Gouden Uil Literatuurprijs 1996 Non-fictie

Rapport:

Nota van de jury non-fictie:

Het aantal inzendingen voor de non-fictie prijs komt vervaarlijk dicht in de buurt van 250, maar de jury heeft zich daardoor niet laten afschrikken om haar werk grondig te doen. Imposant was dit jaar het aantal vuistdikke biografieën van belangrijke of tenminste belangwekkende mensen – een klein tiental, stuk voor stuk de moeite (en een nominatie) waard, maar dat kon dus niet. Dat kon des te minder, omdat een aantal schitterende studies van andere aard stonden te dringen om evneens een plaatsje binnen de ultieme vijf te krijgen, en ook daar moest onbarmhartig gesnoeid en gesabeld worden. Na een laatste marathonzitting kwam de jury dan tot het opgedragen resultaat: vijf titels, waarvan drie briljante biografieën (dus toch), het volstrekt originele verhaal van een stad (en welke!) en een hoogst verrassende nieuwe kijk op een van de grootste boeken uit de geschiedenis van de literatuur.


Winnaar

  • Joris van Parys - Masereel

    Masereel was een van de weinige internationaal bekende, om niet te zeggen gerenommeerde en zeker gewaarde Vlaamse kunstenaars van zijn generatie. Universalist en pacifist was hij een ‘fellow traveller’, die door zijn biograaf met het gepaste kritische respect wordt benaderd. Het boek is met vaart geschreven, en tevens met veel gevoel voor het karakteristieke detail. Als sommige daarvan ontluisterend zijn voor de halfgod die Masereel in sommige kringen werd, deinst de auteur daarvoor niet terug. Het boek krijgt daardoor een waarachtigheid die het boven elke vorm van ‘hero worship’ verheft.

Genomineerd

  • Geert Mak - Een kleine geschiedenis van Amsterdam

    Rapport Geert Mak:
    Deze ‘kleine’ geschiedenis van Amsterdam bewijst dat in sommige gevallen de journalist de betere, en in elk geval beter leesbare geschiedschrijver is. In zijn bescheiden presentatie is het geschetste beeld van een rumoerige en roerige stad indringer dan de concurrerende vuistdikke folianten. De lezer ‘ziet’ de stad als het ware onder zijn ogen veranderen en groeien tot wat zij nu is. Dit boek is een schoolvoorbeeld van hoe gebeurtenissen op microniveaus, mits gesitueerd in het historische kader waarin zij plaatsvonden, kunnen leiden tot een hoogst oorspronkelijke en verassende synthese van duizend jaar stadsgeschiedenis.

  • Willem Otterspeer - Bolland

    Rapport Willem Otterspeer:
    Deze humoristische, ironiserende biografie van een pompeuze figuur uit de geschiedenis van de Nederlandse filosofie toont aan dat er geen onbelangrijke onderwerpen bestaan. Bolland was, ook in de ogen van zijn biograaf, het vleesgeworden bewijs op welk aanstootgevend laag niveau de filosofie rond 1900 in Nederland stond. Door hem op deze superieure wijze aan de vergetelheid te ontrukken, bewijst de auteur dat Bolland in zijn tijd wél belangrijk was en het dus nu, terugkijkend, ook nog kan en moet zijn als men het milieu waarin de man functioneerde wil begrijpen.

  • Eelco Runia - De pathologie van de veldslag

    Rapport Eelco Runia:
    Dit is een erudiete krachtmeting van een buitenstaander met de vakhistorici, met als inzet een van de beroemdste romans uit de wereldliteratuur. Het is een verassend oorspronkelijke benadering van Tolstoj en zijn tijd en, ondanks de moeilijkheidsgraad, bijzonder toegankelijk geschreven. De vakhistorici mogen er een uitdaging in zien om het literair-historische – of als men wil, het historisch-literaire –thema van hun standpunt uit opnieuw te verkennen en desnoods de auteur van dit boek tegen te spreken. Het zal geen eenvoudige klus zijn.

  • Hans Schoots - Gevaarlijk leven

    Rapport Hans Schoots:
    Dit is een ontnuchterend en afstandelijk beeld van een markante figuur uit de geschiedenis van de Nederlandse documentaire film, opgehemeld en verguisd en hier teruggebracht tot zijn menselijke, soms al te menselijke proporties. De ‘held’ van het verhaal, zo blijkt, stond niet in dienst van de vrijheid, maar de onvrijheid. Het verhaal van een leven, beschreven door een voormalige gelovige, wordt nergens door rancune getekend en krijgt daardoor een ‘definitieve’ geldigheid, ook voor wie daarvan slechts met tegenzin gediend is.

Naar de overzichtspagina

Delen