Academica Debutantenprijs 2012

Winnaar

  • Erik Menkveld - Het grote zwijgen

    Beste aanwezigen,

    Waarschijnlijk zijn er bij het kiezen van de winnaar van de Academica Literatuurprijs 2012 niet zo veel zwevende kiezers geweest als bij de Tweede Kamerverkiezingen van gisteren. Uit de beoordelingen van onze lezers blijkt in ieder geval dat zij veelal een duidelijke en goed gefundeerde voorkeur aan de dag legden voor één van de drie lijstaanvoerders, te weten de al enigszins door de wol geverfde Erik Menkveld, de vanuit een stille achtergrond werkende redelijk ervaren Erik Nieuwenhuis en de jonge, vrouwelijke, rijzende ster Daphne Huisden. De vraag vanavond is of Nieuwenhuis ‘een gat in de lucht’ springt bij het bekendmaken van de verkiezingsuitslag, of dat een grote prijs bij Daphne Huisden voorlopig ‘fictie blijft’ en of Menkveld ‘het grote zwijgen’ vanavond kan doorbreken met overwinningsgehuil.

    Van verkiezingsslogans of oneliners hebben de kandidaten het niet gehad. Het ging bij alle drie puur om de inhoud en ook wel om de vorm natuurlijk. En om hun strikt individuele boodschap. Niks ‘samen staan we sterk’. Niks ‘we sluiten niemand uit’. Geen verwijzing naar Europa of de Europese export. Tussen de regels door wel ‘ik ga voor een andere literatuur’, wel een verwijzing naar onze geschiedenis of naar Nederlandse gewoonten op nieuwjaarsdag.

    De drie genomineerden lieten 84 van de 87 aangemelde nieuwkomers achter zich. Dat hebben ze te danken aan de nominatiejury die alle inzendingen op kwaliteit beoordeelde.
    De nominatiejuryleden Anna Luyten (journalist, filosoof, literatuur- en theaterwetenschapper), Arjan Peters (recensent en redacteur van de Volkskrant), Kees Snoek (schrijver en hoogleraar Nederlandse letterkunde en cultuurgeschiedenis aan de Sorbonne in Parijs), Fabian Stolk (universitair docent en onderzoeker aan de universiteit van Utrecht) en spreker dezes (schrijver, recensent en publicist) kwamen unaniem tot de slotsom dat uit het toch weer overweldigende aanbod van debuten op het gebied van Nederlandstalige fictie deze drie auteurs de voorkeur genoten boven bijvoorbeeld Zomerslaap van Martijn Simons, Over het kanaal van Annelies Beck, Als je de stad binnenrijdt van Rob Waumans, Het schuwste dier van Eva Meijer, Ninive van Rick de Gier, Zo gaan we niet met elkaar om van Renske Jonkman en Blijf bij ons van Florence Tonk: titels die op de longlist geplaatst werden en zeker de aandacht verdienen van de lezende Nederlander.

    Uit de opsomming van de titels van de rest van de longlist blijkt al dat er in tegenstelling tot voorgaande jaren slechts tien titels ver genoeg boven het maaiveld uitstaken om volgens de jury door te dringen tot de top der debutanten.
    Onze honderden lezers vonden zelfs de door ons genomineerde drie titels lang niet altijd goed genoeg. Dat blijkt wel uit de opmerkingen die de kritische lezers over de boeken maken. Over Alles is altijd fictie bijvoorbeeld schrijft een lezer:
    • Niet bijzonder van opzet en vertelling. Onbeholpen stijl, veel ‘beginnersfouten’. Het beetje fantasievolle dat er met enige goede wil uit te destilleren valt, wordt volkomen teniet gedaan door het flauwe, afgezaagde einde.

    Indien wij dat als jury ook hadden gevonden, was dit boek echt niet bij de top-3 beland. Daartegenover staan meningen als:
    • Mooi debuut, belofte. Wat een stijl, wat een perspectief, wat een rijke thematiek! Als lezer loop je constant achter de feiten aan. En dat voor zo’n jonge Rotterdamse!
    • Het boek leest als een trein die eerst langzaam op gang komt, maar je gaandeweg meesleept naar een fataal einde. De zinnen zijn strak gestileerd, de hoofdpersoon blijft de grote onbekende, zoals Daphne dat ook bedoeld heeft. Ze geeft haar geheimen langzaam en heel bewust gedoseerd prijs. Een aanrader!
    • Origineel coming of age-verhaal, met ironische ondertoon. Gevoelig. Verrassende plotwending. Het einde laat de lezer vertwijfeld achter.

    Over Een gat in de lucht doet de hierna geciteerde lezer en passant uitspraken over verhaallijn, thematiek, originaliteit en spanning, maar goed genoeg vindt zij of hij het niet:
    • De vele verhaallijntjes zijn boeiend. Ze bevatten uitvergrotingen van de spanning en eenzaamheid en betrokkenheid, net het gewone leven, maar dan zo gedraaid dat het hele leven een absurde samenhang krijgt. Waar het op uit draait voor de meeste betrokkenen blijft wat in de lucht hangen. Wat ook mooi past bij de titel. Tegelijkertijd zorgt dat ervoor dat er niet voldoende samenhang is.

    Andere lezers geven de jury een klopje op de schouder voor deze nominatie:
    • Het allesoverheersend verbindend thema, de eenzaamheid van ieder personage en de zoektocht en hunkering naar geborgenheid alsmede de keuzes die men moet maken, geeft het kader aan waarbinnen de personages figureren. Ieder persoon zal zijn eigen sprong moeten maken en het gat in de lucht moeten veroorzaken, of zoals Yuri het uitdrukt: ‘Ergens tussen jou en de aarde zit een gat in de lucht, als je dat eenmaal gevonden hebt, komt de rest vanzelf.’

    Geen leuker vermaak dan leedvermaak lijkt een andere lezer te vinden:
    • Zeer origineel en altijd leuk om een aan lager wal geraakte topsporter te zien worstelen met het leven.

    Weer een ander zoekt zijn oordeel vooral in de originaliteit van het boek:
    • Erik N. slaagt er steeds in om ‘niet te lijken op’, zonder in extravagante cult af te dwalen. Een prachtige titel trouwens.

    Ook over nummer drie van de lijst Het grote zwijgen was er geen eensluidend oordeel van alle lezers:
    • Degelijk en stijlvast, duidelijk geschreven door iemand die weet wat hij doet, maar uiteindelijk vooral vrij taai, droog en dor, om niet te zeggen saai. Niet alleen op stilistisch niveau, maar ook wat het verhaal betreft. Jammer dat Menkveld zijn gigantische beeldende talent hier nauwelijks heeft ingezet.

    Er is ook een opvallend oordeel van een bijzondere lezer:
    • De roman gaat ook over mijn oma Johanna Jongkindt. Om de hele romantische geschiedenis uit de derde hand te horen, was verbijsterend verhelderend, kan ik u zeggen! Daarbij hanteert Menkveld een bijzonder mooie en plezierige schrijfstijl met verschillende lagen die zeker door de muziekliefhebber gewaardeerd zal worden. Het is een prachtig (fictief) document over het begin van de 20e eeuw.

    Tot slot een deel uit het oordeel van een derde lezer:
    • Het boek is niet ‘zeer goed’, het is nog beter dan dat. De mooiste boeken vind ik namelijk de werken die de lezer aanzetten tot het zoeken naar meer informatie, of zoals het onderhavige boek tot misschien het beluisteren van muziek. Het verhaal is geschreven in een stijl die aansluit bij de tijd, hetgeen de lezer helemaal in de juiste sfeer brengt. Zorgvuldige stijl, zinnen heel precies, nauwelijks een woord te veel.

    Namens de nominatiejury van de Academica Literatuurprijs,

    Casper Markesteijn, voorzitter

Genomineerd

Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen