P.C. Hooft-prijs (Nederland)
De P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde is een oeuvreprijs die jaarlijks afwisselend wordt toegekend voor proza, essayistiek en poëzie. De prijs is ingesteld in 1947, het jaar waarin (op 21 mei) de 300ste sterfdag van Pieter Corneliszoon Hooft werd herdacht. Tot 1955 werd de prijs toegekend voor losse werken. Daarna werd het een oeuvreprijs.

Aanvankelijk was de P.C. Hooft-prijs een staatsprijs. De relatie tussen staat en Stichting kwam onder druk te staan toen in 1984 Hugo Brandt Corstius werd voorgedragen voor de P.C. Hooft-prijs. De toenmalige CDA-minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Elco Brinkman weigerde de prijs uit te reiken aan Brandt Corstius, omdat deze zich in zijn ogen ongepast had uitgelaten over prominente politici. De reeds benoemde jury voor de P.C. Hooft-prijs 1985 trad af en vervolgens werd de prijs twee jaar niet uitgereikt. In 1987 werd de onafhankelijke Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde opgericht, door drie landelijke letterkundige instellingen: de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, PEN-centrum Nederland en de Vereniging van Letterkundigen.

Het bestuur wordt gevormd door vertegenwoordigers van deze drie instellingen. De eerste prijs ging naar Hugo Brandt Corstius en werd door het Stichtingsbestuur zelf toegekend. De P.C. Hooft-prijs bedraagt 60.000 euro. De voorwaarde dat een deel (25.000 euro) van het prijzengeld moet worden besteed aan een specifiek literair doel is in 2003 komen te vervallen. Bij de geldprijs hoort een oorkonde en een bronzen beeldje van P.C. Hooft.

Naar de overzichtspagina

Delen