AKO-Literatuurprijs 2013

Details:

Op vrijdag 27 september 2013 heeft de jury uit de 25 titels van de longlist (Tiplijst) een shortlist (Toplijst) van zes titels gekozen. Op maandag 28 oktober 2013 is uit deze titels de winnaar van de AKO-Literatuurprijs 2013 gekozen in Museum Beelden aan Zee in Den Haag.

De jury bestaat uit:
Patrick Janssens, voorzitter
Karl van den Broeck
Toef Jaeger
Daniëlle Serdijn
Fleur Speet
Veerle Vanden Bosch


Rapport:

Het is een rituele dans: zo nu en dan roept er iemand dat schrijvers meer oog moeten hebben voor de wereld om hen heen. En dan roept iemand anders weer: ‘Zo werkt dat niet bij schrijvers. Die zitten achter hun werktafel en schrijven boeken. Als de actualiteit zich aandient in de literatuur, dan gebeurt dat omdat de noodzaak zich opdringt, niet omdat een criticus dat wil’.

De actualiteit drong zich blijkbaar veelvuldig op in de Nederlandse literatuur: meer dan anders verschenen er het afgelopen jaar zwartgallige romans waarin de wereld vergaat en thrillers waarin de politieke werkelijkheid onder de loep werd genomen. De werkelijkheid waaruit onderzoeksjournalisten en geschiedschrijvers putten, druppelt steeds vaker de wereld van fictie binnen.

Dit leidt gelukkig niet alleen tot gemakzuchtig moralisme, waarbij de mens altijd slecht is en enkel oog heeft voor zichzelf, of ‘salonliteratuur’, waarin misstanden worden beschreven waar iedereen van gruwt. Die boeken zaten er natuurlijk tussen, maar dat was niet de literatuur waar de jury voor viel. Zij was onder de indruk van romans en verhalen waarin wordt getwijfeld en gezucht, waarin ruimte is voor zelfspot en ironie, waarin een schrijver zichzelf op het spel durft te zetten.

Terwijl de literaire non-fictie op deze Toplijst probeert uit te vinden of het heden zich laat verklaren aan de hand van het verleden, vragen de vier romans zich af of er grenzen zijn aan de kracht van kunst. Is kunst onkwetsbaar? En zo nee: is dat erg? Het zijn stuk voor stuk stilistische hoogstandjes, deze romans, die bovendien werelden vol opportunisme en cynisme opbouwen en grenzen durven te overschrijden.




Winnaar

  • Joke van Leeuwen - Feest van het begin

    Uit het juryrapport:
    Clavecimbelbouwers kunnen ook moordmachines maken. En revolutie kan de kunst vernietigen. Maar je vergeet nooit wie je leerde lezen. Joke van Leeuwen zet in haar verfijnde historische roman de Franse Revolutie voortreffelijk en subtiel neer. Zij stelt universele vragen over schoonheid en waarheid. Het leven fris aanvaarden met inbegrip van alle malheur. Deze auteur schrijft als een meesterlijk pianist die de toetsen lichtjes beroert.

    Uit het nominatierapport:
    Opmerkingsgave, dat is de kracht van Feest van het begin. Joke van Leeuwen weet met een groot oog voor het miniemste detail een overweldigende wereld op te roepen: een achttiende-eeuwse wereld. De schrijfster benoemt weinig, maar is nergens zweverig, iets wat weinigen haar nadoen. De term Franse Revolutie valt niet, noch het woord Parijs, en toch is duidelijk dat de Bastille wordt bestormd waar haar personages bij staan. Precies daar, in die stad en in die woelige tijd.

    Als een moderne Tsjechov tekent Van Leeuwen in enkele zinnen een compleet karakter. Een van haar hoofdpersonen is het naar taal hunkerende weeskind Catho, dat les krijgt van de uit haar familie verstoten non Berthe. Pianobouwer Tobias raakt ongewild betrokken bij de productie van de guillotine en dan is er nog een gefnuikte schilder. De levens van al deze personages zijn subtiel met elkaar verbonden.

    Van Leeuwen legt met subliem gemak de vinger op de wond van ieder leven. Dat geeft haar proza zwaarte. Met liefde ontbloot ze de stille, schrijnende hoop. Want hoe kun je de toekomst overzien als je meegevoerd wordt door de stroom van gebeurtenissen die geschiedenis blijkt? Wat is wijsheid, wat schuld?

    De woorden waarin Van Leeuwen dit verhaal giet, roepen de associatie op met dauw die glanst in een web in de ochtendzon. Haar taal is ingetogen en fonkelt tegelijk. Dat contrast verraadt achter iedere zin een vulkaan aan betekenis. Feest van het begin toont ons, met immense verfijning, de morele vraagstukken van de geschiedenis.

Genomineerd

  • Martin Bossenbroek - De Boerenoorlog

    Rapport Martin Bossenbroek:
    Om je te oriënteren in de wereld moet je een plek kiezen vanwaar je kijkt. Dat geldt ook voor de geschiedenis. Martin Bossenbroek besloot in het Zuid-Afrika van rond 1900 te gaan staan om de wortels van onze moderne tijd bloot te leggen.

    Het conflict tussen de koppige boeren in Transvaal en Oranje-Vrijstaat tegen het machtige Britse Rijk hield destijds de hele wereld in zijn ban. De afstammelingen van Nederlandse kolonisten brachten de Britten aanvankelijk de ene smadelijke nederlaag na de andere toe. Pas na een lange, vuile oorlog werden de Boeren verslagen.

    De Boerenoorlog was een propagandaoorlog, een voorbode van de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog en van de concentratiekampen van de Tweede. Door de zwarten te bewapenen legden de Britten en passant ook de kiemen van de gewapende strijd van het ANC.

    Bossenbroek doet in detail de prelude, het krijgsverloop en de nasleep van de Tweede Boerenoorlog (1899-1902) uit de doeken. Hij belicht het conflict vanuit drie standpunten: dat van de Nederlandse jurist Willem Leyds, de rechterhand van Paul Kruger, president van Transvaal. Dat van de piepjonge en hyperambitieuze Engelse oorlogsverslaggever Winston Churchill. En dat van Deneys Reitz, een jonge Boer die zich bij de commando's aansluit in de laatste fase van de strijd. Door de schat aan egodocumenten die zij hebben nagelaten, kan Bossenbroek haast in hun hart en ziel kijken zonder de waarheid geweld aan te doen. Het geeft De Boerenoorlog, dat soms de spanning van een jongensboek heeft, diepgang en zwierigheid. Martin Bossenbroek tilt met De Boerenoorlog het genre van de non-fictie naar een uitzonderlijk hoog literair niveau.

  • Jan Brokken - De vergelding

    Rapport Jan Brokken:
    Een kasteel, twee villa's, een vlasfabriek, enkele herenboerderijen en een rij daglonershuisjes, als puisten tegen een dijk geplakt: zo zag het Zuid-Hollandse dorp Rhoon eruit in het najaar van 1944. Er waren verzetslui en onderduikers, en vanwege de nabije Rotterdamse haven stikte het er van de Duitse militairen. Enkele Rhoonse vrouwen sloten een Duitser in de armen, uit armoe en bittere noodzaak, uit zucht naar avontuur of uit liefde. Een explosieve situatie, die eindigde in een tragedie: op weg naar huis met zijn Nederlandse liefje werd, in het aardedonker, een Duitse soldaat geëlektrocuteerd. De represailles waren verschrikkelijk: zeven dorpelingen werden gefusilleerd, hun huizen in brand gestoken. In Rhoon, het geboortedorp van Jan Brokken, doet het verleden 69 jaar later nog altijd pijn.

    Brokken wilde na al die jaren de ware toedracht achterhalen. Het verslag van zijn zoektocht leest als een aangrijpende roman. Hij schetst de onderlinge relaties tussen de dorpelingen, de na-ijver tussen rijk en arm, tussen hervormd, gereformeerd en katholiek. Hij heeft het over hun sympathieën, hun achterdocht, hun solidariteit, hun rivaliteit en hun liefdes. 'In een oorlog kunnen die kleine, smoezelige dingen uit het leven een verwoestende rol gaan spelen,' schrijft hij. Onder zijn meeslepende pen worden historische figuren levensecht en wordt zijn relaas over een Zuid-Hollands dorp een universeel verhaal over de impact van oorlog op het leven van gewone mensen.

    Brokken schetst mogelijke scenario's, maar geeft geen uitsluitsel. Hij verdoezelt de hiaten in zijn onderzoek niet. Oordelen doet hij al evenmin: hij toont dat goed of fout, zwart of wit in deze context geen hanteerbare begrippen zijn – in oorlogstijd overheersen ontelbare gradaties van grijs. De plek waar het drama gebeurde, het Sluisje, ligt vandaag begraven onder het asfalt van de autosnelweg tussen de Europoort en Rotterdam. Maar Jan Brokken spitte de tragiek van de plek weer boven en schreef er een weergaloos boek over, waarin historische feiten en literatuur een harmonieus huwelijk aangaan. De vergelding is literaire non-fictie in de ware zin van dat woord.

  • Wouter Godijn - Hoe ik een beroemde Nederlander werd

    Rapport Wouter Godijn:
    Hoe ik een beroemde Nederlander werd is een aanklacht, maar zo gesteld doe je het boek tekort. Wouter Godijn begint zijn verhaal bijna traditioneel, alsof we hier van doen hebben met een tragisch jongensboek. In een gruwelijke scène ziet de verteller, een jongetje, zijn moeder voor zijn ogen verongelukken. Hoe moet hij verder? Maar net op het moment dat je denkt hier met een vlijmscherpe Bildungsroman te maken te hebben, pakt de schrijver als een ware Multatuli de pen op om te getuigen van zijn ontevredenheid met dit verhaal. Hij komt niet op voor mishandelde Javanen, maar schrijft een aanklacht tegen de populistische politicus Vaandels. Godijn laat zien wat er kan gebeuren als zo iemand steeds meer macht krijgt, wat er gebeurt wanneer kunst de nek wordt omgedraaid.

    Engagement dus, maar dan wel met een knipoog: de schrijver wordt vooral woest wanneer hij zijn subsidie dreigt te verliezen. En precies daaruit blijkt de zelf-relativerende humor waarin Godijn uitblinkt, want Hoe ik een beroemde Nederlander werd is betrokken én grappig, serieus én met bijtende spot. De schrijver ontdekt dat hij uiteindelijk alleen maar kan schrijven, en doet dat. Door de politicus te ontvoeren probeert hij het genre van de literaire thriller te overtreffen. Bovendien weet hij het verhaal uit het begin op zo’n manier te herpakken dat de lezer opnieuw ontroerd raakt. En dat in een werkelijk virtuoze stijl.

    Een ogenblik ben je geneigd te denken: ja, Godijn heeft gelijk. De verbeelding is het machtigste wapen tegen de gruwelen van onze tijd. Maar dan realiseer je je ook dat verbeelding en stijl alleen op papier werken. Door dit besef, en vooral na lezing van het fascinerende slot, komt Hoe ik een beroemde Nederlander werd ook nog eens keihard aan. Dat is precies wat goede literatuur vermag.



  • Ilja Leonard Pfeiffer - La Superba

    Rapport Ilja Leonard Pfeiffer:
    Vijf jaar terug reed Ilja Leonard Pfeijffer naar Italië. Op de fiets: het leven in Nederland was hem te makkelijk geworden. Hij kwam aan in Genua en verloor vrijwel onmiddellijk zijn hart aan de havenstad die in de middeleeuwen haar bijnaam La Superba, de hoogmoedige, kreeg.

    De schrijver presenteert zijn stadsroman als een opera buffa van het dagelijks leven, een vorm van komedie waarbinnen de gulzige veelverteller Pfeijffer alle wederwaardigheden van zijn alter ego een vanzelfsprekend onderdak biedt. Hij schrijft over zijn contact met de lokale bevolking; over meisjes, dames en magistraten. Hij vertelt over zijn ontmoetingen met migranten uit alle windstreken. In ruil voor een borrel vertellen zij hem hun verhalen. Zo is er bijvoorbeeld het relaas van de flamboyante Brit die volledig opgaat in zijn fantasie. Ook is er een Senegalees die verslag doet van de helletocht die hij aflegde om Europa te bereiken. Hun redenen om het moederland te verlaten mogen hemelsbreed verschillen, wat aan alle verplaatsingen ten grondslag ligt, is de wensdroom van een mooier leven. Pfeijffers alter ego verschilt hierin niet van de andere personages: zijn verhaal is dat van velen. Luchtkastelen houden hen op de been, waarmee de schrijver puntgaaf laat zien dat verbeelding noodzakelijk is om tot daden te komen.

    Met dionysische geestdrift geeft de schrijver dit thema gestalte. Intelligent verhalend, vertellend in bitter ernstige anekdotes, geestige scènes en virtuoze travestie, brengt de schrijver zijn ode aan Genua en aan de verbeelding. Pfeijffer bezingt zijn muzen in een verhaal dat vele verhalen in zich draagt, wijdvertakt is als de plattegrond van Genua. Daarmee is La Superba een machtige roman waarin engagement, illusie en poëtica samenvallen.

  • Allard Schröder - De dode arm

    Rapport Allard Schröder:
    Hoe goed een auteur kan schrijven, dat verraadt hij door zijn gebruik van bijvoeglijke naamwoorden. Met enige schrik bezie je dan ook de ondertitel van De dode arm: een romantisch leven. Zoiets doet vrezen voor een verhaal waarin de natuur wordt neergezet als ‘ontembare woestenij’, waar het lijden zo individueel mogelijk wordt ervaren en waar illusies worden nagejaagd.

    Welnu, die vrees is volkomen onterecht. Schröder plaatst zijn hoofdpersonage, de bastaard Ernst Elfkind Coltersteen, in een wereld waarin de natuur onverschillig is en die bevolkt wordt door nutteloze personages, eenarmige actievelingen en mannen zonder opvattingen. In ogenschijnlijk overbodige intermezzo’s leidt Schröder de lezer vrijwel onopgemerkt door de naoorlogse geschiedenis.

    De dode arm is een rijke ideeënroman waarin de benepenheid van de jaren veertig en vijftig pijnlijk wordt weergegeven, waarin de idealen van de jaren zestig worden teruggebracht tot opportunisme en de liefde in de jaren tachtig vooral een vorm is van onverschilligheid. Bijna achteloos wordt de zoektocht van Ernst Elfkind Coltersteen naar zijn identiteit gekoppeld aan de zoektocht van Europa naar zichzelf. Allard Schröder weet als geen ander klassieke thema’s om te buigen tot iets nieuws, en doet dat met een stilistische gevoeligheid die imponeert, een stijl die je vanaf de eerste regel beetpakt en met het vermogen een verhaal op te bouwen en af te ronden dat alleen echt grote auteurs is gegeven.

Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen