AKO-Literatuurprijs 2008

Ga direct naar

Details:

Aantal inzendingen: 346 titels
Prijzengeld: 50.000 euro
Plaats en datum uitreiking: Scheveningen, Kurhaus, 3 november 2008


Uitreikingsrapport:

De jury heeft dit jaar 371 [i.e. 346] boeken beoordeeld. Daarvan valt bijna veertig procent in de categorie van non-fictie, een opmerkelijke toename in vergelijking met vorige jaren. De jury heeft bovendien de indruk dat het genre van de non-fictie zich steeds verder ontwikkelt en verfijnt en dat er steeds meer gebruik wordt gemaakt van literaire technieken. Het is dan ook niet voor niets dat de Toplijst voor de helft uit non-fictie bestaat.

In alfabetische volgorde:

Elisabeth de Flines van Machiel Bosman. In dit boek wordt zorgvuldige geschiedschrijving gecombineerd met verbeeldingskracht en zo ontstaat een klassiek liefdesdrama, waarin de dochter van een rijke Amsterdamse koopman verliefd wordt op de knecht van haar vader.

Dünya van Tomas Lieske. Een verbluffend epos, gesitueerd in de eerste decennia van de twintigste eeuw in Turkije. En veelstemmige roman, die toont hoe rekbaar en hoe belangrijk begrippen als oost en west, liefde en identiteit zijn.

Over de liefde van Doeschka Meijsing. Een boek over liefde, vriendschap, verliefdheid en verbondenheid, tussen broers en zus, tussen vrouw en man, vrouw en vrouw. Gecomponeerd als een muziekstuk.

De ontsproten Picasso van Bianca Stigter. Zorgvuldige, lichtvoetige essays, geïnformeerd en gevoelig. Haar beschouwingen raken de ziel van allerlei films en kunstwerken, regisseurs en kunstenaars.

Het complot van België van Chris de Stoop. De Stoop verbindt drie heel verschillende onderwerpen met elkaar tot één Belgisch complot: de kwalijke rol van België bij de genocide in Rwanda, de martelpraktijken zoals die gebruikelijk waren in rooms-katholieke psychiatrische inrichtingen en de geschiedenis van een wanhopige paranoïde vrouw.

Het recht op terugkeer van Leon de Winter. Dit boek, dat zich afspeelt in een onherbergzaam toekomstig Israël, is spannend als een thriller. Tegelijkertijd is het een ontroerende roman over vaders en zonen en over de angst voor verlies.

De jury
W.J. Deetman (voorzitter)
Bas Belleman
Frank Hellemans
Jeroen Overstijns
Marjan Veenman-Arts
Marjoleine de Vos

Winnaar

  • Doeschka Meijsing - Over de liefde

    Rapport winnaar
    Alle zes boeken verdienen een prijs. Na veel wikken en wegen is de keus gevallen op het boek, waarin de personages trefzeker zijn neergezet, dat getypeerd kan worden als hard en scherp maar tegelijkertijd ook liefdevol en humoristisch. Een sprankelend, geraffineerd en toonvast boek. Dat boek is: Over de liefde van Doeschka Meijsing.

    Nominatierapport
    ‘Ik bleef achter met de wens dat een veel groter geheugenverlies me zou treffen,’ meent Philippa in Over de liefde van Doeschka Meijsing, als zij voor de tweede keer een gat in haar herinnering constateert. Niet alleen is zij de laatste twee jaar met haar liefde Jula ziende blind geweest, ze weet ook absoluut niet meer wat ze eigenlijk op de Willemsparkweg deed op het moment dat een cementwagen een deel van het terras en de pui van een café ramde. Op dat moment, als zij haar jeugdliefde Buri voor de wagen wegsleurt en met haar hoofd tegen een zuiltje knalt, begint Meijsings indrukwekkende verhaal over de liefde: over de liefde die nooit over gaat, over de bijna onmogelijke opgave van willen vasthouden en moeten loslaten. Over jeugdliefde, over vriendschap, over verliefdheid, over de rare verbondenheid tussen broers en zus en natuurlijk ook en vooral over de liefde tussen twee polen, vrouw en man, vrouw en vrouw.

    Mensen voelen zich als een natuurverschijnsel tot elkaar aangetrokken, ook in de gelijkgeslachtelijke liefde, die Pip als een gehonoreerde afwijking beschouwt. Maar wie durft lief te hebben, loopt steeds weer het risico te verliezen wat zij bezat. Met de onvermijdelijke schaamte en verscheurdheid die ze het liefst zou willen vergeten, desnoods heel hardhandig. Noem het retrograde amnesie, noem het verdediging, noem het wegzwemmen.

    Meijsing schreef een indrukwekkende roman die vanaf de eerste bladzijde gekenmerkt wordt door snelheid, spanning en originaliteit. Zijwegen worden overtuigend bewandeld, het verleden blijkt verrassend actueel en de personages komen prachtig uit de verf. Het verhaal is niet alleen knap geconstrueerd, het overtuigt minstens zo door de trefzekere stijl. Zin voor zin, woord voor woord troost de ironie, leidt de woordkeus tot meehuiveren maar ook tot weemoed. De Japanse commandant, het eenzame zwemmen door de gracht maar ook de zonnige meisjespopulatie op het lyceum, het blauw van Ticino, allemaal elementen die ontroeren en die je bijblijven. Over de liefde van Doeschka Meijsing is een boek om lief te hebben.

    Laudatio van de jury voor Over de liefde
    Wie kent niet de frustratie van het geheugen dat je in de steek laat? Anderzijds kan geheugenverlies een zegen zijn. Wie in de liefde ziende blind is geweest, heeft alleen te winnen bij een gat, een groot gat in haar herinnering. En dat overkomt Philippa. Als zij haar jeugdliefde Buri voor een cementwagen wegsleurt en met haar hoofd tegen een paaltje knalt, begint het indrukwekkende verhaal dat Doeschka Meijsing ons vertelt over de liefde. Over de liefde die nooit over gaat, over de bijna onmogelijke opgave van willen vasthouden en moeten loslaten. Over knorrige, kwetsbare, dappere Pip, die zo heel goed weet wat liefde is, ook al denkt zij zelf van niet. Over jeugdliefde, over vriendschap , over verliefdheid , over de rare verbondenheid tussen broers en zus en natuurlijk ook en vooral over de liefde tussen twee polen, vrouw en man, vrouw en vrouw.

    Meijsing schreef een roman waarin vele eerdere thema’s en motieven uit haar oeuvre prachtig samenkomen. Het verhaal is niet alleen knap geconstrueerd, het overtuigt minstens zo door de trefzekere stijl. Zin voor zin, woord voor woord biedt de ironie troost en leidt de woordkeus tot meehuiveren maar ook tot weemoed. De Japanse commandant, het eenzame zwemmen door de gracht maar ook de zonnige meisjespopulatie op het lyceum, het huis en het blauw van Ticino, het zijn allemaal elementen die ontroeren en die je bijblijven.

    Over de liefde is een nieuw hoogtepunt in het werk van Doeschka Meijsing, een feest van herkenning, een boek om lief te hebben.

Genomineerd

  • Machiel Bosman - Elisabeth de Flines

    Rapport Machiel Bosman:
    'Ik wens en begeer dat de trouweloze handelingen van mijn vader publiek en openbaar gemaakt zullen worden, desnoods na mijn dood,' schreef Elisabeth de Flines. Het heeft drie eeuwen geduurd voordat haar wens werd vervuld, maar met het boek van historicus Machiel Bosman is het zover. Vol inlevingsvermogen, met een scherp oog voor de sociale verhoudingen rond het jaar 1700 en een feilloos gevoel voor sprekende details, beschrijft Bosman de langdurige vete tussen vader en dochter. Het resulteert in een Shakespeariaans drama over liefde en macht, eer en geluk, moed en verraad.

    De dochter van de rijke Amsterdamse koopman Jacob de Flines wordt verliefd op een knecht van haar vader. Een onmogelijke liefde, vanwege het standverschil, en al snel wordt de knecht ontslagen. Maar daarmee is de vlam niet gedoofd. De jongen en het meisje besluiten samen weg te lopen en brengen dan de nacht door 'alsof ze man en vrouw zijn'. In het Nederland van eind zestiende, begin zeventiende eeuw heet dat ‘doorgaan’, weet Bosman: de kinderen proberen Jacob de Flines voor een voldongen feit te stellen, zodat hij redelijkerwijs niet anders meer kan dan zijn zegen geven aan een huwelijk. Maar de geliefden hebben hun hand overspeeld, want het standverschil is te groot. Doorgaan mag dan een beproefde strategie zijn, het staat ook te boek als misdaad: Jacob sleept zijn voormalige knecht voor het gerecht. In de verwikkelingen die volgen verlaat Elisabeth haar grote liefde, keert ze bij hem terug en verraadt ze hem alsnog.

    Dit verhaal ligt verscholen in processtukken, aantekeningen, administraties en getuigenverklaringen. Bosman is totaal niet bang om de bronnen te duiden, maar nergens verliest hij de waarheid uit het oog. Hij zit Elisabeth dicht op de huid, maar laat de lezer merken dat hij toch achter het vensterglas van de tijd staat en nooit precies kan weten wat er is gebeurd. Hij weet van die beperking een kwelling te maken: de lezer weet net wel of net niet genoeg en blijft verlangen naar meer. Bosman combineert op unieke wijze de zorgvuldigheid van de geschiedwetenschap met de verbeeldingskracht van de literatuur.

    Laudatio van de jury voor Elisabeth de Flines
    Vol inlevingsvermogen, met een scherp oog voor de sociale verhoudingen rond het jaar 1700 en een feilloos gevoel voor sprekende details, beschrijft Machiel Bosman in zijn boek Elisabeth de Flines een langdurige vete tussen vader en dochter. Het is een Shakespeariaans drama over liefde en macht, eer en geluk, moed en verraad.

    Bosman vertelt van een dochter die verliefd wordt op de knecht van haar rijke vader. Het standverschil is onoverkomelijk, maar toch proberen ze een huwelijk te forceren door samen weg te lopen en de nacht door te brengen ‘alsof ze man en vrouw zijn’. Dankzij Bosman weet ik nu hoe dat destijds heette: doorgaan. Jammer voor de geliefden dat vader zich niet voor het blok laat zetten.

    Bosman zeeft het aangrijpende drama uit processtukken en getuigenverklaringen. Je kunt zeggen: hij heeft geluk gehad dat dit verhaal voor het oprapen lag. Maar Bosman beschrijft deze geschiedenis zo compact, secuur en beeldend dat hij het genre van de wetenschap ontstijgt: dit is literatuur. Wetenschappelijk verantwoord, ongetwijfeld, maar toch: literatuur.

    Zelfs de historicus – Bosman zelf – wordt een personage. De lezer denkt en voelt met hem mee wanneer hij zich op glad ijs begeeft en zoekt ‘naar de achtergrond van wat er gebeurt met wat er gebeurt als uitgangspunt’.

    Elisabeth de Flines is een boek dat diepe bewondering afdwingt.

  • Chris De Stoop - Het complot van België

    Rapport Chris De Stoop:
    Chris de Stoop is auteur, journalist en tegelijkertijd tot op zekere hoogte autobiograaf. In Het complot van België gebruikt hij deze combinatie van talenten voor een oprechte analyse van wat er gaande is in de wereld, waarbij hij zichzelf niet spaart. Zo'n attitude komt niet alleen voort uit een intense betrokkenheid bij wat hij waarneemt en ervaart, maar ook uit een voelbaar mededogen met de ander.

    Het boek, in de ik-vorm geschreven, speelt zich af op drie niveaus. Op een direct persoonlijk niveau valt Nina H. de onderzoeksjournalist lastig met haar problemen. Haar omgeving spant tegen haar samen; zelfs de Belgische regering, zo vermoedt zij. De Stoop neemt haar aanvankelijk niet serieus en kiest voor een afstandelijke, typisch journalistieke en daardoor onverschillige houding tegenover haar. Toch weet ze uiteindelijk door die onverschilligheid heen te breken; de schrijver raakt met haar lot bewogen – met als gevolg een nieuwe, meer geëngageerde journalistieke houding.

    Naast het persoonlijke verhaal bespeelt De Stoop ook het niveau van de familie en het dorp: de naaste omgeving kan of wil de zorg voor zijn Nonkel André niet langer dragen. Een psychiatrische inrichting waarin de laatste wetenschappelijke inzichten worden toegepast biedt uitkomst, behalve voor Nonkel André zelf. Dit lot raakt De Stoop als jongen. Ten slotte beweegt dit verhaal zich op nationaal niveau: de genocide in Rwanda. Omdat de Belgische soldaten werden teruggetrokken konden moordenaars hun gang gaan en vonden psychiatrische patiënten en hun verzorgers de dood. Bij zijn onderzoek naar de feiten stuit De Stoop wederom op een muur van afstandelijkheid en ongeïnteresseerdheid bij de autoriteiten.

    De Stoop schetst een indringend portret van drie situaties, die worden gekenmerkt door de onverschilligheid van omgeving en autoriteiten waardoor mensen in hun waarde worden aangetast en zelfs sneuvelen. Een onverschilligheid die een alles overheersende sfeer van paranoia en complotten in de samenleving oproept. De Stoop laat zien hoe afstandelijkheid en onverschilligheid jegens anderen leidt tot de ondergang. Het complot van België is net zo goed Het complot van … Wie de schoen past, trekke hem aan.

    Laudatio van de jury voor Het complot van België
    Chris de Stoop is auteur, journalist en tegelijkertijd tot op zekere hoogte autobiograaf. In Het complot van België gebruikt hij deze combinatie van talenten voor een oprechte analyse van wat er gaande is in de wereld, waarbij hij zichzelf niet spaart. Zo'n attitude komt niet alleen voort uit een intense betrokkenheid bij wat hij waarneemt en ervaart, maar ook uit een voelbaar mededogen met de ander.

    Het boek, in de ik-vorm geschreven, speelt zich af op drie niveaus. Op een direct persoonlijk niveau valt Nina H. de onderzoeksjournalist lastig met haar problemen. Haar omgeving spant tegen haar samen; zelfs de Belgische regering, zo vermoedt zij. De Stoop neemt haar aanvankelijk niet serieus en kiest voor een afstandelijke, typisch journalistieke en daardoor onverschillige houding tegenover haar. Toch weet ze uiteindelijk door die onverschilligheid heen te breken; de schrijver raakt met haar lot bewogen – met als gevolg een nieuwe, meer geëngageerde journalistieke houding.

    Naast het persoonlijke verhaal, bespeelt De Stoop ook het niveau van de familie en het dorp: de naaste omgeving kan of wil de zorg voor zijn Nonkel André niet langer dragen. Een psychiatrische inrichting waarin de laatste wetenschappelijke inzichten worden toegepast biedt uitkomst, behalve voor Nonkel André zelf. Dit lot raakt De Stoop als jongen. Ten slotte beweegt dit verhaal zich op nationaal niveau: de genocide in Rwanda. Omdat de Belgische soldaten werden teruggetrokken konden moordenaars hun gang gaan en vonden psychiatrische patiënten en hun verzorgers de dood. Bij zijn onderzoek naar de feiten stuit De Stoop wederom op een muur van afstandelijkheid en ongeïnteresseerdheid bij de autoriteiten.

    De Stoop schetst een indringend portret van drie situaties, die worden gekenmerkt door de onverschilligheid van omgeving en autoriteiten waardoor mensen in hun waarde worden aangetast en zelfs sneuvelen. Een onverschilligheid die een alles overheersende sfeer van paranoia en complotten in de samenleving oproept. De Stoop laat zien hoe afstandelijkheid en onverschilligheid jegens anderen leidt tot de ondergang. Het complot van België is net zo goed Het complot van… Wie de schoen past, trekke hem aan.

  • Tomas Lieske - Dünya

    Rapport Tomas Lieske:
    Tomas Lieske schreef met Dünya een verbluffend Turkije-epos dat de lezer meeneemt naar de eerste decennia van de twintigste eeuw. Wat begint als een verhaal van twee vrienden die toevallig in het oorlogsgeweld op de Balkan verstrikt raken, groeit uit tot een rijk gestoffeerde historische roman. Het is knap hoe filmisch Lieske de historische coulissen van het ondergaande Ottomaanse Rijk uittekent maar het is nog knapper hoe hij dat Turkse decor als vanzelfsprekend omtovert tot een eigentijdse familieparabel die bewijst hoe rekbaar begrippen als thuis en identiteit zijn, maar ook hoe levensbelangrijk.

    Simon en Otto zijn twee Nederlandse boezemvrienden met uiteenlopende interesses. Terwijl Simon een dakwerker is die als leidekker het ambacht van zijn vader overneemt, groeit Otto op in een milieu van jeneverstokers. Ze komen terecht in het Brits-Australische debacle rond Gallipolli tijdens de Eerste Wereldoorlog en worden er krijgsgevangen gemaakt. Wanneer Turkije de greep op de oorlogsgebeurtenissen verliest, raken ze op drift en worden ze getuige van de Turkse genocide op de Armeniërs. Simon redt een naamloze baby uit het oorlogsgeweld en strompelt samen met zijn vriend en hun adoptiekindje door een stuurloos land. Een tweede verhaallijn toont Dünya, een volslanke Turkse schone die als echtgenote van een Turkse militair met Duitse antecedenten het oorlogsverhaal aan de andere kant meemaakt. Haar man sneuvelt in de nasleep van de veldslag van Gallipolli. Lieskes hoofdpersonages leven jaren na de oorlog nog steeds in de overtuiging dat Duitsland en Turkije de oorlog in hun voordeel hebben beslecht.

    Lieske vertelt met verve hoe mensen in de leugen een waarachtig leven kunnen leiden. Toch realiseren deze vier personages zich geleidelijk dat ze hoe dan ook bij elkaar horen. De verteller suggereert dat de totaal verschillende situaties waarin mensen op diverse momenten van hun leven terechtkomen een onvrijwillige samenhang kunnen vertonen. Op die manier wordt Lieskes historische en avontuurlijke familieroman tenslotte ook nog een prikkelende ideeënroman. Het is Lieske gelukt om als een literaire leidekker de verschillende lagen van zijn verhaal in elkaar te schuiven zonder daarbij de nek te breken.

    Laudatio van de jury voor Dünya
    Ooit, lang geleden, was er Turks fruit maar nu is er Dünya, het authentieke en verbluffende Turkije-epos van Tomas Lieske dat de lezer meeneemt naar de eerste decennia van de twintigste eeuw. Lieske is er weer eens in geslaagd om een prachtige historische roman neer te zetten over twee Hollandse boezemvrienden op de dool in een onmetelijk Turks landschap. Simon, een dakwerker en leidekker, en Otto, een jeneverstoker, ontfermen zich over een naamloze baby in het Turkse oorlogsgeweld van de Eerste Wereldoorlog. Wanneer er ook nog een Turkse schone in het verhaal komt, Dünya met name, is de heilige familie compleet, hoe bizar de samenstelling van die familie ook oogt.

    Het is knap hoe filmisch Lieske zijn historische coulissen van het Turkije in het interbellum uittekent, maar het is nog knapper hoe hij dat Turkse decor vanzelfsprekend omtovert tot een tegendraadse familieparabel. Een familieparabel die bewijst hoe rekbaar begrippen als liefde en identiteit zijn, maar ook hoe levensbelangrijk. Ver van huis in een desolaat Turks dorpje leren twee Nederlandse mannen immers wat het betekent om in het barre buitenland thuis te komen. Als correctie op de spruitjeslucht die uit menige relatieroman opstijgt, kan dat wel tellen.

    Laat u dus meedrijven op de vleugels van de zeppelin waar Lieskes personages zich op het einde van het verhaal in bevinden. En kijk even mee met hen naar het landschap beneden en luister naar wat bootsman Lieske hen laat opmerken: ‘Dit was Turkije vanuit de lucht. Hoe anders dan Holland (…). Holland was een prachtig, maar kleinschalig aangelegd park, duidelijk een land van goede schilders, een kindertekening met heldere, contrasterende kleuren.’ Mag ik de verteller hier kort terechtwijzen? Holland mag dan de allures hebben van een aardig bij elkaar geschoffeld park met goede schilders, het is zeker ook een plek vol prima schrijvers. Met Dünya is het Lieske gelukt om als een literaire leidekker de verschillende lagen van zijn verhaal in elkaar te schuiven zonder daarbij de nek te breken. Komt dat zien, met of zonder zeppelin.

  • Bianca Stigter - De ontsproten Picasso

    Rapport Bianca Stigter:
    Kunst is niet iets dat ergens in een afgesloten wereld bestaat en daar een eigen leven leidt, in ieder geval niet voor Bianca Stigter. En de manier waarop zij over allerlei vormen van kunst of tegen het kunstige aanliggende cultuurverschijnselen schrijft, maakt duidelijk dat dat voor andere mensen ook niet zou moeten gelden: kunst zegt iets over de werkelijkheid en de werkelijkheid ziet zichzelf, in onverwachte, merkwaardige, ontroerende of vervreemdende vormen terug in de kunst. Daardoor hebben we met kunst te maken, en de kunst met ons. En wie De ontsproten Picasso van Stigter leest, zou het ook niet anders willen.

    De blik van Stigter is ronduit origineel en dat is ook haar manier van schrijven. Die is licht, vaak geestig, ernstig maar met frivole toetsen. Ze weet, met al haar kennis van zaken, toch een verbluffende openheid en vrijheid van geest te behouden. Aan de kunstwerken die ze beschrijft, vallen haar aspecten op die niet voor de hand liggen, zonder dat ze een vergezochte indruk maken. En al kijkend en zoekend naar wat het is dat de beschouwer raakt, maakt ze ook ons nieuwsgierig en geïnteresseerd. We wandelen achteloos mee de eeuwen door, van de Fayoem portretten uit het begin van onze jaartelling, tot een film van Sophia Coppola over Marie Antoinette. In die film is de koningin het meisje bij uitstek, schrijft Stigter, ‘meisjest’ noemt ze haar.

    De stukken in deze bundel lichten de kunstwerken uit, ze kussen ze als het ware wakker. Een lezer kan zich bijna voorstellen dat de Picasso uit de titel, een houten kunstwerk dat ineens takken ging produceren, uitsluitend omwille van Bianca Stigter tot leven is gekomen, opdat zij kon schrijven over dit kunstwerk dat nu eens juist niet de tijd stilzet, maar letterlijk een rol in het leven gaat spelen. Kunstwerken, films, verschijnselen – ze zouden het wel eens als een eer kunnen opvatten om in deze blik en deze taal gevangen te worden.

    Laudatio van de jury voor De ontsproten Picasso
    Kunst is niet iets dat ergens in een afgesloten wereld bestaat en daar een eigen leven leidt, in ieder geval niet voor Bianca Stigter. Kunst zegt iets over de werkelijkheid en de werkelijkheid ziet zichzelf, in onverwachte vormen terug in de kunst. Daardoor hebben we met kunst te maken, en de kunst met ons. En wie Stigter leest, zou het ook niet anders willen.

    De blik van Stigter is ronduit origineel en dat is ook haar manier van schrijven. Ze weet, met al haar kennis van zaken, toch een verbluffende openheid en vrijheid van geest te behouden. En al kijkend en zoekend naar wat het is dat de beschouwer raakt, maakt ze haar lezers ook nieuwsgierig en geïnteresseerd, en wandelen we gretig achter haar aan de eeuwen door.

    Haar stukken kussen de kunstwerken als het ware wakker. Je kunt je bijna voorstellen dat de Picasso uit de titel, een houten kunstwerk dat ineens takken ging produceren, uitsluitend om harentwil tot leven is gekomen. Kunstwerken, films, verschijnselen – ze zouden het wel eens als een eer kunnen opvatten om in deze blik en deze taal gevangen te worden.

  • Leon de Winter - Het recht op terugkeer

    Rapport Leon de Winter:
    Hebben schrijvers de opdracht om scherp te snijden in het concrete hier en nu, dan heeft Leon de Winter veel meer gedaan dan zijn plicht. Het recht op terugkeer is een roman die zelfverzekerd maar ook vol mededogen blootlegt hoe onze tijd zich politiek beweegt. Maar De Winter gaat tegelijkertijd op zoek naar de tijdloze mechanismen die deze vluchtige actualiteit onderbouwen, de individuele emoties, de persoonlijke angsten die zich vaak aan ons zicht onttrekken door een gordijn van maatschappelijk belang. Uiteindelijk zoeken zijn personages naar een plek voor zichzelf, naar een thuis, naar een familie.

    De keuze voor het kader van de roman, de VS maar vooral de staat Israel tussen nu en 2024, lijkt daarom niet alleen het gevolg van de persoonlijke achtergrond van Leon de Winter. In Israel voltrekt zich een tijdloos oerconflict tussen oost en west, een strijd die – zo suggereert De Winter – meer wordt geschraagd door de angst van een individu om alleen te staan dan door staatsbelang. Een van de grote verdiensten van Het recht op terugkeer is dat het zich soepel beweegt op beide niveaus. Het boek durft de geopolitiek te omarmen, en doet dat zonder bombastisch of sloganesk te worden. Al bewegen ze zich soms in een kader dat eerder weggeplukt lijkt uit Mad Max, toch krijgen zijn personages een menselijk gezicht. De Winter schreeuwt geen oplossing uit, hij verbeeldt vooral een angst om verlaten te worden.

    Leon de Winter is vaak een vakman genoemd. Dat heeft een keerzijde. Alsof zijn werk het ambacht niet zou overstijgen. Dat doet deze spannende roman wel degelijk. Het is een boek over de Joodse kwestie, maar vooral een ontroerend boek over een vader en een zoon, over de kloof tussen die twee en over de angst voor verlies. Het recht op terugkeer plaatst zich in de grote toekomst, maar nestelt zich meteen ook in onze meest kwetsbare kleine eeuwigheid. De eeuwigheid van de menselijke ziel.

    Laudatio van de jury voor Het recht op terugkeer
    Leon de Winter heeft met zijn roman Het recht op terugkeer de jury danig onder de indruk gebracht. Deze roman snijdt zelfverzekerd maar ook vol mededogen in de politieke mores van onze tijd. En tegelijkertijd doet deze roman veel meer. Leon de Winter is op zoek gegaan naar de tijdloze mechanismen onder de actualiteit. Hij zocht naar individuele emoties, naar persoonnlijke angsten die zich vaak aan ons zicht onttrekken door een gordijn van maatschappelijk belang. Uiteindelijk zoeken zijn personages naar een plek voor zichzelf. Naar een thuis, naar een familie.

    Het recht op terugkeer heeft een intrigerende setting. De VS maar vooral de staat Israel tussen nu en 2024. Die setting lijkt de jury niet alleen het gevolg van de persoonlijke achtergrond van Leon de Winter. In Israel voltrekt zich een tijdloos oerconflict tussen oost en west. Het is een strijd die – zo suggereert De Winter – meer wordt geschraagd door de angst van een individu dan door staatsbelang. Een van de grote verdiensten van Het recht op terugkeer is dat het boek zich soepel beweegt op beide niveaus. Het heeft het on-Nederlandse lef om de geopolitiek te omarmen. Zonder bombast, zonder slogans. De personages lijken weggeplukt uit Mad Max, toch krijgen ze een menselijk gelaat. De Winter schreeuwt geen oplossing uit. Hij verbeeldt vooral een angst om verlaten te worden.

    Leon de Winter is vaak een vakman genoemd. Dat heeft een keerzijde. Alsof zijn werk het ambacht niet zou overstijgen. Dat doet deze spannende roman wel degelijk. Het is een boek over de Joodse kwestie, maar vooral een ontroerend boek over een vader en een zoon. Het is een boek over de kloof tussen die twee en over de angst voor verlies. Het recht op terugkeer plaatst zich in de grote toekomst, maar het nestelt zich meteen ook in onze meest kwetsbare kleine eeuwigheid. De eeuwigheid van de menselijke ziel.

Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen