dat er voor de publieksprijs wordt samengewerkt met het CJP. Dat heeft exact de juiste achterban voor deze prijs.

De jury voor de eerste prijs is circa tachtig ingezonden boeken aan het lezen. Is iets te zeggen over de criteria die golden bij het inzenden van boeken voor de prijs?
Jazeker. We hebben uitgeverijen gevraagd boeken in te zenden die naar hun beste inschatting gerekend kunnen worden tot de jongerenliteratuur. Die worden meestal omschreven als boeken die gaan over jong volwassenen die zichzelf een positie proberen te verwerven in de volwassen wereld. De boeken zijn te volwassen voor kinderen onder de vijftien, maar kunnen met plezier gelezen worden door volwassenen.

In 2011 wordt naast de twee door een vakjury toegekende prijzen ook een publieksprijs toegekend. Waarom in deze jury al niet een jongere opgenomen?
De GJP 2010 is alleen een juryprijs. De samenstelling van deze jury is voortgekomen uit diverse gesprekken met het boekenvak. Dit jaar zitten er geen ‘echte’ jongeren in de jury, maar wel veel experts die werken met de doelgroep. Het is mogelijk dat volgend jaar ook jongeren deel uitmaken van de jury. Maar jongeren spreken zich vanaf volgend jaar natuurlijk ook uit via de stemcampagne.

De opzet voor de prijs is onder meer uitgewerkt met Stichting Lezen Vlaanderen en de Nederlandse Taalunie. Wordt het een Nederlands-Vlaamse prijs of zijn er plannen er in de toekomst een gezamenlijk Nederlands-Vlaamse prijs van te maken?
Ook dit jaar doen Vlaamse uitgeverijen mee, maar om te spreken van een echt Vlaams-Nederlandse prijs zou voor 2010 te ver voeren. Voor 2011 is het de bedoeling dat zowel de juryprijs als de publiekscampagne een Nederlands-Vlaams bereik zullen hebben. Blijf vooral de ontwikkelingen volgen: op Manuscripta presenteren we de GJP zowel aan het publiek als aan het boekenvak. In oktober worden de nominaties bekendgemaakt, begin november vindt de uitreiking plaats.


Zie ook: Interview met Jean Christophe Boele van Hensbroek door Annemiek Neefjes (Literatuurplein, 14 november 2009).

Illustraties
1. De jury van de eerste Grote Jongerenliteratuur Prijs.
2. Marcelo en de echte wereld van Francisco X. Stork, waarvan de eerste helft in februari door Lemniscaat cadeau werd gegeven aan de 85.000 CJP-pashouders.
3. Het kerkhof van Neil Gaiman, onder meer bekroond met de Locus Young Adult Award.
4. Stout stouter stoutst van Lauren Myracle, in de VS deel van de Young Adult-serie TTYL (Talk Later To You).
5. Morgenrood uit de onder Young Adults erg populaire Twilight-serie van Stephenie Meyer.
6. What happened to Cass McBride van Gail Giles, waarin een tienerjongen zint op wraak op het meisje dat zijn broer heeft afgewezen, waarna die zelfmoord had gepleegd.

Delen
Meer interviews
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)
Interview met Sander Kollaard Door Guus Bauer (06-04-2019)
Interview met Kristine Bilkau Door Guus Bauer (22-03-2019)