AKO-Literatuurprijs 2009

Ga direct naar

Details:

Aantal inzendingen: 390 titels
Prijzengeld: 50.000 euro
Datum uitreiking: 10 november 2009. De uitreiking tijdens een feestelijke bijeenkomst is te zien in NOVA op Nederland 2.

Jury
Guy Verhofstadt (voorzitter)
Bas Belleman
Maarten Dessing
Sylvia Dornseiffer
Frank Hellemans
Jeroen Overstijns


Winnaar

  • Erwin Mortier - Godenslaap

    Eindelijk een grote roman over de Grote Oorlog in de Nederlandstalige literatuur! In Godenslaap toont de Vlaamse auteur Erwin Mortier wie de echte hoofdrolspeler in de Eerste Wereldoorlog was: niet de soldaten of de technologie, maar moeder aarde. Zij was het die nu eens bestraffend en dan weer verzoenend de soldaten in de loopgraven uitspuwde of onder haar rokken liet wegkruipen.

    Mortier laat in deze herinneringsroman de negentigjarige Helena aan het woord die vertelt over de gruwelijke schoonheid van het kapotgeschoten Ieper, toen ze daar onder het gebulder van de kanonnen haar geliefde in de armen sloot. Ondertussen heeft er enkele honderden meter verder een identieke paringsdans plaats: soldaten hebben daar zich neergevlijd in het binnenste van de aarde om er beschutting te zoeken. Of is het de dood?

    In de Nederlandstalige literatuur werd de dubbelzinnige schoonheid van de Eerste Wereldoorlog nog nooit zo fijnmazig en intens beschreven als in Godenslaap. Tegelijkertijd is het een verhaal over het toppunt en de neergang van een tijdperk – de belle époque – én van een kaste: de bourgeoisie. Mortier is haar laatste eloquente vertegenwoordiger en beschrijft als geen andere Nederlandstalige auteur de pleziertjes van de burger, maar ook de kilte en distantie die hem rijk hebben gemaakt en die hem uiteindelijk hebben vernietigd in een weergaloze orgie van staal en strijd.

    Met Godenslaap schreef Mortier een homerisch epos waarin de Eerste Wereldoorlog mythische, universele allures krijgt.

Genomineerd

  • Joris van Casteren - Lelystad

    Rapport Joris van Casteren:
    Op het achterplat van Lelystad van Joris van Casteren staat: ‘Lelystad gaat verder waar de roman ophoudt.’ Lelystad heeft met een goede roman gemeen dat het subliem geschreven is, maar anders dan bij een roman is alles waar gebeurd.

    Van Casteren schrijft ingehouden en sober over een troosteloze jeugd in een nieuwe stad, bevolkt door de meest vreemde en ontspoorde types, in een tijd die bol staat van experimenteerdrift. In aparte hoofdstukken schetst hij op droogkomische wijze de historische en bestuurlijke context van het ontstaan van Lelystad. Door deze intrigerende mix van autobiografie, journalistieke reportage en geschiedschrijving ontstaat een adembenemende vorm van literaire non-fictie.

    In zijn kraakheldere, filmische stijl laat hij Lelystad uitgroeien tot een symbool voor het falen van de maakbaarheidsgedachte. Zijn boek waarschuwt tegen pioniers die mensen als object van vernieuwing beschouwen en rekent af met arrogante ambtenaren en plannenmakers die geen gevoel voor schoonheid hebben en geen rekening houden met de menselijke maat.

    Voor alles is Lelystad een onbevangen afrekening met een jeugd. Tragisch, maar door de effectieve details tegelijk sterk hilarisch geeft het een ijzersterk beeld van hoe het was om op te groeien in de jaren ’80 en ’90 van de twintigste eeuw. Met Lelystad in een weinig benijdenswaardige hoofdrol.

  • Joke van Leeuwen - Alles nieuw

    Rapport Joke van Leeuwen:
    Joke van Leeuwen vertelt (en illustreert) het verhaal van de tweeëntachtigjarige Ada, die haar dochter in de jaren tachtig aan een sekte verloor en op de drempel van het nieuwe millennium nog altijd hoopt op een weerzien.

    Het verhaal ontvouwt zich als een beginnende kunstenares, die bij Ada een kamer huurt, in een oud bureau een fotootje van de jonge dochter vindt. Met de computer manipuleert ze de afbeelding en veroudert het gezicht. Maar haar bejaarde hospita weet niet wat Photoshop is, dus die raakt in de war als ze het resultaat onder ogen krijgt: hoe kent dit meisje haar dochter?

    Uit dit misverstand rolt een geestrijk en meeslepend verhaal over hoop en desillusie, medelijden en narcisme, kunst en manipulatie, liefde en verraad. Maar ook over ouders die hun kinderen niet begrijpen. Over verliefd worden als je bejaard bent en te lang bij een vriendje blijven als je nog maar net iets ouder bent dan twintig. Over geloof, hoop en liefde, deze drie – en een meisje dat er meer denkt te weten.

    Tussendoor laat Van Leeuwen Ada’s dochter vanuit de sekte brieven aan haar moeder schrijven: fel realistische brieven van een onzeker meisje dat met haar vrienden een nieuwe tijd hoopt in te luiden, terwijl de commune gedoemd is te mislukken en schade aanricht die nooit meer te herstellen valt. Onnavolgbaar hoe Van Leeuwen zo beknopt zoveel verhalen en thema’s omtovert tot één hechte roman.

  • Carolina Trujillo - De terugkeer van Lupe García

    Rapport Carolina Trujillo:
    ‘Wij zijn allemaal naar de kloten.’ De barman Gono, de verteller van De terugkeer van Lupe García, verzucht het terloops. Lupe García beseft onmiddellijk dat dat de kern is van het probleem. Zij, de kinderen van de Zuid-Amerikaanse revolutionairen uit de jaren zeventig, zijn allemaal naar de kloten.

    In haar tweede roman laat Carolina Trujillo – zelf zo’n kind – op weergaloze wijze zien hoe de volgende generatie worstelt met de strijd van hun ouders. Kunnen zij het onrecht ongedaan maken dat de dictatuur hun ouders heeft aangedaan? En hoe? Door een documentaire te maken over die periode? Door wraak te nemen? En maken zij daarbij wel dezelfde juiste morele of zelfs heroïsche keuzes?

    Een analytische roman is De terugkeer van Lupe García echter niet. Trujillo slaagt erin haar vragen, waarop natuurlijk geen eenduidig antwoord te geven is, te verwerken in een meeslepend, indringend en bij vlagen hilarisch verhaal dat zij op sublieme wijze naar een apotheose voert.

    Trujillo grijpt de lezer beet om hem pas lang na het laatste hoofdstuk los te laten. Zelden zal hij zozeer het gevoel hebben: dit is geen fictie, dit is echt.

  • Christiaan Weijts - Via Cappello 23

    Rapport Christiaan Weijts:
    Drijft Christiaan Weijts de spot met de debatten over normen en waarden, hoge en lage cultuur?

    Een van de hoofdpersonen uit Via Cappello 23 plaatst amateurpornografie op de hoogte van de grote schilders uit de Renaissance. En hij onderbouwt deze symmetrie nog ook, verwoed een academische titel najagend. Zijn zoektocht naar nieuwe gedachten blaast het universitaire stof van de kunstgeschiedenis en tilt Arthur Citroen even op uit zijn richtingloze leven. Maar deze ambitie krijgt deze Icarus ook weer in het gezicht geworpen: zoals Venetië de vloed over zich krijgt, wordt Citroen – naïef eerder dan hoogmoedig – overspoeld door de media. Daar gaat hij aan onderdoor – en niet alleen hij. Maar heeft hij dat niet vooral aan zichzelf te danken?

    Weijts, kunstenaar zonder dogma’s, weet zijn roman handig om elke moraliteit heen te zeilen. Hij maakt grote bewegingen, als drijft ongrijpbaarheid zijn schrijverschap. De satire stopt net voor het een aanklacht wordt. Met de commedia dell’arte deelt dit boek ook de zwierigheid van de karakters. Via Cappello 23 pendelt tussen Leiden, Venetië en Verona, de personages tussen ambitie, liefde en lust. Ze worden vermorzeld door de mores van de tijd, maar hun ondergang weet de lezer te vermaken.

    Christiaan Weijts, een van de meest getalenteerde auteurs van zijn generatie, heeft de Nederlandse literatuur een les geleerd in frivoliteit.

  • Tommy Wieringa - Caesarion

    Rapport Tommy Wieringa:
    Na het uitzonderlijk succes van Joe Speedboot (2005) werd met meer dan gewone belangstelling uitgekeken naar Wieringa’s eerstvolgende roman, Caesarion.

    Het contrast met het zwierige en vitalistische Joe Speedboot is groot. Caesarion is een veel complexer boek, veel te weerbarstig om in enkele volzinnen te vatten, veel extremer in zijn hoofdpersonages – moeder een excentrieke pornoster, vader een nihilistische milieuverdelger – en uitgesproken kosmopolitisch. Een leven lang op zoek naar zijn moeder – later naar zijn vader – laat de ikfiguur de lezer vele uithoeken van de wereld verkennen. Altijd op zoek naar de wortels van zijn bestaan, maar veelal flanerend langs de randen van het alomtegenwoordige verval.

    In zekere zin is het een postmodernistisch boek, een literaire vorm van deconstructie die geen steen op de andere laat. Maar Caesarion blijft tegelijk een wervelende getuigenis van een man die zijn evenwicht zoekt op de dunne grens tussen zijn en schijn, aarzelend tussen hoop en wanhoop, heen en weer geslingerd tussen de meest intieme menselijke relaties en een ondoorgrondelijke en allicht ook onvermijdelijke eenzaamheid.

    Een boek dat je onder de huid kruipt, eerder poëzie dan proza. Het grijpt je bij de keel, het stoot je af en het trekt je aan, maar het laat je niet meer los. Dat kan je van zo’n weergaloze roman verwachten.

Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen