Gouden Strop 1989

Winnaar

  • Gerben Hellinga - De terugkeer van Sid Stefan

    Juryrapport Gouden Strop 1989:

    Met “De terugkeer van Sid Stefan” heeft Gerben Hellinga een spannend boek geschreven zoals dat hoort te zijn, namelijk spannend. Bovendien heeft het twee ontknopingen; Hellinga gaat door waar een andere schrijver tevreden zou zijn geweest. Alleen daarom al verdient “De terugkeer van Sid Stefan” te winnen. Het boek is, om een woord van een ander te stelen ‘vakmanschappelijk’. Er zit vaart in, geen gebeurtenis is overbodig voor de loop van het verhaal. Ook de stijl staat in dienst van wat wordt verteld en past bij het genre: helder, beeldend, snel. De opbouw is knap; wat spanning betreft zijn er twee pieken, met een niet al te diep dal ertussen. Verbaasd moet de lezer na hoofdstuk achttien constateren dat het verhaal gewoon doorgaat.

    De wisselende ambiance is zo beschreven dat de lezer er zich iets bij kan voorstellen, maar zonder ergens te nadrukkelijk voorgrond te worden. Een daktuin ergens midden in New York, een hut-achtige woning daarop, met een ingang op het dak en een uitgang een verdieping lager. Hellinga beschrijft die intrigerende bedoening heel mooi. Aan het einde van het verhaal blijkt de beschrijving nog functioneel te zijn geweest. En dit is maar één voorbeeld.

    Slim is het Sid Stefan na zijn lange winterslaap een beroep te geven dat hem in staat stelt de wereld af te reizen zonder dat dat ergens geforceerd lijkt. Een luchtkoerier, met wortels in de Noord-Hollandse polder, maar met kennissen over de hele wereld. Een luchtkoerier met vanzelfsprekend een vluchtig leven, wat zijn snelle verplaatsingen volkomen acceptabel maakt. En een luchtkoerier die zijn vrijheid waardeert boven maatschappelijke orde, waardoor hij zich meer kan veroorloven dan een oppassend burger.

    Sid Stefan heeft persoonlijke motieven om zich te verdiepen in de verwijding van Manja Middelton, en dat hij zich steeds verder in de zaak werkt, is heel overtuigend. Ook de andere personages overtuigen; zelfs de bijfiguren worden personen. Heel duidelijk geldt dat voor de kunstschilder met de macabere hobby. Hij is niet een platte misdadiger; hij heeft een verleden, vriendinnen, buren. En een fysieke afwijking die al heel vroeg in het verhaal wordt geïntroduceerd en die later een heel plausibele verklaring blijkt voor zijn psychische afwijking. Wanneer de lezer – na eerst op een dwaalspoor te zijn gebracht – eindelijk snapt waar het eigenlijk om gaat, verrast dat hem misschien, maar overvalt het hem niet.

    Een verhaal met een smerige misdaad erin loopt het gevaar voyeuristisch te worden. Indien de misdaad in alle smerige details zou zijn beschreven, zouden de verkoopcijfers daar niet onder lijden – om het zacht uit te drukken. Een strenge straf geeft aan het eind van een dergelijk boek het geweten van de lezer rust. Maar lol van dat hypocriet moralisme gunt Hellinga je niet. Van de misdaad zelf – de reeks moorden – komt de lezer in de ingetogen beschrijving precies zoveel aan de weet dat hij het laatste hoofdstuk nagelbijtend leest, en meer niet.

    Dat Sid Stefan is teruggekeerd biedt een opening voor een mooie vervolgserie (Na “Dollars”, “Messen” en “Vlammen”).
    De jury heeft maar één minder geslaagde zinsnede in het boek aangetroffen: de titel, die aantrekkelijker is voor de uitgever dan voor de lezer. De eigenlijke titel luidt natuurlijk “Kirsten”. Voor de verdiende herdruk stelt de jury deze hierbij gratis ter beschikking.

    Jury:
    Lydia Rood (voorzitter)
    John van Oppen
    Eric Slot
    Peter Smit

Genomineerd

Naar de overzichtspagina

Delen