AKO-Literatuurprijs 2004

Ga direct naar

Details:

Aantal inzendingen: 317 titels
Prijzengeld: 50.000 euro
Plaats en datum uitreiking: Amsterdam, Gebouw Cristofori, 22 oktober 2004
Jury
In de jury voor de AKO-Literatuurprijs 2004 hadden zitting:
Paul Rosenmöller (voorzitter)
Jos Borré
Johan de Haes
Elsbeth Etty
Judith Janssen
Rob Schouten


Winnaar

  • Arnon Grunberg - De asielzoeker

    Hoofdpersoon in De asielzoeker van Arnon Grunberg is niet de asielzoeker uit de titel maar Christian Beck, van beroep vertaler van gebruiksaanwijzingen, en van roeping iemand die de gebruiksaanwijzingen van het leven voor zichzelf probeert te vertalen.

    Zo laat hij uit liefde voor zijn doodzieke vriendin haar op haar eigen verzoek trouwen met een Algerijn die een verblijfsvergunning wil, en trekt hij zelf (als een soort asielzoeker) in zijn eigen huis in. In het verleden blijkt Beck in Eilat in een bordeel een hoertje te hebben verminkt en hoewel de zaak is geseponeerd, wil hij zelf de gevangenis in 'want wat hij had gedaan was onaanvaardbaar, niet omdat het buiten de wet viel, maar omdat niemand het kon aanvaarden.' Een merkwaardig personage derhalve die in z'n slonzige en perverse onvolmaaktheid toch een idealist is, terwijl zijn vriendin - de idealiste - uiteindelijk uit opportunisme blijkt te handelen.

    Dit is de wereld van Grunberg in optima forma. Hij kleedt de burgerlijke vooronderstellingen van onze maatschappij volledig uit. De asielzoeker is een soms ontluisterend boek over de willekeur van onze moraal en over modderige menselijke impulsen. Maar het is ook ontroerend en geestig omdat het de absurditeit van het menselijke handelen verbeeldt.

    Grunberg combineert in De asielzoeker de losse toon uit zijn vroegere boeken met de geobsedeerde wereld in zijn Marek van der Jagt-boeken tot een nieuw hoogtepunt. Een prachtige, schokkende roman over de (on)verantwoordelijkheid van de mens.

Genomineerd

  • Bernlef - Buiten is het maandag

    Rapport Bernlef:
    'Bon Siman' - 'goede week'- wensen de Antillianen elkaar op maandagochtend. Men spreekt elkaar moed in na het weekend, waarin de merengue en de piña colada de hoognodige nachtrust hebben verdrongen. Dat niet iedereen de minst populaire dag van de week als zodanig ervaart, is slechts een van de verhaallijnen in Bernlefs Buiten is het maandag.

    Op zoek naar zijn vermiste zoon Harry belandt hoofdpersoon Stijn Bekkering, handelaar in tweedehands huisraad, in het afgelegen Canadese Nova Scotia, waar de ongerepte natuur en het afwisselende klimaat de mens degraderen tot een nietig afhankelijk wezen. Een groter contrast tussen binnen- en buitenwereld is nauwelijks denkbaar. Het is de radio-omroeper die het ogenschijnlijk stilstaande leven doorbreekt: 'Buiten is het maandag.'

    De herinneringen van Bekkering vormen het centrale thema van deze schitterende roman. Omdat hij na een auto-ongeluk waarbij zijn geliefde Geesje om het leven is gekomen in coma is geraakt, heeft hij geen afscheid van haar kunnen nemen. Herinneringen moeten hem nu richting geven in zijn leven. Maar kun je ook proberen géén herinneringen te hebben en, als ze toch komen, doen alsof ze van een ander zijn? Twee eenvoudige bureauagenda's met aantekeningen in telegramstijl vormen de rode draad in het verhaal. Verschillende generaties, religies en culturen - met als hoogtepunt een uiterst subtiele verwerking van de Maori denk- en leefwereld - komen samen in deze ongemeen krachtige vertelde geschiedenis.

  • Hafid Bouazza - Paravion

    Rapport Hafid Bouazza:
    Wanneer Baba Boeloek die avond de karmozijnen zonsondergang bewondert, weet hij dat hij zijn magische land Morea aan de Noordkust van Afrika zal verlaten. Net als zijn vader vele jaren terug heeft hij besloten naar Paravion te gaan. Een land vol rijkdom en weelde, meent hij, waarvan de blauw-witte kleuren de enige brief van zijn vader sierde: Par Avion. De halsstarrigheid van Baba Boeloeks vliegende tapijtje vertraagt verschillende malen zijn reis. Erg is dat niet, want zo wordt voorkomen dat hij al te snel afdrijft van wat hem dierbaar is: zijn vrouw, zijn dorp en zijn ongeboren zoon.

    De sprookjesachtige sfeer van zijn boek en Hafid Bouazza's geraffineerde, melodieuze stijl zijn lichtvoetig, maar Paravion gaat om veel meer dan onverholen taal- en vertelplezier. Genadeloos, haast grimmig, legt Bouazza in de duistere lagen van zijn boek de dubbele moraal van de nieuwkomers in Paravion bloot, en hekelt hij het conservatisme. 'Geen hart kan kloppen in twee oorden tegelijk,' laat Bouazza de vrouwen van Morea zeggen. Maar tegelijkertijd laat de schrijver in deze roman met zijn vreemdsoortige personages zien dat de literatuur en de liefde zich wel degelijk staande kunnen houden in twee werelden.

    Het speelse taalgebruik van deze formidabele roman maakt niet alleen van Morea een exotisch domein, maar verandert ook Amsterdam en het Vondelpark in wonderlijke zinderende plekken, waar alles mogelijk is.

  • Pam Emmerik - Het wonder werkt

    Rapport Pam Emmerik:
    In haar 'Verhalen over de kunst' stippelt Pam Emmerik een reeks avontuurlijke routes uit door het nog maar weinig geëxploreerde 'Hinterland' van de moderne kunst, waar op het eerste gezicht pure anarchie en willekeur heersen.

    Onderweg legt ze overzichtelijk verbanden en slaat ze met groot gemak bruggen naar oudere, soms klassieke kunst, naar kunstgeschiedenis, 'de petite histoire', en disciplines als de literatuur en het theater. Je voelt je niet meer geïntimideerd of verloren met iemand die je zo kriskras maar onvervaard en gaandeweg vertrouwenwekkend langs de meest verschillende manifestaties van hedendaagse kunst voert en aanstekelijk het hele veld in kaart brengt.

    Hoe ze daar zelf toe gekomen is - kunst benaderen en goed leren zien ('Kijken is niet voor niets een werkwoord'), erover schrijven 'als een fanaticus' - vertelt ze in een heel apart getekend autobiografisch sleutelverhaal. Dat verklaart ook waarom ze elke keer wil vertrekken vanuit persoonlijke en emotionele achtergronden en uiteindelijk ook weer in de realiteit aan wil komen, en waarom ze elke kunstenaar op de verhouding tussen zijn werk en de werkelijkheid aanspreekt. 'Soms denk ik dat de werkelijkheid een verhevigde vorm van kunst is, in plaats van andersom.

    Het wonder werkt heeft de kunst als onderwerp maar laat minstens evenveel ruimte voor de manifestatie van de ferme persoonlijkheid van de auteur en haar 'fanatieke' literaire talent.

  • Kees 't Hart - Ter navolging

    Rapport Kees 't Hart:
    'De geschiedenis is er om bedacht te worden' meent Jan Gorter. Jan Gorter is de auteur van een onvoltooide roman over de achttiende-eeuwse schrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken. Hij is de vader van Vincent, een literatuur-wetenschapper die niet voor inbraak of vervalsing terugdeinst om zijn doel te bereiken; een geruchtmakend onderzoek naar het sociale netwerk rond de twee schrijvende dames. Betje en Aagje waren niet die nuffige spinsters die moderne lezers afschrikken. Ze waren politiek vooruitstrevend, hielden wel van een glaasje, deden aan aardappelsmokkel en waren niet vies van spionage. Ze verbleven op een landgoed bij Lyon toen de Franse Revolutie daar in bloedige hevigheid woedde.

    Maar waar eindigen de feiten en begint de fictie in een roman die historische figuren en herkenbare tijdgenoten opvoert naast fictieve personages? Kees 't Hart laat verleden en heden botsen in een schitterende, uiterst vermakelijke briefroman. Ter navolging is een hommage aan 'Sara Burgerhart', het verhaal van een 'Vatersuche', en een satirische ontmaskering van politieke en academische netwerken.

    En ook de roman zelf is een netwerk: brieven en sms-berichten, erotische en zakelijke e-mails, stijve notulen en frivole advertenties, dagboekbladen en romanfragmenten zorgen voor afwisseling in vorm en taal. Kees 't Hart weet de lezer tot het eind toe te amuseren en in spanning te houden, zonder dat hij de duistere facetten van het menselijk gedrag uit de weg gaat.

  • Ilja Leonard Pfeijffer - Het grote baggerboek

    Rapport Ilja Leonard Pfeijffer:
    Een literaire jury is te vergelijken met een gezelschap parelduikers dat uit een stroom van boeken de mooiste exemplaren moet opvissen. 'Een parelduiker vreest dan de modder niet'schreef Multatuli.

    Op Het grote baggerboek van Ilja Pfeijffer is dit motto wel zeer letterlijk van toepassing. Wie deze superieure vuilbekkerij als juweel wil opbaggeren moet niet bang zijn voor een onafzienbare poel met drek. 'Overal zanikt bagger' luidt een dichtregel van Lucebert, een strofe die in Het grote baggerboek in de mond van één van de personages wordt gelegd, en die tevens het Leitmotiv van deze zowel onthutsende als hilarische vertelling is.

    Pfeijffer is een woordkunstenaar die er van houdt verwarring te stichten en zijn teksten zonder bronvermelding volstopt met citaten uit - of verwijzingen naar - de wereldliteratuur, films of hedendaagse politieke teksten: 'Ik doe wat ik denk dat ik zeg,' is een leus van de hoofdpersoon. Maar Het grote baggerboek is veel meer dan een virtuoos literair spel. Pfeijffer construeert uit een enorme hoeveelheid bronnen een volstrekt eigen taal en stijl.

    Die taal is een 'kunsttaal' met elementen uit grote stadsdialecten vol woordspelingen die een verrijking vormen van het bij Pfeijffers bagger-idioom bleek afstekende standaard Nederlands. Bovendien bevat deze roman een goed gecomponeerd verhaal dat de wereld op zijn kop zet en waarin de grofgebekte, van pedofilie en moord verdachte hoofdpersoon zuivere ontroering oproept. Dit veruit vunzigste boek uit de Nederlandse literatuur verdient het als parel de geschiedenis in te gaan.

Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen