Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2013

Rapport:

INLEIDING:

Wat maakt een boek tot een winnaar voor jongeren? Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Het kan te maken hebben met een jonge hoofdpersoon die mopperend en struikelend zijn weg naar volwassenheid zoekt, met betovering en ideeënrijkdom, maar ook: met het stillen van honger naar echtheid en authenticiteit. De vijf jury leden van de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2013 stonden voor de taak om uit ruim 200 inzendingen de krenten uit de jongerenpap te vissen.

Lastig, want zoals iedereen weet: jongeren eten helemaal geen pap. Het zijn net mensen. Ze eten brood, gebakken eieren, gerookte kip, zalm, sushi of sojaburgers en hebben allemaal hun eigen unieke smaak. De grootste gemene deler is hun leeftijd. Volgens het jury reglement dient die ergens tussen 15 en 30 jaar te liggen.

Een leeftijdsbestek dat ruim genoeg is om je te bezondigen aan propjes schieten in het klaslokaal, je eindexamen te verprutsen, uit te glijden in het studentenleven, een glansvolle carrière te maken, zwanger te raken en moeder of vader te worden, te vervallen tot een zware depressie en zelfs om geconfronteerd te worden met je eigen sterfelijkheid en je leven voortijdig te zien eindigen.

Dat is nogal breed. Maar hoe dan ook: er zijn ook beperkingen. Om een boek te kunnen kwalificeren als jongerenliteratuur is enige link naar de wereld van jongvolwassenen onontbeerlijk. Nadat we boeken over dementerende bejaarden, navelstarende vijftigers en overspelige huisvaders hadden uitgesloten van beoordeling, bleven er nog 162 titels over. Opvallend: slechts 18 van de 80 te beoordelen boeken in de categorie oorspronkelijk Nederlandstalig waren door de uitgever aangemerkt als jeugd- of jongerenroman. Van dat rijtje besloten we nog enkele titels door te schuiven naar de jury collega’s van de Gouden Lijst, omdat we meenden dat de boeken beter tot hun recht zouden komen bij lezers tussen 12 en 15 jaar. Zo eindigde op de jury tafel een zeer bescheiden stapeltje 15+-boeken in de schaduw van een grote berg volwassenenromans. Een muis naast een olifant.

Die muis werd genadeloos onderuit geblazen door het literaire geweld van zijn buurman. Tussen de oorspronkelijk Nederlandstalige genomineerde boeken vindt u dus geen jeugdliteratuur terug. Is dat erg? Ja en nee. Graag hadden wij hier willen concluderen dat het 15+-boek in het Nederlands taalgebied in volle bloei staat en net zo stevig heeft wortel geschoten heeft als in de Angelsaksische wereld. Boeken die een brug slaan tussen jeugdliteratuur en de wereld van volwassenen zijn hun gewicht in goud waard; ze kunnen lezers behoeden voor een val in het diepe.

Young Adult Fiction is in Amerika, Engeland en Australië al decennialang een goedlopend genre, waarin de belevingswereld van jonge mensen zich vertaalt naar kwalitatief hoogwaardige literatuur. De boeken verschijnen in een respectabele oplage en vallen recht van de drukpers in een gespreid bedje: de hele infrastructuur in scholen, boekhandels en bibliotheken is erop gericht om ze terecht te laten komen bij de juiste lezers. Nederland en Vlaanderen zijn bezig om op dit gebied een inhaalslag te maken, maar helaas moeten we constateren dat het Nederlandstalig aanbod in 2012 sterk achterbleef bij het vertaalde werk. Dat kan toeval zijn, maar het lijkt er toch op dat uitgevers jongeren minder prioriteit geven, nu er in de boekenwereld harde klappen vallen.

Dat is jammer, uiteraard. Maar verrassingen komen vaak uit onverwachte hoek. Waar wij als jury naar zochten waren sprankelende, originele, geloofwaardige vertellers die jonge mensen verleiden tot lezen. En die hebben we gevonden. Ze heten Billy , Boris, Budo, Coco, Danny , Emma, Hazel, Gus, Laura, Liz, Lies, Max, Philip en Rebecca en zijn elk op hun eigen manier bezig met het ontdekken van zichzelf en de wereld. Ze worstelen met de grote thema’s uit het leven en de literatuur, zoals eenzaamheid, trouw, (onbereikbare) liefde, de dood van een dierbare of hun eigen angst om te verdwijnen. Hun verhalen zijn bizar, bemoedigend, bevrijdend, buitenissig, destructief, geëngageerd,


Winnaar

  • John Green - Een weeffout in onze sterren

    Al drie jaar lang vecht de Amerikaanse Hazel tegen kanker, en eigenlijk had ze er allang niet meer moeten zijn. Maar dankzij Phalanxifor, een nieuw medicijn, én haar zuurstoftank met bijnaam Philip wint ze het voorlopig nog even van de dood. Natuurlijk, er is altijd ‘die klauwende raspende pijn van zuurstofgebrek’ die haar binnenstebuiten lijkt te keren, maar ach, Hazel noemt haar vollopende longen gewoon een bijwerking van doodgaan. Veel meer woorden maakt ze aan haar doodvonnis niet vuil, maar dat je het wel even scherp hebt: ze is een granaat die op ontploffen staat en een relatie is wel het laatste waar ze op zit te wachten. Dus als ze in haar praatgroepje voor jongeren met kanker Gus ontmoet, een charmante en welbespraakte jongeman die zijn been heeft verloren aan botkanker, is ze in eerste instantie afhoudend. Toch moet haar verzet wijken: de aantrekkingskracht is immens en wederzijds. Hazel wordt verliefd, ‘langzaam en dan ineens helemaal, zoals je in slaap valt.’

    Het zou het recept kunnen zijn voor de zoveelste tranentrekker: twee tieners met kanker die hun leven zien eindigen en op de valreep verliefd worden, maar John Green komt er moeiteloos mee weg.

    ‘Kanker is dan misschien wel een groeisector, een sector die mensen overneemt. Maar dat wil nog niet zeggen dat je je al bij voorbaat gewonnen moet geven,’ grapt Gus. Vol overgave stort hij zich op Hazels wereld en leest hij haar lievelingsboek Een vorstelijke beproeving , een mallotig en cynisch verhaal dat middenin een zin zomaar ophoudt. Met zijn laatste Wens, gefinancierd door de Wensstichting die wensen vervult voor zieke kinderen, regelt hij zelfs een reisje naar Amsterdam. Daar strompelen ze samen langs de bebloesemde grachten naar het huis van schrijver Peter van Houten, om te ontdekken hoe het de personages na die laatste abrupte zin is vergaan.

    Humor als wapen tegen verdriet en machteloosheid: John Green is er een meester in. H et maakt de pijn draaglijk en tegelijkertijd extra krachtig. Een weeffout in onze sterren is een onvergetelijk boek dat je snoeihard raakt. Een verhaal over liefde en dood, over de angst om vergeten te worden en de noodzaak om door anderen te worden gezien. Als toetje zijn er bittere tranen en troost: een leven kan voortijdig eindigen en toch compleet zijn.

    Een boek kan je leven redden, zei John Green enkele jaren geleden tijdens een van zijn bezoeken aan Nederland. Een weeffout in onze sterren is zo’n boek. Een inhoudelijke, rijkgeschakeerde en intelligent geschreven roman met een filosofische ondertoon en hoofdpersonen die onder je huid kruipen.
    Realistisch, waarachtig, subtiel en humoristisch. Een weeffout in onze sterren is het allemaal.

    De romance tussen Gus, die wanhopig probeert zijn stempel op de wereld te drukken in de tijd die hem nog rest, en Hazel, die moedig doorknokt om zichzelf buiten haar ziekte te houden, raakt je diep.
    De jury kent daarom de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2013 toe aan John Green in de hoop dat heel veel jongeren dit mogen lezen en dat Een weeffout in onze sterren voor hen dezelfde betekenis mag krijgen als Een vorstelijke beproeving voor Hazel en Gus.

    Details:
    Een weeffout in onze sterren is winnaar in de categorie vertaalde boeken en kreeg de meeste stemmen van het publiek en is daardoor ook winnaar van de publieksprijs.
  • Philip Huff - Niemand in de stad

    Niemand in de stad speelt zich af in een Amsterdams corpsballenhuis aan de Prinsengracht, dat is gelegen pal naast het Achterhuis. ‘Het Weeshuis’ heeft twaalf bewoners, gezworen vrienden, die zich in afzondering overgeven aan een kleine kunstmatige cocon met eigen regels voor zolang dat kan en het echte leven zich nog niet aandient.

    Het is een mannenwereld waarin kameraadschap, mores en broeierige hormonen de dienst uitmaken en waar de studie bijzaak is. Een plek van uitstel, waar nog geen verplichtingen bestaan in de vorm van salarisstrookjes, kinderen of blauwe enveloppen. De dagelijkse leegte wordt er bestreden met ontgroeningen, borrelavonden, dronkenschap, seks en hilarische onzinnigheden. Zo is er bijvoorbeeld het ‘Mondriaanspel’, waarbij je vanaf een willekeurig vertrekpunt in een zo recht mogelijke lijn aan dient te komen op de plaats van bestemming. Als er een gracht in de weg zit, dan spring je daar gewoon in met jasje-dasje en al.

    Zo kan het gebeuren dat hoofdpersoon Philip H ofman na een nacht op de sociëteit dronken het koude water van het Singel inplonst samen met Karen, een beeldschoon en onbereikbaar medelid. H ij probeert te denken aan Elisabeth, zijn vriendinnetje uit Aerdenhout, haar witte lichaam in een gestreepte bikini, maar zelfs die opwindende gedachte helpt niet. Hij kan zijn ogen niet van Karens lijf afhouden en enkele maanden later gaat hij toch overstag zijn overspelige klootzak van een vader achterna.

    Philip stort zich in een roekeloos avontuur, dat een keten van onomkeerbare gebeurtenissen in gang zet. Al sinds zijn debuut Dagen van gras verdenkt de wereld Philip Huff van autobiografisch schrijven en Huff speelt dat spelletje graag mee.

    De naam van protagonist Philip Hofman lijkt verdacht veel op zijn eigen naam, en die foto voorop, ja, dat is warempel Huff zelf. In een gerenommeerd dagblad werd Niemand in de stad weggezet als een ferme aanklacht tegen het bekrompen gedachtegoed van het studentencorps, maar wie dat gelooft doet Huff absoluut tekort. Huff is geen pamfletschrijver, maar een vernuftig romancier die dondersgoed weet waar hij zijn lezers hebben wil en die met vaardige pen hun emoties bespeelt.

    Hij laat je meeleven in het benauwde corpswereldje, dompelt je onder in de verlangens en twijfel van zijn alterego Philip. Intussen schrijft hij het Weeshuis en zijn bewoners genadeloos naar de ondergang. Als het schip zinkt, trekt het iedereen mee. Er is geen ontkomen aan.

    Zo gaat dat in echte literatuur. ‘We hebben een systeem geschapen dat je opslokt of uitspuugt. Het huis wint altijd’, zegt Philips vriend en wegwijzer Jacob, niet lang voordat hij van de rotsen zal springen.
    Liefde, dood, vriendschap, existentiële eenzaamheid, kwelling, verleiding. Huffs thematiek is universeel en blijft niet steken bij de schutting van het Weeshuis, maar reikt tot ver daarbuiten.

    De knap getroffen studentensubcultuur, de perfect beheerste stijl, Huffs verteldrift, zijn humor, de broeierige erotiek, de kwetsbaarheid van zijn personages, de muziek, de precair uitgewerkte groei naar volwassenheid, het groots opgezette drama dat alles maakt Niemand in de stad tot een ultiem jongerenboek.

    Niemand in de stad is de gedroomde winnaar van de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2013.

    Details:
    Niemand in de stad is winnaar in de categorie oorspronkelijk Nederlandstalige boeken.

Genomineerd

  • David Almond - Het ware verhaal van het monster Billy Dean

    Rapport David Almond:
    ‘Ze zeggen dat ik onder ut srijfen van mn verhaal vanzelf merk hoe ik ut moet srijfen,’ zo begint Het ware verhaal van h et monster Billy De an. De dertienjarige Billy is de zoon van een priester en een kapster; een jongen die er niet had mogen zijn, die in zonde is geboren en verborgen is gehouden. Hij is binnenshuis opgegroeid, alleen, met zijn fantasie als enige vriend en zo nu en dan een bezoekje van zijn vader, een getormenteerde priester die wordt verscheurd door schuldgevoelens.

    Billy schrijft over zijn onvolmaakte leven in een merkwaardig fonetisch taaltje dat hij zelf heeft bedacht. Terwijl Billy voor het eerst naar buiten mag en werkt aan een coming-of-age onder bizarre omstandigheden, ziet de buitenwereld hem als een redder, een visionair. Zijn vader hoopt op een zuiver en puur wezen omdat Billy nooit met de boze buitenwereld in contact is geweest; zijn dorpsgenoten dichten hem genezende krachten toe. Niemand wil zien wie hij werkelijk is: Billy is geen engel, maar een jongen die zich sociaal, emotioneel en cognitief nauwelijks heeft kunnen ontwikkelen en er een intuïtieve en dierlijke moraal op na houdt. Als zijn vader hem heeft verteld hoe de mensheid heeft leren schrijven op perkament, gaat hij aan de slag om zijn eigen papier te maken. Hij schraapt de huidjes van dode muizen schoon, laat ze drogen, vangt een vogel en doopt een vogelpen in bloed. Zo schrijft en tekent hij zichzelf een lugubere wereld vol fantasiedieren en monsters.

    Het ware verhaal van het monster Billy Dean is een schrijnend verhaal waarvan de hoogst originele vorm veel van de lezer vraagt, maar tot in de puntjes klopt. Het fonetische schrift ontwikkelt zich van rauwe kreten tot steeds leesbaardere taal en is perfect vertaald in gemankeerd Nederlands.

    Achterin schrijft vertaalster Annelies Jorna dat zij heeft gestreefd naar een evenwicht tussen afwijkende taal en leesbaarheid, en ze weet die balans uitstekend te vinden. Billy ’s kneuzige taaltje sprankelt van ritme en melodie. Zijn verrukking bij de eerste stappen die hij zet in de buitenwereld, zijn afgrijzen van zijn vader, het is allemaal even ontroerend en oprecht.

    He t ware verhaal van het monster Billy Dean is Almonds eerste boek voor (jong)volwassenen en is net als zijn jeugdboeken doortrokken van een smeulende ondertoon. Als altijd weet David Almond de duistere en gevaarlijke zelfkant van de menselijke ziel aan te raken, nu in nog uitgekleder en puurder proza, volgroeid en volwassen, smullen dus voor iedereen die hongert naar echtheid en authenticiteit.
    En welke jongere doet dat niet?

    Details:
    Het ware verhaal van het monster Billy Dean is genomineerd in de categorie vertaalde boeken.
  • Alessandro Baricco - Mr Gwyn

    Rapport Alessandro Baricco:
    ‘Onherroepelijke beslissingen worden alleen maar genomen op grond van een voorbijgaande gemoedgesteldheid,’ zegt een van de personages in Mr Gwyn - een oude dame met een paraplu en regenkapje die in de wachtkamer van een polikliniek op haar beurt wacht.
    Woorden van Proust, aan wie de hoofdpersoon Jasper Gwyn een gruwelijke hekel heeft, maar die uit de mond van de oude dame vrijwel onaantastbaar klinken. Het maakt zoveel duidelijk. Alleen de oude dame is er niet meer. Ze is al maanden dood en Gwyn, een beroemd en getalenteerd schrijver die in een opwelling zijn pen aan de wilgen heeft gehangen, wacht vergeefs op haar in die wachtkamer, met als smoesje een verwijzing voor een ecg. De dialoog speelt zich dus enkel af in zijn hoofd. Als hij van de assistente heeft vernomen dat de vrouw is overleden, slaat hij aan het dolen. Zo belandt hij in een fotogalerie waar alles plotseling op zijn plek valt: hij wil zijn leven gaan wijden aan het schrijven van portretten.

    Aan kleine toevalligheden een grootse betekenis toekennen, daarin is de Italiaanse successchrijver Alessandro Baricco een meester. In Jasper Gwyns verbeelding laat hij een groots en obsessief idee rijpen; de schrijver spendeert bijna zijn complete vermogen om zijn missie precies zo uit te voeren als Baricco die in zijn hoofd heeft geplant. Hij vindt een ruimte ter grote van een half tennisveld met tikkende verwarmingsbuizen en vochtplekken op de muur, en vindt in Camden Town bij een ambachtelijke lampenmaker achttien gloeilampen die na dertig dagen spontaan zullen uitdoven. Als zijn werkplaats perfect is, gaat hij op zoek naar een model. Zijn eerste onderwerp wordt Rebecca, een corpulente stagiaire die werkzaam is op zijn voormalige uitgeverij. H ij vraagt haar om een maand lang vier uur per dag aanwezig zijn en te poseren, naakt. Jasper Gwyn heeft geen bijbedoelingen, maar wil de mensen die hij portretteert kunnen zíen. Als hij intensief kijkt, zal hun verhaal zich als vanzelf aan hem openbaren. Het portret wordt strikt persoonlijk, en zal nooit door een ander dan de geportretteerde mogen worden gelezen. Het wordt een uiterst lucratieve handel à 15.000 pond per portret.

    Baricco is net als Jasper Gwyn een schilder in woorden. Hij geeft zijn zinnen kleur, kiest een zorgvuldig gecomponeerde vorm en wekt met zijn verhaal een briljante sluier van suggestie. Hij laat zijn schrijvende hoofdpersoon keer op keer verdwijnen, wist zijn sporen uit, laat hem terugkeren in fragmenten van boeken die onder pseudoniem worden gepubliceerd en stuurt de jonge Rebecca op pad om Gwyns vingerafdrukken alsnog bijeen te sprokkelen en in elkaar te puzzelen.

    Mr Gwyn is een prachtig verhaal over schrijverschap, waarin de verhouding tussen werkelijkheid en fictie, tussen origineel en plagiaat, tussen de intentie van de schrijver en de interpretatie van de lezer balanceert op een fragiele grens. Baricco is een subliem verteller die je meeneemt in zijn adembenemende verhaal over perceptie, over de noodzakelijkheid van my steries en verbeelding, over de incomplete blik waarmee wij de wereld bekijken. Pure betovering en romantiek, waaraan Rebecca zich volledig overgeeft - en met haar de lezer.

    Details:
    Mr Gwyn is genomineerd in de categorie vertaalde boeken.
  • Matthew Dicks - Herinneringen van een denkbeeldig vriendje

    Rapport Matthew Dicks:
    H et is even wennen aan de bizarre wereld van denkbeeldige vriendjes, maar vooruit, Budo is zo ontwapenend dat je hem wel móet geloven. Regel 1. Denkbeeldige vriendjes bestaan in een parallelle wereld. 2. Ze kunnen onze wereld wel zien en horen, maar geen materie verplaatsen. 3. Ze bestaan voor zolang hun bedenker, meestal een kind, in ze blijft geloven. 4. Ze kunnen alleen communiceren met degene die ze verzonnen heeft en 5. Ze kunnen grillige vormen aannemen, want ze zien er precies zo uit als ze zijn bedacht. Zo heb je Spoon, die de vorm heeft van een lepel, en Pterodacty l, wiens ogen vastzitten aan een wiebelende groene antenne waardoor hij voortdurend misselijk is. Voor een denkbeeldig vriendje is Budo een echte geluksvogel. Hij heeft benen, armen en een gezicht en lijkt precies op een mens, omdat Max dat wil. En zolang Max in hem blijft geloven, bestaat hij.

    Budo vertelt ontroerend en vol liefde over zijn mensenvriend Max, die geen buitenkant heeft, maar een en al prachtige binnenkant is. Max is het gelukkigst als mensen hem met rust laten, komen ze te dichtbij dan blokkeert hij. Volwassenen zouden zeggen: Max is een autist. Gelukkig is hier geen psycholoog aan het woord, maar een geheel onbevangen denkbeeldig vriendje dat je deelgenoot maakt van zijn belevenissen in een puntgave, authentieke stijl. Budo vertelt hoe Max op het toilet zo erg in paniek raakt dat hij op het hoofd poept van Tommy , de grootste pestkop van school. Hij laat je zien hoeveel moeite zijn omgeving heeft om Max zichzelf te laten zijn. Iedereen wil hem veranderen of in een richting duwen: zijn ouders, de school, zijn medeleerlingen. De sturende krachten nemen zulke groteske vormen aan dat Max slachtoffer wordt van een ontvoeringszaak waar alleen Budo getuige van is.

    Met zijn denkbeeldige vriendjes heeft Matthew Dicks een verrassende en geraffineerde vorm gevonden om de wereld van een autistische jongen te beschrijven, zonder zijn gedachten te hoeven invullen. De genegenheid die Budo voor Max voelt is grenzeloos en onvoorwaardelijk, maar Budo is geen altruïst en daarin schuilt de grote kracht van dit boek. Budo is zo menselijk dat hij worstelt met zijn eigen bestaansrecht. Als hij een reddingsoperatie op touw zet voor Max, raakt hij ernstig in dubio. Als Max hem vergeet, dan zal hij verdwijnen. Kan hij dat opbrengen?

    Wie niet oppast kan iemands duivel worden, ontdekt Budo in deze beklemmende ontvoeringszaak. Dat geldt voor de rücksichtslose ontvoerder die Budo ‘de duivel in het bleke maanlicht’ noemt, maar ook voor hemzelf. Budo’s angst om te verdwijnen, zijn onwil om er straks niet meer te zijn, is invoelbaar. Dat, gekoppeld aan Dicks stilistisch vernuft, is wat zijn personage overtuigingskracht geeft, en wat dit boek zo waarachtig maakt. Herinneringen aan een denkbeeldig vriendje is een perfect crossover boek: een ode aan de verbeelding, geschikt voor jonge en oude lezers, voor iedereen die bereid is in Dicks denkbeeldige vriendjes te geloven.

    Details:
    Herinneringen van een denkbeeldig vriendje is genomineerd in de categorie vertaalde boeken.
  • Esther Gerritsen - Dorst

    Rapport Esther Gerritsen:
    Dorst begint terloops, met een toevallige ontmoeting op de Overtoom, waarbij moeder Elisabeth haar dochter Coco meedeelt dat ze stervende is. Coco herhaalt het woord: ‘Doodga?’. Elisabeth denkt: mijn dochter is dikker geworden. Ze moet haar haar niet zo kort knippen. Terug thuis herkauwt Coco de boodschap nog eens: ‘Mijn moeder gaat dood.’. Ze wil de zin hardop uitspreken en verheugt zich vooral op de troost die het bij haar omgeving zal losmaken.

    Esther Gerritsen heeft weinig woorden nodig om een ernstig verstoorde relatie op indringende wijze neer te zetten. Dorst is het genadeloze portret van een autistische moeder en een beschadigd kind, die niet in staat zijn tot werkelijk contact. Dochter noemt moeder een viswijf, zichzelf een vis, spartelend op het droge, dorstig naar liefde die ze nooit heeft gekregen. Dochter verlangt ernaar om iets kapot te maken, wordt woest van redelijkheid en hunkert ernaar om gezien te worden al is het maar door de kalende middelbare man waarmee ze een ten dode opgeschreven relatie onderhoudt. Het ontgaat moeder volledig. Voor haar bestaat ‘de dochter’ alleen op afgesproken tijden, haar woorden klinken als ‘bijjewonenmama’ en ‘benjebang’. Elisabeth kan slechts moeizaam met mensen overweg, is beter met dingen. H aar liefde richt zich op schilderijlijsten en de zacht gepolijstelagen van het keukentafelblad die aanvoelen als huid.

    Dorst gaat over opgroeien en loslaten, over oningeloste verwachting, over leegte en verloren tijd, die doorklinkt in goede antwoorden die te lang duren, in de krassende geluiden van bestek op bord, in de echo van het trapportaal van het huis waar moeder en dochter hun laatste dagen samen doorbrengen.

    In ijzersterk proza en rinkelende dialogen fileert Gerritsen de menselijke behoefte om iets voor een ander te betekenen. Dorst is sober en strak eigentijds proza over een ontwrichte familierelatie in de wereld van nu. Het is een spiegel van de sterk geïndividualiseerde samenleving waarin mensen op zoek zijn naar splinters van verbondenheid. Daarin kan het zomaar gebeuren dat de naderende dood van een bloedverwant plompverloren tussen de Amsterdamse tramrails blijft steken.

    Esther Gerritsen bijt. Ze is een schrijfster bij wie je misschien liever uit de buurt zou blijven, maar haar verraderlijk lichte toon zuigt je onherroepelijk naar zich toe. Dorst is even toegankelijk als indringend, even benauwend als bevrijdend, en óók voor jongeren beangstigend herkenbaar.



    Details:
    Dorst is genomineerd in de categorie oorspronkelijk Nederlandstalige boeken.
  • Hanneke Hendrix - De verjaardagen

    Rapport Hanneke Hendrix:
    De proloog van De verjaardagen zet bedrieglijk monter in. Het is een zonnige ochtend in een dorp zoals er vroeger zoveel waren: met een groenteboer met een houten schuifdeur, een drogisterij van de vrouw van de man van het postkantoor, een schoenmaker met een stoffige etalage, een slager met een snor en bloed op zijn in het wit gestoken buik en een bakkerij. Op het dorpsplein hobbelt de barman van het plaatselijke café met een brakke kop over de keien. Zo dadelijk zal hij getuige zijn van een luguber tafereel: een been dat uitsteekt onder de deur van het damestoilet van het café, toebehorend aan een meisje dat bloedend en kwijlend tegen de wc-pot ligt. H et is een noodlottige scene waarmee het verhaal sterk inzet en ook zal eindigen.

    Boris en Lies, de twee jonge hoofdpersonen van dit kleinburgerlijk drama, zijn buitenbeentjes die allebei per ongeluk zijn verwekt. Lies is het resultaat van een impulsief uitstapje van de bakkersvrouw naar de stad en is ter wereld gekomen met een zeldzame huidziekte waardoor ze is gedoemd haar leven misvormd en gezwachteld door te brengen. Boris is het product van de toiletverkrachting in het dorpscafé. Beladen met boosheid verzet hij zich tegen zijn ouders en vindt hij troost bij Lies. Samen vormen ze een fort tegen de vijandige buitenwereld. Toch kunnen ze niet voorkomen dat het onheil via de kieren en spleten van de bakkerij naar binnen sijpelt.

    Hendrix neemt de tijd voor hun volwassenwording, en gutst en hamert er daarna op los tot de boel onherroepelijk scheurt. Zo ontdek je als lezer wat de moeder van Boris als meisje al wist: Iets wat kapot is herinnert aan hoe het was. Pas dan zie je dat het mooi was, voel je hoe mooi het is geweest, veel beter dan toen het nog heel was.

    Hanneke Hendrix heeft een vlotte en verassend eigen vertelstem. Op laconieke toon onderzoekt ze wat volwassenwording betekent, hoe omstandigheden daarbij een rol spelen, hoe generaties onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, wat er verandert als je zelf een kind krijgt. Alles blijft verraderlijk licht.

    Gezworen schoolvrienden hebben ‘iets oubolligs, iets met doorgekookte boontjes en koffie.’ Lies met haar zwachtels ruikt volgens een klant in de bakkerswinkel naar ‘gedroogd vlees’ (‘alsof ze het had over de nieuwe luchtverfrisser in het halletje’). Haar regelrechte proza stelt gerust en zet je steeds op het verkeerde been. Onder alle opgeruimdheid sluimert een intens gevoel van onmacht en een roep om bestaansrecht. Halsstarrig proberen Lies en Boris hun eigen plek te verwerven in een bekrompen omgeving, maar alles is tijdelijk.

    De verjaardagen heeft een cyclisch karakter; alles wat gebeurt zal opnieuw gebeuren. In dit boosaardige sprookje is het noodlot onafwendbaar. Je ertegen verzetten heeft geen zin, dus je kunt maar beter opgewekt blijven, zal Hendrix gedacht hebben. In die ambivalentie slaagt ze voortreffelijk.

    Details:
    De verjaardagen is genomineerd in de categorie oorspronkelijk Nederlandstalige boeken.
  • Ali Lewis - De schoenen van mijn broer

    Rapport Ali Lewis:
    De schoenen van mijn broer speelt in het verzengende hart van Australië, een desolaat gebied waar de dichtstbijzijnde buurman tachtig kilometer verderop woont. Hoofdpersoon Danny is een gevoelige, dertienjarige jongen die een groot verdriet met zich meezeult en die tevergeefs wacht tot het echte leven gaat beginnen. Zijn afwachten speelt zich af op een veeboerderij, waar het is leven hard is en discipline vereist. De duizenden runderen die het bedrijf rijk is zwerven door de gortdroge woestijn, op zoek naar taaie sprieten en struiken. Eén keer per jaar worden de dieren bij elkaar gedreven tijdens de ‘veetelling’, een wekenlange uitputtingsslag waarbij de dieren met behendig kunst- en vliegwerk worden verzameld voor de slacht. Danny hoopt erop om met de mannen te mogen kamperen in de woestijn en ’s avonds bij het kampvuur te slapen.

    Het is de grotejongensdroom van een jochie dat thuis nauwelijks wordt gezien. Zijn vader heeft andere dingen aan het hoofd. Grote broer Johnny is verongelukt en heeft een gat in het gezin geslagen; zus Sissy is zwanger, veertien jaar en één maand oud. ‘Iedereen wist dat dat te jong was, maar niemand wist met wie ze had liggen vogelen,’ zegt Danny op zijn laconiek stoere toontje.

    De verhoudingen worden op scherp gezet als er een Engelse au pair wordt aangetrokken om te helpen tijdens de kraamtijd. Liz is een schriele blonde nitwit die nog geen boterham kan roosteren en het cynische lot wil dat ze vegetariër is. Toch is het juist Liz met haar eindeloos stomme meisjesgeklungel die Danny ’s bondgenoot wordt. Zij wordt degene die hem helpt zoeken naar zijn kameel Buzz als die is weggelopen in de woestijn en die de pijnlijke plekken in het gezin durft te benoemen.

    Ali Lewis (zelf ooit werkzaam geweest als dom blondje op een cattle station) schreef een sfeervol verhaal over Danny ’s groei naar volwassenheid. De verstikkende familierelaties, de ambivalente houding ten opzichte van de zwarte ‘gins’ (aboriginals), de sterk uitgewerkte couleur locale en de filmische en beeldende manier van vertellen maken De schoenen van mijn broer tot een avontuurlijk boek voor iedere backpacker in spe, maar ook voor thuisblijvers. Een ruig verhaal waarin wordt gesurft op dode koeien, op vrijwel elke pagina wordt gezeuld met dode kadavers, dat stinkt naar rottend vlees en waarin keihard wordt gevochten tegen de verschroeiende hitte. Een verhaal dat zwanger is van spanning, die maar niet wil losbarsten. Telkens als Liz haar longen leegblaast van schrik, verwacht je een wending of een ontknoping. Lewis houdt de spanning erin: De schoenen van mijn broer is een verhaal dat voort dendert als vee: traag en indrukwekkend.

    Danny is een onvergetelijke held in het rijtje Oskar - Jamie - Gieles, een gevoelige piekeraar die door omstandigheden vroegwijs is geworden en hunkert naar het echt leven. Met zijn voorgangers vormt hij het bewijs dat ook het perspectief van een jongere hoofdpersoon, die opkijkt tegen zijn volwassen omgeving, het uitstekend kan doen in een boek voor jongvolwassenen.

    Details:
    De schoenen van mijn broer is genomineerd in de categorie vertaalde boeken.
  • Renée van Marissing - Strak blauw

    Rapport Renée van Marissing:
    Hoe houd je jezelf staande als het leven ongefilterd binnenkomt? Als alledaagse prikkels voelen als een bombardement? Die vragen onderzoekt Renée van Marissing in Strak blauw , het verhaal van een jonge vrouw die steeds verder wegzakt in een heftige depressie.

    Hoofdpersoon is Laura, fotografe, die denkt gelukkig te zijn met An. Haar nieuwe lief is op haar gevallen vanwege haar gereserveerdheid, maar ze zijn in alles elkaars tegenpolen: An heeft gezellige avondjes met haar vriendinnen waar lege wijnflessen en volle asbakken van getuigen. Laura is erg op zichzelf en werkt in haar atelier in alle eenzaamheid aan een maquette van ‘vluchtkamers’, de schuilplekken in haar hoofd waar ze heen kan gaan als het haar teveel wordt. Haar kunstproject is een volstrekt individuele therapie. ‘Doordat ik die ruimtes namaak en vervolgens fotografeer en tentoonstel, deel ik wat er in mijn hoofd zit met andere mensen. Iedereen zal de plekken zien waar ik me kan verstoppen en waar ik me veilig voel en er iets van vinden en daardoor zal ik er niet meer kunnen zijn zodra ze bestaan, fysiek in de wereld, en door anderen worden bekeken en bekritiseerd.’ Met haar kunst zet Laura zichzelf klem, dat voelt even noodzakelijk als destructief. ‘Het dringt zich op, en ik moet het van me afschudden, als druppels water wanneer je uit de zee komt lopen. Die druppels, die zijn het kunstwerk.’

    Strak blauw is een zorgvuldige en fragiele tekening van het eigentijdse leven van twee vrouwelijke jongvolwassenen. Laura heeft moeite om aansluiting te vinden bij haar omgeving, worstelt intens met het leven en de liefde. De opgeruimde An laat haar de zonnige kant van alles zien en maakt haar leven lichter. Maar is dat genoeg? De twijfel daarover brengt barstjes aan in Laura’s wankele evenwicht met verstrekkende gevolgen. Steeds minder is zij in staat om prikkels en gedachten een plek te geven alles raakt uitvergroot. In een adembenemend tempo laat Renée van Marissing haar protagonist kopje ondergaan in rauwe zinnen, die steeds meer aan helderheid en structuur moeten inboeten. Gaandeweg worden Laura’s gedachten verwarder, en lijken ze die van jou te worden. Haar gedetailleerde beschrijvingen trekken je bijna over de grens van waanzin en escaleren tijdens een nachtelijke trip door de stad. De bom ontploft.

    Strak blauw is een prachtig boek en tegelijkertijd een beklemmende ervaring. Van Marissing brengt geen ordering, relativering of logica in Laura’s gedachten voor je aan, ze laat je als lezer het geestelijk ziek zijn erváren. Dat is heftig en intens. Of, zoals een van de jury leden het verwoordde: ‘Het was een opluchting toen ik het boek eindelijk naast me neer kon leggen omdat het uit was.’

    Details:
    Strak blauw is genomineerd in de categorie oorspronkelijk Nederlandstalige boeken.
  • Myrthe van der Meer - Paaz

    Rapport Myrthe van der Meer:
    Wormen in je hersens, paniek in je lijf en een hoofd dat er telkens afrolt. In Paaz vertelt Myrthe van der Meer op lichtvoetige wijze hoe het voelt om met een zware depressie te belanden op een psychiatrische afdeling. Emma’s verhaal berust op waarheid, zo schrijft Van der Meer vooraf. Paaz is volledig gefictionaliseerd, maar dat het gaat over een jonge succesvolle redactrice die zich over de kop werkt op een uitgeverij, is niet toevallig.

    Hoofdpersoon is Emma, verslaafd aan hard werken, aan het lege gevoel dat concentratie haar vanbinnen oplevert, zodat ze nergens anders aan hoeft te denken. Tot haar lichaam ineens niet meer meewerkt en ze paniekaanvallen krijgt die de grond onder haar voeten doen veranderen in een moeras. Een paar weekjes vakantie, zegt de bedrijfsarts. Nog geen week later loopt ze door een smetteloze ziekenhuisgang en wordt ze opgenomen op de ‘paaz’, de psychiatrische afdeling van het algemeen ziekenhuis.

    ‘De paaz leeft en ik zit gevangen tussen zijn kaken,’ constateert Emma droog, terwijl ze met een haarscherp observatievermogen verslag doet van de lange weg naar buiten. Die voert langs een eindeloze hoeveelheid pillen, doorwaakte nachten, ijzeren regelmaat, duizenden puzzelstukjes, hilarische therapiesessies, geflipte bewoners, zelfingenomen psychiaters en pijnlijke momenten die voelen als ‘een kaasrasp over de ziel’. Haar timing en humor maken dat je vaak hardop in de lach schiet, maar toch, je ontdekt een patroon. Emma’s satirische blik, haar vriendelijke en meegaande houding naar anderen toe zijn wapens om de wereld op afstand te houden. Het is een pose die haar overeind houdt, waarmee ze zorgvuldig de angsten verhult waarvoor ze zo hard wegloopt.

    De psychiatrie is een rariteitenkabinet en Van der Meer kan er smakelijk over vertellen. Met humor beschrijft ze de ziektebeelden van haar medebewoners. H et verschil tussen de afdeling psychiatrie en een willekeurige andere afdeling van het ziekenhuis beschrijft ze als volgt: ‘Je gaat er met het psychische equivalent van een gebroken arm naartoe, je vertelt de dokter waar het pijn doet, en wacht dan op zijn oordeel. H et verschil is dat terwijl jij je in gedachten al voorbereid op een paar weken gips, de dokter je na zijn onderzoek ernstig aankijkt en zegt: “Dit is geen arm, maar een been.”’
    Zelfinzicht is verdomd lastig, maar Emma heeft een haast onbegrensd vermogen tot het minutieus analyseren, beschrijven, opmeten en relativeren van de blinde vlek die haar verhindert zichzelf werkelijk te zien.

    Kan dat boek niet tegengehouden worden? grapt een van de personages -een behandelend psychiater - op de achterflap. Wij zeggen: alsjeblieft niet. Op het gebied van bestraling en chemotherapie is iedereen tegenwoordig expert, maar een vermoeidheid onderscheiden van een depressie, dat blijft lastige kost.
    Dit boek zouden alle jongeren moeten lezen. Vanwege de scherpe pen, de geestigheid, de eerlijkheid, het leerzame inkijkje in de besloten wereld van de psychiatrie, maar ook vanwege de bemoedigende boodschap van deze potentiële zelfmoordenaar. Dat vriendschap de motor is die het leven draaiende houdt geldt niet alleen op de paaz, maar ook daarbuiten. Menselijk contact is wat er in een mensenleven toe doet. Dat heeft Emma met haar verstoorde zelfbeeld toch maar feilloos in de gaten.

    Details:
    Paaz is genomineerd in de categorie oorspronkelijk Nederlandstalige boeken.

Naar de overzichtspagina

Delen