Anna Blaman Prijs 2013

Winnaar

  • Sanneke van Hassel

    Juryrapport Anna Blaman Prijs 2013:

    Dames en heren,

    De jury had het, bij het kiezen van een laureaat voor de Anna Blamanprijs 2013, lastig. Er bleken heel wat koppen boven het maaiveld uit te steken; en nog wel op verschillende velden. Dat waren de velden van volwassenen literatuur, jeugdliteratuur en de interessante cross-overs daartussen; de velden van proza en poëzie; de verschillende, culturele en interculturele velden waarbinnen en waaroverheen, krachtige stemmen de Nederlandse, Rotterdamse literatuur vorm geven en verrijken. Rotterdam heeft een divers palet aan karakteristieke, belangrijke, literaire figuren.

    Een stad die een uniek poëziecentrum heeft dat internationaal behoort tot de absolute wereldtop, een stad die schrijvers ruimte geeft die behoren tot de nationale en internationale canon, die zowel de meer reguliere literatuur een kamer geeft als de nieuwste vormen van spoken word, die de beste organisatie huist aangaande literatuuur, onderwijs en jongerencultuur in de Lage Landen, en die vandaag een schrijver prijst die een wereld aan verhalen binnenhaalt, zo’n stad mag wel een keer afscheid nemen van oude complexen en in rustig zelfbewustzijn zeggen dat ze de literatuur verwelkomt, onderdak geeft, en aandacht schenkt. Alsof ze de belichaming is van zo’n rustig zelfbewustzijn heeft Sanneke van Hassel in Rotterdam samengewerkt op alle niveaus, onder andere met Boekie Boekie, met toneelgezelschappen, met Douane en Tsjechov en Co., met Nai, trad ze op veel plaatsen op, was ze voor en achter de schermen met veel mensen in contact, en altijd met een goed verhaal.

    Elke schrijver bestaat uit twee personen: degene die maakt, en degene die spreekt via het werk. Als maakster alleen al zou Sanneke van Hassel deze prijs ruimschoots hebben verdiend; en nogmaals: ze had hier werkelijke concurrentie. Waarom had ze daarin toch de bovenste hand?

    Sanneke van Hassel heeft het verhaal, zowel het Nederlandse verhaal in zijn aanzienlijke diversiteit als het internationale in zijn immense variëteit, een verblijfplek gegeven. Had de jury een hoed, dan zou ze die afnemen voor iemand die in de Lage Landen haar gelijke niet kent in de promotie voor, verspreiding van en ontsluiting van het verhaal. Ze heeft het verhaal als genre centraal op de literaire kaart gezet, via Hotel van Hassel, onder andere. Leonard Cohen zong en zingt iedere keer weer: “I remember you well, in the Chelsea Hotel.” Een hotel en een onvergetelijk verblijf is letterlijk en figuurlijk wat Sanneke van Hassel geboden heeft aan het lokale, het regionale, nationale, en internationale verhaal. Ze is een enthousiaste en enthousiasmerende gast in literaire programma’s, in theaters, ze presenteert, organiseert en ze begeleidt jonge schrijvers. Ze is veelzijdig, actief, betrokken en kent geen poeha. Uit een bijna onoverzienbaar aanbod aan internationale verhalen selecteerde ze recent, samen met Annelies Verbeke, op zorgvuldig wijze, een prachtige verzameling: Naar de stad (2012). Ze is een drijvende kracht achter het tijdschrift Terras.

    In de loop van niet veel meer dan een decennium is Sanneke van Hassel daarmee zowel vanwege haar redacteurschap, ambassadeurschap als schrijverschap uitgegroeid van een beginnend auteur tot een stedelijke, regionale, nationale en internationale speler van belang. Ze heeft, naast een roman (Nest, 2010), een indrukwekkende reeks verhalen gepubliceerd (IJsregen, 2005; Witte Veder, 2007; Ezels, 2012). Maar haar literair talent is breder: ze schreef voor het theater, schreef reisimpressies, kinderverhalen, portretten, en schrijft nu maandelijks voor het Financieele Dagblad. Ze is een Rotterdamse auteur die zowel door de thematiek van haar werk als door haar activiteiten in de stad, in het land en in de wereld kosmopoliet is in de praktijk. Zij geeft in haar persoon én in haar werk het begrip “open stad” een hedendaagse, levende en levendige betekenis.

    Geen misverstand: de Anna Blamanprijs is nadrukkelijk een prijs voor de Rotterdamse letteren, dat wil zeggen de Rotterdamse letteren in breedste zin, uitgereikt, eens in de drie jaar, vanwege het Prins Bernhard Cultuurfonds. Maar als Rotterdamse is van Hassel vanzelfsprekend kosmopolitisch in haar persoon en in het lichaam van haar werk, dat de tijd zal overleven dankzij de enorme aandacht die ze aan haar woorden schenkt, aan haar zinnen en het ritme van ieder afzonderlijk verhaal. Je voelt dat ze schuift en schaaft, totdat het precies is zoals het moet zijn. Er is geen woord te veel, zo luidt het gezegde, maar er is hier ook geen woord te weinig. Ze laat zowel veel over aan de fantasie van haar lezer als dat ze heel precies benoemt wat haar hoofd- en bijpersonen beweegt, wat hen kenmerkt, hoe hun omgeving er uitziet, en waarin ze dachten te zijn beland of daadwerkelijk zijn beland. De kracht van Sanneke van Hassels werk ligt in de frictie tussen de warmte en empathie waarmee ze haar personages weergeeft enerzijds en de compromisloze wijze waarop ze hun lot vormgeeft anderzijds.

    U merkt het misschien al, de jury raakt aan het zoeken om uit het cliché te geraken. Het rapport begint eigenlijk neer te komen op een advies: “Mocht u dat niet al hebben gedaan, leest u het nu allen zelf!” Niet alleen haar verhalen maken hongerig naar meer – haar roman Nest laat zien dat zij spanning feilloos weet te doseren, ook bij stukken van de lange adem. Het is een roman die heel nauwkeurig duidelijk maakt wat er in de levens, hoofden en harten van mensen gebeurt zonder ook maar één keer alles tot in detail uit te spellen. Van Hassel beschrijft niet zozeer op afstand herkenbare werelden (met familiebanden, een gezinsleven, werk, een huishouden) maar werelden waarin we met een schok opeens de onze herkennen. Daarin is niet zelden een kille onderstroom voelbaar is, alsof er iets rondsluipt dat voelbaar had moeten zijn voor de hoofdpersonen maar het niet was, waardoor het des te meer voelbaar is voor de lezer. Van Hassels werk confronteert en stelt niet gerust; het is tezelfdertijd buitengewoon liefdevol. Er is een wezenlijk talent en een onvermoeibare scherpzinnigheid voor nodig om het allemaal zo vanzelfsprekend te laten klinken als het werk van Sanneke van Hassel klinkt. Is het niet prettig dat dit talent de prijs won na stevige competitie? Gemakkelijk winnen kan iedereen. Maar winnen na strijd is echte victorie.

    We vatten samen: Sanneke van Hassel startte haar artistieke carrière bij toneelgezelschap ’t Barre Land en publiceerde veel en gericht sinds 2001, met een belangrijke Rotterdamse start via Passionate. Ze schreef soms in opdracht, maar veelal vrij. Ze verschijnt op een stedelijk, Rotterdams, maar ook nationaal en internationaal platform. Ze is daar niet zomaar “op niveau”, ze zet zelf een standaard. Ze zette het (korte) verhaal in Nederland op de kaart als een belangrijk genre, en deed dat door allereerst haar eigen verhalenbundels, door middel van de bijeenkomsten onder de titel Hotel van Hassel in Amsterdam en, in 2012, door de verzamelbundel Naar de stad die zowel in België als Nederland buitengewoon lovend werd ontvangen. Ze kreeg eerder de BNG literatuurprijs (2008). De literaire kwaliteit van haar werk wordt algemeen hoog geschat en een betiteling als “de ongekroonde vorstin van het korte verhaal” hoopt met de uitreiking van de Anna Blaman prijs een kroon gestalte te geven.

    Laten we wat dit laatste aangaat duidelijker zijn: we bekronen met de Anna Blamanprijs 2013 de hedendaagse vorstin van niet alleen het korte verhaal, maar van het verhaal: Sanneke van Hassel. We hopen dat ze als literaire vorstin nog lang mag regeren.

    De jury van de Anna Blaman Prijs 2013:
    Iris van Erve
    Frans-Willem Korsten
    Monique van Oosterhout
    Ester Naomi Perquin
    Gino van Weenen



Naar de overzichtspagina

Delen