Nog een wereld te veroveren
Congres over lezen en leesmotivatie
Door Annemiek Neefjes (25 maart 2010)


Vanaf treinstation Ede-Wageningen lopen tientallen vrouwen en een enkele man met enthousiaste pas eenzelfde kant op. Ze komen naar congrescentrum De Reehorst voor een congres over lezen, of zoals het wordt geformuleerd door de organiserende Stichting Lezen, voor een dagprogramma over ‘Leesmotivatie en literaire competentie in het basisonderwijs’.

Leespromotie en leesvaardigheid
De deelnemers zijn voornamelijk leerkrachten en bibliothecaressen, uit het hele land, die allemaal als motivatie hebben: laat een kind lezen. Reinou Vogel is zo’n juf. Ik spreek haar voordat het congres begint. Zij geeft les in Groep 3 van de Caleidoscoop in Den Bosch. Zelf is ze verwoed lezer en ze heeft van de school te horen gekregen dat ze vijfduizend euro aan nieuwe boeken mag besteden. ‘Dat was hoognodig,’ zegt ze. ‘Jan Terlouw, Jacques Vriens, Astrid Lindgren, ze staan niet in onze bibliotheek. Boeken van deze schrijvers mogen niet te ontbreken, ieder kind moet ze kennen.’





Ze vertelt dat ze op haar school een eenling is in de leespromotie. ‘Op onze school zijn de toetsscores van technisch lezen altijd hoog. Maar dit zegt niets over hoe gemotiveerd kinderen lezen en over hun kennis van boeken. Daar gaat het mij om.’

In de bomvolle congreszaal is Herman Franssen, onderwijsinspecteur, de eerste spreker. Hij komt met de opmerkelijke uitspraak dat ieder kind hetzelfde niveau van technische leesvaardigheid kan halen. Niet de sociale achtergrond of de intelligentie van het kind maar de leerkracht maakt het verschil. Hoe beter het lesaanbod en hoe beter de lessen hoe hoger het niveau.

En dan zegt hij nog iets wat ik niet wist. Tot en met Groep 5 wordt er op veel scholen flink gewerkt aan de leesontwikkeling van kinderen. Daarna beheersen de leerlingen het lezen en is er geen speciale aandacht meer voor. Gevolg: het leesniveau daalt weer in de Groepen erna. Dat is nog eens kennis waar je wat aan hebt.

Voorlezen
De volgende spreker is de goeroe van de leesbevordering Aidan Chambers. Met zijn boek Vertel eens ontwikkelde Chambers een methode hoe je met kinderen over boeken kunt praten. ‘Praten over boeken is de beste voorbereiding voor een zinvol gesprek over andere zaken,’ stelt hij. In zijn lezing houdt hij een vurig pleidooi voor voorlezen. ‘Totdat kinderen achttien jaar zijn zou je moeten blijven voorlezen,’ zegt hij zelfs. Ook aan de universiteit kunnen docenten studenten nog voorlezen uit hun studieboeken. ‘Waarom niet? Als je wordt voorgelezen, maken onbekende woorden makkelijker verbinding met bekende woorden en begrippen in je hersenen. Daarna gaat het studeren beter.’

De zaal hangt aan zijn lippen en ik ook. Voorlezen creëert intimiteit, zorgt voor een zacht bedje, en daarin vallen de woorden vanzelf op hun plek. De derde spreker die ochtend, Piet Mooren, is daar onbedoeld het bewijs van. Hij houdt een academisch betoog doorspekt met jargon. De zaal schuifelt onrustig heen en weer. Maar dat verandert op slag als Mooren een kinderrijm laat horen of de zaal een verhaal mee laat opzeggen.

Terwijl ik vrolijk meedoe met de door Mooren geregisseerde ‘groepsvoordracht’ van Hele Grote Muis en Hele Kleine Muis zit me ook iets dwars. Wat heb je aan alle mooie woorden over leesbevordering op dit congres, terwijl je juist in deze zaal helemaal niemand hoeft te overtuigen van het belangrijke en verrukkelijke van lezen? En iets anders bevalt me ook niet. Waarom zijn hier eigenlijk zo weinig mannen?

Jongens en lezen
Ik leg in de pauze de vraag voor aan een congresganger (m), die docent blijkt te zijn op een Pabo. ‘De sprekers vandaag zijn wél allemaal man,’ merkt hij snedig op. ‘En ze zijn allemaal middelbaar,’ zegt een passant.

We hebben een gesprek, over jongens en lezen - want die schijnen er vaak niet van te houden. ‘Vroeger las ik al graag,’ zegt de Pabo-docent. ‘Als mijn vader thuiskwam vroeg hij: “Wat heb je gedaan?” “Ik heb gelezen,” zei ik. “Ja, en verder?” was zijn reactie. Jongens horen niet te lezen, zo denkt men er volgens mij nog altijd over.’ Een collega van hem is er bij komen staan. ‘Op de Pabo stimuleren we toekomstige leerkrachten om te lezen met kinderen. We maken geen onderscheid tussen het stimuleren van jongens of meisjes,’ zegt hij. ‘Dat moeten we misschien dan toch maar eens doen,’ zegt de eerste.

Dat jongens minder lezen dan meisjes, daar neemt Kees Vernooij van Hogeschool Edith Stein geen genoegen mee. Hij is de laatste spreker van de ochtend. Hij vertelt over een jongen uit Groep 6 met een grote leer- en leesachterstand. Wat kon men nog doen om het niveau op te krikken en zijn belangstelling voor lezen te wekken? Vernooij liet de jongen een lijst vragen beantwoorden en daaruit bleek dat zijn belangstelling vooral bij non-fictie lag. Toen dat duidelijk was kon hij gerichter boeken kiezen. De wereld op zak was een kennisreeks waarvan de jongen al snel ieder deel wilde hebben. Jaren later kwam onderzoeker Vernooij de jongen zelfs bij het Kinderboekenbal tegen. Een successtory over een jongen die een lezer werd.

Schrikbarende cijfers
Wie in de zaal zou iets tégen Vernooijs betoog kunnen hebben? Is dit preken voor eigen parochie niet een beetje makkelijk? Op deze vraag vind ik een antwoord in een interview met Aidan Chambers, dat ik na het congres in handen krijg: ‘Er wordt wel eens gezegd dat je voor bekeerden niet hoeft te preken. O jawel. Niemand heeft meer aanmoediging nodig dan wie al bekeerd is. Diegenen die al denken op de manier dat jij wilt dat er gedacht wordt, moet je ondersteunen, informeren en aanmoedigen.’

Na een dag als deze kan de leesgemeenschap gesterkt aan de slag. En dat is hard nodig, want Kees Vernooij presenteert een collectie schrikbarende cijfers. Een kwart van de leerlingen verlaat de basisschool (Groep 8) met een leesniveau van Groep 6. De leesvaardigheid van leerlingen neemt sinds 2000 alleen maar af. Per leerjaar van de basisschool neemt het leesplezier bij kinderen af. In Nederland (en de VS) treedt ontlezing op terwijl dit in andere Europese landen niet het geval is. In vergelijking met andere landen is in Nederland het aantal kinderen dat thuis niet leest zeer hoog: 42 procent, terwijl het internationaal gemiddelde 32 procent is.

Een gezonde nervositeit maakt zich meester van de zaal. Zij, de leesbevorderaars, hebben met elkaar nog een wereld te veroveren. Vernooij zelf komt in zijn lezing al met een eerste stap en vertelt hoe op basisscholen in Enschede dankzij een specifiek ‘Leesverbeterplan’ het leesniveau opzienbarend steeg. Zoals in een klassiek verhaal had ook hij een happy end.


Kees Vernooij aan het woord
Delen
Koppelingen
Personen
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)