AKO-Literatuurprijs 2007

Ga direct naar

Details:

Aantal inzendingen: 374
Plaats en datum bekendmaking nominaties: Amsterdam, Openbare Bibliotheek, 21 september 2007
Plaats en datum uitreiking: Apeldoorn, Paleis Het Loo, 5 november 2007

Uitreikingsrapport:

Maak van driehonderdvierenzeventig vijfentwintig, maak vervolgens van vijfentwintig zes en van zes één. Zo ongeveer luidde de piramidale opdracht van de AKO-literatuurjury dit jaar. Maar natuurlijk gaat het niet om kwantitatief geplus en gemin maar om kwaliteit. De jury wil graag uitspreken dat 2007 een uitzonderlijk rijk literair jaar was, zowel in de afdeling fictie als in de afdeling non-fictie. Gelouterde schrijvers roerden zich met prachtig nieuw werk, debutanten trokken de aandacht met veelbelovende verhalen, romans en essays.

Om uit deze rijke oogst te kunnen kiezen moest de jury voor haar gevoel soms streng zijn en met pijn in het hart afscheid nemen van boeken op de tiplijst om tot de toplijst te geraken. De zes genomineerden hebben boeken geschreven die allemaal de AKO-literatuurprijs 2007 moesten kunnen winnen. Met die gedachte wikten en wogen en schrapten we, tot we tot het sextet boeken kwamen dat u inmiddels kent.

Het verbluffende en onthutsende Tirza van Arnon Grunberg, over de neergang van een man en vader in een onmogelijk wordende wereld.
Het schervengericht van A.F.Th., een ongekende gevangenisroman waarin het stilistische vuurwerk en de vertellershoogstandjes een ijzingwekkende geschiedenis in beeld brengen.
Het mooie, menselijke en sensibele tweeluik over liefdes en onmogelijke keuzes Heb lief en zie niet om van Willem van Maanen.
Mevrouw Verona daalt de heuvel af, het prachtig geschreven romantische sprookje van Dimitri Verhulst over een vrouw die afscheid neemt van haar vertrouwde wereld.
Frank Westermans Ararat, het indringende verslag van een man die een heuse berg probeert te bedwingen en onderweg de obsessies en obstakels uit zijn jeugd tegenkomt.
Joost Zwagermans essaybundel Transito, waarin de schrijver ons bevlogen en vol heldere inzichten door de wereld van hedendaagse kunst en literatuur gidst.

De jury moest kiezen tussen fictie en non-fictie, tussen dunne novelles en baksteendikke turven, tussen melancholische schoonheid en menselijke tragiek. Het was niet eenvoudig. We hebben gekozen voor een onontkoombaar boek dat, geschreven in een prachtige stijl, de mens laat zien op het scherp van de snede. De AKO-Literatuurprijs 2007 gaat naar A.F.Th. voor Het schervengericht.

De jury
Gerlach Cerfontaine (voorzitter)
Johan De Haes
Margot Dijkgraaf
Jacqueline van der Linden-Piret
Jeroen Overstijns
Rob Schouten

Winnaar

  • A.F.Th. van der Heijden - Het schervengericht

    Laudatio voor Het schervengericht
    Aan ambitie ontbreekt het A.F.Th. niet. Met volharding neemt hij steeds weer een genereuze hap uit onze tijd. Daarvan heeft hij zijn handelsmerk gemaakt. Met Het schervengericht heeft zijn ambitie om grote bewegingen te maken hem gedreven tot op een hoogte waar hij nog weinig tegenstand hoeft te dulden. Van der Heijden heeft zijn armen hier heel breed gespreid. En vervolgens zijn verbeelding losgelaten. Hij heeft geworsteld, gekneed en geknipt. Het resultaat telt meer dan duizend bladzijden en die zijn een feest van de fantasie, waarin hoofdstukken dansen op de gloeiende stukken kool van onze tegenwoordige tijd.

    Het schervengericht is een deel van de romancyclus Homo Duplex. De cyclus gaat over gedaanteveranderingen. Die heeft Van der Heijden ook zelf ondergaan. In deze cyclus schrijft hij lyrischer, breedvoeriger dan in De tandeloze tijd. Maar hij blijft even betrokken bij de werkelijkheid, en vooral blijft hij in Het schervengericht even sprankelend de wereld naar zijn mythologiserende hand zetten, tientallen personages uitdiepend en als een halfgod over zijn schaakbord schuivend. Een rode draad in Homo Duplex is de vraag die hoofdpersonage QX-Q8 kwelt. Zal hij de grote wereldrevolutie kunnen doen uitbreken? Die open vraag spiegelt de vraag of Van der Heijden het titanenwerk van zijn nieuwe cyclus rond zal krijgen. Zal hij de banvloek bezweren die hij over zichzelf uitriep?

    Maar eigenlijk is dat zelfs de vraag al niet meer. Want in Het schervengericht toont Van der Heijden hoe elke weg weer twee andere wegen opent, en hoe een echte meester van de verbeelding zijn talent bewijst door het eeuwig openplooien van telkens nieuwe stukjes werkelijkheid. Als een accordeon die wonderbaarlijke nieuwe tonen tevoorschijn tovert door zich uit te strekken tot in het oneindige.

    Nominatierapport
    A.F.Th. van der Heijden heeft van ambitie zijn handelsmerk gemaakt. En met Het schervengericht heeft zijn ambitie om grote bewegingen te maken hem tot grote hoogte gedreven. Van der Heijden heeft zijn armen heel breed gespreid om zo veel mogelijk materiaal te vangen. En vervolgens heeft hij er zijn verbeelding op losgelaten. Het resultaat telt meer dan duizend bladzijden en die zijn een feest van de fantasie, waarin hoofdstukken dansen op de gloeiende stukken kool van onze tegenwoordige tijd.

    Het schervengericht vraagt niet weinig van zijn lezer. Het trekt die lezer naar de Westkust van de Verenigde Staten. Een regisseur komt in een gevangenis zichzelf tegen, in de gedaante van een mysterieuze medegevangene. Die heeft wellicht een tragische wending veroorzaakt in zijn leven. Is hij immers niet verantwoordelijk voor de dood van de vrouw van deze regisseur, en van hun ongeboren kind? De twee gevangenen voeren broeierige gesprekken. Een raadselachtige cipier observeert hen. Door dit verhaal lopen allerlei lijnen uit de werkelijkheid, in de eerste plaats de moorden van de sekte van Charles Manson op de vrouw, het kind en vrienden van regisseur Roman Polanski. Maar dit is een moderne mythe geworden, waarin Van der Heijden het stof van de werkelijkheid op een hoger niveau heeft gebracht.

    Het schervengericht is een deel van de groeiende romancyclus Homo Duplex. A.F.Th. schrijft lyrischer, breedvoetiger en springeriger dan in zijn romanreeks De tandeloze tijd. Maar hij blijft even betrokken bij de werkelijkheid, en vooral blijft hij even sprankelend de wereld naar zijn hand zetten, tientallen personages uitdiepend en als een halfgod over zijn schaakbord schuivend. Een rode draad in Homo Duplex is de vraag die hoofdpersonage QX-Q8 kwelt, namelijk of hij in staat zal zijn om alle pionnen in zijn eigen spel zo te schuiven dat de grote wereldrevolutie zal uitbreken. Die open vraag spiegelt de vraag of Van der Heijden het titanenwerk van zijn nieuwe cyclus rond zal krijgen. Maar eigenlijk is dat zelfs de vraag al niet meer. Want in Het schervengericht toont Van der Heijden hoe elke weg weer twee andere opent. Een echte meester van de verbeelding bewijst zijn talent niet door af te sluiten, maar juist door het eeuwig openplooien van telkens nieuwe stukjes werkelijkheid. Als een accordeon die wonderbaarlijke tonen tevoorschijn tovert door zich uit te strekken tot in het oneindige.

Genomineerd

  • Arnon Grunberg - Tirza

    Rapport Arnon Grunberg:
    ‘Jörgen Hofmeester staat in de keuken en snijdt tonijn voor een feest.’ Zo begint Tirza van Arnon Grunberg. De roman lijkt op het eerste gezicht een strak gecomponeerd realistisch familiedrama maar de groteske elementen uit vroeger werk zijn nog niet verdwenen. Het feest is er voor Jörgens dochter Tirza die na een puberteit met eetstoornissen, samen met haar vriendje naar Namibië vertrekt. Jörgen speelt de rol van kokkerellende en zorgende vader met overgave. Zijn vrouw is al drie jaar het huis uit. Inmiddels is hij zijn werk en zijn spaargeld kwijt. Drie dagen voor het feestje komt zijn vrouw opdagen, zonder enkele illusie omtrent hun huwelijk of een greintje berouw. Het sarren en villen gaat voort, als in een toneelstuk van Edward Albee.

    Jörgen is een overbezorgde en verstikkende vader. Tirza is zijn ‘zonnekoningin’ en zijn enige reden van bestaan, nadat zijn andere dochter door hem op heterdaad met een onderhuurder was betrapt. Op het feestje verschijnt Tirza met haar vriend die op de bekende terrorist Mohammed Atta lijkt. Hier wordt grijnzend en op het scherp van de snede de confrontatie met wanhoop en ontgoocheling aangegaan. Jörgen weet zich al van zijn geboorte af verslagen en faalt in elke houding die hij aanneemt, in elk spel dat hij speelt. Zoals Tolstoj de kunst afwees en voor het leven koos, zo wil Jörgen Hofmeester met de seksualiteit afrekenen. Maar hij voelt zich tot leven komen als hij op het feestje rotzooit met het depressieve vriendinnetje van zijn geliefde dochter. Wat hem uit de val van zijn schaamte en egoïsme had kunnen redden is zijn liefde voor Tirza, maar zij slaat op de vlucht. Ten slotte trekt hij naar Namibië waar hij dagenlang in groeiende verdwazing rondtoert, op zoek naar zijn dochter, maar meer nog naar vergetelheid en dood.

    Tirza is het indrukwekkende en beklemmende portret van een beschaafde, conformistische en angstige man, die wegzinkt in het moeras van zijn mislukkingen. Hij wordt verslagen door zijn reële en ingebeelde angsten. De naderende ouderdom fnuikt hem. Zijn illusies en verlangens zijn verdampt. Verlossing is er niet meer bij voor Jörgen Hofmeester. Wel schuilt in momenten van vernedering het besef dat hij nog leeft. Daarvoor moet hij spartelen aan het touwtje dat een genadeloze en meelevende Grunberg stevig in handen houdt. Vierhonderd bladzijden lang. En dat is er niet één teveel.

    Laudatio voor Tirza
    De ware schrijver schrijft zijn hele leven lang hetzelfde boek, zegt men. Maar ook: op elke bladzijde blijft hij herkenbaar, terwijl hij zichzelf voortdurend vernieuwt, zich spiegelt in zijn tijd en de schutkleur van zijn leeftijd aanneemt.

    Arnon Grunberg is nog maar zesendertig en nu al is zijn stijl zijn waarmerk geworden. Toch is er wat veranderd. In Tirza stelt hij zijn lezers nog altijd met extreme emoties op de proef, maar de groteske effecten zijn ingebed in een vertelling die op het strakkere stramien van een familiedrama is geënt. Jörgen Hofmeester verschijnt als een zorgzame gastheer en vader. In een roman van Grunberg gebeurt zo iets niet ongestraft. Het begint al met zijn vrouw die na een lange afwezigheid zonder één woord van spijt op een feestje voor zijn verafgode dochter Tirza verschijnt. Het wederzijdse sarren en villen van het echtpaar levert superieur proza op. Het is rillen en genieten, vanuit de lezerszetel.

    Maar dan stapelen de misverstanden zich op. Hofmeester raakt ontmaskerd als een verstikkende echtgenoot en vader, een man die vergeefs uit de val van zijn egoïsme en zijn schaamte wil ontsnappen. Deze conformist is al bij zijn geboorte verslagen. Hij faalt in elke houding die hij aanneemt, in elk spel dat hij speelt. Zo zakt hij weg in het moeras van zijn mislukkingen en angsten. Zijn illusies en verlangens verdampen. Zo er al sprake is van een minimale waardigheid, schuilt die verrassend genoeg in de vernedering die hij moet ondergaan. Alleen zo leeft hij nog, bungelend weliswaar aan de touwtjes die een wrede schrijver in handen houdt.

    Tirza is een roman waarin Arnon Grunberg met steeds grotere emotionele rijpheid en verbale beheersing trouw blijft aan zichzelf én zichzelf vernieuwt. Met een nieuw hoogtepunt in een nog jong oeuvre als indrukwekkend resultaat.

  • Willem G. van Maanen - Heb lief en zie niet om

    Rapport Willem G. van Maanen:
    Al meer dan een halve eeuw werkt Willem G. van Maanen aan een indrukwekkend oeuvre dat vaak draait om de verhouding tussen schijn en werkelijkheid. Dat is ook een kernthema in zijn meest recente roman Heb lief en zie niet om. De roman is inhoudelijk niet eenvoudig te duiden, speelt met verschillende literaire genres, zit vol (schijn-)tegenstellingen en literaire verwijzingen en onttrekt zich in harmonieus taalgebruik soeverein aan iedere mode of actualiteit.

    Het boek is een tweeluik: de verteller van het eerste deel, dat zich tijdens de Tweede Wereldoorlog afspeelt, is een acteur, ‘een man zonder principes. Goed en kwaad hadden vrij spel met me’. Zijn joodse vrouw verlaat hem voor haar Duitse, gevluchte minnaar, met achterlating van hun zoon. De acteur, die zich bij de Kultuurkamer heeft gemeld om te kunnen blijven spelen, ontfermt zich over zijn joodse buurvrouw wier stiefzoon, voor de deur, door Duitse kogels is gedood.

    Het tweede deel van de roman is een later door deze buurvrouw geschreven monoloog, die door de acteur wordt gespeeld. Vanwege zijn collaboratie komt hij niet meer aan de bak bij een toneelgezelschap. In de monoloog gaat een man (die dezelfde naam draagt als de gedode jongen uit het eerste deel) op zoek naar de vrouwen die ervoor hebben gezorgd dat hij als onderduiker in een nonnenklooster de oorlog heeft overleefd.

    Heb lief en zie niet om stelt vragen, zoals iedere goede roman. Hoe is het nu werkelijk gegaan, in wiens droom zijn wij beland, is het wel mogelijk een eenduidig verhaal te destilleren uit de meerstemmigheid die Willem G. van Maanen ons voorschotelt? Wie heeft er schuld, bestaat er wel zoiets als zwart en wit of zijn de cruciale momenten uit een mensenleven per definitie ongrijpbaar en in grijstinten gehuld? Waarheid en leugen, schuld en onschuld, oorzaak en gevolg - niets is ondubbelzinnig in deze roman die een beroep doet op de creativiteit en intelligentie van de lezer.

    ‘Men hoeft niet te weten wat men is om het te zijn,’ luidt het aan Mulisch ontleende motto van het tweede deel. Bij enkele personages bestaat verwarring over hun al of niet joodse identiteit, een onzekerheid die voor hen direct verband houdt met de vraag ‘Is het de bedoeling dat ik leef of is het toeval?’ Anderen tasten in het duister omtrent drijfveren voor bedrog en verraad, verdrongen hartstochten en religieuze worstelingen. Het maakt Heb lief en zie niet om tot een roman die de lezer niet los laat, lang nadat hij het boek heeft uitgelezen.

    Laudatio voor Heb lief en zie niet om
    Al meer dan een halve eeuw werkt Willem G. van Maanen aan een indrukwekkend oeuvre dat vaak draait om de verhouding tussen schijn en werkelijkheid. Dat is ook een kernthema in zijn meest recente roman Heb lief en zie niet om.

    De roman is inhoudelijk niet eenvoudig te duiden, speelt met verschillende literaire genres, zit vol (schijn-)tegenstellingen en literaire verwijzingen en onttrekt zich in harmonieus taalgebruik soeverein aan iedere mode of actualiteit. Het boek is een tweeluik: de verteller van het eerste deel, dat zich tijdens de Tweede Wereldoorlog afspeelt, is een acteur. Het tweede deel van de roman is een later door een buurvrouw geschreven monoloog, die door de acteur wordt ingestudeerd. De monoloog grijpt op allerlei manieren terug op het eerste deel van het tweeluik. Voortdurend word je als lezer van Heb lief en zie niet om gedwongen je vragen te stellen: in wiens verhaal zitten wij, in wiens droom zijn wij beland? Hoe zit het nu werkelijk in elkaar? Is er wel een eenduidig verhaal te destilleren uit de meerstemmigheid die de auteur ons voorschotelt? Wie heeft er schuld? En is dat van belang? Bestaat er wel zoiets als zwart en wit of zijn de cruciale momenten uit een mensenleven per definitie ongrijpbaar en in grijstinten gehuld?

    Waarheid en leugen, schuld en onschuld, oorzaak en gevolg - niets is ondubbelzinnig in deze roman die de lezer serieus neemt en een beroep doet op diens creativiteit en intelligentie. ‘Men hoeft niet te weten wat men is om het te zijn’, luidt het aan Mulisch ontleende motto van het tweede deel. Bij de een draait de verwarring om de joodse identiteit, de ander tast in het duister als het gaat om drijfveren voor bedrog en verraad, om verdrongen hartstocht of religieuze worsteling.

    Het maakt Heb lief en zie niet om tot een schitterende roman die je blijft bezighouden, ook lang nadat je het boek hebt uitgelezen.

  • Dimitri Verhulst - Mevrouw Verona daalt de heuvel af

    Rapport Dimitri Verhulst:
    Met zijn novelle Mevrouw Verona daalt de heuvel af heeft Dimitri Verhulst een klassiek en poëtisch verhaal geschreven over een vanzelfsprekende en eeuwige liefde. Als mevrouw Verona een van de heuvels van het dorpje, waar ze met haar man meneer Pottenbakker lang woonde, afdaalt weet ze dat ze nooit meer thuis zal geraken. Op die heuvel heeft haar man zich na een uitzichtloze ziekte verhangen aan een boom. Daarvoor heeft hij een enorme hoeveelheid hout gekapt waaraan zij zich nog vele jaren kon verwarmen. Het laatste blok heeft ze opgestookt voordat zij afdaalt.

    Onderaan de heuvel bij de rivier, zittend op een bankje in de sneeuw, met aan haar voeten de trouwe hond overdenkt ze haar leven. Een leven dat zich afspeelt in het Waalse dorpje Oucwègne, waar saaie burgers een voorspelbaar en uitzichtloos bestaan leiden. Bizarre, humoristische en intieme gebeurtenissen vullen het verhaal van de idyllische liefde van mevrouw Verona voor meneer Pottenbakker. De mannelijke inwoners van het dorpje, waar alleen jongens worden geboren, blijven hopen dat mevrouw Verona na de dood van haar man alsnog enige belangstelling voor hen zal tonen. Onverstoorbaar blijft zij echter na zijn dood haar grote liefde koesteren. De lelijkheid van het platteland met de troosteloze en zonderlinge levens van zijn bewoners vormt een contrastrijk decor voor onvoorwaardelijke trouw. Oucwègne is een dorp waar een koe tot burgemeester wordt gekozen, dokter mademoiselle Lunette eigenlijk dierenarts is en de haring in het winkeltje van Rosette Courtheoux al 17 jaar op een koper wacht.

    Verhulst verklaarde in een interview als schrijver een tienkamper te willen zijn. In dit geval heeft deze auteur, die zich eerder al een meester in het burleske toonde, gekozen voor stijl en atmosfeer. Met Mevrouw Verona daalt de heuvel af voegt Verhulst zich in de haast vergeten traditie van schrijvers als Van Schendel en Van der Leeuw. Hij schreef een indringend en krachtig verhaal vol zorgvuldig gekozen zinnen en woorden, organisch en authentiek als de cello die mevrouw Verona bespeelt: ‘Ze speelde. Lelijk, maar ze speelde. Fauré. De stukken die ze met haar geliefde op de academie had gespeeld, maar dit keer met wangen zonder blos. Ze drukte zich tegen het instrument aan om de trillingen te voelen.’

    Dimitri Verhulst laat in Mevrouw Verona daalt de heuvel af zien dat de novelle, de laatste tijd wel eens dood gewaand, een springlevend genre is. Een klein en fijn werk van een stijlvirtuoos.

    Laudatio voor Mevrouw Verona daalt de heuvel af
    Is het boek van Dimitri Verhulst een roman? Een novelle? Dat is een louter academische kwestie. De vraag stellen zou Mevrouw Verona daalt de heuvel af tekort doen. Het is kortweg een vertelling over de oude mevrouw Verona die nadat haar laatste blokje hout is opgestookt, het huis op de heuvel verlaat om er niet meer terug te keren.

    Gedurende die laatste gang krijgen we van alles te horen over haar huwelijk met de te jong gestorven meneer Pottenbakker, componist van ‘droevige muziek waar kamerplanten beter van groeiden’, over het merkwaardige dorpje Oucwègne waarin zieken een norse dierenarts bezoeken, waarin de mannelijke bevolking tafelvoetbal in de kantine speelt, onderwijl hongerend naar de weduwe Verona en waar een koe burgemeester wordt en in een deux-chevaux wordt rondgereden. Een soortement plattelandsidylle die misschien wel een reactie vormt op de vele verdrietjes van België die er sinds dat grote Verdriet van België de laatste jaren verschenen. Maar bovenal is het een prachtige, lyrische evocatie van leven en dood, van hunkering en melancholie, van herdenking ook vooral: mevrouw Verona laat een cello maken van het hout van de boom waaraan haar man zich heeft opgeknoopt.

    Het is niet makkelijk om aan te wijzen waar het geheim van Mevrouw Verona daalt de heuvel af ‘m precies in zit. Is het de ingehouden, subtiele stijl? Is het de sobere geschiedenis zelf? Is ‘t het tijdloze karakter? Want de moderne, technocratische en geglobaliseerde wereld is hier nog niet doorgedrongen. Verhulst verwijst op een sublieme manier terug naar de haast vergeten maar door hem weer in ere herstelde literatuur van schrijvers als Arthur van Schendel, Felix Timmermans. Eigenlijk een soort mirakel, deze vertelling, een experiment met het voorbije dat heel wat schrijvers van het postmodernisme het nakijken geeft.

  • Frank Westerman - Ararat

    Rapport Frank Westerman:
    Frank Westerman danst als geen ander zwierig tussen feit en fictie. In Ararat laat hij zijn fascinatie voor een berg overlopen in een bijzonder gevoelig relaas over zijn verhouding tot religie. Hij schreef een boek over weten en geloven, over feiten en fantasie, en in het midden staat de berg. ‘Ik wilde deze heilige berg beschouwen en uiteindelijk beklimmen, met oog voor zowel de mythe als de realiteit.’

    Westerman neemt zichzelf als startpunt, en beschrijft een benauwend avontuur tijdens een vakantie in Oostenrijk. Als elfjarige overleeft hij het ternauwernood. Hij vertelt hoe hij opgroeit in een christelijk gezin en op een christelijke school, maar leraren natuurkunde en wiskunde doen zijn geloof wankelen. Jaren later roept ook het vaderschap vragen op. Door het boek lopen de vragen die zijn dochter hem stelt. Westerman zoekt naar begrijpende antwoorden. Door die persoonlijke belevenissen heen weeft hij zijn groeiend verlangen om de heilige berg Ararat te beklimmen. In een spiegeling van de zoektocht naar zijn eigen geloof steekt hij bij zijn vroegere hoogleraar geologie zijn licht op en bezoekt hij een in Nederland wonende Armeense seismoloog. Beide wetenschappers hebben verschillende meningen over het karakter van de vulkaan, een weerkaatsing van de twijfel die geloof in zijn meest mystieke vorm veroorzaakt. Van vrienden en bekenden krijgt Westerman adviezen, hij leest verhalen van personen die eerder de Ararat beklommen en ten slotte besluit hij de stap te wagen: hij maakt de reis.

    Westerman maakt omtrekkende bewegingen maar verliest nooit zijn doel – het beklimmen van de berg – uit het oog. Ter voorbereiding maakt hij een wadlooptocht samen met zijn vrouw en reist hij naar Turkije. Op de achtergrond speelt de Armeense genocide. Hij bespreekt diverse arkzoekers en toont hoe Noach niet de exclusief Bijbelse figuur is, maar de drager van talloze verhalen in andere culturen en godsdiensten, met het Gilgamesj-epos als oudste. Westerman is er in geslaagd om de talloze feiten en de mythes over de Ararat met zijn persoonlijke verhalen soepel te laten samenvloeien tot een mythe die proeft als echt.

    Het is een subtiele zoektocht geworden naar antwoorden op kinderlijk eenvoudige vragen, in een taal die transparant is en vloeiend. Frank Westerman schildert, vaak op ontroerende wijze, zijn worsteling met een berg en met religie. Een grimmig maar ook lieflijk landschap. Met feiten die vragen oproepen en antwoorden die over de feiten glijden.

    Laudatio voor Ararat
    Wij hier aan tafel, zijn waarschijnlijk bijna allemaal als gelovigen opgevoed en toch zullen er slechts weinigen van ons nu nog geloven. Hoe is dat gekomen? In zijn boek beschrijft Frank Westerman hoe die verandering bij hemzelf is gegaan. Dat gebeurde stapje voor stapje en het begon vanuit een oer-Hollands hervormd perspectief. Die ontwikkeling koppelt hij aan een wonderlijke tocht over de bestijging van de Ararat, de berg op de grens van Turkije en Armenië, waar volgens de overlevering de ark van Noach terecht is gekomen na de zondvloed. De eigenlijke beklimming begint pas als je het boek al voor driekwart gelezen hebt.

    Westerman neemt een fascinerende aanloop en laat ons kennismaken met letterlijk en figuurlijk alle kanten van de berg. Moeiteloos schakelt hij heen en weer tussen verleden en heden, tussen zijn strenge vroegere schoolmeester en zijn jonge kind dat de eerste woordjes aan het leren is. Hij neemt alle tijd om over de geschiedenis van de beklimming te praten, over de geologie en de geografie en de plaats die de goddelijke berg inneemt bij de Armeniërs, en hij spreekt over de Turken en hun moeizame verhouding met diezelfde Armeniërs.

    Westerman raadpleegt een aantal deskundigen en geeft genietend hun tegenovergestelde meningen weer. Dat hoort bij zijn manier van denken: open voor alle kanten van de zaak. Onbevangen verbaast hij zich over zogenaamd onbeduidende zaken en met alle informatie die hij op zijn zoektocht verzamelt vormt hij zich een mening of een beeld. Het maakt Westerman tot een scherp formulerend wereldreiziger met een scherp oog ‘voor den vreemde’. Hij schrijft nuchter, aards, toegankelijk en met veel gevoel voor details. Het is een rijke manier van vertellen.

    De uiteindelijke tocht naar de top eindigt in een grote mistbank. Er is geen hand voor ogen te zien maar als lezer heb je dan volop kunnen genieten van een groot aantal verhelderende visies. Het maakt Ararat tot een ongelooflijk rijk boek.

  • Joost Zwagerman - Transito

    Rapport Joost Zwagerman:
    ‘Transito’ betekent: doorvoer van goederen. Het is ook de titel van de zesde essaybundel van Joost Zwagerman. Misschien wel een typisch Nederlandse titel want Nederland is in handelstermen een transitoland. Klein maar met overal contacten en aanknopingpunten. Iets soortgelijks wil Zwagerman ook bieden: een onbekrompen, ruim uitzicht op de wereld van kunst en cultuur om ons heen.

    Transito begint met twee stukken gewijd aan Europese kunstenaars in Amerika, de Nederlander Willem de Kooning en de Duitser Gerhard Richter, en het eindigt met een ode aan Bergen aan Zee, de streek van Zwagermans jeugdjaren. In de tussentijd heeft de schrijver een lange reis gemaakt, die hem langs Los Angeles voerde, New York, Düsseldorf, Amsterdam. Een reis met als voornaamste motief: kritische belangstelling. Of het nu gaat om de de kunst die Amerikaanse slaapsteden oplevert, om de netto resultaten van die goeie ouwe Beat-Generation, om het werk van een veronachtzaamde dichter als Pieter Boskma of om de kleingeestigheid van de vaderlandse literaire clique, steeds geeft Zwagerman attent, welbespraakt en terzakekundig zijn mening over zaken, die als je er bij hem over leest, opeens allemaal van belang lijken. Want dat is, bij al zijn kritische, polemische en stilistische gaven, misschien wel het grootste talent van Zwagerman: hij weet zijn lezers te enthousiasmeren, zijn eigen geestdrift slaat ongemerkt over op de ander. Dat is een eigenschap die je in de Nederlandse essayistiek, die van nature meer bedachtzaam dan uitdagend is, niet veel aantreft. Het maakt het lezen van Transito tot een meeslepend avontuur.

    Transito gaat over ónze wereld, ónze films, ónze literatuur, het is een bij uitstek bijdetijdse bundel maar achter die opperste aandacht voor de actualiteit gaat in feite een minder tijdgebonden uitzicht schuil, dat Zwagerman in zijn portret van het intrigerende personage Ricky uit de film American Beauty als volgt uitlegt: ‘Het is een personage dat makkelijk over het hoofd valt te zien. Maar juist in suburbia is een scherpe blik vereist. Look closer.’ In Transito heeft Zwagerman de oude kunst van het nauwkeurige kijken ontdaan van haar academische aankleefsels en als het ware geëmancipeerd voor lezers van nu. Wat dat betreft is Transito ook een doorvoerhaven van een oude verdienste naar een nieuwe praktijk. Zwagermans unieke combinatie van scherpe blik en bevlogenheid maken hem in deze bundel tot de meest rake essayist van zijn generatie.

    Laudatio voor Transito
    In Transito loodst Joost Zwagerman de lezers door zijn pakhuis, een terrein vol waren die hij met ons wil delen. Verrassend spul soms, zoals van de niet overbekende Amerikaanse romanschrijfsters A. Homes en Joan Didion, maar ook overbekende lading, met John Updike, Sylvia Plath of Gerard Reve.

    Een opmerkelijk groot deel van deze opslagplaats is trouwens volgepakt met Amerikana, van outlaws en ouwe hippies tot verbeelders van suburbia en de hedendaagse stadsjungle. Wie Zwagerman volgt leert vanzelf zijn mogelijk eurocentrische blik nuanceren en krijgt zicht op de moraal en de leefomstandigheden van de nieuwe tijd, zoals die wordt weerspiegeld in de kunst van schrijvers, schilders, filmmakers, fotografen. Zwagerman is bij dit alles een soort Vergilius die ons door hel, vagevuur en paradijs gidst, een veeleter, een nieuwsgierige en geestdriftige genieter voor wie hoog of laag niet telt.

    Maar misschien nog treffender dan zijn open oog voor de kunst van vandaag is Zwagermans gevoeligheid voor de diepte achter het oppervlak, voor de waarheid achter de leugen. Als hij het over Diana Arbus heeft ziet hij de lyriek achter de depressie. Gaat het over Reve als schrijver van de slappe lach of van de vrome frons, dan ziet hij de mystieke openbaring achter dit alles. Dat is kortweg waarom je dit boek moet lezen; Zwagerman haalt met zijn tegelijkertijd enthousiaste en kritische blik makkelijke en comfortabele oordelen onderuit. Niet als een onverstaanbaar pruttelende dwarsligger maar als een heldere polemist tornt hij graag aan vastgeroeste ideeën over schoonheid en relevantie. En dat is per saldo het mooiste wat essayistiek kan opleveren: herziening van waar je op uitgekeken dacht te zijn, opheffing van oude grenzen.

    En zo kruipt de lezer ook uit deze rijke en veelzijdige bundel: met het gevoel dat het New York van Bill de Kooning en Philip Roth toch ook gewoon grenst aan het Alkmaar en Bergen aan Zee van Zwagerman.

Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen