AKO-Literatuurprijs 1994

Ga direct naar

Details:


Onder het motto ‘Wel literair, niet elitair’ kozen dertig lezers ('onbekende en bekende, tot oordelen in staat geachte, Nederlanders en Vlamingen') uit de nominaties van de vakjury door het opsteken van cijferbordjes de winnaar. In de rechtstreekse tv-uitzending van het programma Sonja op zaterdag werd eerst Nicolaas Matsier als winnaar aangewezen. Gerhard Durlacher bleek echter een gelijk aantal punten te hebben en werd uiteindelijk tot winnaar uitgeroepen omdat hij bij de stemming de meeste hoogste plaatsen had behaald.

De vakjury bestond uit:
Frans Andriessen, voorzitter
Jessica Durlacher
Marcel van Nieuwenborgh
Arjan Peters
Frans Roggen
Aleid Truijens


Winnaar

  • G.L. Durlacher - Quarantaine

    In de hem kenmerkende sobere stijl, waaruit een ingehouden emotionele betrokkenheid blijkt, heeft G.L. Durlacher met Quarantaine een gedenksteen tegen het vergeten opgericht.

    Niet de gruwel van de Sjoah in zijn metafysische proporties staat in het voetlicht, maar wel de kleine acteurs van de hoop, van de menselijkheid in een onmenselijk bestel. Vereeuwigd worden de schooldirecteur die de gevangen jongen een leerboek algebra door de tralies toestopt, de medegevangen die hun cultuur en daardoor ook hun menselijke waardigheid aan een volgende generatie doorgeven, de goede mensen en de leraars die na 1945 de schamele Joodse repatriant helpen zich een nieuwe toekomst op te bouwen. Maar de wereld waarin dit nieuwe bestaan wordt opgebouwd, is zeker niet een 'hele' wereld. De gefolterde zal immers nooit volledig zijn wantrouwen overwinnen. Bovendien breken steeds weer misdadige domheid en hebzucht en idiote, maar daarom niet minder kwetsende vooroordelen in deze beste van alle werelden binnen en wekken herinneringen. Maar 'omzien naar het dodenrijk is gevaarlijk' zoals ook de vrouw van Lot mocht ondervinden. De jury van de AKO-Literatuurprijs was getroffen door het vakmanschap waarmee G.L. Durlacher dit relaas uit de schaduw van de verschrikkingen weet op te tillen tot een teken van hoop.

Genomineerd

  • Patricia De Martelaere - Een verlangen naar ontroostbaarheid

    Rapport Patricia De Martelaere:
    In Een verlangen naar ontroostbaarheid schrijft Patricia de Martelaere in twaalf korte en langere opstellen op een behoedzame, speelse manier over 'moeilijke' maar ook wel 'filosofisch' genoemde kwesties als taal en zijn betekenissen, het paradoxale 'verlangen' naar de dood, de 'betekenis' van muziek, zelfmoord, het schrijven van dagboeken en nog veel meer. (Niets voor niets luidt de ondertitel bijna ironisch 'Over leven, kunst en dood'). De denkbeelden van onder meer Freud, Lacan, Maurice Blanchot, Wittgenstein en John Dewey, maar ook het impliciete gedachtengoed van Cesare Pavese, Marcel Duchamp, Nietschze en allerlei componisten behandelt en manipuleert zij superieur met het gemak van een ingewijde.

    Het lijkt De Martelaere in deze opstellen nooit om het behandelen van alle schrijvers, denkers en kunstenaars zelf te gaan, met als doel de zoveelste samenvattende interpretatie van beroemde passages te bieden waarmee lezers aan de borreltafel uit de voeten kunnen; ze gebruiken de inzichten van deze mensen simpelweg als materiaal om eigen ideeën en inzichten te verduidelijken en in een eigen idioom te vatten en begrijpelijk te maken. De lezer wordt in dit boek verleid en uitgedaagd tot het volgen van redeneringen waarvoor hij, indien door iemand van minder goede huize begeleid, wellicht zou terugschrikken.

    De Martelaere weet haar fascinatie voor paradoxen in de menselijke natuur en het menselijke denken in deze essaybundel op een aantrekkelijke, eigenwijze en verrassende manier kenbaar te maken. Ze leert ons bovendien iets over schrijvers en kunstenaars die wij allen kennen maar niet kennen. De jury van de AKO-Literatuurprijs oordeelde dit boek een van de beste essaybundels die dit en vorig jaar verschenen.

  • Nicolaas Matsier - Gesloten huis

    Rapport Nicolaas Matsier:
    In deze verklaard autobiografische roman tracht de ik-figuur Tjit Reinsma, die de Haagse woning van zijn overleden moeder leegruimt, in een serie korte hoofdstukken terug te reiken naar zijn jeugdjaren. Doodgewoonheden als het stofdoekenmandje en de boodschappen die moeder naliet, zijn tastbare relicten die de geur van een voorbije tijd verspreiden. Met precisie en piëteit kijkt Matsier achterom naar het wasbord, de twijfelaar en de plusfour die het gezin Reinsma in de verstilde jaren na de oorlog als vanzelfsprekend omringden.

    Maar de roman is méér dan een anekdotische, door nostalgie gekleurde onderneming. Het degelijke gezin heeft naast de gereformeerde ouders uit vijf kinderen bestaan, van wie er na 1951 nog drie in leven waren. Dàt verklaart de emotionele aandrift die de ik-figuur op terugreis stuurt. De graven van Tjits jonggestorven broertje en zusje zijn jaren geleden geruimd. In zijn eentje moet hij een eredienst opvoeren, omdat er in het ouderlijk huis nooit openlijk en uitvoerig bij die ontijdige verliezen werd stil gestaan. De onverwerkte rouw heeft Reinsma als volwassene een mentale crisis bezorgd, die hij met geest en humor in woorden weet te vatten - zoals deze hele gefragmentariseerde roman als een bergplaats van herinneringen gezien kan worden - met Matsier als makelaar in geestelijk goed.

    Binnen één paragraaf schiet hij van boterhamzakjes en uitgelegde terlenka broekspijpen, via de restjeswollen streepjestrui, naar de wand in de huiskamer van vroeger, waar een grote zwartwit-foto hing van Jan, de broer die maar zeven jaar mocht worden. Van de aardbodem verdwenen mensen en voorwerpen krijgen van Nicolaas Matsier hier een gouden gelegenheid buiten het vergeetboek te blijven.

  • Rascha Peper - Rico's vleugels

    Rapport Rascha Peper:
    Lang vertoont dit verhaal een trage golfslag, maar nergens vervalt het in gekabbel, en ten lange leste wordt het naar hoog tij opgestuwd: Rico's vleugels is, zo meent de jury van de AKO-Literatuurprijs, het beste boek uit het nog bescheiden oeuvre van Rascha Peper, minder dan voorheen zet zij de rem op haar onmiskenbare fascinatie voor stille wateren en sluimerende hartstochten. De belangrijkste voorwerpen in deze roman zijn 200.000 zeldzame schelpen, verzameld door een bankiersdochter die assistentie kreeg van haar man toen die uit de diplomatieke dienst getreden was.

    Het kinderloze echtpaar Rochèl verlaat zijn riante optrekje op de Filippijnen als het volk aldaar gaat morren, en stijkt neer in een villa aan de Noordhollandse kust. Ze zeggen de schaal- en weekdierkundige Ernst Bol toe, de collectie te zijner tijd aan zijn instituut over te dragen. Deze Bol maakt zich niet zonder reden zenuwachtig. Cecile Rochèl is een grillige en dominante vrouw, en haar echtgenoot blijkt zijn carrière in werkelijkheid beëindigd te hebben vanwege een onverkwikkelijke affaire met een jongetje in Tunesië.

    Hoe veilig is de collectie eigenlijk, nu de veertienjarige straatjongen Rico de oude heer tegen betaling is komen assisteren bij het catalogiseren van de schelpen?
    Vanaf dat moment is het gedaan met de eb ind it aanvankelijk zo onschuldig ogende verhaal.

    De diplomaat ontpopt zich als een nazaat van Gustav von Aschenbach, die in Thomas Manns Dood in Venetië ook smelt voor een veertienjarige jongen. Met groot psychologisch inzicht en het vermogen om te schakelen tussen straattaal en academische welgemanierdheid, sleurt Rascha Peper de lezer het zinderende verhaal door.

  • F. Springer - Bandoeng-Bandung

    Rapport F. Springer:
    De novelle Bandoeng-Bandung van F.Springer is door de jury van de AKO-Literatuurprijs gekozen om meer dan één reden.
    De ere-diplomaat Carel Jan Schneider, die zich van het pseudoniem F. Springer bedient, heeft door zijn langdurig verblijf in het buitenland steeds ver van de literaire grachtengordel vertoeft, waardoor hij los is blijven staan en een eigen, door eenvoud en helderheid gekenmerkte, stijl heeft ontwikkeld.

    Bandoeng-Bandung geeft blijk van zijn gerijpt talent. het verhaal van een 'éminence grise' uit de vaderlandse politiek die door jonge honden van de partij op een zijspoor wordt gerangeerd en later als leider van een handelsmissie in Indonesië wordt geconfronteerd met emotionele, verdrongen herinneringen uit zijn kindertijd in de ex-kolonie, spreekt niet alleen Nederlandse lezers aan maar heeft door zijn sterke literaire zeggingskracht iets universeels gekregen.

    Met het tekenen van de verscheurdheid in de mens heeft Springer in Bandoeng-Bandung de essentie van zijn schrijversschap getoond. De auteur is een heel eigen stem in de Nederlandse letteren. Je zou kunnen zeggen dat hij aansluit bij een traditie van Nederlandse schrijvers die hun waarnemingen overzee in een verhaalvorm verwerken (zoals Slauerhoff en F.C. Terborgh..) maar Springer voegt er vaak nog iets aan toe en dat is milde humor en ironie.

    Vanwege de tropische decors in zijn werk, zijn nuchtere verteltrant, zijn voorliefde voor het portretteren van kleurrijke westerlingen in den vreemde, wordt de auteur ook wel eens met Somerset Maugham vergeleken. Maar Springers vertellingen hebben een grote warmte behouden en zijn mensbeeld is veel minder door cynisme aangevreten. Hij is een uiterst gevoelige auteur die in zijn werk sentiment en verbeelding prachtig in de hand weet te houden.

  • Frida Vogels - De harde kern

    Rapport Frida Vogels:
    Directer nog dan in het in 1993 verschenen eerste deel, waarin de hoofdpersoon Berta Mees heette, stelt de schrijfster in deel 2 meermalen vast dat De harde kern een boek is over haarzelf, Frida Vogels, geboren in 1930 te Bussum. Al op haar twintigste voelde zij de behoefte haar leven en binnenwereld exact vast te leggen. Het ontbrak haar toen nog aan voldoende stilistische beheersing en overzicht op het onderwerp: de harde kern van het eigen wankele bestaan. Tientallen jaren later slaagt ze erin. De harde kern is de miniteuze beschrijving van een leven maar ook van de wordingsgeschiedenis van de kolossale boeken die op dat leven zijn buitgemaakt.

    Tegen het onrijpe en onzekere karakter van de hoofdpersoon steekt een aantal figuranten scherp af, zoals de Haarlemse tante Saar, de medestudenten aan de universiteit die zweren bij Ter Braak en Du Perron, de moeder die nerveus door het leven struikelt, de broer Thijs met wie Frida een (wellicht tè) nauwe band onderhoudt.

    Dit deel beschrijft in hoofdzaak Frida's leven van haar kinderjaren tot het moment waarop ze als jonge vrouw haar toekomstige Italiaanse echtgenoot ontmoet. De levensaanvaarding die zij in de fragementen die in het heden spelen ten toon spreidt, is een overwinning op de brokken en breuken van haar onvolwassen leven. 'Een trouwe jachthond die de buit apporteert' noemde Vogels haar pen al in een gedicht uit '51. En al nam haar vertrouwen in de winst van het schrijven af, haar pen bleef met hondetrouw in haar buurt.

    De harde kern is zonder behaagzucht, als het ware met de rug naar het publiek geschreven. Alleen zo slaagde de schrijfster erin, deze honderden hoogstpersoonlijke bladzijden te durven aanbieden. Een dergelijk weerbarstig boek 'mooi' noemen, zou ongepast zijn. Wat de jury van de AKO-Literatuurprijs ervoer is eerdit dit: De harde kern hakt erin.

Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen